Verslag van een reis van Yves Weemaels 2de officier aan dek van de chemicaliëntanker Courcheville van de rederij Exmar. (www.exmar.be)
20 augustus 2003: we hebben een flauw windje maar een deining die onheil voorspelt. We waggelen op een misselijkmakende manier over de deining. We zitten nog niet in ‘t slecht weer, maar het zit zo ver niet meer. Nu moet ge weten dat we (met een paar dagen reserve) net genoeg fuel hebben om in Rio Grande (rivier in Brazilie) te geraken. Normaal hadden we 10 dagen ten anker moeten gaan bij Bahia Blanca(Argentinie). Laden van ammoniak om te lossen opnieuw in Mejillones (haven in Chili) . Onze charter wil natuurlijk geen geld verliezen om ons zo lang ten anker te laten liggen. Ze beslissen om ons een intermediaire reis te laten doen (tussen de soep en de patatten in). Maar het moet wel snel gaan om niet te laat terug in Mejillones te geraken. (Kunt ge nog volgen?). Hoe sneller hoe beter, zoals altijd. Nu ja, bij slecht weer moet ge nie meer op vol vermogen draaien anders vaart ge den bak aan diggelen. Maar toch zo lang mogelijk vol varen, pas als het niet meer gaat vertragen. Ok dit terzijde.
21 augustus 2003: middagpositie 43 graad 52 minuut Zuid, 075 graad 24 minuut West. Windsnelheid 40 knopen, 8 Beaufort. Het is 7 graden Celsius buiten. Tijdens de nacht is het harder beginnen blazen. We zijn zwaar aan het stampen. In overleg met "den ouwe" zijn de golven ongeveer 5 a 6 meter hoog. Aangezien we er op vol vooruit zijn ingevlogen krijgt ge in het begin wat klappen te verduren. Alles was vastgesjord. Soms ramt den boeg zich in een golf. Alles schud en rammelt. Yves is in zijn pollekes (lees handen) aan ‘t wrijven. Plezant, een beetje den boeg 15 a 20 meter omhoog en omlaag zien gaan. En niet zeeziek worden. Yves kan er nog niet vanover. Op een gegeven moment moet ge dan wel snelheid verminderen. Want ge zijt zo een beetje aan ‘t varen aan een alles-moet-kapot-snelheid. Net zo snel dat ge den boeg niet meer in een golfdal laat smakken, maar dat de golf den tijd heeft om de romp op te heffen (en dan weer naar beneden te laten vallen.) Op die manier zijn er twee brandblussers op de brug uit de muur gerukt (met vijzen en al). Ge kunt u de rommel al wel voorstellen. Af en toe ziet ge de voorste ventmast heen en weer wiebelen. Hopelijk slaat het verrekte ding niet over de zij. Het heeft namelijk geen verstaging???
22 augustus 2003: middagpositie 48 graad 39 minuut Zuid, 076 graad 09 minuut West. Windsnelheid geminderd naar 29 knopen, 7 Beaufort. We stampen niet zo hard meer, de deining blijft en het is 6 graden buiten. Af en toe zien we de Andes die mooi besneeuwd is. Zeer puntige bergtoppen. Beeld u hierbij de schuimslierten die van de golftoppen worden geblazen. Af en toe sneeuwt en regent het met af en toe verminderde zichtbaarheid. Als de zon erdoor komt hebt ge schitterende regenbogen, soms dubbele. De eerste Albatrossen komen ons vergezellen en vragen zich af hoe ge zo zot kunt zijn om op dat moment met da weer nog verder zuid te willen gaan. Das nogal een affront voor mij, ikke zot ... belange nie.
23 augustus 2003: middagpositie 53 graad 50 minuut Zuid, 074 graad 05 minuut West. Windsnelheid terug naar omhoog: 38 knopen, weer 8 Beaufort. Da is inderdaad niet overdreven veel. Maar de wind blaast wel over een zee waar niks van land uitsteekt. Een beetje zoals een Noordwesterstorm in De Noordzee. De grootste golven aan de Belgische kust. Hier is het ook zo een beetje. We zijn terug stevig aan het rollen. (we maken halen van 18 graden over beide kanten) Temperatuur: 3 graden Celcius (En ik had thuis op een terrasje kunnen zitten met een knap grietje in de ene hand en een pintje in de andere) Nu ja, ge moet iets doen om uwe kots (lees kost) te verdienen. De wind draait met ons mee. We krijgen de golven stuurboord in. Morgen wordt het pas leuk, dan gaan we de kust van Chili mee volgen en krijgen we de golven dwars. Weer eens in overleg met “den ouwe” zijn de golven tussen 8 tot 10 meter hoog. Af en toe ramt onzen boeg nog eens in een golf waardoor ge alles zowat naar voor ziet schuiven en er een groot gordijn van stuifwater over de boeg vliegt en over de rest van het dek wordt geblazen. Om de vijf minuten is de brug met zout besmeurd. We kunnen niet trager want anders moeten we op half gaan draaien en das ook weer nie goed voor het machien. (en hoe we dan hiervoor al hebben kunnen verminderen? Wel ge hebt Full Sea Speed en Full Manoeuvring Speed. Daartussen kunt ge makkelijk per omwenteling spelen met de snelheid. Eens vertraagt tot Full Manouevring Speed is de volgende stap Half Ahead. Maar dan hebt ge een slechte verbranding en da kunt ge beter nie te lang laten gebeuren. Zeker geen volle dagen.)
23 augustus 2003 om 21 uur EN 3 minuten ben ik erachter gekomen dat mijne frigo in mijn cabien ( hut voor de Nederlanders) niet vaststond. We maakten een haal (lees we rolden nogal fel) waardoor de blikjes tegen de deur schoven. De deur van de frigo vliegt open. Ineens licht in mijn cabien (Yves lag nog maar net in zijne nest -lees bed- en had zijn licht uitgedaan). Ik zie de blikjes uit de frigo vliegen met de glazen schappen erachteraan. De deur vliegt volledig open en dan valt de frigo zelf plat op zijn bakkes (lees voorgevel, of gezicht, zoals u wil). We hebben Amerikaanse blikjes cola en bier(waarvan de wanden veel dunner zijn dan de Europese). Twee blikjes met een gaatje in waaruit cola en bier uit komt gespoten, rollend in je cabien van de ene naar de andere kant. Kheb weer mogen kuisen.
A ja ik heb trouwens nog een anekdote. In mijn badkamer liggen kleine gele tegeltjes. Vroeger zullen ze ooit wel eens vastgelegen hebben. Nu had ik er een twintigtal die loslagen. Zeer vervelend want die blijven aan uw zolen plakken waardoor ge met tegeltjes onder uw voeten uw cabien binnenstapt. Dat moest maar eens gedaan zijn. Ik heb eerst alle tegels gechecked en de losse eruit gehaald. Laten drogen en dan een siliconenspuit gaan halen (lees gepikt) in het machien. En zo mijn tegeltjes terug vast gelegd. Maar da was in de periode dat we aan het rollen waren. Ik spuit wat siliconen en druk de tegeltjes erin. Uiteraard komt er een beetje spul vantussen de tegels. We maken nen haal (we rollen weer eens deftig) en Yves moet zich zien recht te houden. Hij zet natuurlijk zijne poot recht in de siliconen. En ik moest nog 12 tegels vastplakken. Bij die andere 12 is het dus nog twee keer gebeurd dat ik mij moest rechthouden en niet anders kon dan met mijn handen in de siliconen te gaan staan. Het zag er weer eens lief uit. Eigenlijk iets voor Mister Bean. Maar ja, probeert gij maar eens op een schip dat aan ‘t rollen en stampen is om den job deftig te doen. Ik had natuurlijk kunnen wachten tot het beter weer was maar ik was het zat met die tegels die aan mijn voeten bleven plakken. Maar nu liggen ze wel weer allemaal vast. En ik kan u vertellen dat meer als de helft al los lag toen ik aan boord kwam. Maar ik was aan het vertellen over het weer.
Die nacht hebben we het ergste te verduren gehad. We rolden tot 28 graden naar beide kanten. Ge moest zien da ge zelf nie op uw smoelwerk ging. Nu ja, ik kan toch niet lelijker worden dan dat ik al ben; bijgevolg: who cares. Het enige waar ik me wel zorgen over maakte was dat er iets los zou schieten wat brand zou veroorzaken. Dat is al eens gebeurd op een schip. Een gewicht dat loskwam en een fuelpijp raakte. Fuel overal en in de fik gevlogen. Als ge da voorhebt terwijl ge gelijk ne zot over en weer aan tgaan zijt. Dan zit ge pas in de patatjes. Dat was een case-study die in een boek over branden aan boord stond. Zeer interessant.
24 augustus 2003: eindelijk komt het er dan van: KAAP HOORN in zicht. Kheb mij diene zondag uit mijn bedje laten bellen om het te kunnen zien. Zeer mooi. We zijn er om 09:03 op 4 mijl van gepasseerd. De wind was aangewakkerd tot kracht 9 maar wonderwel veel minder deining. Weer verrekte koud: 2 graden boven nul.
En hoe zag het er nu uit: ewel kzal u da eens vertellen zie: met ne kracht negen in ‘t gat en de golftoppen die weg werden geblazen tot lange witte strepen. De zee was loodgrijs. De hemel meestal bewolkt met tinten van licht tot donkergrijs en toch nog wat blauw kwestie van ‘t geheel wat kleur te geven. Op den achtergrond Isla De Hornos waarvan de top en de rest met crème-fraiche(lees sneeuw) overspoten was. En om het geheel wat mysterieus te maken was er de zon die achter de wolken doorscheen en een licht over Kaap Hoorn wierp. Zeer mooi. Uiteraard zijn er foto's van gemaakt. Bij thuiskomst kunt ge ze zien. En zo zijn we van de Pacific naar den Atlantiek gevaren. In die week zijn we bijna geen enkel schip tegengekomen.
En dat was het ronden van Kaap Hoorn. Vanaf nu mag ik tegen de wind in pissen. Ik heb niet gezegd dat ik dat nu nog ga doen ook he, want ik zie jullie al denken.
De laatste anekdote die ik jullie zeker moet
vertellen is al wel een week of vier oud. We hebben twee Indische officieren
aan boord. Ik ben in feite den enige wachtlopende Belg. De nieuwe Indier die
er is bijgekomen heeft nogal ne gekke tik. Als ge hem iets vraagt en hij antwoordt
"ja", dan schudt hij van neen met zijne kop. Dat is een trekje dat
veel van die gasten hebben. Nu gebeurt hetvolgende: Indian
officer to Philipino chief cook: what's for dinner.
Chief cook to Indian officer: Hamburger. You like potatoes with it?
Den Indier schudt neen met zijn hoofdje en krijgt
een bord met rijst.
Indian officer to Chief cook: Why you give me rice, I asked for potatoes.
Chief cook to Indian officer: My friend, you said no for potatoes,
so you got rice. And now you will eat rice, bye bye.
En Yves stond erbij en keek ernaar. Ik was bijna
over de grond aan het rollen van het lachen. Maar voor de rest is ’t gene
slechte gast zene.
Yves