Tamiza Kendo Kai
Berichten
PROFICIAT !!!

Onze sensei Raf Bernaars
behaalde zijn 6de Dan Kendo.

Hieronder zijn verslag :

Beste vrienden,

De opwinding van gisteren zal er nog een beetje inzitten, want ik ben veel te vroeg wakker om al te gaan ontbijten.

En om de tijd nuttig te gebruiken zal ik hierbij mijn ervaringen voor een zesde-dan-examen voor het nageslacht vastleggen (als dat tenminste niet te pretentieus overkomt).

Ik heb inderdaad al heel wat pogingen achter de rug en kan dus vergelijken wat ik ditmaal anders heb gedaan.

Het voornaamste verschil was dat ik ditmaal de organisatie volledig uit handen heb gegeven. En ik moet zeggen dat de Italianen prachtig gewerkt hebben. Ik had zelfs de indruk dat ze me wilden sparen: ik heb enkel de probleemgevallen moeten oplossen. Resultaat was dat ik volledig naar het grote moment heb kunnen toeleven in een ontspannen sfeer. 's Morgens nog een paar uur rustig op bed overdenken hoe een ideaal examen moest verlopen was nuttig. Ik had mezelf in dat ingebeelde scenario plaats "B" in de groep gegeven en als dat dan bleek uit te komen geeft dat nog een tikkeltje extra vertrouwen.

's Middags niet eten was ook de juiste keuze. Normaal was het examen van de hoogste graden gepland voor 14:30. Door het groot aantal deelnemers, ook aan het Iaido-examen 's morgens, is het uiteindelijk een uur later geworden, maar buiten een soort appelflauwte bij de voorbereiding heb ik daar tijdens het examen geen last van gehad. Integendeel: ik ben tijdens de tweemaal 1,5 à 2 minuten keiko nooit fysiek in de problemen gekomen.

De uitreiking van de nummers ging zoals gepland door om 12:30, voor alle Kendo-kandidaten. Dit betekent dat je nog drie uur te gaan hebt voor het zover is. Dat is lang. In de bijna lege zaal ernaast heb ik gekeken naar de opwarming van anderen. Van de twee Hongaren die het op die manier deden is de jongste geslaagd voor 6e Dan. En van de twee Zwitsers de oudste als enige voor 7e Dan (mijn oude kompaan van vele veldslagen, Rjuji Itoh, is wel jonger dan ik). Ook daar vind ik dat ik juist gekozen heb: met een natte keikogi nog enkele uren moeten wachten lijkt me niet gezond.

Wat wel had gekund was een serie kata. Ik heb me wel geconcentreerd op die van de Zwitsers. Om nog eens de overtuiging te hebben dat ik in alle twijfelgevallen de juiste manier toepaste. Als geheugensteuntje volgt hier het lijstje:
in de eerste kata pas gans op het einde (derde pasje) terug volledig in kamae-positie;
alleen in de tweede is de aanvangspositie vóór kote chika-ma: in alle andere blijven enkel de punten samen;
in de derde gebeurt de afweer aan beide kanten met shinogi, terwijl kensen naar de keel wijst;
in de vierde is groot (hoog) werken van groot belang, zowel voor de beide kamae als voor de uiteindelijke kaeshi;
voor de vijfde weten jullie al lang dat er pas gestopt wordt bij de zanshinpositie in jodan;
bij de zesde wordt de kamae pas verlaagd als poging tot het beheersen van de gedan die omhoogkomt; op het einde staat de linkervoet vóór;
aangezien de kata-lessen gegeven werden door Taguchi-sensei, de baas van het Kata-comité in Japan, die uitdrukkelijk gezegd heeft dat hij de laatste stand van zaken heeft uitgelegd, viel het mij op dat we voor de zevende terugkunnen naar de oude timing na de do-slag: pas wanneer de tegenstander omkijkt gaat men naar waki-positie;
ook bij de eerste kodachi ben ik gecorrigeerd naar mijn vroegere houding: hanmi-kamae met de punt lichtjes naar links; en ja Hans, de jodan-zanshin-positie wordt bereikt met een schuifpas (niet met ayumi-ashi);
wat mij opviel bij de negende is dat er bij zanshin geen verplaatsing meer is: de arm van de tegenstander wordt van boven naar de elleboog toe vastgegrepen en de rechterhand dreigt vanuit de heup;
dat bij de tiende alles met suri-techniek wordt uitgevoerd wisten we al (suri-age, suri-otoshi, ook eventjes glijden naar de punt toe vooraleer de glijbeweging naar de tsuba wordt ingezet); de do wordt met de linkervoet voor gegeven.

De laatste uren heb ik verder nog rond de zaal gewandeld en de mooie natuur in Sportilia kunnen bewonderen. Het sportcentrum, oorspronkelijk gebouwd voor de wereldkampioenschappen voetbal, is hoog gelegen in een uitloper van de Apenijnen in de streek Emilia Romagna. Het is qua voorzieingen en service een klasse hoger dan ADEPS en zelfs Papendal.

Na de kata van de vierde en vijfde dan was er dan nog 10 minuten pauze vooraleer de 18 kandidaten voor zesde aan de slag konden. De volledig Japans/Koreaanse jury bleek vrij streng te zijn: er waren telkens maar vier geslaagden uit de twee vorige groepen van minstens zestien deelnemers.

In groepen van vier en drie had ik het nummer B604. In tegenstelling tot wat was aangekondigd voor een groep van drie steekt B wel het terrein over voor de keiko met C.

Mijjn grootste ongerustheid vooraf waren de sonkyo bewegingen. Alleen daarvoor had ik mijn zwakke punten, de knieën, opgewarmd. En via concentratie op de tegnstanders zijn ze vier keer perfect verlopen.

Het eerste gevecht verliep ideaal. Mijnheer Leplat uit Frankrijk was vrij groot, maar toch ben ik er in geslaagd, na de nodige kiai en voorbereidend zoekwerk, een pracht van een tobi-komi-men vanop grote afstand te lanceren. En zoals Jean-Pierre Raick me al enkele keren had ingeprent, in debana op kote. Die glijdt dan toch gewoon af en de men zat goed. Volgens de commentaren achteraf heb ik dan voort mezelf goed in hand gehouden en zonder ongeduldig te worden zelf nog een goede debana-kote gemaakt. Dit kan wel wanneer de tegenstander zijn kleine men maakt zonder de punt constant naar voor te laten bewegen: dan is de kote op een bepaald moment bewegingsloos en de droge tik zegt dan genoeg. Kortom, felicitaties van de Taguchi persoonlijk: ik had zeer goed mijn best gedaan (yoku gambarimaschta-ne!).

Voor het tweede gevecht, ook tegen een Zuidfranse tegenstander, Mohatta, die op dezelfde dag geboren is als ik (het toeval kan ver gaan), had ik me ingeprent om de goed verlopen keiko tegen Taguchi-sensei van twee dagen tevoren te herhalen. Ze hadden beide ongeveer dezelfde grootte. Volgens JPR ben ik nooit in de problemen gekomen met mijn organisatie en de men-slagen, die nu wel gecounterd werden met weliswaar te dichte kaeshi-do, waren iets minder overtuigend dan die allereerste. Maar de kiai en de kamae zullen wel in orde geweest zijn, dacht ik.

Op dat vlak was de vergelijking met Patrick Vigneau duidelijk. Die krijgt dezelfde adviezen en heeft ze ook trachten uit te voeren, dat zag je. Hij is er in geslaagd om in elke gevecht een mooie men te maken. Maar wat hij fysiek aan voordelen heeft heeft hij nog te kort aan mentaliteit: de overtuiging in de slagen is minstens even belangrijk. Tenslotte moet je tegenstander er aan. Niet minder, en meer kan niet.

Als ook de 7-Dan achter de rug waren, werd er opvallend weinig commentaar gegeven. Donatella Castelli vond de wachtperiode na de keiko de beste tijd, vóór de uitslag. Ik reageerde door te zeggen dat ze dan nog maar dikwijls opnieuw hetzelfde examen moest afleggen. Maar ze bleek ook geslaagd te zijn, al vond ik haar keiko niet echt overtuigend. Maar ook bij de Spaanse Olga Martin had ik enkele jaren geleden dat gevoel gehad. Er zullen voor vrouwen dus wel andere criteria gelden.

Toen Mario Petri met het uitslagpapier afkwam waren er vrij veel gelukkige reacties: de Spanjaarden waren blij dat Hiruma het gehaald had en ook de Italianen hadden o.a. met Murata een gelukkige: hij had gans het weekend getolkt en blijkbaar toch voldoende energieoverschot om te slagen. Uiteindelijk ben ik dan ook maar gaan kijken en na tweemaal vergelijken met mijn zekken bleek dat ik me mocht gaan voorbereiden op de kata. Aan de shidachi-zijde. Ook dat had ik me van tevoren zo voorgesteld. Het scenario klopte dus nog.

Om de namiddag helemaal goed af te sluiten bleek dat ik de kata kon doen met Hiruma, waarmee ik op ongeveer dezelfde plaats de dag voordien de volledige serie geoefend had. En ik had dan innerlijk, en met wat schaamtegevoel, toegegeven dat hij beter was dan ik. Hij was het dus die de kodachi met de linkerhand naast de gebogen knie met de snede naar zichzelf gericht mocht afleggen. Ik mocht gewoon doen, aan de rechterkant, ook weg van shomen-zijde.

Alle technieken verliepen vlot. Bij het begin van de vijfde had ik even een concentratieprobleem, maar daar heeft Hiruma (en de beide buren) me door geholpen. Ik denk niet dat iemand iets gemerkt heeft. Maar ik blijf erbij dat we, liefst zelfs per training, minstens éénmaal de katareeks moeten blijven doen. In ideale omstandigheden niet meer om ze te leren, maar als correctie van eventuele kendo-gebreken, en vooral als concentratieoefening. Nog beter dan mokusô. En als iedereen zou kennen, nemen ze tenslotte toch maar vijf minuutjes van de trainingstijd in beslag.

Naderhand kwamen de felicitaties. Prettig natuurlijk. Patrick Vigneau, die momenteel onder zijn kussen moeite doet om niet wakker te worden, bleek niet geslaagd, evenmin als François Boucq, ook van Lille. JPR was echt tevreden over de opbouw van de beide keiko. Alain Ducarme vond het een versterking van de EKF Board of Officers. Moretti, de technisch directeur van Italia, zelf geslaagd voor zesde Dan Iaido, maar niet voor 7de Kendo, gaf me een welgemeend bravo, met de klemtoon vooraan in het Italiaans.

Ook dat is trouwens een bewijs dat je niet alles samen kan doen. Ik heb de voorbije dagen het Iaido gelaten voor wat het was. Om de uren te vullen ben ik enkel een tijdje gaan kijken naar het examen. Toevallig (?) heb ik de voorbereiding van en de uitvoering door de kandidaat derde dan gevolgd. Mijn oordeel bleek overeen te stemmen met de uiteindelijke uitslag. Dat geeft hoop.

Als besluit, want ondertussen wordt het wel stilaan tijd voor de douche en het ontbijt, nog het volgende: ik had vlak voor het examen even een dipje in het vertrouwen, maar dat ben ik doorgekomen door het "merde" gevoel van de theatermakers: klinkt het niet dan botst het wel, maar ik ga me volledig geven. En dat heb ik gedaan: de keikogi was wel degelijk nat na die enkele minuten.

Om het Italiaans te houden moet je misschien ook het volgende weten: ik leerde van mevrouw Zago dat om elkaar geluk te wensen je op de opening 'en la bocca de lupo' (in de muil van de wolf) je als antwoord 'crepi' moet geven. Waar het op slaat weet ik niet. Maar het staat als een paal boven water dat alle omstandigheden moeten meezitten om te slagen op dit niveau. Het komt er dan ook op aan om ze vooraf zoveel mogelijk naar je eigen hand te zetten. En dan te wachten tot de puzzelstukjes in elkaar passen.

Prettig natuurlijk als het ook lukt. En dat zullen we vieren, al weet ik nog niet hoe.

Tot dan!

Raf BERNAERS,
Voorzitter Tamiza Kendo Kai.