Sotavento , Centro Litoral , Barlavento , Sagres .
Het strandleven in de Algarve werd nog maar nauwelijks drie decennia geleden
door toeristen ontdekt. Dat zou kunnen verklaren waarom er nog altijd een
verschil bestaat tussen die (delen van) stranden die voornamelijk door
Portugezen worden bezocht en die waar de toeristen de meerderheid vormen. Het
direct voor het dorpje gelegen strand en rondom de vissersboten is nog altijd en
vooral het territorium van Portugese families. Zij kleden op de zon, waar
buitenlanders zich voornamelijk ontkleden en het dragen van een (liefst zwarte)
hoed is er nog bijna even gebruikelijk als het bekleden van ledematen.
Buiten de strandjes vertonen zich ook Portugese vrouwen in bikini, zij het
dan het eendelige badpak een sterke voorkeur heeft. Behalve op toeristische
stranden wordt in Portugal nauwelijks "topless" in de zon
gelegen. Naaktstranden zijn formeel niet aanwezig, alleen op enkele afgelegen
strandjes of stranddelen wordt dit oogluikend toegestaan.
"Boeren uit de omstreken", aldus de schrijver Manuel de Fonseca,
‘vinden we in groepjes bij de vissersboten. De serieuze mannen staren naar
zee. Anderen gaan de "Engelse vrouwen" bekijken, waarmee ze het
verzamelde buitenlandse vrouwelijk schoon bedoelen’. Vooral op zondagen kunnen
we nog wel eens een bus tegenkomen met landlieden uit de Alentejo die een dagje
strand komen vieren, met hun traditionele zwarte hoeden en zwarte kleding
waarvan hoogstens de eerste laag uit gaat. Hun huidskleur is dan ook een stuk
natuurlijker dan die van os bifes zoals de buitenlanders ook nog vaak
worden bijgenaamd. Die stellen zich immers op het heetst van de dag aan de zon
bloot en vertonen dan ‘s avonds de kleur van het door hen bij voorkeur gegeten
vlees. Want de middagzon in de zomer is heet en gevaarlijk en geen weldenkende
Portugees zal zich eraan blootstellen. Bovendien het dat het uur van de almoço
en ook die is voor hen heilig. Maar eigenwijs als wij noordelingen zijn komen we
keer op keer als geroosterde kreeften terug, vergezeld van medelijdende blikken
van autochtonen die wat lachend mompelen over coitadinha de lagosta,
die arme kreeftjes toch.
Bij de onderstaan,de keuze uit de honderden stranden en strandjes van de
Algarve volg ik de gebruikelijke indeling van het oostelijk deel, Sotavento,
van de Spaanse grens tot Tavira, Centro Litoral van Tavira
tot Albufeira en Barlavento, westelijk van Albufeira,
waarbij de stranden noordelijk van Sagres een speciale plaats innemen.
Sotavento:
"aan de lijzijde", dat wil zeggen ‘van de
(westen)wind afgekeerd’.
De zich kilometers lang uitstrekkende zandstranden van dit gebied krijgen
vanuit het noorden enige bescherming tegen de koelere winden door een lage
bergrug. Behalve op een paar plaatsen trekken deze stranden nog weinig toeristen
en zijn ze vooral in trek bij de Portugezen.
Praia do Alemão:
is de naam van het uiterst rustige strandgebied tussen Vila
Real de Santo António en Monto Gordo (met de bus vanuit de eerste
stad bereikbaar):
enkele strandtentjes, bewaking en windsurfmogelijkheden. Jong
publiek met veel Portugezen en Spanjaarden en veel minder Duitsers dan de naam
zou doen veronderstellen.
Monto Gordo:
is een kosmopolitisch toeristenoord (een van de drie casino’s
in de Algarve bevindt zich hier) omgebouwd vissersdorp aan een van de breedste
stranden van Europa, dat alleen in de directe omgeving druk bezet is (na een
niet al te lange strandwandeling zie u nauwelijks meer mensen). Aan het strand
en keur van eethuisjes, bewaking, surfplanken- en zeilbootverhuur. In het
seizoen een vooral door Duitsers en Nederlanders bezochte luxebadplaats.
Praia Verde:
heeft een klein toeristisch complex met camping,
openluchtbioscoop en restaurants. Bewaking en windsurfmogelijkheden. Het enorme
strand is een van de grote vangplaatsen van schelpdiertjes, uit het zand omhoog
gehaald door vissers die met lange sleepnetten (een soort garnalennetten) de
kustlijn afploegen. Portugese strandgangers zijn ook hier in de minderheid.
Alagoa en Manta Rota zijn twee buurstranden voor de oude dorpjes
Altura en Manta Rota, van oudsher badplaatsen voor Portugezen en een
traditioneel strandleven. De laatste jaren verschenen goede en betere eethuisjes
aan het strand, en zijn windsirf- en zeilmogelijkheden (vooral Manta Rota) en op
delen van het strand is bewaking.
Voor Cacela treffen we het eerste van een reeks natuurlijke eilanden
voor de kust dat inmiddels gedeeltelijk tot beschermd natuurgebied, Rio
Formosa, is verklaard. Het tussen de kust en de eilanden bij eb soms vrijwel
droogvallende gebied vormt een belangrijke broedplaats voor vogels en is de
kraamkamer voor vele dieren, waaronder schaal- en schelpdieren. Meestal kunt u
met bootjes naar de eilanden worden overgezet en vaak zijn daar eenvoudige
voorzieningen als strandtentjes en windsurfmogelijkheden. Bewaking is er
inmiddels op de meeste stranden op bepaalde, afgebakende gedeelten. De eilanden
worden voornamelijk door Portugezen bezocht, mede omdat de accommodatie in de
directe omgeving nog betrekkelijk gering voorhanden is.
Voor Cabanas is hetzelfde langgerekte eiland eveneens per
vissersbootje bereikbaar. Met laagwater is de geul tevens doorwaadbaar, maar bij
afnemend en opkomend tij kan in die geul een soms vrij sterke en gevaarlijke
stroming ontstaan. Op het eiland verscheen kort geleden een eenvoudig
strandtentje en een surfplankenverhuurder, doch het blijft een oase van stilte
en - als men een paar honderd meter loopt- van eenzaamheid. Eethuisjes en enkele
pensionnetjes vindt men slecht in het dorp zelf. Jong publiek en vel Portugezen.
Centro Litoral:
Dit gebied wordt in het noorden afgeschermd tegen de koudere winden door de
Serra da Caldeirão en in het zuiden door de voor de kust liggende eilanden. Het
gebied heeft hierdoor een warm, soms zelfs bijna tropisch klimaat met rijke
vegetatie. Een gebied met tot Faro schier eindeloze zandstranden,
westelijk van de stad krijgen de stranden beschutting van grotere baaien. Vooral
ten westen van Faro heeft het toerisme zijn slag geslagen en daarom
kennen alle stranden hier een meer of minder groot scala van voorzieningen, van
kleinere strandtentjes tot goede restaurants, al dan niet op het strand
gesitueerd. Daar vinden we ook de infrastructuur van tennisbanen, golflinks, een
casino (Vilamoura), een grote jachthaven (Vilamoura) en complexen van huisjes en
appartementen, meest in laagbouw. Oostelijk van Faro heerst echter mog de
stilte van verlaten eilanden.
Het Ilha de Tavira is vanaf Aguas per veerboot of vissersbootje
te bereiken: vanuit het centrum van de stad gaat een bus naar de tussen de saleiras
(zoutbekkens) en de vroegere tonijnverwerkings-fabriek gelegen aanlegplaats. Op
het voor de stad gelegen deel van het eiland zijn strandtentjes, bewaking,
windsurf en evenals in Pedras d’El Rei kan men er soms op de waterski over
golven zoeven.
Praia de Santa Luzia:
heeft al wel iets aan het toerisme geroken, maar ook
hier kunnen we slechts met een roeibootje het eilandstrand bereiken, alwaar de
weinige voorzieningen te vinden zijn.
Praia d’El Rei:
is een van de oudste aldeias turisticas en een
complex van in het weelderig begroeide landschap verscholen minibungalows met
zwembaden, tennisbanen, minigolf en men kan er zelfs paarden huren. Het strand
op het eiland voor de kust (loopbrug) is comfortabel bereikbaar met een
minitreintje en kent een restaurant met ruim terras, kleed- en doucheruimten en
zelfs winkeltjes. Windsurf, zeilbootjes en bewaking. De plaats trekt nogal wat
Franse toeristen, maar Portugezen zijn ook ruimschoots vertegenwoordigd.
Het eiland oplopend in westelijke richting komt men pas voor Barril en
Luz da Tavira weer strandvoorzieningen tegen en ook hier bestaan
vissersveerdiensten naar de kust. Nog weer een paar kilometer maagdelijk strand
verder komt men bij de strandtentjes, bewaking en surfplakenverhuur van Fuzeta.
Hier houdt het eiland op en kan men via de inmiddels bekende vissersveerdienst
het dorpje bereiken.
Hoewel ongeoorloofd, wordt ook op het strand wel geslapen, maar dan zonder
tentjes (evenals dat het geval is op alle eilanden, van Cacela tot Praia
de Faro).
Voor Olhão liggen de eilanden Ilha da Armona en Ilha de
Calatra en daarheen gaat in het seizoen een heuse veerboot (‘s winters
moet u het met vissers doen). De boot ligt aan de boulevard bij de Jardin,
waar ook de kleinere bootjes buiten het seizoen liggen te dobberen. Met de
kleine strandtentjes, bewaking en windsurf blijven het vooralsnog stranden voor
de jongere stiltezoekers. Voorts zijn het vermelden waard de eenzame stranden
van Farol en het Ilha da Barreta. Er vertrekken bootjes voor deze
vluchtplaatsjes van de boulevard van Olhão.
Een van de langste eilanden voor de kust is dat waarop het Praia de Faro is te vinden. Te bereiken via een brug over een binnenmeertje, waar onder andere op aal wordt gevist. Het ligt op een afstand van 3 kilometer van het vliegveld, waardoor de grote kisten soms wel op strand lijken te landen. Vanaf het op circa 8 kilometer gelegen Faro rijdt een bus, terwijl de andere kant van het eiland per boot kan worden bereikt. Aan de kustrand staat een lange rij (illegale) zomerhuisjes. Over de afbraak hiervan is men alweer jaren bezig, maar inmiddels heeft een aantal een gedaantewisseling in steen ondergaan. Het eiland heeft een grote camping, pensionnetjes, restaurants en andere voorzieningen. Het is er levendig, met jong publiek en veel Portugezen in de zomerhuisjes, die ook wel aan vakantiegangers worden verhuurd. Loopt men het strand in een van beide richtingen wat af dan is men er vrijwel alleen.
Direct westelijk van Praia de Faro begin het Praia do Ancão, overlopend in het Praia do Garrão en daarmee de eerste luxe toeristencomplexen, bungalowdorpjes met hier en daar wat hoogbouw, en ieder complex heeft wel één of meer zwembaden, golfterreinen en andere luxevoorzieningen. De stranden zijn beter ingericht maar tussen de fancy strandtenten vindt men er nog wel enkele eenvoudiger snit en bediening.
De vallei van het riviertje de Lobo is de plaats voor grote en luxe aldeias turisticas als Quinta da Lago en Vale do Lobo, een van de vele timesharingprojecten van ‘standing’, en de voorzieningen zijn hier dan ook navenant, ook al is een deel van het prachtige terrein voorlopig nog voor een reeks van jaren een zandwoestijn van wegen, voorzieningen en huizen in aanbouw. De vroeger zo wilde natuur wordt kaalgeschoren en in een met holes voorziene golvende baan omgetoverd. Niet iets om echt vrolijk van te worden, maar kenelijk zitten de meeste toeristen liever in gladde en luxueus uitgevoerde, door stoppelige gazons omgeven, kunstmatige aangelegde tuinen van Eden dan in de schilderachtige, maar wat wrakke, door onkruid en bloemen omgeven, maar niet altijd geheel lekvrije optrekjes van de oorspronkelijke bewoners. En die kunnen we zelfs nog wel tegenkomen op het slecht bereikbare en daardoor stille Praia de Trafal.
Het eerste echte dorp is Quarteira met een mooi klein vissersstrand. Hier zijn ook weer, mede door de forse en rijke bewoning in de omgeving, alle voorzieningen binnen handbereik. In het seizoen is het er flink druk met toeristen en het strand is volgepakt.
Vilamoura
:
oorspronkelijk eveneens een Moors gehuchtje, is uitgegroeid
tot het grootste complex in de Algarve en het strekt zich uit over vele
vierkante kilometers. De enorme, volgeladen nieuwe jachthaven biedt plaats aan
1.000 kleinere maar vooral grotere jachten, er zijn diverse vijfsterrenhotels,
een casino en overigens alle mogelijke en onmogelijke vakantiegeneugten. Het
complex kent vele nederzettingen, aldeias turisticas, die voor het
grootste deel in timeshare zijn verkocht, golflinks, tennisbanen, zwembaden,
maneges en series restaurants in alle soorten en maten.
Richting Albufeira stuiten we vervolgens op het Praia das Açoteias en het mooiere Praia da Falésia. De eerste rotsformaties geven hier de stranden al een wat beslotener karakter. Aan strand- en andere voorzieningen geen gebrek.
Beeldschoon zijn met name Olhos de Agua, Praia de Balaia, het lieflijke Praia Maria Luisa en Praia da Oura, waarvan het eerste een reeks zeer kleine strandjes (tweeëntachtig zeggen sommigen) rond het oude dorpje heeft en de andere twee ruimer tussen de grote in zee uitstekende rotsen liggen.
Van Albufeira, het nog immer pittoreske dorpje, en vooral van de stranden is de lof in vele talen bezongen. Het strand is in tweeën verdeeld door een rotsformatie waarop de oude stad is gebouwd: het centrale deel, bereikbaar door een in de rots uitgehakte tunnel, en het Praia dos Barcos waar de veelkleurige vissersbootjes het strand worden opgetrokken. Alle voorzieningen zijn vanzelfsprekend aanwezig.
Barlavento:
"aan de loefzijde" dit wil zeggen ‘naar de wind
gekeerd’.
Westelijk van de baai van Albufeira wordt de kust rotsiger en door de
vrij zachte steensoort heeft de zee er op vele plaatsen soms zelfs hele zalen in
doen uitslijten. Een paar daarvan zijn per bootje te bezoeken. Doe dat niet
zonder gids, want kennis van de stromingen en de getijen is een voorwaarde om er
zonder kleerscheuren of erger vandaan te komen. Richting Sagres wordt het
klimaat langzaam aan Atlantischer en op sommige plaatsen kan de zee door
plotselinge diepe geulen een aantal graden kouder zijn. Tot Lagos vindt
men een groot aantal stranden die tot de schilderachtigste van het land behoren
en alle hebben meer of minder voorzieningen.
Praia da Baleeira (‘strand van de walvis’), Praia da Coelha (‘strand van het konijn’), Praia São Rafaël, Praia do Castelo (‘strand van de burcht’) en Praia do Galé (‘strand van de galeeën’), vanuit Albufeira slecht met eigen vervoer te bereiken, zijn kleine paradijsjes, met een strandtentje en in Galé zelfs een surfplanken verhuurder, met voornamelijk Portugees publiek. Achter Galé is inmiddels een complex van appartementen en bungalows verrezen en het publiek is er duidelijk internationaler door geworden. De sfeer is er echter nog vrij traditioneel.
Armação de Pêra ligt in het centrum van een vrij grote baai met een zeer lang strand, van Praia do Galé tot Praia das Gaivotas en het romantische Praia dos Beijinhos. Dit sterk groeiende kosmopolitische stadje, met een flink vissersstrand en zelfs wat visindustrie, heeft inmiddels alle voorzieningen gekregen. Het publiek is er vrij jong, het is van oudsher de badplaats van de Lissabonse intellectuelen en de Engels component is al sterk (die zal richting Lagos alleen nog maar toenemen). Heel fraai is Senhora da Rocha, met een aantal kleinere stranden tussen de grote rotsformaties, met op de meest vooruitstekende een Romaans kerkje van dezelfde naam. Het mooiste strandje is echter bijna privé-strand van een op de rotsen gebouwd luxecomplex.
Stil besloten wachten ons de fraaie stranden van Marinha, Barranquinho, Albandeira, Barranco en het lieflijke mini-strandje van Benagil. Weinig voorzieningen. Vóór het nu luxueuze vissersplaatsje Carvoeiro, waar het oorspronkelijke hoefijzervormige strandhaventje tot een badstrandje is omgebouwd (alle voorzieningen), komen we nog langs Praia do Varvalho en Algar Seco, beeldschone, enigzins besloten stranden met de benodigde voorzieningen.
Richting Ferragudo komen we aan een langgerekt strand, Praia Grande, dat voor dit gebied verlaten en eenvoudig ingericht is en wellicht is de camping hier een van de oorzaken dat het publiek een duidelijk andere signatuur heeft en andere verwachtingen van het strandleven.
Op 3 kilometer van Portimão, kustwaarts, ligt Praia da Rocha, een van de oudste badplaatsen van Algarve, met voor Portugezen in nostalgische zin het mooiste strand. Vanaf de riviermonding strekt het brede strand zich uit tot Torralta, met tussen uitstekende rotsen stranden als Praia do Vau, Três Irmãos (beide traditionele familiestranden) en Alvor, alle voorzien van strandtentjes, bewaking, windsurf- en andere mogelijkheden.
Aan de oostzijde van Lagos ligt het lange zandstrand Meia Praia met een van de twee camping die Lagos rijk is. Een eenvoudig doch goed ingericht strand met de nodige voorzieningen. Tegen de uitstekende rots ligt een aantal vrij lange trappen te bereiken ministrandjes, waarvan het verscholen en idyllische Praia D’Ana bekend staat als waarschijnlijk het meest gefotografeerde van heel Portugal. Alleen de strandtentjes, want voor andere voorzieningen is er geen plaats.
Om de punt heen, nabij de tweede camping ligt het ruime Porto de Mós met strandtentjes, bewaking en windsurfvoorzieningen. Iets toeristischer is wellicht Praia de Luz, maar Burgau is weer een oud vissersplaatsje met zelfs een haventje.
Boca do Rio is een vergeten kustplaatsje waar de ruïnes nog van andere tijden spreken, terwijl in het schilderachtige Salema wat alternatieve buitenlanders een vaster verblijf hebben opgezet, iets waar overigens ook de stranden van Cabanas Velhas, Almadena en Zavial kennelijk toe hebben uitgenodigd. Al deze strandjes zijn weliswaar vanuit Lagos per bus te bereiken, mar een auto is hier toch wel sterk aan te raden. De kustlijn stijgt direkt bij zee en de weg ernaartoe is dan ook voorzien van vele uit- en vergezichten. Rond Lagos zijn de vele uitgesleten grotten in de kust per bootje te bezichtigen.
Vóór Sagres komen we dan nog langs de relatief verlaten stranden van Igrejinha en Martinhal, met simpele voorzieningen, met gemakkelijk te bereiken en de kleine schoonheidjes van Foz de Banaçoitão, Barranco en João Vaz.
Rond Sagres liggen de stranden Baleeira (het tweede van die naam, betekent ‘walvis’),Mareta en Beliche, mooi en beschut door de enorme tot 70 meter hoge rotsen aan het einde van de wereld. Een strandtentje, maar de zee is hier al te gevaarlijk voor windsurfen of andere luxe genoegens. Vooral een wandeling van en naar de verschillende stranden is een belevenis. Maar door de jeugdherberg op de Ponte de Sagres vindt men er een overwegend jong en trekkend publiek. Het waait veel en soms hard en de golfslag is er hoger dan bij alle tot nu toe genoemde stranden.
De kusten ten noorden van de Cabo de São Vicente zijn van een andere orde en de stranden hier voor de liefhebbers van woeste natuur. Golven van 3 meter en hoger zijn er geen zeldzaamheid en maken het mogelijk er te surfen. De Atlantische Oceaan rolt hier op een aantal middelgrote tussen rotsformaties verscholen stranden. Majestueus, en behalve een strandtentje hier, een camping daar en een winkeltje nog weer ergens anders zijn de stranden van Telheiro, Ponta Ruiva, Aguia, Castelejo, Barriga, Amado, Carrapateira, Bordeira, Canal en zelfs Arrifana en Monte Clérigo van een absolute verlatenheid. De betrekkelijke ontoegangkelijkheid, slecht via onverharde wegen van vaak kilometers lang, zijn daar zeker debet aan. Maar het is een ervaring en in de enkele strandtentjes is het goed genieten van de ter plaatse, soms met levensgevaar gezochte percebes (een als plant uitziende mossel) of een van de meer dan 200 hier zwemmende vissoorten.
Odeseixe ten slotte, het noordelijkste strand van de Algarve paart dezelfde grootsheid van rotsformaties aan een lieflijke rivierdelta. Aan het strand, te bereiken via een weggetje van ook enkele kilometers is een minicamping en staan zelfs een paar strandtentjes om de enkele bezoekers te gerieven.
Vanzelfsprekend is de lijst hiermee niet uitgeput en zijn er verscholen tussen de andere nog vele strandjes te ontdekken. Sommige zijn alleen via geitepaadjes te bereiken na een soms moeizame afdaling en straks een nog moeizamer klim, andere zijn alleen via het water en weer andere zijn slecht bij laag water te betreden. Voorzieningen zijn hier duidelijk niet, het genot ligt juist in het bezoek van zo’n twee- of weinigpersoons strandje. Vaak zijn ze enig levensgevaar of slecht via privé-weggetjes te bereiken. Het is verstandig om in het laatste geval in uw allervriendelijkste humeur en heel voorzichtig contact met de eigenaar op te nemen (dat kan in enkele gevallen in de plaatselijke tasca).