Agility voor duitse herders
1. De horde
De lat ligt op wedstrijd voor de DH op 55 à 65 cm.
2 de slalom.
Deze kan 8, 10 of 12 paaltjes bevatten. Op wedstrijd kom je bijna enkel 12 paaltjes tegen.
De paaltjes staan 60 cm van elkaar op een rechte lijn.
Het eerste paaltje moet steeds aan de linkerzijde van de hond zijn en dan gaat hij er zigzag door.
Er mogen geen paaltjes overgeslagen worden.
Dit toestel moet steeds correct genomen worden.
Gaat de hond niet in de eerste opening maar de 2e, dan is dit een weigering.
Hij moet terug het toestel nemen.
Slaat de hond ergens in de weave een paaltje over, moet hij dit herstellen of opnieuw beginnen.
3. De tunnel.
Deze kan in alle mogelijke bochten gezet worden.
En moet meestal in een bepaalde richting genomen worden.
4. De Slurf.
Deze kan maar in 1 richting genomen worden.
5. De Band.
Het midden van de band moet op 80 cm hoogte zijn.
De diamater van de band is tussen 45 en 60cm.
De hond moet door de band springen.
6. De vertesprong.
Wordt samengesteld uit licht hellende, achter elkaar opgestelde elementen.
Bij de DH zijn dit 4 à 5 zodat een lengte van 1,2 à 1,5 meter wordt verkregen.
De hond moet hier recht over springen.
7. De Dakschutting.
Aan de dakschutting zijn een opgaand en een afgaand raakvlak.
Deze moet met minstens 1 poot geraakt worden.
De hoogte is 1,7 meter.
8. De hondenloop.
Hoogte: 1,20 à 1,35 m en 30 cm breed.
Hier zijn ook weer raakvlakken voorzien.
9.De wip.

De wip moet zelfstandig door de hond genomen worden.
De hond zoekt zelf het kantelpunt.
Hier zijn ook weer raakvlakken voorzien.
Tevens mag de hond pas de wip verlaten als deze de grond raakt.
10. De muur.
Deze heeft een hoogte van 55 à 65 cm.
Aan de bovenkant bevinden zich blokjes welke kunnen afgesprongen worden.
11. De tafel.
De tafel is min 90 X 90cm en max. 1.2 X1.2 m.
De hoogte is 60 cm.