Nevşehir
is de hoofdplaats van een uitgestrekt gebied en heeft tegenwoordig het aanzien
van een typisch moderne Anatolische stad. Dit gebied dat op meer dan duizend
meter hoogte ligt, was al in de oudheid bewoond: er bestaan getuigenissen uit de
neolithische tijd, bijvoorbeeld de grafplaats van Iğdeli Ceşme
en andere overblijfselen van graven. Waarschijnlijk werd de stad in de
Hettitische tijd gesticht vanwege haar gunstige ligging in de buurt van Kizilirmak.
Toen dit een belangrijke vestiging was geworden, werd de stad rond de 12de
eeuw v. C. door Egeïsche volksstammen veroverd en in de 8ste eeuw v. C. door de Cimmeriërs.
Tussen 680 en 610 v. C. viel de stad in Assyrische handen; later tot in 550 werd
zij belegerd door de Meden, en daarna door de Perzen tot in het jaar 332 v. C.
Na de Hellenistische tijd werd Nevşehir vanaf 17 n. C. door de Romeinen
bezet die de stad in 395 overgaven aan de Byzantijnen; na verschillende
overheersingen van Ilhanlilar, Erethna en Karamanlis werd
de stad in 1446 bij het Osmaanse rijk ingelijfd.
Tegenwoordig zijn nog resten te zien van de verschillende antieke overheersingen: het fort dat vanaf de heuvel het huidige stadje domineert, stamt uit de Byzantijnse tijd. De Seldjoekse en Osmaanse restauraties hebben hier een vijfhoekige burcht van gemaakt met vier machtige ronde torens en twee ingangspoorten; boven de ringmuur, die gedeeltelijk tegen de rotswand is gebouwd, loopt een indrukwekkende gekanteelde kroonlijst.
Verder
naar beneden staat een groot religieus Islamitisch bouwwerk, de moskee van
Ibrahim Paşa, ook wel “van lood” genoemd vanwege
de loodbekleding van het complex. Damat Ibrahim Paşa was begin 18de
eeuw plaatselijk Grootvizier, hij zette zich in voor de verwezenlijking van de
moskee, de werkzaamheden duurden acht jaar. De architect die het bouwwerk
ontwierp deed inspiratie op van de moskeeën in de hoofdstad; hij liet bij de
ingang een tuin aanleggen met een fontein die door een op zuilen rustende koepel
was overdekt voor een, tevens overkoepelde, porticus. Het intérieur heeft mooie
gedecoreerde gewelven en een kostbaar azuurstenen altaar met een spreuk uit de
Koran.
De
opdrachtgever van het werk, een plaatselijke mecenas, wordt herdacht met een
beeld dat niet lang geleden op het plein achter het religieuze complex is
opgericht. Dit is een beeld van Damat Ibrahim Paşa in zijn
uitrusting als Grootvizier met een hoog hoofddeksel. Van de gebouwen die hij
liet oprichten maken tevens deel uit de vertrekken die vroeger dienst deden als
herberg en waar tegenwoordig het plaatselijk museum is gevestigd dat naar de
vizier is genoemd.
Het
in 1967 geopende museum bezit documenten die de plaatselijke geschiedenis
verhalen waaronder manuscripten en handgeschreven codices; bijzonder interessant
zijn vooral de archeologische afdeling met potterij, wapens, kleding en
gebruiksvoorwerpen en de etnografische afdeling met traditionele plaatselijke
kunst en handwerk producten.
Capadocië: Aksaray, Vallei van Ihlara, Cavusin, Urgup, Ortahisar, Uçhisar, Goreme, De rotskerken van Goreme, Feeënschoorstenen, Pasabagi, Zelve, Avanos, Vallei van Soganli, Derinkuvu en Kaymakli.
Terug naar Turkse Riviera of naar het begin