VERENIGING BALJUWHUIS ~ GAASBEEK

In 1988 is een nieuwe fokkerij opgericht in Gaasbeek. Ondertussen heeft deze stal al heel wat mooie prijzen behaald.
In 2002 is hun fokproduct Igor van Gaasbeek Belgisch kampioen gekroond.
stal in 2011

Het prachtige baljuwhuis in het schilderachtige Pajottenland

Sedert 1973 betrekt de familie Van Waeyenberge het Baljuwhuis van Gaasbeek als tweede verblijf. Dit landelijk domein paalt aan het bekende kasteel van Gaasbeek, gelegen midden in het weidse Pajottenland in het westen van Vlaams-Brabant en op slechts een boogscheut van Brussel.
Het mooie baljuwhuis dateert van 1602 en is opgetrokken als woonst voor de vertegenwoordiger van de landheer, de baljuw. Diens bezoldigde functie, met juridische en fiscale bevoegdheden, stamt uit het ancien régime. De bouwheer is Thomas Spruyt, heer van Zandvliet. Hij was aangesteld als baljuw voor het land van Gaasbeek door Filips van Egmond, die dit domein en het kasteel geschonken kreeg na de terechtstelling van zijn vader, Graaf Lamoraal van Egmond. Deze man is vooral bekend omdat hij, samen met de graaf van Hoorn, op bevel van de Hertog van Alva onthoofd is op de Grote Markt van Brussel in 1568.

Terug Belgische trekpaarden in de streek van zijn ontstaan

De landerijen rond het baljuwhuis zijn grotendeels heuvelachtige weiden die deel uitmaken van een uitgestrekte vruchtbare landbouwstreek met typisch Brabantse vierkanthoven. In elk van deze grote historische boerderijen met indrukwekkende paardenstallen zijn destijds talrijke trekpaarden gefokt, die bijgedragen hebben tot het ontstaan en de roem van het Belgisch trekpaard. Slechts op een paar van deze hoeven hebben de trekpaarden de mechanisatie overleefd.
Piet Van Waeyenberge, als grote liefhebber van historisch erfgoed, heeft dan ook de evidente keuze gemaakt om de mooie weiden rond het gebouw terug door trekpaarden te laten begrazen. Hierdoor neemt hij eveneens een 'levend erfgoed' ter harte: ons trekpaard hoort er thuis, op de glooiende weilanden in hartje Pajottenland op slechts een tiental km van de Denderstreek, zijn bakermat. Ondertussen hebben al heel wat liefhebbers in die streek zijn voorbeeld gevolgd en maakt het trekpaard er terug deel uit van het rurale landschap.
Piet Van Waeyenberge is daarmee ook één van de eerste niet-landbouwers geweest die de zeer kleine kern veelal oudere fokkers een handje heeft toegestoken om de impasse van eind jaren zeventig te doorbreken. Hij is zich vlug bewust geweest van de benarde situatie van dit roemrijke paard. Naast het opstarten van een eigen fokkerij is hij een actief lid van de Vlaams-Brabantse kwekers en heeft hij mede de oprichting van de Vereniging voor de Bevordering en het Behoud van het Belgisch Trekpaard (VBBT) bewerkstelligd.

Aangename ontspanning voor een druk zakenman

De trekpaarden op het baljuwhuis maken niet alleen deel uit van het domein, maar evenzeer van het familiale leven. Alle paarden verblijven doorlopend op de weiden rond de woning. In het weekend krijgt de stalknecht vrijaf en worden de paarden verzorgd en gevoederd door de familie zelf. Zowel Piet, zijn vrouw als de kinderen nemen die taak ter harte.
Piet Van Waeyenberge geniet elke dag van zijn paarden. Zijn drie kinderen hebben alle geboorten meebeleefd en hun omgang van jongsaf met de paarden heeft een positieve bijdrage in hun opvoeding gehad.
Maar vooral hebben de zachtmoedige trekpaarden voor een aangename verpozing en verstrooiing gezorgd in het drukke zakenleven van Piet als industrieel en bedrijfsleider. De succesrijke ondernemer Van Waeyenberge is onder meer erevoorzitter van het VEV (Vlaams Economisch Verbond), voorzitter van de nv De Eik (export-import), voorzitter van De Warande en voorzitter van de nv Omroepgebouw Flagey, waarmee hij op professioneel vlak een zeer gewaardeerde positie bekleedt.
Vele buitenlandse gasten hebben er al genoten van het onvergetelijke schouwspel van zogende merries met dartele veulentjes. Met trots biedt de gastheer hen een unieke rondleiding langs de rustieke stallen en heuvelende weiden.

Fokkerij Vereniging Baljuwhuis

Terwijl de renovatiewerken aan de stallen nog volop bezig zijn, wordt al de eerste merrie aangekocht in juni 1988. Na een bezoekje aan de stal De Greeff wordt de blauwschimmel Ylia d'Elewijt de eerste pensionaire en basismerrie van een nieuwe fokkerij. Deze dochter van Romeo en Gina d'Elewijt met de uitstekende origine eigen aan haar geboortestal is dan een negenjarige actieve fokmerrie. Ze geeft dertien veulens op rij, allemaal geboren in mei, en blijft er tot haar einde in oktober 1997. Van vruchtbaarheid en langleefbaarheid gesproken! Met haar nageslacht, waaronder een goedgekeurde dekhengst, wordt thans nog verder gefokt. Twee maanden later krijgt zij er het gezelschap van de vosse Marleen, een Nederlandse dochter van Duc van Drongen. Datzelfde jaar wordt ook nog de appelschimmel Snel van Stappelvoorde aangekocht, die in 93 jammerlijk is overleden aan een baarmoedertorsie, in haar tiende drachtmaand.
Voor zijn vijftigste verjaardag krijgt Piet Van Waeyenberge een merkwaardig cadeau: een bruin merrieveulen, Froufrou van 't Berrekenshof, uit de stal van Berreke Verhaegen. Maar dit komt vijf maanden later aan zijn einde wanneer het verstrikt raakt in de elektrische omheiningsdraad. Familie en vrienden brengen troost met de schenking van een nieuw bruin beestje Badine du Seigneur. Met dit veulen komt weer een uitstekende stammoeder op stal, die de traditie van bruine, vruchtbare en langlevende paarden van de Seigneur-stal van Michel Dejardin alle eer aandoet.
Na de aankoop van nog een zwarte en een vosschimmel merrie bezit deze nieuwe fokkerij eind jaren tachtig, een mooie stal merries met, op bruinschimmel na, alle haarkleuren.

Zucht ist Geduld

Deze stal merries vormt de basis van de fokkerij van het Baljuwhuis. Vanaf dan wordt afgezien van nieuwe aankopen en zorgen deze merries voor de opvolging. Door inzetten van gepaste dekhengsten wordt gestreefd naar het fokken van kwalitatief goede en kleurrijke paarden, steeds het Duitse gezegde indachtig ' Zucht ist geduld ' : fokken is geduld oefenen.
Niet alleen aan de kleurverscheidenheid, ook aan de gezondheid en zuiverheid van het beenwerk wordt ook veel belang gehecht. De paarden hebben het ganse jaar buitenloop. Naast de graasweide worden ze bijgevoederd met hooi, voordrooggras, gerst, haver en bieten van eigen winning, en slechts een beperkte toegift krachtvoeder. Deze werkwijze heeft intussen zijn efficientie bewezen. In 2002, na het behalen van het Belgisch kampioenschap door Igor van Gaasbeek, telt de fokkerij 19 trekpaarden: 12 merries, waarvan 5 drachtig, en 7 hengstveulens. De kudde bezit een ruime verscheidenheid aan haarkleden: 9 bruin, 3 blauwschimmel, 3 zwart en 4 vos. Jaarlijks krijgen de gefokte veulens een eigen alfabetische beginletter. De namen hebben doorgaans een historische weerklank, zoals de jaargang 2001 verraadt: Lamoral, Lancelot, Lodewijk, Leander en Louise. Er worden wel duidelijk meer hengstveulens dan merrietjes geboren.

Een voltijdse job voor Serge De Dobbeleer

Met de uitbreiding van de stal en het intense fokgebeuren is er vakkundige hulp nodig. Einde 1989 komt Serge De Dobbeleer er in dienst. Zijn opleiding als hoefsmid komt er van goed pas en de verzorging van de paarden en het onderhoud van de weiden worden hem toevertrouwd. De beslissingen in de stal worden nu door hem genomen, weliswaar in samenspraak met zijn baas. Maar Serge mag fier terugkijken op zijn geleverde werk: uitstekende kweekresultaten, prachtig onderhouden weiden, onberispelijke omheiningen en overvloedige beplanting geven het domein een mooie aanblik. De verfraaiing van het omgevende landschap wordt deskundig aangepakt en de populieren worden geleidelijk vervangen door hoogstam, een typisch kenmerk van deze streek.

Succesvol op officiele prijskampen

Jago van Gaasbeek 2003
Jago van Gaasbeek in Nederlandse dekdienst
Keuring Den Bosch 2003
Het accent ligt op fokken, hoewel de paarden door Serge ook regelmatig gemend worden en hij er sporadisch een stoet of inhuldigingsfeest mee opluistert. Van bij het opstarten van de fokkerij is deelgenomen aan de officiële prijskampen. Elk jaar worden daar goede resultaten behaald, zodat ook de nationale prijskampen worden bijgewoond, evenals de internationale prijskamp van Ijzendijke. De vele jaarmarkten in de streek worden echter niet bezocht. Maar het succes op de nationale prijskampen volstaat om deze stal bij de top van de Brabantse en Belgische fokkerij te rekenen. Vooral na het Belgisch kampioenschap van 2002 geniet ze niet alleen nationale maar ook internationale bekendheid. Haar jongste goedgekeurd fokproduct, de vosse Jago van Gaasbeek, is trouwens door een buitenlandse hengstenboer aangekocht om voortaan de Nederlandse fokkerij te dienen, waar nu eveneens de Belgische trend van kleurverscheidenheid populair wordt.

Piet Van Waeyenberge is er terecht fier op dat na amper 14 jaar fokkerij reeds het doel bereikt is: Igor van Gaasbeek Belgisch kampioen, nog drie gefokte goedgekeurde hengsten met Ferguut, Lambik en Jago van Gaasbeek, en een reeks mooie resultaten bij de kweekmerries.
Het behalen van de nationale Belgische titel in 2002 is de hoogste bekroning voor de jonge fokstal Vereniging Baljuwhuis.

Igor van Gaasbeek

Tekst: Lutgarde De Greeff & Jan De Boitselier