De Hittieten , de Grieken in Turkije , Het Byzantijnse Rijk , Het Osmaanse Rijk 1326 - 1922 , Atatürk: de Islam in een seculiere staat , Het Turkse bad , Turkse tapijten , Het kopen van een tapijt , De dansende derwisjen , Water: de toekomst van de Eufraat , Moskeetermen , Sinan , Roxelana , De oorsprong van Lycië , Lycische tomben , Symboliek , Turkse muziek en dans , Flora en fauna.
Inleiding.
Turkije vormt een opmerkelijke brug tussen Europa en Azië en het land
weerspiegelt deze twee werelden. De westelijke helft, met de steden Istanbul,
Izmir en Antalya, is rijker en dichter bevolkt, gericht op Europa en het
Middellandse Zeegebied. Het andere deel, vanaf Ankara naar het oosten, met zijn
ruige, weidse steppen, heeft meer in zich van Turkijes Aziatische erfenis.
De meeste bezoekers komen naar het westelijke deel, aangetrokken door de
legendarische roep van Istanbul en de langstee en schoonste kustlijn van het
Middellandse-Zeegebied. Oost Turkije blijft een ander verhaal: meer iets voor de
avonturier dan voor de strandliefhebber.
Wie voor het eerst in Turkije komt, wordt misschien wel het meest verrast door het uitstekende eten en drinken, waarvoor men een schappelijke prijs vraagt, en door de waardigheid van het Turkse volk. Overblijfselen uit het verleden bieden zowel het oosten als het westen van het land een bijna overdadige rijkdom, met archeologische vindplaatsen die teruggaan van de steentijd en de Hittieten, via Griekse en Romeinse steden tot Byzantijnse, Seldsjoekse en Osmaanse monumenten, dikwijls in een prachtige omgeving. Overal bevinden zich natuurwonderen – grotten, watervallen, kloven, vulkanen, meren en bronnen – in een van de meest fantastische landschappen ter wereld.
Naamsveranderingen.
De naam ‘Anatolië’, waarmee het Aziatische hart van het moderne Turkije
wordt bedoeld, komt van het Griekse woord voor ‘oost’. In de Romeinse tijd
werd het gebied Asia Minor (Klein Azië) genoemd. Istanbul, gesticht in 667 v.
C., heette oorspronkelijk Byzantium, werd later door de Byzantijnen
Constantinopel genoemd en ten slotte door de Osmanen Istanbul.
Vrouwenkiesrecht.
Turkse vrouwen vanaf 18 jaar kregen volledig stemrecht in 1923 dankzij de
hervormingen van Atatürk. In België bijvoorbeeld pas in 1948 en in Nederland
was dit in 1919 reeds het geval.
De Hittieten.
Zo’n honderd jaar geleden waren de Hittieten nog een mysterieus volk,
waarvan alleen in het Oude Testament (Uria Hittiet) en in oude Egyptische
hiërogliefen melding werd gemaakt.
In 1834 werd het eerste archeologische bewijs van hun bestaan geleverd. Bij
opgravingen in Boğazkale
(Hattuşaş) in Centraal Anatolië en latere opgravingen werden
duizenden spijkerschrifttabletten gevonden die de geschiedenis van het verloren
Hittitische Rijk als en legpuzzel in elkaar pasten. In tegenstelling tot de
dalculturen van de oude Egyptenaren en de Babyloniërs bereikten de Hittieten
juist een hoge beschaving in onherbergzaam berggebied. De
Hittieten waren oorspronkelijk afkomstig uit Zuid Rusland en Centraal Azië. Ze
kozen Hattuşaş tot
hoofdstad en heersten van de 19de
tot de 13de eeuw v. C. over Klein Azië.
Het volk ontwierp een geheel van 200 wetten, die betrekking hadden op alle
mogelijke misdaden. Op moord, zwarte magie en diefstal stond een geldboete en
teruggaven van goederen. Op burgerlijke ongehoorzaamheid, verkrachting en
sodomie stond de doodstraf. Als betaalmiddel gebruikten ze zilveren staven of
ringen.
Hun duurzaamste erfenis is wel de krachtige beeldhouwkunst. Hittitische
goden, met namen de weergod Teshub, heilige stieren en leeuwen die poorten
bewaken werden in hoog reliëf uitgevoerd.
Een van de grootste archeologische prestaties van deze eeuw is de ontdekking
van de Hittieten geweest. Het meeste onderzoek naar deze beschaving is door
Duitse en Tsjechische geleerden uitgevoerd. Het betreft hier een van de grootste
culturen uit de Bronstijd; de Hittieten legden in spijkerschrift een
Indo-Europese taal vast en leverden daarmee het oudste schriftelijke
bronnenmateriaal dat er bestaat. Tot de Indo-Europese taalgroep behoren onder
meer de Germaanse, Romaanse, Slavische, Indiase en Griekse talen.
Alexander: de Grieken in Turkije.
Met het optreden van Alexander de Grote in de antieke wereld begon een nieuw
tijdperk in de geschiedenis, in het bijzonder voor Turkije. Nog maar 21 jaar
oud, stak Alexander in 334 v. C. de Hellespont over aan het hoofd van een leger
van ongeveer 35.000 Macedoniërs en Grieken, met het doel de Griekse steden te
bevrijden en het Perzische Rijk te veroveren. Dat lukte hem opvallend snel.
Onderweg ontwarde hij de mysterieuze Gordiaanse knoop Gordion ligt 106 km ten
westen van Ankara. Met deze knoop had de Frygische koning het juk aan de dissel
van zijn ossenkar bevestigd en een orakel had voorspeld dat wie de knoop zou
ontwarren, heerser over Azië zou zijn. Alexander kende de legende en meende de
profetie te moeten vervullen. Hij keek even en hakte toen eenvoudig de knoop met
zijn zwaard door. Binnen anderhalf jaar had hij Klein Azië heroverd en binnen
drie jaar het gehele Perzische Rijk.
Toen Alexander op 32 leeftijd in Babylon aan een plotselinge ziekte overleed,
bleef zijn uitgestrekte, pas veroverde rijk zonder troonopvolger achter. Nadat
zijn generaals 20 jaar onderling hadden geruzied, werden er drie koninkrijken
gevormd: het Macedonische in Griekenland, het Seleucidische in Syrië en het
Pholemaeïsche in Egypte.
Zijn veroveringen schiepen een verbinding tussen Griekenland en Perzië en
het Oosten, waarlangs allerlei vruchtbare ideeën het Westen bereikten. Deze
vormden de voedingsbodem voor de geweldige opbloei van kennis en wetenschap die
de beschaafde wereld zou veranderen. Deze Hellenistische periode duurde 1000
jaar.
Het Byzantijnse Rijk
In 330 stichtte keizer Constantijn de nieuwe hoofdstad Constantinopel,
daarmee tegelijkertijd de neergang van Rome en de splitsing van het Romeinse
Rijk in een oostelijke en een westelijke helft symboliserend. Terwijl de
westelijke helft in 476 ineenstortte, overleefde het oostelijk deel (het
Byzantijnse Rijk genoemd, naar de naam Byzantium van de vroegere Griekse stad op
die plaats) tot 1453, toen de Osmanen het ten slotte ten val brachten.
Het Byzantijnse Rijk zat met twee belangrijke erfenissen: het behoud van de
Griekse cultuur en het orthodoxe christendom als staatsgodsdienst, waarbij de
Byzantijnse heersers zowel keizer waren als de rol van de paus vervulden. De
keizers, met name Justinianus, gaven kunstenaars en architecten alle ruimte.
Hieruit kwam de klassieke Byzantijnse koepelbasiliek voort met als mooiste
voorbeeld de Aya Sofia in de 6de eeuw.
Alle Byzantijnse kerken zijn opgetrokken uit baksteen, met weinig
versieringen aan de buitenkant. Binnen daarentegen schitteren de kleuren van de
mozaïeken, dikwijls series afbeeldingen van bijbelverhalen. In de Aya Sofia
zijn hiervan nog slechts fragmenten zichtbaar, maar die in de kerk van de H.
Verlosser in Chora (nu het Kariyemuseum), worden erkend als het meest
fantastische en volledige voorbeeld van Byzantijnse mozaïekkunst. Ook de
verering van iconen – afbeeldingen van Christus, Maria en heiligen – begon
in de Byzantijnse tijd. Er ontwikkelde zich een uitgebreide gestileerde
iconografie die aangaf welke bijbelgegevens waar ze moesten worden geplaatst in
de kerk. Helaas werden alle afbeeldingen verwoest door de fanatieke iconoclasten
(beeldenstormers) die heersten van 711 tot 843. vandaar dat tegenwoordig
aanwezige mozaïeken in Istanbul alle dateren uit het midden van de 9de
eeuw of later.
De Byzantijnse kunst– en architectuurstijl verspreide zich in de omliggende
gebieden en nog steeds winden we opvallend gelijkende koepelkerken in Italië,
Griekenland en op de Balkan, dikwijls versierd met mozaïeken en iconen.
Het Osmaanse Rijk 1326 - 1922
Begonnen als een kleine Turkse nomadenstam, ontwikkelden de Osmanen zich
uiteindelijk tot de macht die het Byzantijnse Rijk omverwierp en de regio de zes
eeuwen daarna beheerste. De naam Osmaan, Osmanli in het Turks, is afgeleid van
hun eerste leider Osman Gazi.
De Osmanen maakten Bursa in 1326 tot hun hoofdstad. Ze werden terug gedrongen
door een Mongoolse inval onder Tamerlan vanuit Centraal Azië in 1402. Ze
herstelden zich en in 1453 nam Sultan Mehmet II Constantinopel in na een beleg
van zeven dagen. Mehmet (sedertdien ‘de Veroveraar’ genoemd) begon aan het
herstel van de stad en in 1470 kwam het Topkapi paleis (Topkapi Sarayi) gereed
als nieuw keizerlijk paleis en de enorme Fatih Camii, Moskee van de Veroveraar,
het eerste moskee complex in zijn soort. Verder herbevolkte Mehmet de stad met
Turken, Grieken, Armeniërs en Spaanse joden. Tegen het einde van de 15de
eeuw was Istanbul, zoals de stad nu heette, de rijke, welvarende hoofdstad van
een groot rijk. Onder Selim de Verschrikkelijke sterkte het rijk zich uit tot
Perzië, Syrië en Egypte. Deze sultan stierf onverwacht in 1520 tijdens de
voorbereidingen voor een grote veldtocht tegen Europa.
Het Osmaanse Rijk bereikte zijn hoogtepunt onder Selims zoon Süleyman, in
het westen bekend als ‘de Grote’. Alleen bij Wenen faalde deze militair, wat
Europa redde van verdere Osmaanse expansie. De buit en belastingen van de
overwonnen landstreken gebruikte Süleyman om Istanbul te verfraaien met
prachtige gebouwen en moskee complexen, waarvan de Süleyman moskee de grootste
is.
Met Süleymans zoon Selim II ‘de Zot’ zette in 1566 het gestage verval
van het Osmaanse Rijk in. Dit verval wordt voor een belangrijk deel geweten aan
het instituut van de harem. Historici verwijzen naar deze periode als ‘de
Vrouwenregering’, waarin opeenvolgende ambitieuze vrouwen en moeders de
sultans van de staatsaangelegenheden afleiden. Burgerlijke onrust verzwakte het
rijk verder. Het stond in de 19de eeuw bekend als de ‘zieke oude
man van Europa’. Het Osmaanse Rijk verloor steeds meer gebied tot het
rampzalige bondgenootschap met Duitsland in de Eerste Wereldoorlog er definitief
een einde aan maakte.
Atatürk: de Islam in een seculiere
staat.
In de islamitische wereld is Turkije een uniek voorbeeld van een meerpartijen
democratie. De godsdienst is gescheiden van regering en staatszaken is te danken
aan één man, Kemal Atatürk, ‘Vader der Turken’ 1881 – 1938. Deze
militaire held organiseerde de groeiende Turkse nationalistische beweging die
het voorstel van de geallieerden tot opdeling van het Osmaanse Rijk eenparig
verwierp. Zijn inspanningen werden bekroond met het Verdrag van Versailles dat
in 1923 de Turkse soevereiniteit erkende over een gebied dat ongeveer
overeenkomt met de huidige grenzen.
De resterende vijftien jaren van zijn leven voerde Atatürk een reeks
vergaande hervormingen door om Turkije te verwestersen en te integreren in de
moderne wereld. Hij maakte een einde aan het kalifaat, verbande de sultan,
schafte het ministerie van Religieuze Zaken af, ontbond religieuze orden, nam
eigendommen van de geestelijkheid in beslag en verbood godsdienstonderwijs. In
1928 was de scheiding tussen islam en staat volledig en was Turkije volgens de
grondwet een seculiere staat.
Atatürk was niet zo zeer tegen religie als wel tegen religieuze
bemoeienissen met staatszaken. Volgens hem kon iedereen privé en vroom islamiet
zijn, maar de openbare politieke discussie was een andere zaak. Voor politici in
het huidige Turkije is dit een moeilijk te volgen koers, want ze erkennen de
islam als belangrijke machtsfactor, vooral op het platteland. Bij alle
verkiezingen worden er daarom wel concessies gedaan aan het religieuze
traditionalisme om zeker te zijn van stemmen op het platteland.
Onder de Turken is de kloof stad – platteland een realiteit. De Turken in
de grote steden zijn doorgaans niet zulke strenge islamieten, maar in de dorpen
speelt de islam echter nog steeds een grote rol, hoewel een golf van
fundamentalisme geen sprake is, wat sommige media beweren.
De herinnering aan Atatürk is overal zijn portret hangt in iedere openbare
ruimte, zijn standbeeld staat op ieder groot plein en zijn gezicht op alle
postzegels en bankbiljetten.
Het Turkse bad.
Naar men zegt telt Istanbul zo’n 100 hamam, Turkse baden, waarvan er nog zo’n
80 in gebruik zijn. Ongetwijfeld zullen ze de 21ste eeuw halen, want
het brandstoftekort maakt een wekelijks bezoek aan de hamam economisch
interessant. Deze mate van algeheel schoon zijn die het oplevert, gaat ver uit
boven wat de meesten van ons met dagelijks baden en douchen bereiken. Zoals een
Britse predikant schreef tijdens zijn verblijf hier in de jaren dertig: ‘men
acht onreinheid van het lichaam erger dan onreinheid van de geest, en reiniging
zo wezenlijk dat het zonder gebed waardeloos is in Gods ogen.’ Osmaanse
huwelijkscontracten stelden dat de man zijn vrouw badgeld moest geven. Deed hij
dat niet, dat was dan grond voor echtscheiding aan te vragen.
Gemengd baden is niet toegestaan, met uitzondering van enkele van de grotere
hotels die zich aan de voorkeur van de gasten aanpassen. Een man die de vrouwen
hamam betrad haalde zich daarmee de doodstraf op de hals. De vrouwenbaden zijn
heerlijke ontspanningsplaatsen, met dikke huiselijke masseuses in zwarte
omslagdoek met omvangrijke deinende boezems, dikwijls sigaretten roken tussen de
gasten. Onder vreemden in een vrouwen hamam is naaktheid gewoon. Probeer, omdat
u er waarschijnlijk maar een keer komt, alles: het afboenen van het vuil van
jaren met de ruwe washand, vooral van uw rug, het inzepen, de gezichtsmassage en
zelfs de voetenmassage. Voor iedereen zijn er kluisjes om kostbaarheden op te
bergen. Daarentegen zijn de mannenbaden eens tuk minder frivool, zonder gezang
en met een handdoek stevig rond het middel geslagen.
De voor vreemdelingen aanbevolen baden zijn de Cağaloğlu,
de Çemberlitas en de Çinili in Sultanahmet en de Galatasaray in Beyoğlu.
Een paar oude grote vijfsterrenhotels hebben eveneens kleine Turkse baden, maar
die missen de authentieke atmosfeer.
Turkse tapijten.
Tapijt weven werd als belangrijke Turkse kunstvorm ingevoerd door de
nomadische Seldsjoeken in de 12de eeuw. Hun kunst verried hun
nomadische achtergrond, want tapijten zijn onmisbaar bij de inrichting van
tenten.
Er zijn drie categorieën: de geknoopte tapijten met pool (hali), platte
weefsels (kilim) zonder pool en zo groot als en reisdeken, en de zijden
tapijten, een klasse op zichzelf. Deze zijn de duurste en meest luxueuze. Met de
dunne zijden draad kan de wever de kleinste details in de rijkste kleuren
uitvoeren. Kilims werden traditioneel gemaakt door vrouwen voor dagelijks
gebruik, niet voor de handel. De patronen en kleuren waren daarom niet
afhankelijk van mode eisen, maar weerspiegelden de identiteit van de weefster,
haar familie en haar stam. De meeste kilims zijn van schapenwol gemaakt, sommige
van geitenhaar en katoen. Thuis werden ze niet alleen gebruikt als vloerkleed
maar ook als wandkleed, deurgordijn, gebedskleed, als grote zakken voor kussens
en zadeltassen en kleine zakken voor zout, brood, graan en kleding.
Natuurlijke kleurstoffen werden traditioneel bereid uit wortels, schors,
bessen, groenten en mineralen. In de tweede helft van de 19de eeuw
werden de anilinekleurstoffen ontwikkeld die geleidelijk de plaats van de oude
natuurlijke kleurstoffen hebben ingenomen. Natuurlijke kleurstoffen zijn nooit
roze of oranje, dus deze of andere, maar fellere kleuren zijn een aanwijzing van
chemische kleurstoffen. Tegenwoordig gebruiken wevers die gemakshalve altijd,
zodat ze niet meer afhankelijk zijn van het voorkomen van bepaalde planten, wat
vroeger juist tot plaatselijke kenmerkende kleuren leidde zoals Turkomaans rood
en Balikesir blauw en rood. Ook de ontwerpen en patronen duiden op de herkomst,
alhoewel het jaren ervaring vereist ze daarop te herkennen. Een paar ontwerpen
komen in iedere streek voor, vooral het gebedskleed met het boogvormige egale
stuk dat de naar Mekka gerichte mihrab (gebedsnis) in de meeste moskeeën
weergeeft.
Gebedskleden worden uitsluitend voor het gebed gebruikt en zijn erkenbaar aan symbolen als handen in gebedshouding, de moskeelamp, de levensboom, de waterkruik, het sieraad van Mohammed of de ster van Abraham
Het kopen van een tapijt.
- Koop alleen Turkse tapijten, ook al worden er Perzische, Kaukasische en
Turkmeense aangeboden. Vanwege de exclusiviteit zijn deze tapijten in Turkije
veel duurder den elders.
- Inspecteer aan de achterzijde de dichtheid van het weefsel. Hoe dichter het
weefsel, hoe kleiner de knoop, hoe hoger de prijs. Wrijf met een natte zakdoek
over het tapijt om de kleurechtheid te bepalen en kijk het na op reparaties.
- Controleer de echtheid van zijde met een brandende lucifer. Echte zijde
ontbrandt niet snel, synthetische daarentegen schroeit meteen en gaat stinken.
De dansende derwisjen.
De orde van de dansende derwisjen werd in 1925 ontbonden in het kader van het
secularisatieprogramma van Atatürk. Thuishaven van de orde was Konya, de
hoofdstad van het oude Seldsjoekse Rijk. De stichting van de Mevlânaorde is een
van de belangrijkste Seldsjoekse bijdragen aan deze streken geweest.
Calaleddin Rumi, de stichter van de orde, beter bekend als Mevlâna, ligt in
Konya begraven 1273. ieder jaar wordt hier van 9 tot 17 december het beroemde
Mevlâna festival gehouden, de enige gelegenheid waarbij de dansende derwisjen
in het openbaar optreden.
Mevlâna, een mystiek dichter en filosoof, geloofde in de extatische
universele liefde. De derwisjen raakten in extase door op de mystieke melodieën
van de ney, een rietfluit, om hun as te draaien. De dans symboliseert de
omwenteling van de hemellichamen. De dansers hielden hunrechterhand op om de
zegen van boven te ontvangen, de linker was omlaag gericht om die zegen aan de
aarde door te geven. De sekteleden gingen gekleed in lange, witte gewaden en
droegen hoge, kegelvormige vilten hoofddeksels, zoals ook tegenwoordig nog
tijdens het jaarlijkse festival.
Water: de toekomst van de Eufraat.
Water is ongetwijfeld de energiebron van de toekomst en daar ontbreekt het
niet aan in Turkije. De bronnen van zowel de Dicle (Tegris) als de Firat
(Eufraat) liggen hoog in de bergen aan Anatolië. Hiermee kan Turkije naar
believen de waterkraan open en dicht draaien. Het project Zuidoost Anatolië
(GAP) belichaamt de Turkse toekomstvisie. Het betreft het meest ambitieuze
programma ooit door enig land in de omgeving ondernomen. Het project omvat de
bouw van 22 stuwdammen in de bovenloop van de Eufraat, waardoor de woestenij ter
grootte van de Benelux tot vruchtbare landbouwgrond moet worden omgevormd, het
Mesopotamië van weleer. Turkije is de enige staat in de regio met een goede
infrastructuur en voldoende land en arbeidskrachten om tot grootschalige
landbouw over te gaan.
De reusachtige Atatürkdam 60 km te noorden van Urfa, die in 1992 werd
geopend, speelt in het plan een cruciale rol. Het water van de Tigris zal
hoofdzakelijk worden gebruikt voor de opwekking van elektriciteit en te zijner
tijd zullen 19 krachtcentrales heel Turkije van stroom voorzien.
Het project dient ook sociaal economische doelen. Het betreffende gebied
wordt bewoond door semi nomadische koerden, die leven van de schapenteelt. De
Turkse regering beweert dat er voor honderdduizenden werk gecreëerd zal worden
in de katoen– en graanproductie en hoopt met het vooruitzicht van economische
welvaart de sociale onrust te beteugelen.
Syrië en Irak houden de Turkse aspiraties echter nauwlettend in het oog. In 1990, toen het stuwmeer bij de Atatürkdam werd gevuld, hadden deze landen een maand lang te lijden van ernstige droogte.
Moskeetermen.
Mihrab gebedsnis in de muur van de moskee richting Mekka.
Minbar Preekstoel.
Medrese bij moskee behorende theologische school.
Imaret soepkeuken bij moskee voor de armen.
Tübe mausoleum.
Sinan.
Sinan was ongetwijfeld de grootste moslimarchitect. Aan deze tijdgenoot van
Michelangelo worden 81 grote moskeeën toegeschreven, 50 kleinere, 19 mausolea,
32 paleizen, 22 openbare badhuizen, 2 bruggen en 6 aquaducten. Van zijn
bouwwerken staan er alleen al 84 in Istanbul. Hij werd in 1491 geboren uit
Griekse christelijke ouders, maar kwam later bij de janitsaren terecht als
militair ingenieur. Omstreeks zijn vijftigste jaar voltooide hij zijn eerste
moskee. Toen hij overleed was hij 97 jaar.
Roxelana.
Roxelana ‘de Russische’ was de favoriete vrouw van Süleyman de Grote. Om
haar eigen zoon Selim de Zot, aan de macht te helpen, overreedde ze haar man
zijn oudere zoon Mustafa te vermoorden., zodat Selim hem kon opvolgen. De
regering van de drankzuchtige Selim wordt algemeen gezien als het begin van het
einde van het Osmaanse Rijk.
De oorsprong van Lycië.
Volgens een Griekse legende werd Leto bemind door Zeus. Zwanger van de
tweelingen Artemis en Apollo werd ze door Hera, de jaloerse vrouw van Zeus,
gedwongen te vluchten. Versmaad door vele steden kwam ze ten slotte in Letoon
aan en beviel daar. Wolven leidden haar naar de Xanthos waar ze de kinderen
waste en zoogde. Dankbaar noemde er het land naar de wolven: lykos is het
Griekse woord voor wolf.
Lycische tomben.
Lyciës voornaamste erfgoed zijn de graftomben. Ze hebben aardbevingen
overleefd., oorlog en plundering, en tot vandaag toe vallen ze op vanwege hun
aantal, afmetingen en vaak dramatische ligging: uitgehakt in rotskliffen,
verstrooid over hellingen of zelfs in zee verzonken. Vele zijn nog van vóór
Alexander de Grote.
Symboliek.
Toen tijdens de iconoclastische periode menselijke afbeeldingen verboden
waren, kwamen symbolen in zwang, bijvoorbeeld:
Duif vruchtbaarheid, vrede, liefde, onschuld.
Zwarte haan duivel.
Witte haan voorspoed.
Pauw de opstanding der doden.
Leeuw seksualiteit, duivel, magie.
Wijn symbool van Jezus.
Palmboom hemel en eeuwig leven.
Vissen de vrome gelovigen.
Turkse muziek en dans.
De levendige Turkse volksmuziek komt oorspronkelijk van de Aziatische steppen
en verschilt danig van de verfijnde klassieke muziek van het Osmaanse hof. De
volksmuziek onderscheidt zich ook van de marsmuziek van de janitsaren met zijn
koperen pauken, klarinetten, cimbalen en belletjes. Iedere streek in Turkije
kent zijn eigen dansen en dracht. Langs de Zwarte Zee bijvoorbeeld wordt de
horon gedanst, een dans voor alleen mannen, gekleed in zwarte kostuums met
zilveren versiersels. De ‘zwaard– en schilddans’ van Bursa beeldt de
Osmaanse verovering van de stad uit en wordt uitgevoerd door mannen in vroeg
Osmaanse uniformen. De bekende ‘lepeldans’ wordt uitgevoerd van Konya tot
Silifke door mannen en vrouwen in fleurige kledij met in iedere hand twee houten
lepels.
Flora en fauna.
In de nationale parken leiden vele planten en dieren een beschermd bestaan.
Maar ook in het wild, op heuvels en zelfs langs de wegen van de Egeïsche en
Mediterrane streken, groeien vele soorten in alle uitbundigheid. In april en mei
is het land op zijn mooist als de paarse oleander in bloei staat en overal rode
anemonen, papavers en witte irissen ontspruiten. In de tuinen bloeien de jasmijn
en de bougainvillea’s uitbundig, de hele zomer door. Turken houden van bloemen
en zijn toegewijde tuiniers met een voorkeur voor wilde tuinen.
Een van de meest algemene in het wild levende dieren in het westen is de mug,
maar de overlast is hier niet erger dan in andere mediterrane landen. Van april
tot september wemelt het tussen de bloemen van de vlinders. Zeldzame soorten als
de witte admiraal en de paarse nachtpauwoog houden zich meer in het binnenland
op. Er komen schorpioenen en slangen voor, dus weeg op ruig terrein voorzichtig
met blote voeten en onbedekte benen. Langs de Egeïsche kust kunt u langs minder
drukke wegen regelmatig schildpadden aantreffen.
In het zuidelijke Middellandse Zeegebied komen nog grote, harige kamelen
voor, in Centraal Anatolië enorme, zware waterbuffels met lange baarden en
vervaarlijke horens. Zowel kamelen als buffels worden als lastdier gebruikt. De
ruime veestapel bestaat uit de gebruikelijke schapen, geiten en runderen. In de
afgelegen berggebieden van Oost Turkije leven naast dassen, wilde zwijnen,
herten, steenbokken, jakhalzen en gazellen ook nog beren en wolven. Ook komen
hier wilde katten en honden voor en in de bossen zelfs luipaarden.