DE PIONIERS VAN HET BELGISCH TREKPAARD

Research en teksten:
Lutgarde De Greeff en Antoine Hallet

Vóór het ontstaan van ons Belgisch trekpaard, tussen 1850 en 1900, bestond onze trekpaardenstapel uit verschillende regionale types zoals het Vlaams, het Brabants, het Condruzien paard. Een onderscheid tussen Ardenner en het uiteindelijke Belgisch trekpaard is tot op vandaag wel gebleven.
Maar de verschillende types boven de grens gevormd door de stromen Samber en Maas zijn geëvolueerd en gekruist en in een tijdspanne van ongeveer vijftig jaar is de Brabander ontstaan, officieel genoemd het Belgisch trekpaard.
Sinds 1840 werden de meeste premies op de officiële keuringen toegekend aan hengsten uit de streek tussen Dender en Schelde. De bloedlijn van de Dikken van de Dendervallei werd daar dus geselectioneerd. Deze hengstenboeren kochten de goede veulens van hun hengsten uit de beste merries op. Zij kenden uit ervaring de goede stallen met merries met origine. Pas sinds 1880 werden hengsten uit de streek van Nijvel ingezet. Vanaf dan evolueerde het trekpaard naar een nieuw type. De bloedlijnen en paardenfamilies werden vermengd om een homogeen geheel te vormen met een minimum aan variaties in type en zwaarte.

Een uniform type trekpaard

Deze samensmelting van verschillende types naar het uiteindelijke Belgisch trekpaard was geen vanzelfsprekend proces, maar één dat gepromoot werd door enkele snuggere geesten. Zij beseften dat er in ons kleine land met zijn reeds gevestigde reputatie van uitstekende fokkerijen, toch een uniform type nodig was om aan de enorm grote vraag van werkpaarden vanuit het buitenland te voldoen. Want ook in de andere landen van West-Europa en Noord-Amerika was er een grote behoefte aan een sterk en onvermoeibaar trekpaard. Enkele paardenliefhebbers met contacten in het buitenland waren er zich van bewust dat een geperformeerd Belgisch trekpaard enorme kansen bood voor de export.
Onder hun impuls zou het Belgisch trekpaard dus weldra uitgroeien tot het meest gevraagde werkpaard en het grootste exportproduct van het jonge België. Hun werkijver en kennis van zaken mondden uit in de glorieperiode van ons Belgisch trekpaard en de welvaart van onze agrarische sector, zelfs van onze ganse economie.

De pioniers van ons Belgisch trekpaard

Maar wie waren nu deze pientere koppen met een klare handelsgeest?
Enerzijds was er de familie Vanderschueren, met Remy als grote bezieler, zijn broer Camille en zijn zonen Jules, Alfred en Arthur. Hun buren Jules Van Landuyt en Remi Matthijs waren eerder handelaars, die nauw samenwerkten met Jules Hazard en Thélesphore D'Hauwer en diens opvolger Richard Van Eeckhoudt.
Op Jules Hazard na waren zij allen gevestigd in de Dendervallei. Deze streek is gelegen in het noorden van het Brabantse Pajottenland en palend aan de zuidelijke grens van Oost-Vlaanderen en ten oosten van Henegouwen. Zo werd het centraal gelegen Vollezele, een uitgestrekte agrarische gemeente met ontelbare grote hoeven, weldra de spil van een immense wereldhandel.
Daarnaast was er uiteraard nog Jules Hazard, woonachtig in het midden van Henegouwen. Over deze Hazard en zijn overbekende stal du Fosteau zijn de meeste gegevens bekend. Hij en zijn opvolger werkten tot in 1932, in de periode van de bekende paardenjournalist Arnold Van Broekhuyzen die zijn levensloop nauwkeurig noteerde. Het levensverhaal van deze Jules Hazard en zijn Fosteau-stal is uitgebreid beschreven en geïllustreerd in infoblad 45 van de K.M. Het Belgisch Trekpaard. Hier maken wij kennis met de bekende mannen uit de Denderstreek in het zuid-westen van Vlaams-Brabant. Ook hun werkwijze verschilt van deze van Hazard die zich vooral toelegde op zijn eigen fokkerij. De Vollezeelse voortrekkers profileerden zich als hengstenhouders en handelaars. Zij stelden hun hengsten ter beschikking van de fokkers uit de hele streek om vervolgens hun producten op te kopen voor de export naar alle uithoeken van de wereld. Hun verhaal illustreert tevens de ontstaansgeschiedenis van 'de Brabander' en de Brabantse fokkerij.

Vollezele wordt de spil van een wereldhandel

Gelegen in het mooie Pajpottenland in het zuid-westen Van Vlaams-Brabant is de gemeente Vollezele de spil waarrond zich rond het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw een enorme bedrijvigheid ontwikkelde rond het Belgisch trekpaard.
Sterk bewust van de mogelijkheden dat een mooier type trekpaard zou bieden voor de handel met het buitenland, ontstond bij Remy Vanderschueren en zijn relaties het idee om het plaatselijke zware maar enigszins lompe werkpaard te kruisen met het fijnere maar veel mooiere type uit de streek van Nijvel. Om dit te verwezenlijken kocht hij enkele hengsten aan uit die streek waaronder Major.
Hiermee slaagde hij reeds op korte tijd in zijn opzet. Deze hengsten werden gekruist met de merries die afstamden van de plaatselijke hengsten de Dikken van de Dendervallei.

De hele streek in opbloei

Remy Vanderschueren kwam terecht op een grote typische Brabantse vierkanthoeve met veel personeel. Als herenboer werd zijn grote bekommernis de werkkracht van zijn bedrijf: het trekpaard. Jammer genoeg stierf Remy vrij jong en kon hij niet meer genieten van de grote bloei van het Belgisch trekpaard, waaraan zijn snuggere geest gestalte gaf en dat onder zijn impuls de wereld zou veroveren. Maar zijn succes was een rijke inspiratiebron voor vele grote boeren uit het Pajottenland en het nabije Henegouwse.
Weldra werd deze streek het centrum van de Belgische fokkerij. Op de uitgestrekte hoeven met een groot bestand merries werd de fokkerij van trekpaarden een zeer belangrijke nevenactiviteit, die vaak zelfs de bron van hun welstand werd. De fokkers en hengstenhouders uit het Pajottenland waren hun landgenoten een stapje voor en werden ervaren kwekers, wiens producten uitzwierven, aanvankelijk naar het buitenland, later naar de kleinste hoekjes van ons eigen Vlaanderen. Op tal van bedrijven in de omtrek werd het werk van Remy Vanderschueren voortgezet: Nerinckx met de fokkerij d'Or, Galmart in Bogaarden, Vermoesen en Carlier in Lennik, Van Wilderode in Gaasbeek, de stallen d'Hor en d'Herse.
Het is dus helemaal niet te verwonderen dat verschillende basis-bloedlijnen uit de beginperiode van ons Belgisch trekpaard in deze streek ontstaan zijn, zoals deze van Tiburce en Albion d'Hor.

FAMILIE VANDERSCHUEREN

Pierre-François Vanderschueren werd geboren in de helft van de 18e eeuw te Appelterre in het zuiden van Oost-Vlaanderen maar palend aan het Brabantse Vollezele. Sedert het begin van de officiële hengstenkeuringen in 1824 bood hij zware hengsten ter goedkeuring aan.
Zijn zoon Pieter-Jan of Pierre-Jean Vanderschueren zette zijn werk voort. Het Pietershof was bekend voor zijn excellente hengsten. Hun meest was ongetwijfeld Alfred, de dikke van Appelterre ook de Witte van Pieters bijgenaamd.
Pierre-Jean stierf er in 1882. Uit zijn laatste huwelijk had hij twee zonen. De oudste Camille bleef aldaar. Zijn andere zoon Remy week uit naar Vollezele.

Remy Vanderschueren en zijn opvolgers

Remy Vandenscheuren werd dus geboren op het Pietershof te Appelterre in 18... In 1869 nam hij de grote vierkante hoeve over aan de Repingenstraat te Vollezele en bouwde ze uit tot de Haras de Vollezele. Daar werden de hengsten Brillant en Major weredberoemd.
Remy, gehuwd met Jeanne-Hortence Hoste, had zes kinderen. Zijn dochter Irma huwde met hun eerste paardenknecht Auguste Vandenbossche. Zij bleven op de haras en gingen na Remys dood verder met vooral de hengstenhouderij, waarbij Gascon de Montigny en Ideal du Fosteau. de vaandeldragers waren.
Deze belangrijke hoeve is tot op heden in de familie gebleven, want de zoon van Irma Vanderschueren, Gerard Vandenbossche hield de hengstenhouderij gaande tot in 1964 met onder meer Amiral de Goddarville en Connu de Wasmuel. Op dat moment was de hele streek reeds leeggelopen en zag men alleen nog maar zware tractoren op de uitgestrekte landerijen. In de boxen op de Haras de Vollezele staan vandaag de dag rijpaarden want Gerard Vandenbossche's dochter Geneviève huwde een ruiter. Maar hun zoon is momenteel stalmeester in een naburige fokkerij, zodat er weer regelmatig Belgische trekpaarden de boxen bevolken.

Camille Vanderschueren en zijn opvolger Jules Vanderschueren

Camille bestuurde sinds 1882 het ouderlijke hof in Appelterre. Hij was een grote hengstenboer, wist steeds de beste hengsten op zijn bedrijf ter dekking te stellen en had een belangrijk exporthuis wegens zijn wereldwijde relaties, maar vooral met de Verenigde Staten en Centraal Europa. Met Gerfaut II ontving hij het Belgisch kampioenschap in 1891.
Camilles huwelijk bleef kinderloos en toen hij in 1906 overleed nam Jules, de zoon van zijn broer Remy, er het roer over.
Na het overlijden in 1906 van Camille Vanderschueren uit Appelterre huwde zijn weduwe met Jules Vanderschueren, de zoon van zijn broer. Deze nam dus de zaak te Appelterre over. Hij kocht Brillant II en Prince de Chenoy, introduceerde er het Fosteau-bloed via het aanschaffen van veulens van Kléber en Joli Coeur. Na de eerste wereldoorlog werd hij burgemeester en verzwakte zijn interesse voor de paarden.
Jules, geboren in 1871, stierf na een langdurige ziekte eveneens jong op 53-jarige leeftijd in 1924. Ook hij had geen opvolgers en dit werd dus het einde van honderd jaar hengsten op deze hoeve met drie generaties hengstenboeren. Zijn neef Henri Steppe betrok dan de hoeve.
De grootste verdienste van Jules Vanderschueren is de inbreng van het bloed uit de Mehaignestreek in de kruisingen van de Dikken van de Denderstreek en de Grijzen van Nijvel en Hengouwen. Hij voltooide daarmee het laatste luik naar het nieuwe type Belgisch trekpaard dat door zijn vader was uitgedacht en opgestart.

Alfred en Arthur Vanderschueren

Zijn oudste zonen Alfred en Arthur vestigden zich op het vlakbij gelegen of aan de kapel. Alfred (1881-1940) was dierenarts en hengstenhouder, terwijl zijn broer Arthur zich meer toelegde op de fokkerij, in tegenstelling tot hun vader Remy die een grootmeester in de handel was. Hun belangrijkste fokproduct Prince Léopold werd Belgisch kampioen in 1920.

Jean-Baptiste Vanderschueren en co

Jean-Baptiste Vanderschueren ...-1875 uit Onkerzele kwam sedert 1831 met hengsten op de keuringen. In 1875 werd hij opgevolgd door zijn zoon Edouard Vanderschueren. In de tweede helft van de 19e eeuw stonden er onder andere Rubens, Wagram, Forton, le Crollé en Robert le Diable. Ook dit bedrijf wordt geliquideerd na de dood van Edouard, aangezien diens broer Auguste zich reeds in Parike, een landelijke gemeente van Oost-Vlaanderen, in het noorden van de Denderstreek, gevestigd had.

Auguste Vanderschueren 1840-1902 was sinds 1861 woonachtig te Parike en stichtte er in 1875 een belangrijke hengstenhouderij met Lion en César de Parycke, Vainqueur, Trésor en Porthos II.
Zijn zoon Jules Vanderschueren 1875-1948 bleef te Parike.

D'HAUWER EN VAN EECHOUDT

Télesphore D'Hauwer, 1858-1911, betrok een mooie hoeve aan de Langestraat in Vollezele.
Hij handelt vaak met Remy Matthijs en Jules Van Landuyt en werd zelfs diens associé. Zij waren gereputeerde handelaars die de beste paarden over het hele land wisten samen te brengen.
Zijn stoeterij werd kreeg wereldfaam door Brin d'Or en Indigène du Fosteau die er allebei gestationeerd waren. Hij werd kampioen met Bienvenu in 1901.
D'Hauwer was nooit gehuwd en liet zijn exploitatie over aan de zoon van zijn zuster Richard Van Eeckhoudt, die hij ondertussen ingewijd had in de stiel. Deze had twee zonen Albert en Georges. Georges trouwde met de dochter van die andere wereldbefaamde hengstenhouder Albert Deleener (stal d'Hondzocht) uit Lembeek bij Halle in het zuiden van het Pajottenland. Richard, 1875-1933, was een gerespecteerd zakenman voor de buitenlanders, deed schitterende transacties en bracht mede de export van het Belgisch trekpaard tot grote bloei. Hij was een echte speculateur wiens doorzicht en ervaring hem welvarend hadden gemaakt. Hij vestigde zich later in een mooi domein in Erembodegem bij Aalst, waar hij niettemin het trekpaard trouw bleef. In 1923 verkocht hij het grote hof van Vollezele met zijn 90 ha en 90 hengsten aan de Nederlander Philippus van Dixhoorn. Deze van Dixhoorn 1863-1930 was een groot fokker en hengstenhouder uit het Zeeuws-Vlaamse Axel, net over de grens. Hij was ook de mede-stichter van het Zeeuws-Vlaams stamboek, dat mede aan de grondslag lag van de oprichting van de vereniging van het Nederlands trekpaard. Eén van zijn drie zonen Leendert van Dixhoorn kwam naar Vollezele, maar het hof werd reeds enkele jaren later terug verkocht wegens de verdeling van de nalatenschap van Philippus van Dixhoorn. Leenderts zoon Philip van Dixhoorn huwde met een kleindochter van Remy Vanderschueren.
Richard kocht een kasteel te Erembodegem en overleed er in 1933.

REMI MATTHIJS

Charles-Louis Matthijs 1796-1890 werd geboren in het zuiden van Oost-Vlaanderen in St-Maria-Lierde en werd landbouwer en hengstenhouder op een boerderij in het naburige Hemelveerdegem, in het noorden van de Denderstreek. Zijn eerste goedgekeurde hengst dateerde van 1942. Hij kocht een hele resem uitstekende hengsten die alle in de omgeving in de Denderstreek gefokt werden: Philippe, Forton I en II, Blaison, Boiteux. Zijn bekendste was evenwel Jan, de Dikke van Hemelveerdegem = de Dikke van St-Jans = de Dikke van Matthijs, de voorvader van Orange I. Later stonden er gekende paarden als Parfait, Maximus, Tambour en Colosse de Hemel.
De zoon, eveneens Charles-Louis genaamd, stierf zeer jong. Zijn enige dochter huwde met Petrus Demey en bleven op het hof. Ook dit koppel werd er opgevolgd door de schoonzoon Jules De Brauwer 1901-... . Jules De Brauwer verlaat deze hoeve in 1963 en vestigde zich in Voorde, deelgemeente van Ninove. Zijn zoon Paul De Brauwer was diecteur-generaal op het ministerie van landbouw, en is thans aanwezig op de belangrijkste prijskampen en volgt nog steeds nauwgezet de fokkerij van het Belgisch trekpaard.
Charles-Louis zoon Remy Matthijs verhuist naar Overboelare, palend aan Vollezele en nu een deelgemeente van Geraardsbergen. Hij was paardenhandelaar en "courtier", een soort vertrouwenpersoon, ten huize van Jules Hazard. Via deze Remy Matthijs komt Jules Hazard in het bezit van het bloed uit de Denderstreek, want hij bezorgt hem de basishengsten van zijn fokkerij Parfait en Brin d'Or. Ook vele goede merries uit de Denderstreek komen zo op du Fosteau. Zijn zoon Jules Matthijs vestigde zich te St-Truiden.

JULES VAN LANDUYT : bankier en exporteur

Ook in Overboelare op een kasteeltje woonde destijds de industrieel Jules Van Landuyt 1857-1928. Hij had in Geraardsbergen een sigarenfabriek waarmee hij reeds een fortuin had verdiend. Hij fungeerde vaak als geldschieter en kocht de bekende fokkerij-hoeven aan te Hellebecq en Bois-Seigneur-Isaac. Op de zeer vruchtbare weiden van zijn eigendommen in de Dendervallei liet hij jonge veulens in opfok grazen, aanvankelijk volbloeden en later trekpaarden. Hiervoor kwam hij in contact met de buren Remy Matthijs en Remy Vanderschueren. Jules Van Landuyt ging zich later zelf actief bezighouden met de handel. Hij was de eerste speculateur: geen fokker of hengstenhouder maar aankoper van goede veulens, die hij na opfok als jonge dekhengsten verkocht. Hij financierde verschillende ondernemingen voor de export naar de VS, stichtte de Haras de Hellebecq (gerund door Camille Cobbaut), associeerde met D'Hauwer en kocht de prachtige hoeve in Bois-Seigneur-Isaac om zijn beste merries te herbergen.
Voor zijn drukke zaken betrok hij continu een suite in een Brussels hotel, om buitenlandse zakenrelaties te ontvangen. Dankzij hem werd de uitvoer van het Belgisch trekpaard mondiaal. Hij exploiteerde de beste raceurs Brin d'Or, Conquérant de Terhaegen, Indigène du Fosteau, waarvan hij de goede veulens terugkocht. Zo kwam hij in het bezit de Fosteau-hengsten Infernal, Jupiter, Indigène en Gambrinus, waarmee hij in 1906 internationaal kampioen werd in Milaan. Hij waakte erover dat de beste niet uitgevoerd maar ingezet werden in de Belgisch fokkerij.
Het was vooral hij die de export van het Belgisch trekpaard op gang bracht en nieuwe afzetgebieden over de hele wereld exploreerde. Hij oriënteerde de fokkerij in een welvarende richting en bevorderde de handel wereldwijd.
Hij was een "artisan de la prospérité inouïe du commerce d'exportation des chevaux belges", schrijft Van Broekhuyzen.


Via de courtier Remi Matthijs kocht Jules Van Landuyt het veulen Brin d'Or, die eerst ter dekking gestald werd bij Télesphore D'Hauwer in Vollezele en later verhuurd werd aan Jules Hazard in Leers-et-Fosteau.
Remi Matthijs was een goede vriend en zakenrelatie van Jules Van Landuyt, een buur en vaak aan huis bij Télesphore D'Hauwer en hij handelde regelmatig met Jules Hazard. Hiermee was dan ook de link gelegd tussen deze pioniers van het Belgisch trekpaard.
Het ontstaan van het huidige type Belgisch trekpaard is te danken aan een kleine elitegroep van enthousiastelingen die, met hun zakelijk instinct, hun vakkennis en een duidelijk en consequent beleid voor ogen, het beste werkpaard van de wereld fokten. En dat zij daarin glansrijk geslaagd zijn bewijzen de magnifieke overwinningen op de grote prijskampen en wereldtentoonstellingen in Parijs, Milaan, Londen, Chicago...
Dit prachtig succes heeft alle paardenspecialisten uit de hele wereld naar Vollezele en België gelokt met als gevolg een intensieve bloeiende handel en een gigantische export naar alle uithoeken van de wereld van ons eigen Belgisch trekpaard.



Research en teksten : Antoine Hallet en Lutgarde De Greeff