Een
gedeelte van de vallei van Göreme, wat tegenwoordig een openluchtmuseum is, was
in vroegere tijden bewoond door een religieuze gemeenschap. In deze
rotsmassa’s werden door de monniken christelijke kerken verwezenlijkt. De
stichter van de gemeenschap was Sint Basilius bisschop van Caesarea, die
deze kleine kloostergemeenschappen oprichtte om zich terug te trekken, te
ontkomen aan de strekking van die tijd die vooral gericht was op grotere
gemeenschappen of op een eenzaam kluizenaars bestaan.
Door
het bewerken van de grote tufstenen monolieten met een techniek die de
eenvoudige zachte rotssteen exploiteert, werden een groot aantal kerken
verkregen – volgens een plaatselijke traditie zouden er vroeger 365 kerken
hebben bestaan, één voor elke dag van het jaar – waarvan er nog een
dertigtal voor het publiek zijn geopend. Maar bijna alle nog bewaarde kerken wan
Göreme werden na 850 gehouwen, zij werden in de daaropvolgende eeuwen
gedecoreerd met wandschilderingen in een stijl die, hoewel geďnspireerd op
bestaande werken uit de hoofdstad, toch een buitengewone eenvoud uitdrukt.
De
architectonische decoratie is vaak uitzonderlijk mooi. De schilderkundige
ornamentiek werd uitgevoerd door kunstschilders in opdracht van plaatselijke
notabelen. Op verschillende inscripties – hier en daar voorzien van portretten
– zijn de namen van de kunstenaars en van zijn financiers te zien; historisch
en iconografisch onderzoek hebben bewezen dat de opdrachtgevers grotendeels
plattelandsnotabelen waren die soms verenigd waren in een “trust” om de
meest kostbare werken te kunnen financieren.
De
schitterende kleurschakeringen zijn na zo lange tijd goed bewaard gebleven door
de waterdichtheid van de tufsteen en de binnentemperatuur die nauwelijks
onderhevig was aan klimatologische invloeden.
De zogenaamde Karanlik kilise of “Donkere kerk”, was eigelijk een kloostercomplex. Evenals de andere constructies van Göreme die gebedsoorden voor de monniken waren, werd ook de Donkere kerk in de 9de eeuw gerealiseerd door toedoen van tenminste vier mecenassen zoals is te zien in de wandschilderingen. De grote rotsmassa waarin de verschillende vertrekken werden uitgehouwen werd getroffen door een zware instorting, waardoor de narthex tegenwoordig ook van buitenaf is te zien.
De
naam van de kerk is af te leiden van de duisternis die in de kapel heerst: het
licht valt hier slecht binnen door een kleine opening die op de voorhal uitkomt.
Maar door haar schaarse licht en een constante vochtigheidsfactor zijn de
bijzonder mooie fresco’s van de Karanlik kilise eeuwenlang
bewaard gebleven; de afbeeldingen in de kerk zijn, volgens en terugkerend
ritueel, geschilderde taferelen uit het Leven van Christus, op een mooie blauwe,
lazuurstenen achtergrond; een van de mooiste schilderingen is de Christus
Pantocrator in het middengewelf, de Geboorte, de Doop, het Laatste
Avondmaal, het Verraad, de Kruisiging, en een aantal Heiligen en Evangelisten.
Capadocië: Aksaray, Vallei van Ihlara, Nevseher, Cavusin, Urgup, Ortahisar, Uçhisar, Goreme, Feeënschoorstenen, Pasabagi, Zelve, Avanos, Vallei van Soganli, Derinkuvu en Kaymakli.
Terug naar Turkse Riviera of naar het begin