
Recente opgravingen tonen aan dat hier jagers leefden sinds het einde van het vroege Paleolitische tijdperk (150.000 jaar voor onze jaartelling).
In 1866 ontdekte Frédéric MISTRAL de Gorges de la Nesque en de wilde bijenkolonies van de Rocher du Cire (872m), waar hij de gouden honingraten verzamelde.
De belevenissen van zijn tocht naar de Rocher du Cire, staat beschreven in Calendal, vers 7.
Rechtover de Rocher du Cire, bij het uitzichtpunt van Castelleras staat een gedenksteen ter ere van Frédéric MISTRAL. Het belvédère ligt op 734m hoogte. Je kan naar beide kanten de kloof inkijken.
De Gorges eindigen bij het ravijn van Coste Chaude, waarna de Mont Ventoux steeds duidelijker in zicht komt.
|