Lourmarin ligt aan het einde van het ravijn "Combe de Lourmarin", de enige doorgang door de "Petit Luberon" en het erosiewerk van de rivier de "Aigue Brun". Het dorp met zijn rijke geschiedenis ligt vredig op de zuidflank van de Luberon.
De smalle, kronkelige straatjes lopen in een spiraalvorm rond de rotsachtige uitloper "Castellas", waar vroeger het belfort, nu de "Tour de l'Horloge" staat.

Deze werd gebouwd op de grondvesten van het vroegere middeleeuws kasteel. Lourmarin is opgenomen in de lijst van de mooiste dorpen van Frankrijk.
De streek werd al in het Neolithicum bewoond en later door de Romeinen bezet.
Lourmarin werd voor de eerste keer vernoemd als "Luzmari" in 1075. De naam van het stadje veranderde in 1165 in "Lucemarino" en in 1189 in "Lourmarin". Sinds de 11e eeuw is het een belangrijk commercieel centrum.
In de 14e eeuw werden de inwoners door plunderingen en de pest verdreven tot het dorp en de omgeving bijna volledig onbewoond waren. Rond 1470 liet de landsheer van de streek, Fouquet d'Agoult, Waldenzers naar de streek komen om het dorp terug te bevolken.
De bezoeker zal geïmponeerd worden door de typische uitstraling van het dorp: het magnifieke belfort, fonteinen in verschillende stijlen, een mooi gerestaureerde Romaanse kerk, de protestantse tempel en verscheidene huizen uit de renaissance.
Juist buiten het dorp ligt het renaissancekasteel. Het oudste deel dateert uit de 15e eeuw. Het is te bezoeken.
2km buiten het dorp in de richting van Apt en Bonnieux, langs de D943 die door de Combe de Lourmarin loopt, ligt de "Pont à Coquille".
Dit bruggetje over de Aigue Brun heeft een zeer speciale constructie in de vorm van een schelp. De schelp rust op de grond en de waaier steekt boven de brug uit. Sommigen zien er een occulte symboliek in, en schrijven de versiering toe aan de Waldenzen. Anderen menen dat het een Romaanse brug uit de 12e of 13e eeuw is.

Op het kerkhof van Lourmarin liggen Albert Camus en Henri Bosco begraven.
Camus woonde sinds 1958 in Lourmarin. Na zijn dodelijk auto-ongeval in 1960 werd hij op de katholieke helft van het kerkhofje begraven. In 1957 kreeg Camus de Nobelprijs literatuur.
Henri Bosco bewoonde in Lourmarin het huis "Mas Théotime", waarover hij een van zijn meest geslaagde boeken schreef.
|