Tekstvak: ATELIER  


Hoe bouw ik een supertanker ?

Na bezoek van de club bij de onvolprezen fabrikant van modelboten Dean’s Marine (www.deansmarine.co.uk) in september 2003, werd een romp meegebracht van een zogenaamde bulkcarrier.  Op zich is hier niet zoveel speciaal aan, vooral daar dit stuk veel gelijkenis vertoont met een badkuip.  De lengte afmetingen komen trouwens ook knap in de buurt : lengte 175 cm …. Na interesse getoond te hebben bij Simon, werd ik de trotse eigenaar.  Eerste probleem : het ding in mijn wagen krijgen.  Gelukkig ging dit nog vlot, daar ik nog naar niks moest kijken.  Thuis (op de “bootjeskamer”) deed die romp het eerste jaar vooral dienst om de Moonraker in te zetten, toch ook een boot van 145 cm lang.  Zo bespaarde ik plaats en had ik ineens een beschermende garage voor die boot.  In september 2004 kreeg ik dan een plan van Simon van een Exmar gastanker, een plan van de (ex-)Boelwerf.  De boot op dit plan (de Chaconia) heeft een zusterschip (de Courcheville) waar Yves al op gevaren heeft.

Ok, ik had nu een plan, ik had vroeger wat plan gelezen, maar realiseren beginnende van niks, da’s nog wat anders.  Bootjes ineensteken van een bouwdoos met alles erop en eraan (meestal past het wel niet erg goed …), dat is rechttoe rechtaan.  Hier moest ik als leek weten dat sommige stukken pas na andere konden gemonteerd, afgewerkt, geschilderd enz… worden.

Na veel gepik met mijn ogen (wat hebben wij toch een rijke club van specialisten!), nachten nadenken, natuurlijk ook op het werk vooral met die nieuwe boot bezig zijn, ben ik eerst in de tuin gaan zien.  Ik had nog betonplex over en er was mij gezegd “leg daar vanonder maar een goeie plank in”.  De romp zelf was vrij goed (al dicht ik mezelf weinig kennis op dat gebied toe – hier en daar wat met epoxy bijwerken schijnt normaal te zijn), alleen is hij toch lang, lang, lang.

Eerste stap : een 22 mm dikke betonplex plaat met Fix All van Soudal er in kleven.  Aandrukken was kinderspel, de onderkant van de romp is zo vlak als een biljart, dus erin gaan staan was de goede oplossing.  Natuurlijk had ik er op dat moment nog niet zo aan gedacht dat er nog batterijen in moesten.  Later zou blijken dat ik ongelooflijk veel geluk gehad heb, de batterijen staan op de betonplex plaat en komen juist 15 mm onder het dek ….  Dus bezin voor ge begint.

Het dek en de spanten zijn van 8 mm multiplex.  Maar ik vond natuurlijk geen plaat van 150 cm lang, dus is het dek in 2 stukken.  De naad is gelukkig bijna onzichtbaar.  De spanten zijn eenvoudige rechthoekig stukken die tussen de bodemplaat en dek gekleefd zijn, weeral met Fix-All. 

Voor de montage van het dek, is de aandrijving ingebouwd.  Een boeg- en hekschroef, waarvan de buisjes verlengd zijn 5/8” elektriek buis want ik moet 32 cm breedte overbruggen.  Ter hoogte van deze dwarsaandrijvingen zijn verstevigingen ingekleefd van houten balkjes, ter versteviging van de zijwanden.Zo zijn er 7 die eveneens dienst doen als steun voor roerservo en de vaartregelaars.

De hoofdaandrijving is een eenvoudige Speed 900 BB TORQUE, gevoed op 12V.  Verbruikt bijna niks en is beresterk.  De schroef is een koperen 3-blads Raboesch type 55 mm, rechtsdraaiend.  Ik kan, gezien de schroefashoogte, tot 70 mm gaan voor een schroef.  Da’s voor later.  Het plezierige aan deze boot is dat alles zo groot en stevig is.  Geen zorgen voor gewicht (liefst zo veel mogelijk) of fijne asjes (de schroefas meet 6 mm).  De motor is standaard ontstoort maar na de maidentrip bleek extra ontstoring toch aangewezen.  De motor sloeg soms op hol en ik kan U verzekeren dat dit maar een raar gevoel geeft bij zo een massa!  Het toerental van de motoren wordt geregeld door Conrad regelaars (2 van 25A voor de boeg- en hekschroef, 1 van 60A voor de hoofdmotor).  Kosten ook bijna niks, kijk maar eens op www.conrad.nl ! De ontvanger is een welgekende ACT 6-kanaals 40 MHz, die voor een schappelijk prijsje bij Albatros te koop is.

Lijkt allemaal simpel, die aandrijving.  Maar je hebt wel 15 meter Silicone draad nodig voor de vermogen bekabeling!

Tijd voor de dekken.  Deze steunen op balkjes die tegen de zijwand van de boot gekleefd zijn, over de ganse lengte.  De romp is namelijk voor ongeveer 70% van zijn lengte gewoon recht.  Dus de dekken voor de rechte stukken waren rap geflikt.  Maar een boot is nooit helemaal van voor tot achter recht, dus veel vijlen, slissen (en vloeken) voor het achter- en voordek.  Om te ontdekken dat tussen het voordek en hoofddek 7 mm spatie zit.  Op een echte boot lassen ze dit dicht, ik kleef dit dicht met een extra plankje, dat als versteviging wordt aangeprezen bij vervelende vragen van collega clubleden!

Stilaan moeten de voorbereidingen beginnen voor de achterbouw.  Goed bestuderen van het plan van Exmar; leidt als snel tot enkele eigen constructietekeningen, om dan te ontdekken dat de grootste plaat in polystyrol bij Albatros slechts 250 op 350 mm meet.  Hoe moet ik dan een boot bouwen van 175 op 32 cm?  Als je het basisplan van Exmar wat aanpast, lukt het wel.  De kajuit is opgebouwd uit 5 niveaus, zoals in het “echt”.  Tussen niveau 1 en 2 heb ik een 1,5 mm dikke plaat gebruikt, met wat openingen in voor de bekabeling van de verlichting.De schoorsteen staat op een achterdek dat niveau 3 is.  Dit is ook een plaat van 1,5 mm.  De zijwanden zijn van 0,75 mm kunststofplaat, de voorkant is 1 mm dik.  De raad indachtig van een ervaren clublid die alleen maar “dood” materiaal wil gebruiken, is dus de ganse achterbouw in kunststof.  Een voordeel is dat het vrij gemakkelijk te snijden is met een cutter, maar de keerzijde van de medaille is dat je soms wel eens uitschuift.  Alle raamopeningen zijn stuk voor stuk uitgesneden, na natuurlijk afgetekend te zijn, rekening houdend met het basisplan en de schaal van 1/100, die ik zo goed mogelijk wil aanhouden (de verdiepingen zijn dan zo’n 2,7 m hoog – zeelui zijn blijkbaar grote mensen).  Daar de ganse kajuit bijeengekleefd wordt (met Zap) voor het schilderen, moest ik dus alle raampjes inzetten op voorhand.  Een bruinkleurige plexiplaat dient als venster.  Na de ruwbouw van de ganse kajuit, zijn alle reten en openingen zo goed mogelijk dichtgeplamuurd en geslist.  De laddertjes tussen de verschillende niveaus zijn standaard stukken uit de cataloog van Graupner.  Goeie reddingsboten vond ik niet (even getwijfeld of ik geen Titanic logica zou volgen) maar uiteindelijk zijn het heel gewone roeiboten geworden.  Als het ooit misloopt, is dit nog altijd beter dan niets …

Het dak van de stuurhut is afneembaar, want bovenaan zitten bijna alle aansluitingen voor de verlichting en de radars.  Dit dak is met kunststofschroefjes vastgevezen in koperen buisjes, die op hun beurt vastgevezen en gekleefd zijn op de vloer van de stuurhut.  Op de echte boot staan bovenop het dak een woud van antennes, ik ben wat modester geweest, ik heb me beperkt tot 3.  Deze zijn uit 2 verschillende koperen staafjes gemaakt, een dik onderaan waartegen een dunner is gesoldeerd.  Geeft een mooi effect : je hebt een basis en daarboven een soepeler stuk dat de eigenlijke antenne voorstelt.  De aandrijving voor de radars heb ik ook bij Conrad gevonden.

De wanden van de kajuit zijn wit geschilderd, met Humbrol Enamel.  De vloer die zichtbaar is, is mat grijs.  De schoorsteen draagt fier het Exmar logo, gecopieerd van internet (www.exmar.be – een site die de moeite waard is!).  De kajuit is af, na hier en daar nog wat verstevigingen ingekleefd te hebben.  Kunststof weegt toch niet veel en is gemakkelijk bewerkbaar.

Het voorkasteel van de tanker (want ondertussen was al wel beslist dat het geen bulkcarrier zou worden – zoals in de beschrijving op de site van Dean’s) is eenvoudig gehouden, omdat ik nog niet zo heel veel ervaring heb.  Wat bolders, een paar winches voor de ankers en een metalen ketting die gezwart is (en hopelijk niet roest).  De voormast is uit koperen staafjes gesoldeerd en draagt het obligate licht.  Alle relingen op de boot zijn standaard bij Graupner te krijgen, ik heb geen andere gevonden die gemakkelijk beschikbaar waren.  En ze zelf maken is onbegonnen werk, want we spreken over 450 lopende cm.

Verlichting is een allegaartje van spanningen.  Zoals al gezegd, dit was plezant aan deze boot : je moet je hoofd niet breken over welke spanning te kiezen!  Alle courante spanningen zijn beschikbaar : 3V, 4.8V, 6V, 12V en eventuele combinaties …

Alhoewel dat de verlichting op 12V duidelijk sterker brandt dan de 3V lampjes.  Dus voor de volgende boot zal al de verlichting op 12V zijn.  Alle lampjes zijn van Robbe, te koop voor 27€ per tien.  Er zijn er 38 geïnstalleerd.  Ik heb meer dan 13 m kabeltjes gebruikt voor de verlichting, volgens het principe van een hoofdleiding met telkens aftakkingen naar ieder lampje.  De binnenverlichting zijn blauwe led buislampjes, ook gevonden bij Conrad – zo van die lampen voor onderaan de wagen uit de “The Fast and The Furious”.

Het schilderen van deze boot is ook een verhaal apart.  Het dek heeft 4 lagen gekregen, na eerst al het houtwerk met primer ingestreken te hebben.  Binnenin de romp heb ik het wit gelaten, het dek heeft een wijrode kleur gekregen, ik had dat eens gezien en gefotografeerd in de haven van Antwerpen.  Ook hiervoor is Humbrol Enamel gebruikt (een redelijk groot assortiment is hiervan te vinden in de Brico Mechelen Noord).  Na het dek helemaal afgeplakt te hebben (eerst een 15-tal dagen laten drogen), heb ik een kleur voor de romp gekozen.  Ik wou geen klassieke zwarte romp, dat zie je overal.  Daarom als basis onder de waterlijn voor kersenrood gekozen, en boven de waterlijn voor fel oranje.  Achteraf gezien is het resultaat geweldig goed meegevallen.  Dat oranje komt van TV : in de generiek van “Familie” vaart enkele 10den van een seconde een grote tanker voorbij, helemaal in het oranje!  Voor de romp heb ik na bespuiten met een grondverf, per kleur 3 spuitbussen gebruikt.  Iedere kleur vergde ruim 60 minuten spuiten.  Daar krijg je pijn in je vingers van.  Die verf is ook van Humbrol, Enamel in spuitbus.  Je moet wel de volgende laag binnen de 5 minuten spuiten, doe dat maar eens op een romp van 175 cm lang en onderaan 32 cm breed (het bodemvlak van deze boot is ongeveer 3680 cm² groot!).  Enfin, het resultaat valt mee, op enkele kleine spuitschaduwen na.  Alles heeft dan nog een hoogglans-vernislaag gekregen, een spuitbus van Motip, te krijgen in elke goede autohandel.  En kritisch moment is altijd het verwijderen van de afplakband (ik gebruik enkel Tamiya plakband, geeft geen randjes); is alles gelukt zonder uitlopen?  Oef, ja ….

Voor de glanslak heb ik de decalcomanies aangebracht die Kurt me ooit eens verkocht heeft en in feite van een model van Dean’s zijn.  Maar ze zijn best mooi!

Een tanker bestaat echter niet uit een achterbouw en wat motoren met kabels.  Het belangrijkste is wat tussen voor- en achterkant zit.  Op de beurs in Dortmund had ik in 2004 wel 30 foto’s genomen van een andere tanker die mooi uitgerust was met pijpen, buizen, platforms enz..   Ook het plan van de Chaconia laat aan de verbeelding weinig over : flink gedetailleerd, maar bouw dat maar eens na.  Tot ik op de jaarlijkse vergadering in het bootshuis een ander lid met een bouwplan van een Revell bouwdoos zag.  Een bouwdoos van een booreiland (North Cormaran), maar dan op schaal 1/200.  Toevallig was deze bouwdoos bij Albatros in de winkel te koop.  Voor 79€ had ik het beslag van mijn tanker.  Deze bouwdoos is super kompleet, ik heb in feite nog de helft over.  Alles bestaat uit modules, die naast en op elkaar moeten gezet worden.  Ik heb ze allemaal naast elkaar gezet en het resultaat is goed.  De kleuren steken fel af, alleen is het materiaal nogal fragiel.  Maar da’s meestal zo met onze bootjes.

Eindelijk de proefvaart!  Na voorzichtig passen in mijn wagen (de volgende auto wordt dus een break) naar Hofstade gereden.  Gelukkig is Yves altijd super behulpzaam en kan ik alle stukken (de boot bestaat uit 5 stukken plus de batterijen – en de zender natuurlijk) snel uitladen.

Voor je een meter kan varen, moet je echter de schroef onder water krijgen.  Nogal wiedes zul je denken, maar bij deze boot is alles zo een beetje anders – lees groter.  Normaal wil je zo weinig mogelijk gewicht meezeulen in je boot.  Ik had alle batterijen die ik thuis vond, en die ik van het alarmsysteem van de fabriek waar ik werk, gerecupereerd heb, bij om in de boot te leggen.  Joepie, de schroef was al voor 60% onder water.  En gelukkig nergens een lek, want thuis is in de badkuip testen ging niet – de boot was langer!

Maar 60% is nog niet genoeg : veel cavitatie en gebroebel, maar weinig snelheid en zeker geen goede stopkwaliteiten.  Wat geschooid bij collega’s voor batterijen (en zelfs achteraf mee naar huis genomen zonder het te “weten” – hé Simon) en de boot lag toch al wat lager.

Varen gaat fantastisch, ik kan iedereen zo een grote boot aanraden, maar niet allemaal hé, want dan is de vijver te klein.  Als hij mooi op de waterlijn ligt (waterlijn die van het plan van de Boelwerf komt), is hij heel stabiel en remt goed af.  Met boeg- en hekschroef krijg je deze boot in elk hoekje, als dat tenminste 175 cm groot is.  Als hij vaart, besef je wat een waterverplaatsing hij heeft.  De hoeveelheid water die vooraan opzij geduwd wordt, geeft zelfs een bult voor de boeg in het wateroppervlak.  Ik heb er 26 kilo batterijen in liggen, onder het moto van als je gewicht meezeult, zorg dan dat het onder vorm van energie is!  Weer een wijze raad van Simon.  Dit gewicht zorgt voor een druk van ongeveer 70 kg/m²!!  Dus zorg bij de bouw van zoiets dat alles super stevig is.  We spreken hier van bijna industriële krachten.

Ik ga nog zo een boot bouwen.  Aan een romp geraken, kan.  En het plezier dat je hebt van zo een varende badkuip, is immens.  Plannen genoeg, info genoeg op de website van Exmar.  Het zal nu een LNG tanker worden, de naam ken ik al (Excel).  Deze boot heeft nog geen naam, misschien “Flanders Harmony” ….

Met dank aan Simon en Kurt voor de goede raad en de ideeën, Hubert voor de batterijen en Yves voor de hulp bij het lossen en laden uit de wagen en het polieren van de romp.

Stefaan De Leebeeck