RHODOS

De Oude Mythen  ,  Prehistorie  ,  De klassieke tijd  ,  De Hellenistische Periode  ,  De Romeinse tijd  ,  De Middeleeuwen  ,  De Johannieters  ,  De Ridders van Sint Jan  ,  De Turkse en Italiaanse bezetting  ,  Literatuur  ,  De kunst De Kolosos  ,  De Stad Rhodos  ,  De Middeleeuwse Stad  ,  Het Kasteel ( Kollachion )  ,  De Chora  ,  De muren van Het Kasteel  ,  De Nieuwe Stad
Bezienswaardigheden in de Omgeving:  Monte Smith  ,  Rhodini Park  ,  Tochten over het eiland  ,  De Ooskust  ,  Lindos  ,  De Westkust  ,  Ialysos en Filerimos  ,  Kamiros  ,  Van Kalavarda naar Kolimbia 
Rhodosstad: Het Ridderkwartier  ,  De Turkse wijk  ,  De stad  ,  De Monte Smith  ,  Het natuurpark van Rodíni  ,  De bronnen van Kallithéa

Het eiland en de geschiedenis.

Grieks eiland, grootste van de Dodekanesos, in de Egeische Zee, van het Turkse vasteland gescheiden door een 18 km. brede zeestraat, in de nomos Dodekanesos; 35 km. breed; 77 km. lang; gemiddeld 200 tot 600 m. hoog, max. 1215 m.; 1398 Km2; 69000 inwoners. Hoofdplaats Rhodos. Weinig versneden kust met afwisselend rots- en zandstranden. Zeer zacht en matig vochtig, mediterraan klimaat met weelderige plantengroei. Vruchtbare en geïrrigeerde kustvlakten met vooral tuinbouw: druiven, olijven, groenten. Toerisme.

Geschiedenis

Het eiland werd door een vóór-Griekse bevolking bewoond en bewaart nog resten van de Egeïsche beschaving (Minoïsche tijd).
De Doriërs uit Argos waren de voornaamste bezetters; misschien waren zij wel de stichters van Kamiros, Lindos (de rijkste nederzetting) en Ialysos.
Met hun aankomst houden de legende en de cultus van die Tlepolemos verband, een cultus die toegevoegd werd aan de oude zonnecultus (Helios) op de eilanden.
De veroveraars sloten zich aan bij de Dorische Hexapolis en stichten buiten Rhodos talrijke kolonies (Gela, Siris, Sybaris, Rhode, enz...); ze hielden zich intensief bezig met het verhandelen van produkten uit Egypte en Fenicïe.
Omstreeks 408 v.Chr. werd een hoofdstad gesticht, gebouwd door Hippodamos van Milete, volgens een regelmatig plan en goed versterkt: Rhodos.

Toen de democratische pro-Atheense partij de overwinning behaalde, sloot Rhodos zich aan bij de Delisch-Attische zeebond, maar de onenigheid tussen oligarchen en democraten verwekte heel wat inwendige moeilijkheden, zodat Rhodos meermaals in opstand kwam, onder andere in 412-411, toen het de Peloponnesische vloot herbergde, en in 357, toen het deelnam aan de bondgenotenoorlog.

Na de dood van Alexander de Grote verdreven de Rhodiërs het Macedonisch garnizoen, sloten een bondgenootschap met Egypte en boden weerstand aan een langdurige belegering door Demetrios Poliorketes (305-304).
Aangemoedigd door het verval van Athene, breidden ze hun vloot en de fabrikatie van oorlogsmaterieel aanzienlijk uit. Ze verwierven een grote reputatie als zeelui.
Ze hielden zich buiten de conflicten tussen de hellenistische vorsten, tenzij het erom ging de grote handelsroutes op zee vrij te houden (veldtochten tegen Byzantium en de koningen van Pontos); strijd tegen de Kretenzische zeerovers.

Hun regeringsvorm was stabiel en gematigd en stond onder de leiding van een college van prytanen. Rijk geworden door de handel, maakten zij van hun hoofdstad een intellectueel en artistiek centrum, waar de studie van welsprekendheid en filosofie een hoge vlucht nam (Panaitios, Apollonios van Rhodos).

In de 3de eeuw v.Chr. werd door Chares van Lindos de beroemde kolos gebouwd.
Rhodos was aanvankelijk bondgenoot van Rome, waarvan het in 188 v.Chr. zelf Lycië en Karië tot aan de Meander toevertrouwd kreeg.
Nochtans werden de goede betrekkingen tussen beide vrij snel slechter.
In 167 v.Chr. werd Karië weer aan Rhodos ontnomen, omdat het in bepaalde omstandigheid liever bemiddelaar dan bondgenoot was geweest.
Anderzijds had Rhodos in die tijd te lijden onder commerciële concurrentie van Delos.
Omdat het uiteindelijk partij koos voor Caesar, werd het na diens dood door Cassius verwoest (43).
Na een tijdelijke aansluiting bij de provincie Asia (44 tot 53 n.Chr.), werd het definitief Romeins gebied onder Vespasianus.
Diocletianus maakte er de hoofdstad van de eilandenprovincie van. In 654 werd Rhodos veroverd door de Saracenen, die het slechts korte tijd in hun macht hielden.
Onder de Byzantijnse overheersing trachten de Italiaanse kooplui, met name Venetianen en Genuezen, er steeds meer vaste voet te krijgen.
In 1310 werd het eiland veroverd door de Johannieters die uit Palestina waren verdreven; zij bevorderden het vrije handelsverkeer, maar lieten ook de roverij toe.
Na een mislukte poging in 1480 namen de Turken in 1522 het eiland in na een langdurige belegering.

Italië veroverde Rhodos in 1912 naar aanleiding van een oorlog tegen Turkije en slaagde erin het te behouden ondanks alle onderhandelingen vóór en na de eerste wereldoorlog.
Die stand van zaken werd in 1923 te Lausanne bevestigd.
In 1947 werd Rhodos aan Griekenland teruggegeven.

Het eiland Rhodos ligt tussen de drie continenten Europa, Azië en Afrika. Deze geografische ligging heeft een bevorderlijke rol gespeeld voor de ontwikkeling van de handel die zich over de drieduizendjarige geschiedenis van het eiland uitstrekt. De Rhodiaanse schepen brachten niet alleen handelswaren terug, maar ook de kennis van de cultuur van de nabije volkeren, wat op zijn beurt weer de Rhodiaanse cultuur ten goede kwam. De positie van Rhodos op de strategische route tussen Oost en West is toch ook de oorzaak geweest voor succesvolle invasies en langdurige bezettingen.

Rhodos is het grootste eiland van een eilanden groep van meer dan 200 in de Egeïsche Zee, die Dodekanesos genoemd wordt. Deze naam betekent "twaalf eilanden" en heeft betrekking op de belangrijkste, bewoonde eilanden. In werkelijkheid zijn het er echter dertien . Men neemt aan dat enige van deze eilanden oorspronkelijk met het vaste land van Klein Azië verbonden waren en andere tengevolge van aardbevingen uit vroegere tijden uit zee opgerezen zijn.

Rhodos is het grootste eiland; een groep waartoe ook de volgende eilanden behoren: Symi, Chalki, Karpathos, Kasos, Tilos, Nisiros, Kos, Kalymnos, Leros, Patmos en Astypalaia. Geografische onderzoekingen hebben bewezen, dat de oude mythe die verteld dat Rhodos eens uit de Egeïsche Zee is opgerezen en het eiland werd van de zonnegod Helios, zeer dicht bij de werkelijkheid komt.

Zoals Rhodos er nu bijligt heeft het een totale oppervlakte van 1400 km2. De doorsnee in lengte bedraagt 78 km. en op het breedste punt is de doorsnee 38 km. De oppervlakte is voornamelijk bergachtig en de beschikbare grond voor landbouw is opgedeeld in kleine terrassen en hoogvlaktes langs de kusten. De hoogste berg van het eiland is de Attaviros met een hoogte van 1.215 m.

Het eiland heeft een mild en vochtig klimaat, wat ten goede komt aan de vegetatie. In werkelijkheid zijn er maar twee jaargetijden: lente en zomer. In November, wanneer de eerste regenbuien vallen, krijgt het landschap een groene gloed die doorzet tot eind Februari. De zomer begint in Mei en langzaam krijgt het landschap een gouden gloed die doorgaat tot November, vanwaar de cyclus weer opnieuw begint. In doorsnee zijn er 300 zonnige dagen in een jaar. Van April tot Oktober is een onbewolkte hemel een garantie van bijna honderd procent. De temperaturen liggen rond de 25° Celsius en de zomerse hitte wordt door een frisse zeewind, die soms zeer heftig kan zijn, gematigd. De voor landbouw beschikbare grond produceert de beste fruit- en groentesoorten van heel de Mediteraneën. De bevolking was tot voor enkele tientallen jaren voornamelijk bezig met landbouw en jacht. Tot ze omstreeks 1950, doorkregen dat er met toerisme meer te verdienen viel. Het leren kennen en bekijken van de bezoeker uit vreemde landen bleek voor de levendige, gezellige en gastvrije Rhodiaan ook zeer aangenaam te zijn. Zo blijken de 80.000 inwoners van Rhodos in staat te zijn om jaarlijks ongeveer 700.000 toeristen gastvrij te ontvangen en te laten genieten van het natuurschone eiland en de lange geschiedenis ervan te leren kennen.

naar boven 

De Oude Mythen.

Het ontstaan van Rhodos is met een mooie mythe verbonden, welke Pindaros in zijn zevende Olympische Ode en andere antieke schrijvers graag in hun werk vermelden. Zoals deze mythe verhaalt; besloot Zeus toen hij de Giganten verslagen had en meester over de wereld werd, de aarde onder de goden van de Olympos te verdelen. Helios, de zonnegod, was afwezig tijdens de verdeling en zoals de legende zegt : "... niemand dacht eraan ook hem zijn deel te geven en zo lieten zij deze reinen god zonder land". Toen Helios van reis zijn terugkeerde, beklaagde hij zich bij Zeus over deze onjuistheid. De vader van de goden was bereid opnieuw een verdeling te maken, maar dit liet de stralende god niet toe. Daarentegen vroeg hij Zeus en de andere goden erin toe te stemmen dat het eerst volgende land wat uit zee zou oprijzen voor hem zou zijn. Op dat moment rees uit de donkerblauwe zee een prachtig eiland op met een overvloed aan bloemen. Het was Rhodos, wat tot dan toe in zee verborgen had gelegen. Vol van vreugde koesterde Helios het met zijn gouden stralen en maakte het tot het mooiste eiland in de Egeïsche Zee.

Een andere mythe brengt het ontstaan van Rhodos terug naar de liefde van Helios voor de nimf Rhodos, de dochter van de god van de zee, Poseidon. Toen Helios Rhodos zag, zoals de mythe vertelt, was hij zo onder de indruk van haar schoonheid dat hij haar tot zijn vrouw maakte. Ze kregen zeven zonen en één dochter, Alectrona, die jong stierf. Kerkaphos, één van de zonen van Helios en Rhodos had drie kinderen: Kamiros, Ialysos en Lindos. Ieder van hen bouwde een stad op Rhodos en verdeelden het eiland onder zichzelf. Sommigen zeggen dat dit beroemde eiland zijn naam dankt aan de nimf Rhodos. Anderen beweren dat Rhodos genoemd is naar de roos, en dit omdat het eiland een overvloed van deze prachtige bloemen had of omdat de oude inwoners de roos de mooiste bloem vonden .

Hoewel, Rhodos was in oude tijden onder verschillende namen bekend , o.a. Ophioussa, vanwege het feit dat er zoveel slangen waren; Asteria, vanwege de helderblauwe en sterrijke lucht; Màkaria, vanwege zijn overstelpende schoonheid; Telchina, omdat de eerste bewoners Telchinen geweest zouden zijn; en Atavyria genoemd naar de hoogste berg Attaviros.

naar boven 

Prehistorie.

De geschiedenis van Rhodos begint, zoals overal in Griekenland, bij de geheimzinnige mythologie. Tijdens de mythologische tijd werd het eiland bewoond door Telchinen, een vreemd ras welk over magische krachten zou beschikken. De Telchinen, die door velen demonen genoemd werden, waren bovendien ook beroemd als metaalbewerkers. Zij waren het die de drietand van Poseidon en het angstaanjagende vlijmscherpe zwaard van Kronos "de harpi", ontworpen en maakten. Er is ook een legende die zegt dat het de Telchinen waren die de eerste bronzen beelden voor de goden van Olympos maakten. Later werden de Telchinen van Rhodos verdreven door de Heliaden, afstammelingen van Helios en de nimf Rhodos.

Historisch worden voor de oude bewoners "de karen" gehouden, een volk uit het tegenover liggende Klein Azië. Deze werden opgevolgd door de Foeniciërs, die Rhodos tot een belangrijk handelscentrum maakten. Kadmos stichtte de eerste Foenisische kolonie en introduceerde ook het eerste alfabet.

In de geschiedenis van het oostelijk middellandse zeegebied verschijnt Rhodos pas voor de eerste keer als er zich kolonisten van Minoïsch Kreta vestigen. De Minoërs leefden vredig en rustig op het eiland voor enkele eeuwen, totdat nieuwe kolonisten zich vestigden. Dit waren de Achaiërs uit Mykenië, Tirijns, Argos en Attika . Na de vestiging in hun nieuwe verblijfplaats, ongeveer rond 1400 v.Chr., stichtten zij een machtige staat, die al snel zijn invloed op de rondliggende eilanden en het kustgebied van Klein-Azië deed gelden. Een paar eeuwen later werden de Achaiërs door de Doriërs opgevolgd. Nadat deze zich de Peleponesos, vele Egeïsche eilanden en de zuidelijke kust van Klein-Azië meester gemaakt hadden, veroverden zij ook Rhodos, alwaar zij Lindos, Ialysos en Kamiros stichten. Drie nieuwe steden, die in de daarop volgende jaren tot zeer welvarende steden uitgroeiden, wat nog te zien is bij de opgravingen ervan.

De Rhodianen namen onder aanvoer van Tlepolemos, de dappere zoon van Hercules, met negen schepen deel aan de Trojaanse oorlog. Echter, de leider van de "trotse Rhodianen", zoals zij toen bekend stonden, stierf in een gevecht samen met Sarpidon, voor de muren van Troje.

Bij vestiging in Rhodos en andere Egeïsche eilanden, bevonden de Grieken zich zeer dicht bij het Oosten en daardoor werden ze door die kultuur beïnvloed. De merkwaardige architektuur, de kolossale standbeelden, gouden en zilveren gebruiksvoorwerpen en het luxe leven wat door de rijke oosterse leiders geleid werd, had een grote invloed op hen. Met deze dingen voor ogen stichtte de volksstam, die uit zuidelijk Griekenland naar Rhodos kwam, zijn staat op nieuwe grondbeginselen. Rhodos kreeg daardoor niet alleen een belangrijk cultureel centrum, maar ontwikkelde zich tegelijkertijd ook zeer snel met koloniale en commerciële activiteiten. De snelle Rhodiaanse schepen voeren over het hele middellandse zee-gebied en brachten rijkdom en roem op het thuisfront. Tegelijkertijd stichtten de drie grote steden Kamiros, Ialysos en vooral Lindos talrijke koloniën aan de kust van Klein-Azië, Sicilië, Frankrijk en Spanje van 1000 v.Chr., tot 600 v.Chr. De meest bekende van deze waren Gages, Phasele en Korydalla in Lykië en Soloi in Kilikië (Klein-Azië), Gela en Agragas in Secilië, Parthenope (het huidige Napels) in Spanje en Cymnasiai op de Balearen.

naar boven 

De klassieke tijd.

De drie bovengenoemde steden, die in het begin staatkundig zelfstandig waren, verenigden zich later met de andere Dorische steden Kos, Knidos en Halikarnassus om de zogenaamde Dorische Hexapolis te vormen - een federatie van zes steden met een politiek en religieus karakter en waarvan het centrale punt het "heiligdom van Apollo Triopios" te Knidos was. Met het stichten van de Hexapolis streefden de Doriërs ernaar een sterke stedenbond te vormen als tegenwicht voor de Bond van de Ioniërs, welke eerder ontstaan was en waarvan het centrale punt "De Tempel van Artemis" in Ephesus was.

In de 5de en 6de eeuw v.Chr. onderging Rhodos vele veranderingen ten gevolge van oorlogen en dit leidde tot een ommedraai in de rijkdom van het eiland. Zo kwamen zij te samen met de Ioniërs en overige kustgedeelte van Klein Azië onder invloed van de Perzen. Maar doordat de Grieken zeer veel tegenstand boden, trokken de Perzen weer terug. Daarna werd Rhodos lid van de Attische Zeebond, die bestuurd werd vanuit Athene. Later, zoals ook in de tijd van de Peloponesische oorlog (431 - 404 v.Chr.), stonden de Rhodianen deels onder de heerschap van Athene en deels onder die van Sparta, om uiteindelijk toch de zijde van Sparta te kiezen. 
Tijdens deze Peloponesische oorlog besloten de Rhodianen, om veiligheidsredenen een nieuwe stad te stichten. Dit zou de hoofdstad worden. En zo gebeurde het dat op initiatief van Dorieus, de zoon van Olympisch kampioen Diagoras, een nieuwe hoofdstad ontstond op de noord oosthoek van het eiland, genaamd Rhodos. De stichting van deze stad, wat in 408 v.Chr. plaatsvond, was een mijlpaal in de geschiedenis van het eiland
.

naar boven 

De Hellenistische Periode:
Jaren van Welvaart.

Deze prachtige hoofdstad, zoals het hele eiland, werd afwisselend door Athene of Sparta bestuurd, totdat de rol van Macedonië in de politieke verhoudingen duidelijk werd. Onmiddellijk sloten de Rhodianen zich bij de Macedoniërs aan en lieten zelfs toe dat zij een Macedonische vesting in hun stad bouwden. Bij de belegering en verovering van Tyrus hielpen zij Alexander de Grote.

Toen Alexanders’ koninkrijk uiteen viel, ontwikkelde Rhodos een nauwe band van wetenschappelijke en politieke betrekkingen met het Ptolemeïsche Egypte. Dit werkte de argwaan van Koning Antgonus van Syrië op, omdat hij vermoede dat door deze betrekkingen een verbond zou kunnen ontstaan tussen Rhodos en Egypte in een toekomstige oorlog die hij tegen Egypte wilde voeren. Daarom besloot , in de zomer van het jaar 305 v.Chr., zijn zoon Demetrios Poliorketes om de stad te veroveren. Ondanks grote overmacht van de tegenstanders lukte het de Rhodianen een jaar lang weerstand te bieden en dwongen uiteindelijk Demetrios de aanval op te geven. De beroemde veldheer moest zonder overwinning het eiland verlaten en liet zijn gevreesde belegeringswapens achter. Deze werden later door de Rhodianen verkocht en van de opbrengst bouwden zij het immense bronzen standbeeld van Helios, de beroemde Colosos.

Na de verwoesting van Tyrus, die de grootste handelsconcurrent geweest was, bereikte Rhodos het hoogtepunt van zijn welvaart. De mislukking van Demetrios Poliorketes bij zijn poging om het eiland in beslag te nemen betekende een begin van een nieuwe episode. Handel en scheepvaart namen zo’n grote omvang aan, wat in lange tijd geen enkele andere stad bereikt had. Om een ordentelijk verloop van de scheepvaart te bewerkstelligen zetten de Rhodianen het "Rhodiaanse Zeerecht" in werking. Deze internationale code van het zeerecht, die gold als een van de belangrijkste dokumenten, werd later door de Romeinen en Byzantijnen overgenomen en verbeterd. Over deze zee-wet werd Keizer Antonius aangemoedigd om met bewondering te schrijven: "Ik kan de wereld regeren, maar de Rhodiaanse wet regeert de zeeën".

naar boven 

De Romeinse tijd:
De achteruitgang.

Vanaf het einde van de 3de eeuw v.Chr. werd de bemoeienis van Rome bij de politieke betrekkingen tussen Griekenland en het oostelijk Middellandse Zee gebied steeds sterker. De Rhodianen deden hun best om het beste van de zaken, zoals die zich voordeden, te maken en namen een vriendelijke houding aan tegenover de Romeinen. Maar de Romeinen waren er veel meer in geïnteresseerd om de macht van het eiland te beperken en zij gebruikten de Rhodiaanse weerzin om deel te nemen in de Romeinse oorlog tegen Perseus, opvolger van Philip de V van Macedonië, door van Delos een vrijhaven te maken. Dit was de dodenstoot voor de Rhodiaanse handel. De inkomsten uit havenbelastingen van 1.000.000 Drachmen per jaar, een bedrag wat ze de laatste jaren verdienden en welk met een koers van 2% betekent dat de totale handel in de haven rond de 50.000.000 Drachmen lag, vielen terug naar 150.000. Op grond hiervan werd Rhodos gedwongen een verbond met Rome aan te gaan en kreeg daarmee de zelfde vrienden, zowel in de Romeinse oorlogen als in hun burgeroorlogen. Cassius deelde de laatste dodenslag uit. Na de moord op Julius Caesar, weigerden de Rhodianen hem te helpen tegen zijn vijanden en in zijn woede viel hij aan en veroverde de stad in 42 v.Chr. en verwoeste deze op een verschrikkelijke manier. Bovendien nam hij als boete ook nog 3000 standbeelden mee naar Rome.

naar boven 

De Middeleeuwen.

Rhodos, gelegen op het snijpunt van Oost en West, nam snel de nieuwe ideeën van het Christendom op. Na de overlevering verkondigde Apostel Paulus in het jaar 58 n.Chr. het nieuwe geloof in Lindos en bekeerde veel inwoners tot het Christendom. Al tijdens de eerste eeuw, vanaf het begin van de jaartelling, had Rhodos een bisschop; Prochoros, later opgevolgd door Fotinos en Eufranor, welke deelnam aan het eerste eucomenische concilie. Na de splitsing van het Roemeinse Rijk werd Rhodos de hoofdstad van de Byzantijnse provincie van eilanden, maar kreeg nooit meer de glorie en roem uit vroegere tijden. Rhodos nam deel aan het wisselende lot van het Byzantijnse Rijk en werd vaak in beslag genomen en verwoest door vijanden van de staat. Zo veroverde in 620 n.Chr. de Perzen, onder leiding van Koning Chosroe, Rhodos. Een paar jaar later, 651 n.Chr., kwamen de Saracenen en in 807 plunderden de Seldsjoeken uit Azië onder Harun al Raschid het eiland. Nieuwe plunderingen door piraten werden bereikt tijdens de regeringstijd van de Byzantijnse kiezer Alexios I.

Vanaf de elfde eeuw begon Rhodos nauwere betrekkingen naar het Westen te knopen. In het jaar 1082 vestigden de Venezianen, met toestemming van de Byzantijnse keizer, een handelsnederzetting in de haven van Rhodos. In 1191 arriveerden de Engelsman Richard Lionheart (Richard Leeuwenhart) en Koning Philip van Frankrijk met hun vloot om huurlingen aan te monsteren voor hun kruistocht.

Toen de kruisvaarders Constantinopel veroverden in 1204, verklaarde Leo Cavalas, een rijke landheer uit de voormalige hoofdstad van het Keizerrijk, zichzelf tot Despoot en Rhodos bij goedkeuring van de Veneziërs.

Nadat de Byzantijnse Keizer in 1261 Constantinopel terug veroverd had, behoorde Rhodos weer volledig tot de Byzantijnse Rijk, maar in werkelijk lag de macht in handen van de Genuaanse admiraals, wiens vloten in de haven lagen. In 1306 verkocht één van de admiraals, Vignolo Vignoli, Rhodos, Kos en Leros aan de ridders van Sint Jan van Jeruzalem, die in 1309, ondanks hevige weerstand van de bevolking, het eiland in beslag nam.

naar boven 

De Johannieters.

De Orde van de Ridders van Sint Jan, de Johannieters, was ontstaan uit vriendschappelijke broederschap in Jeruzalem door kooplieden uit Amalfi in Italië, die hun permanente woonplaats in de Heilige Stad hadden. Later, en speciaal na 1099, toen de kruisvaarders Jeruzalem in beslag namen, verwierf de Orde meer macht en werd meer een militaire organisatie onder gezag van de kerk.

Na de verovering van Jeruzalem door Saladin in 1187 verlegden de ridders hun hoofdkwartier naar Akkon in Noord-Palestina. Maar de uiteindelijke totale mislukking van de kruisvaarders dreef hen allen tezamen uit de omgeving en bracht hen als vluchtelingen naar Cyprus, waar Koning Henry II hen Limassol toebedeelde. Ze bleven maar 18 jaar op Cyprus en kwamen toen naar Rhodos.

De jaren dat de ridders op Rhodos verbleven was de mooiste tijd uit hun geschiedenis. Meteen na de oprichting van hun heerschap over het eiland veroverden de Johannieters van Jeruzalem, die toen Ridders van Rhodos genoemd werden, de omliggende eilanden en voor een tijdje ook Smyrna. De kruisridders lieten diepe sporen op Rhodos achter en geven het eiland een karakter wat we ook vandaag nog in de muren, torens, kerken en ziekenhuizen, herbergen en paleizen kunnen herkennen. Ze bleven 213 jaar op Rhodos, tot 1522, toen op 29 December, de laatste Groot-meester, Villiers de l’ Isle Adam, gedwongen werd de stad over te geven aan Sultan Suleiman de Grote. De overgave was een gevolg van een zes maanden durende belegering bij welke de kruisridders met ondersteuning van de Griekse eilandbewoners tegenstand hadden geboden.

Na de overgave van Rhodos waren Charles V en de Paus behulpzaam bij het zoeken naar een nieuwe thuis voor de Johannieters - Malta. Vanaf die tijd stonden ze bekend als Maltezer Ridders.

naar boven 

De Ridders van Sint Jan.

De orde telde drie soorten leden:

De ridders, die onder militair commando stonden. Hun aantal werd nooit meer dan 600, omdat ze van adellijke afkomst moesten zijn.
De broeders voor de verpleging, wiens taak het was de zieken te verplegen en zij waren niet van adellijke afkomst.
De geestelijken, die de religieuze taak van de Orde bewaakten.

De leden van de orde, die allen uit katholieke landen van Europa afkomstig waren, werden ingedeeld in groepen naar "nationaliteiten" of "talen", de zogenaamde "Tongues": De Provence, Auvergne, Frankrijk, Italië, Engeland, Duitsland en Spanje, wat zichzelf later weer verdeelde in de "Tongues" Aragon en Castilië. Iedere tongue had zijn eigen herberg met eigen leider en raad.

De algehele leiding lag in handen van de Grootmeester, die door de leden van de Orde voor het leven werd gekozen en hij werd bijgestaan door een raad, waarvan de raadsleden de leiders van iedere tongue waren. Latijn was de officiële schrijftaal en het Frans de omgangstaal.

De tongue van Frankrijk, ondersteund door die van de Provence en Auvergne, was de meest invloedrijke en van de 19 Grootmeesters die de Orde gedurende 213 jaar leiden waren 14 Fransen.

Dit is ook te herkennen aan de namen die in de wapens geklonken zijn.

naar boven 

De Turkse en Italiaanse bezetting.

De Turkse bezetting van Rhodos was de meest tragische periode van de geschiedenis. Het hele eiland stond onder gezag van admiraal Kapudan Pasha en de stad zelf was de hoofdstad van de Vilajet (een Turkse provincie) van de Egeeën en was de zetel van de Sultan.

De Griekse inwoners van de stad werden gedwongen de ommuurde stad te verlaten en moesten zich daarbuiten vestigen, waar ze de nieuwe voorstad oprichtten, Marasia genaamd. Maar de Turken waren nooit in staat om het hele eiland onder controle te houden, want het Turkse deel van de bevolking was altijd in de minderheid. De Grieken hadden weinig moeite om het behouden van de handel en reisden met hun handelsschepen tot aan Europa. Gedurende deze donkere dagen met vreemde bezetting, waren vele steden, en vooral Lindos, in staat om hun handel in etenswaren, kleding, zilver, huishoudelijke voorwerpen en parfums weer een beetje op te laten bloeien.

De Turkse bezetting van de Dodekanesos eilanden duurde tot 1912. In dat jaar bezetten de Italianen, met behulp van de Griekse inwoners, het eiland en in aanvang behandelden zij de bevolking goed. Zij hoopten op een vereniging met Griekenland. Met het groeiende fascisme in Italië leidde tot uitgebreide bewakingspolitiek en Italië weigerde aan Rhodos het recht tot zelfbeschikking. Dit was het signaal voor de Griekse bevolking om in opstand te komen en deze werd beantwoord op de meest afgrijselijke manieren door de Italiaanse bezettingsautoriteiten. Na de nederlaag van de Axis machten, kwamen Rhodos en de andere Dodekanesos eilanden onder Engels militair bestuur tot 07 Maart 1948, toen eindelijk de Griekse vlag op het Groot Meesterpaleis gehesen kon worden.

naar boven 

Literatuur.

Naast de grote verrichtingen op het gebied van handel en scheepvaart was Rhodos al van oudsher een belangrijk centrum voor wetenschap en kunst. Speciaal na de 3de eeuw n.Chr., toen niet alleen de Rhodianen hier studeerden, maar ook jonge mannen uit alle delen van de toen bekende wereld, naar Rhodos kwamen om te studeren. Vooraanstaande Romeinen onder wie Cicero, Julius Caesar, Lucretius, Pompeii, Tiberius en Casius kwamen naar Rhodos om de kunst der rhetoriek te leren en om filosofie te studeren.

In de dichtkunst blonk de epische dichter Pisander uit Kamiros uit , welke in het beroemde gedicht "Herakleia" de heldendaden van de mythische held Herakles beschreef. Antagoras, ook een epische dichter uit de stad Rhodos, schreef het gedicht "Thebaus" en epigrammen waarvan er helaas maar één bewaard gebleven is.

Op Rhodos leefde en schreef ook de Alexandrische dichter Apollonius (295-215 n.Chr.), die als Apollonius de Rhodiaan bekend werd. Hij was de grootste epische dichter uit de Hellenistische tijd. Zijn beroemdste gedicht is "Argonautika" welk in 5835 verzen de avonturen van de argonauten beschrijft. De "Argonautika" werd hoog gewaardeerd vanwege zijn epigrammatische elegantie en zijn vele wijsheden. De dichter haalt in zijn verhaal veel mythologische episoden en avonturen aan, die in tijd zeer geliefd waren. Apollonius werd geïmiteerd door de Romeinens Valerius Flaccus en Terentius Varro Atacinus.

Onder de filosofen stonden de Lindische Kleobouline en gedurende de jaren van hoge welvaart, de filosoof Panaitios hoog aangeschreven en werden door Cicero en zijn leerling zeer gewaardeerd. Hier moet ook genoemd worden één der grootste filosofen van Rhodos, Kleoboulos, zoon van Evagoras. Hij leefde in de 7de eeuw v.Chr. in zijn vaderstad Lindos en als wijze gezagsgever en scherpzinnige politicus regeerde hij gedurende veertig jaar zijn woonplaats. De oudheid rekende hem tot "de wijzen van Griekenland" en schrijven hem vele uitspraken toe; de bekendste zijn: "Bedwing al het zinnelijke plezier", "De geest moet overheersen", "Vermijd het onrecht" en "Spreek immer het goede".

Rhodos bracht o.a. ook voort de geschiedenisschrijver Polyzelos die, net als Eargeias, geschiedenis van Rhodos beschreef. Zo ook Zenon, Antisthenens, Posidonios, Kallixenos en Sossikratis, waarvan slechts weinig werk bewaard gebleven is.

De rhetoriek werd de trots van Rhodos. De redenaarsschool, die in 324 v.Chr. door de Atheense redenaar Aischines gesticht werd, was wereldwijd bekend en trok leerlingen aan uit het hele middellandse zeegebied, vooral uit Rome. Als de beroemdste redenaars zijn Molon, Appolonios, Posidonios, Menekles en Archelaos overgeleverd. De eerstgenoemde karakteriseerde de grote Cicero met de woorden: "Ik kwam naar Rhodos om van molon les te krijgen in de leer der rhetoriek. Hij is een vlot spreker, een uitzonderlijk schrijver en heeft een zeer nauwkeurig oordeel. Hij onderwijst met wijsheid en zijn succes is uitzonderlijk groot."

naar boven 

De kunst.

Net als de wetenschappen, bereikte ook de beeldende kunst een hoog welvaartspeil op Rhodos. Beeldhouwerij, schilderkunst en ertsgieterij brachten werken voort die door hun kwaliteit en aantal, zowel in de oudheid als nu, verbazing opwekken. De beroemdste beeldhouwers waren Chares, Philiskos, Aristonidus, de broers Appolonius en Tauriskos, Agesandros, Athenodoros en Polydoros . De Lindier Chares, een leerling van Lysipp, ontwierp de Kolosos, die tot de wonderen der oudheid gerekend wordt. Philoskos schiep standbeelden van Apollo, Leto, Artemis en de Muzen. Aristonidus maakte het bronzen standbeeld van de treurende Althamantas, die in een ogenblik van waanzin zijn zoon Learchos gedood had. De broers Appolonius en Tauriskos waren dan wel geen geboren Rhodianen, maar verbleven toch het grootste deel van hun leven op Rhodos. Zij schiepen de beroemde Farnische Stier, waarvan een Romeinse kopie nu nog in het museum van Napels te zien is. Agesandros, Athenodoros en Polydoros brachten vele werken voort. Het bekendste werk van de drie beeldhouwers is de "Laokoon". Een compositie die de veroordeling van Laokoon, Apollo’s priester, laat zien. Laokoon werd samen met zijn kinderen gestraft omdat hij geen respekt voor de god toonde en zij werden gedoemd tot de beet van twee grote slangen, welke de God uit zee had laten komen. Deze beroemde compositie werd in de eerste eeuw v.Chr. naar Rome gebracht en weer ontdekt in 1506 in het gouden huis van Nero in Rome. Plinius, die het beeld ontdekte, hield het voor het grootste werk der beeldende kunst wat door mensen handen geschapen kon worden. Vandaag de dag wordt het nog immer tot een der grootste werken van de Griekse kunst gerekend.

Schilderen was ook belangrijk in Rhodos. Velen van de beeldhouwers, zoals Aristonidus, Tauriskos en Philiskos waren ook schilders . Maar de grootste van hen allen en één van de vooraanstaande van het antieke Griekenland, was Protogenos, die door zijn tijdgenoot Appelles aangemoedigd werd om zo goed, zo niet beter dan hemzelf te zijn. Zijn enige kritiek was dat Protogenos té veel details gebruikte, wat de gratie van zijn werk bedierf. Als de vooraanstaande werken van Protogenos worden genoemd: Ialysos met zijn jagende hond, de rustende satier en een portret van Tlepoleneus. En zijn beroemde schilderij van de twee attische oorlogsschepen (Triëren), Paralos en Ammonias, versierden de prophyleën van de acropolis van Athene. Pottenbakkerij was ook een belangrijk deel van het culturele leven op Rhodos en de produkten van het eiland waren bekend over de hele antieke wereld. Zelfs al in de Myceense periode (15de - 12de eeuw v.Chr.), werd de fijnste keramiek geproduceerd op het eiland. Een weinig hiervan is gevonden in graven in Ialysos en Kamiros en laat beelden zien uit de natuur en de zee. De grootste beroemdheid verkreeg de Rhodiaanse vazenschilderij in de 6de en 7de eeuw v.Chr., klassieke voorbeelden zijn de Fikelloura vazen (deze verkregen hun naam door de plaats in de buurt Kamiros, waar ze gevonden zijn). De gewone stijl van versieren was een combinatie van geometrische ontwerpen en voorstellingen uit de natuur.

naar boven 

De Kolosos.

De zeer bekende Kolosos van Rhodos staat in nauwe verbinding met de belegering van de stad door Demetrios Poliorketes, opvolger van Alexander de Grote in het jaar 305 v.Chr. Met het geld dat verkregen werd door de verkoop van Demetrios belegeringswapens, besloten de Rhodianen om hun trots voor deze grote overwinning tot uiting te brengen in een verheerlijkingsstandbeeld van hun favoriete God Helios. Deze opdracht werd gegeven aan de beeldhouwer Chares van Lindos, leerling van Lysipp. Het werk nam 12 jaar in beslag en werd tegen 280 v.Chr. volbracht. Ofschoon de Kolosos tot één der zeven wereldwonderen der oudheid gerekend wordt er een technisch en kunstig meesterwerk is geweest, beschikken wij niet over nauwkeurige bewijzen, die ons de vorm en formaat met zekerheid kunnen laten zien. Uit een inscriptie die in de buurt van het paleis van de Grootmeesters gevonden is, is op te maken dat het beeld een hoogte van 31 m. had. De bekendste en fantasievolste rekonstruktie van de Kolosos is afkomstig van de Franse reiziger Rottiers en staat in een boek wat in 1826 verscheen.

Er wordt gezegd dat Chares de bronzen leden één voor één op de plaats van opstelling gegoten heeft en zo langzaam van onder naar boven de oprichting volmaakt heeft. De oude legende waarop ook Rottiers zijn tekening baseerde, welke zegt dat het standbeeld aan het begin van de haven heeft gestaan en dat de binnenkomende schepen tussen de benen door voeren , moet, met tegenzin, verworpen worden. Vandaag de dag kunnen we zeker zijn dat het op het land heeft gestaan, apart van alles, dat zou de reconstructie manier geëist hebben en de meest waarschijnlijke plaats is dat het gestaan heeft in het voorhof van de Tempel van Helios, die dicht bij het grootmeesterspaleis stond.

Toch stond het wonderwerk maar 66 jaar overeind. Door een grote aardbeving in het jaar 226 v.Chr. braken de knieën en viel het beeld omver . De Rhodianen die hierin een voorteken zagen, richten het beeld niet opnieuw op. Derhalve bleef de Kolosos voor vele honderden jaren liggen. Toen in het jaar 653 n.Chr. de Arabieren onder Moabia, Rhodos plunderden, brachten ze de bronzen delen naar het tegenoverliggende vasteland en verkochten ze aan een Joods koopman. De legende vertelt dat er voor het transport 900 kamelen nodig waren. Vele eeuwen lang bleef Rhodos voor de Grieken en de Romeinen het eiland van de Kolosos.

naar boven 

De Stad Rhodos.

De stad Rhodos heeft 41.000 inwoners en bevindt zich daar waar in 408 v.Chr. ook de antieke stad Rhodos gegrondvest werd. De stad heeft dus een geschiedenis van 2.400 jaar en monumenten uit iedere periode kunnen binnen zijn grenzen gevonden worden .

De antieke stad was wezenlijk groter dan de huidige stad. De muren strekten zich uit naar het zuiden tot aan de heuvels, die de noordelijke driehoeksvormige vlakte van de rest van het eiland scheidde. Enige van deze heuvels, zoals de "Monte Smith" lagen binnen de muren. De vlakte, die de antieke muren omringde, wordt op 700 hectaren berekend. De middeleeuwse stad daarentegen omvatte maar 48 hectaren. Het inwoners aantal van de antieke stad in zijn bloeitijd in de 3de en 2de eeuw v.Chr. wordt op 80.000 geschat. Binnen de muren lagen twee acropolisen; één op de berg "Monte Smith" en de andere op de plaats waar nu het Paleis van de Johannieters staat.

Het stadsplan van de antieke stad was ook anders dan dat van de moderne stad. Het was gebouwd volgens het "Hippodamische Plan". Grondslag van deze planning was: vele straten die zich parallel van het Westen naar het Oosten uitstrekten. Het idee, dat het stadsplan ontworpen werd door de beroemde architekt Hippodamus uit Milet, moet echter tegengesproken worden. Wie de ontwerper ook geweest is, Rhodos was het onderwerp van grote bewondering in de oudheid. Zoals geograaf Strabo geschreven heeft: "We kunnen van geen andere stad zeggen dat die gelijkwaardig of superieur is".

Het huidige Rhodos heeft veel variëteiten te bieden van kleuren en vormen; de schitterende stranden, grote moderne gebouwen, pittoreske stadsdelen, Byzantijnse kerken en Turkse minaretten. Het groen in de stad is opvallend; alle straten in het nieuwe deel van de stad zijn door bomen omgeven. Weelderige vegetatie groeit langs de muren van de oude stad en talrijke palmbomen wekken de indruk van de Tropen op.

Vele reizigers beweren dat men de stad eerst vanuit zee moet zien. De middeleeuwse stad met zijn reusachtige muren in zandgele kleur, torens, schietgaten en kantelen verheft zich over de haven. Uit de binnenstad verraden koepels en minaretten de Turkse tijd. Degene die per vliegtuig op Rhodos aankomen, zoals de meesten, en deze prachtige ervaring moeten missen, kunnen dit alsnog zien door een tochtje te maken met één van de vele kleine bootjes die vanuit de Mandraki-haven vertrekken.

In de laatste dertig jaar heeft de stad Rhodos en het hele eiland een ongewone wending gekregen. De terugkeer van vele Rhodianen, die zich in Amerika, Afrika en Australië ophielden en in het bijzonder het toerisme, veroorzaakten buitengewone bouwwerkzaamheden, die nog steeds aanhouden.

De hotels, restaurants, tavernas, nachtlokalen en winkels zijn nauwelijks nog te tellen. Van April tot Oktober verandert de stad in een internationaal centrum, waarbij de inwoners en vreemden gelijk verdeeld zijn.

In het nu volgen de deel wordt apart beschreven: de oude stad, de zich binnen de riddermuren bevindt en de nieuwe stad.

naar boven 

De Middeleeuwse Stad.

De uitdrukking "Middeleeuwse Stad" moet niet de indruk wekken dat het gaat om een uitgestorven stad, waarvan men ruïnes kan bezichtigen. Integendeel, het is een zeer levendige stad, die door 6.000 mensen bewoond wordt en die in de zelfde gebouwen leven en werken als waarin de Johannieter zes eeuwen geleden leefden . Als een levend monument van het verleden is het haast uniek in Europa, zo niet in de wereld. En ook de bezoeker die maar een paar uur op Rhodos is, zal een wandeling door de oude stad niet moeten verzuimen.

De oude stad zoals nu ook nog het geval is, verdeeld in twee delen: het noordelijke deel wat de binnenvesting van de ridders was, Kastello of Kollachion genaamd, en tot welke de officiële gebouwen behoorden; en het zuidelijke deel, de Chora genaamd, waar de Grieken, de Europeanen die geen lid van de Orde waren en de Joden leefden. Deze twee delen werden gescheiden door een muur, die ongeveer daar liep, waar nu de Odos Sokratous, de oude bazar, is. In de tijd van de Turkse bezetting werden de Grieken uit de oude stad verdreven, die slecht door de Turken en Joden bewoond mocht worden. De Grieken mochten de oude stad alleen overdag betreden en wie na zonsondergang nog aangetroffen werd, werd ter dood veroordeeld.

naar boven 

Het Kasteel (Kollachion).

Komend vanaf de Mandraki-haven, komt men door de Vrijheidspoort (Pili Elefterias) op het Symi plein (Platia Simis). De poort is in 1924 door de Italianen gebouwd, die zichzelf beschouwden als de bevrijders van het eiland van de Turken. Direkt daartegenover bevindt zich de ruïne van de Tempel van Aphrodite, afkomstig uit de 3de eeuw v.Chr. en één van de weinige herinneringen aan de oudheid die inde oude stad gevonden zijn. Achter de tempel is de Herberg van de "Tongue" van Auverge, gebouwd in 1507. De buitentrap aan de voorkant van het gebouw is van zuiver Egeïsche architektuur, en heeft geen enkele westerse invloed. Tegenwoordig wordt het gebouw gebruikt door gemeentelijke instanties. De aan de linkerkant gelegen poort, de Arsenaal poort (Pili Navstathmu), leidt naar de handelshaven. Het Symiplein wordt ook wel Arsenaalplein genoemd, omdat men aanneemt dat de Johannieters hier hun zeilschepen hadden liggen (het woord arsenaal is afgeleid van het Arabische woord voor zeil). Het gebouw aan de rechterkant bevat op de begane grond een filiaal van een bank en op de eerste etage bevindt zich de Municipaal Art Galerie, de gemeentelijke schilderijen verzameling.

Van hier leidt de weg langzaam omhoog naar de Platia Argyrokastrou, een mooi plekje met een fontein in het midden. Het onderstel hiervan is een kruisvormig Byzantijnse doopvont en is door de Italiaanse archeologen gevonden in de Sint Irene kerk in de buurt van het dorp Arnitha. De stenen kogels bij het fontein en ook op ander plaatsen in de oude stad te zien, werden door de Rhodianen gebruikt bij de verdediging van de Turkse aanval in 1522. Op het Argyrokastrou ligt ook één van de oudste gebouwen van het Kollachion, de Armeria (wapenkamer), gebouwd in de 14de eeuw, waarschijnlijk door Grootmeester Roger de Pins, wiens wapen aan de linkerkant van het gebouw te zien is. De overeenkomsten met het hospitaal van de ridders (nu het museum) doet velen geloven dat dit het eerste gebouw is geweest wat gebruikt werd als hospitaal. Later werd het door de Turken gebruikt als wapenkamer (Armeria). Naar links als men naar de Armeria kijken, waar nu het archeologisch instituut gevestigd is, is het museum van decoratieve kunst.

Doorgaand voert de weg onder een boog door naar de Moeder-Godskerk, welke de kathedraal van de ridders was. Zij staat aan het begin van de ridderstraat (Odos Ippoton). In 1523 veranderden de Turken de kerk in een Moskee (de rode moskee) en de klokketoren werd een minaret. Het interieur werd gelaten zoals het was. Het is mogelijk dat de kerk van oorsprong een Byzantijnse stijl had, gezien de tijd waarin het gebouwd is de 11de - 13de eeuw n.Chr. Onmiddellijk na de Moeder-Godskerk van het kasteel is het museumplein (Platia Mousiou) met de herberg van de Tongue van Engeland en het hospitaal van de Johannieters. De herberg van de Tongue van Engeland aan de linkerkant, op de hoek van het plein en een doorgang naar de haven. Het gebouw werd gereconstrueerd in 1919 in de originele positie en dezelfde stijl als de oude, welke dateert uit 1443 en verwoest werd in het middel van de 19de eeuw.

Het ridderhospitaal staat aan de rechterkant als u het plein opkomt. Het is in zeer goede staat en was duidelijk geschikt voor het doel van de Orde, namelijk het geven van onderdak en verzorging aan pelgrims in nood uit het Heilige Land en later aan Kruisvaarders. Dit imposante bouwwerk, waar nu het Archeologisch Museum is, is waarschijnlijk het belangrijkste monument wat door de Johannieters achtergelaten is in de stad. De bouw begon in 1440 onder Grootmeester de Lastic en werd beëindigd door Grootmeester d’ Aubusson in 1484. Veel van de stenen en andere bouwmaterialen werden van het Romeinse gebouw genomen, welk aan de zelfde kant stond. Op de begane grond, links en rechts van de ingang, leiden gewelfde deuropeningen naar opslagplaatsen, welke nu als winkels gebruikt worden. De ingang ligt ongeveer in het midden van het gebouw. Precies boven de ingang is een driekantige uitbouw waarvan de venster de eentonigheid van het bouwwerk onderbreken. De uitbouw is een deel van de kapel van de Grote Zaal op de eerste verdieping. De ingang leidt ons door een hal naar een binnenhof, wat aan alle kanten omgeven is door arcaden, twee verdiepingen boven elkaar met kleine bogen. De bovenverdieping is te bereiken via een brede trap in de zuid-oostelijke hoek van het binnenhof. De oostelijke kant van deze verdieping (met uitzicht op het plein) werd gebruikt als ziekenzaal en had een capaciteit voor ongeveer 100 patiënten. Halverwege de zaal is de gotische kapel, waarvan een deel, zoals we gezien hebben, boven de ingang uitsteekt. Het overige deel van de verdieping werd gebruikt door de verplegingsstaf.

Nu gaan we terug naar het museumplein en gaan we naar de Ridderstraat (Odos Ippoton). Dit was de hoofdstraat van het Kollachion en is waarschijnlijk het beste voorbeeld van een middeleeuwse straat in heel Europa, die tot op heden bewaard gebleven is en is treffend vanwege zijn onvervalst karakter. Gedurende de eerste jaren van de Turkse bezetting werd de straat in een kazerne omgetoverd. Later trokken de Turkse families hierin en maakten houten balkons aan de voorkant van de gebouwen en bedierven zo de harmonieuze en originele architektuur. De vroegere vorm is later door de Italianen gerestaureerd. Op het eerste gezicht ziet de straat er heel kaal uit, maar bij nauwkeurige bezichtiging ziet men een rijkdom aan details. De lengte van de straat is 200 m., breedte 6m. en leidt omhoog naar het Grootmeesterspaleis. Links en rechts zijn de herbergen van de verschillende Tongues.

Aan het begin van de straat, het eerste gebouw aan de linkerkant, is de noordkant van het hospitaal. Rechts een middeleeuws gebouw waar nu de handelsbank van Griekenland huisvest. Daaraan sluit de herberg van de Italiaanse ridders, die in 1519 door de Italiaanse meester Fabrizio del Carreto gesticht werd. Zijn wapen is in het midden van de fassade te zien. Daarnaast een klein paleis welk de wapens draagt van de Franse meesters Aimerie d’ Amboise en Villiers de l’ Isle Adam. Hoewel het niet met zekerheid gezegd kan worden, lijkt het erop dat dit de residentie van Villiers was, de Meester die Rhodos verdedigde tijdens de Turkse belegering in 1522 en die gedoemd was de stad over te geven in handen van de Turken.

Tegenover het paleis is de oorspronkelijke hoofdingang van het hospitaal. Hierna, achter een ijzeren hek, is een tuin met een Turks fontein, waarvan het stromende water de enige onderbreking is van de complete stilte die hier heerst. De Catalaanse en Aragonese stijl van een deur die bewaard is gebleven tussen alle ruïnes, doet met grote zekerheid vermoeden dat hier een Spaans gebouw heeft gestaan.

Tegenover de tuin is de herberg van de Tongue van Frankrijk, die prachtig versierd is en één van de mooiste Johannieters-gebouwen is. Deze herberg is een uitvoerige bezichtiging zeker waard. Hij is gebouwd door Grootmeester d’ Aubusson en d’ Amboise aan het einde van de 15de eeuw of aan het begin van de 16de eeuw. De fassade draagt hun wapen tesamen met het embleem van de Orde en het wapen van Grootmeester Villiers de l’ Isle Adam. Vlakbij de herberg ligt de Kapel van de Fransen, met aan de voorkant een gotisch standbeeld van de Moeder Gods met haar kind. Het interieur van de kapel is sterk veranderd door de Turken, die er een moskee van hadden gemaakt. Het wapen van Grootmeester Raymond Beranger (1365 - 1374) op de kapel geeft te kennen dat het tijdens zijn regeringstijd gebouwd is en dat het dus één van de oudste gebouwen in de Ridderstraat moet zijn. De kapel staat naast de residentie van de priester, wat nu als Italiaans consulaat gebruikt wordt. Deze drie imposante Franse gebouwen laten de macht en invloed zien van de Fransen binnen de Orde.

Gelijk na het gewelf bevindt zich rechts de Herberg van Tongue van de Provence en links die van Spanje, aan wie ook de ruimte erboven toebehoorde . Beide herbergen werden aan het begin van de 15de eeuw gebouwd en zijn niet noemenswaardig voor specifieke decoratie.

Kort na de gebouwen, welke de laatste twee herbergen van de Ridderstraat zijn, vormt de lange gotische loggia met een monumentale zuilenhal het einde van de straat. De loggia dateert uit de eerste helft van de 15de eeuw en verbindt het Grootmeesterspaleis met de kerk van Sint Jan. De kerk, die gebouwd werd aan het begin van de 14de eeuw, was de officiële kerk van de Orde. Hij was in zeer goede staat tot aan het midden van de laatste eeuw, omdat hij ook in een moskee veranderd was. Maar werd door inslag bij onweer in het minaret in 1856 verwoest, omdat er daarbij veel buskruit ontbrandde wat daar in het magazijn opgeslagen was en waarschijnlijk in de vergetelheid geraakt was. De grote explosie blies de kerk op, verwoeste de overwelfde gang ernaast en alles wat tot dan toe van het Grootmeesterspaleis overgebleven was. Er werden 800 mensen bij gedood. Gelukkig werd het ontwerp van de kerk van Sint Jan door de tekeningen van Rottiers overgeleverd en maakte het voor de Italianen mogelijk een gelijknamige kerk aan de Mandraki-haven te bouwen, in de buurt van het Gouvernementspaleis, nu genaamd de kerk der Aankondiging (Evangelismos).

Tegenover de kerk van Sint Jan, op het hoogste punt van het Kastro, stond het Grootmeesterspaleis een imposante instruktie zowel voor de afmeting (80 bij 75 m.) als voor de kracht van de bevestigingen. Deze waren zo sterk dat zelfs de belegering in 1522 nauwelijks verwoestingen aan kon brengen. Gedurende de eerste jaren van de bezetting gebruikten de Turken het paleis als een gevangenis, daarna lieten zij het vervallen. Volledig verwoest werd het door de explosie van de Kerk van Sint Jan. De Italianen bouwden op de ruïnes een namaakversie. Immers Koning Victor Emmanuel en Mussolini moesten toch een goede verblijfplaats hebben bij hun bezoeken aan het eiland. Het werd in 1940 beëindigd. De vloeren zijn meldenswaardig vanwege hun prachtige mozaïeken, daterende uit de Hellenische en Romeinse perioden en hier gebracht vanuit Kos. De standbeelden op het binnenhof zijn uit de zelfde perioden. Griekse archeologen werden bijna tot wanhoop gedreven bij de heropbouw van het paleis, vanwege belangrijke bewijsstukken dat de beroemde antieke Tempel van Helios onder de fundamenten ligt, met zijn rijke decoraties en dit kan dus ook de plaats van de Kolosos zijn. Opgravingen in de diepte hebben in de omgeving nooit plaats gevonden.

Na het verlaten van het paleis heeft men rechts het Kleoboulouplein liggen. Kort daarna komt men op een prachtige brede weg met mooie plantaanbomen. Dit is de Odos Orpheus. Naar rechts, in de muur die de binnenmuur van het kasteel met de hoofdmuur verbindt, is de Antoniuspoort. En hierna, als u naar links gaat, de indrukwekkende Poort van d’ Amboise. Tussen de twee poorten geven de paltaanbomen u de mogelijkheid om even in de schaduw uit te rusten en ook -waarom niet!- te poseren voor een zelfportret gemaakt door één van de vele schilders. Als u bij Odos Orpheus de andere kant opgaat, komt u bij de klokkentoren (gebouwd na de aardbeving in 1851) welke staat aan de kant van de noord-west toren van de binnenversterkingen van het Kollachion. Van hieruit liep de muur parallel met de Riddersstraat tot het punt waar de muren samen kwamen, vlakbij de Mandraki-haven. Helaas is bijna niets van deze binnenmuur bewaard gebleven.

naar boven 

De Chora.

Als we de binnenmuren van het Kollachion verlaten, komen op het hoogste punt van de Odos Sokratous bij de "grote bazar’, zoals de Turken het noemde. Links is de moskee van Suleiman (naast de klokkentoren), geplaatst in een mooi tuintje met platanen. Zij werd gebouwd in 1808 op de plaats waar voorheen een oudere moskee gestaan had ter ere van de veroveraar van Rhodos, Suleiman de Prachtige. Zij wordt nog steeds als een moskee gebruikt, ondanks de bouwvalligheid van de minaret. De Turkse bibliotheek, in 1794 gevonden door de moslim Ahmed Hafuz, is aan de andere kant van de straat. De blibiotheek heeft een goede collectie van Turkse, Arabische en Perzische manuscripten, waaronder zich ook een anonieme beschrijving van de aanval in 1522 bevindt. Ook zijn er twee prachtig bewerkte Korans te zien; één uit 1412 en één uit 1540.

Bij de Suleimanmoskee begint een straat, die naar de westkant van de muur leidt: Odos Appoloniou. Hier bevindt zich de Byzantyns-gotische kerk van de heilige Georgos, daterende uit de 15de eeuw. Zij werd gebruik als een "medresse" (een Turkse theologen-school) gedurende de Ottoman bezetting en stond bekend als Kermale-Medresse.

We gaan terug naar de Odos Sokratous. De eerste straat rechts na de Turkse bibliotheek (Odos Ippodamou) brengt ons regelrecht in het hart van de oude Turkse wijk, die haast niets van het middeleeuws karakter verloren heeft. De bogen die zich telken over de straatjes buigen zijn door de Turken aangelegd ter akstra versteviging tegen aardbevingen en ze geven die speciale oriëntale atmosfeer. Aan de rechterkant is de kapel van Agia (Heilige) Paraskevi te zien, gebouwd in een kruisvorm. Dit werd ook een moskee (Takkeci Cami) gedurende de jaren van de Turkse leiding.

De eerste straat na de moskee (Odos Archelaou) leidt naat Platia Arionos, waar de Sultan Mustafe Moskee staat, gebouwd in 1765 en waar het openbaar badhuis is. Hier zijn de oude Turkse baden (Hamam), die gerestaureerd zijn na de verwoesting tijdens de laatste oorlog. De portier weet een oud Turks gebruik te vertellen: als een paar ging trouwen, was het de traditie dat op de Vrijdag voor de bruiloft (welke altijd op Zondag was) alle vrienden en bekenden van het paar een gratis ticket kregen voor de baden, zodat ze zich allemal goed konden voorbereiden in een gemoedelijke atmosfeer - mannen en vrouwen apart natuurlijk - op de komende bruiloft.

Er is een weggetje vanaf de Platia Arionos tussen de moskee en de baden door wat leidt naar de ingang van het "Theater van de oude stad", waar uitvoeringen van volksdansen gehouden worden; iedere avond gedurende de zomer. Onze straat gaat daar en komt uit op Odos Agiou Fanouriou. We gaan rechts (naar het zuiden). De kleine Byzantijnse kerk van Agios Fanourious (Heilige van diege die zochten naar verloren voorwerpen) is ook weer en kruisvorm gebouwd. De Turken gebruikte haar eerst als stal en later als moskee (Peial el din Cami). Fijne muurschilderingen zijn bewaard gebleven onder de kalklaag die de Turken aangebracht hadden.

Direkt hierachter, op Platia Dorieos, is de nu ongebruikte en verlaten moskee van Redjep-Pasha. Deze werd gebouwd in 1588, waarbij materiaal gebruikt werd uit de tijd der Byzantijnen en Johannieters en was toendertijd de mooiste moskee op het eiland. Ervoor staat een fontein en aan de achterkant onder een overkoepeling is de sarcofaag van Redjep-Pasha.

We keren terug naar Odos Agiou Fanouriou, één van de meest pittoreske straatjes in de stad, slaan rechts af, terug naar Odos Sokratous, de drukke bazar waar souveniers in alle varianten te koop zijn. Links als we de straat inkomen is de houten Aga Cami (moskee van de gouverneur).

Op onze weg naar beneden, richting haven, passeren we Platia Ippokratous, waar in het midden een fontein staat. Ook is op dit plein alles wat herinnert aan een belangrijk gebouw van de Johannieters, bekend als Castellania, waarvan alleen het zuidwest gedeelte nog staat, met een groten buitentrap. Het gebouw dateert uit 1597 en was een handelscentrum. Op de begane grond troffen zich de handelaren en op de bovenverdieping hield het gerecht zitting en werden de onenigheden besproken. Kort hierna is de Marinepoort of Havenpoort, met aan zijn zijde twee bastionnen. Het waarschijnlijk de mooiste van alle poorten van het kasteel. Wat uit opgravingen van de laatste eeuwen op te maken valt is dat de zee precies tot aan dit punt kwam.

In het zuiden van Platia Ippokratous leidt Odos Pythagora naar de achterkant van de Ibrahim Pasha Moskee. Zij werden in 1531 gebouwd en is het oudst bewaard gebleven religieuze gebouw uit de Turkse tijd. De Italianen restaureerden haar en brachten een nieuw minaret aan.

Vanaf Platia Ippokratous leidt de Odos Aristotelos naar het oude Joodse woongebied en naar Platia Evreon Martiron. Hier staat een klein fontein, versierd met belden van mosselen, zeesterren, inkvissen enz., gemaakt op blauwe tegels met erboven drie grote zeepaarden. De naam van het plein is een herinnering aan ongeveer 2000 Joden, die hier verzameld werden alvorens afgevoerd te worden naar concentratiekampen en waarvan er maar weinig teruggekeerd zijn. Het gebouw met de voorkant aan de noordzijde van het plein is het Paleis van de Admiraals, wat de residentie was van de Orthodoxe Aartsbisschop van Rhodos voor de Turkse bezetting.

Verderop in de Odos Pindarou (zoals het verlengstuk van de Odos Aristotelous genoemd wordt) staan de resten van de gotische kerk van de Moeder-Gods (Sainte Marie du Bourg), de grootste katholieke kerk van Rhdos (30 bij 18 m.). Een deel van de kerk ligt aan de linkerkant van de weg en het andere deel aan de rechterkant.

Zuidelijk van het Evreon Martironplein, dichtbij de muren, staat een interessante Byzantijnse kerk, de 15de eeuwse kerk van Agia Triada, beter bekend onder de Turkse naam Dolapli Cami. Van heir uit kan men de rondgang tussen kleine kerkjes en moskeeën nog voortzetten. Men kan ook terugkeren naar de omgeving van de Bazar om souveniers in te kopen.

naar boven 

De muren van Het Kasteel.

De uiteindelijke kasteel muren stammen uit de overgangstijd, in welke het gebruik van vuurwapens de oorlogsstrategiën grondig veranderden. De periode waarin het kanon liet zien dat de oude verdedigingstechnieken weerloos waren tegen het gebruik van buskruit .

De bijdrage van de eerste Johannieters was de reparatie van de bestaande Byzantijnse muren. Latere generaties zetten de vooruitgangen voort en de laatste herbouw werd gedaan onder Grootmeester d’ Aubusson, precies na de succesloze Turkse aanval in 1480 . In deze tijd onstonden ook de ronde torens, die de kanonkogels verdragen konden en waren veel minder weerloos als hun rechthoekige voorgangers. Ook de dikte van de muren werd versterkt en de breedte van de gracht vergroot. Op somige plaatsen in de muur wel 12 m. dik en de gracht breder dan 21 m. De gracht was nooit met water gevuld, omdat hij hoger als de zeespiegel ligt.

De ongeveer 4 km. lange muur, die de oude stad omgeeft, werd door de afzonderlijke Tongues van de Orde verdedingd. Iedere Tongue was verantwoordelijk voor een bepaald deel.

Degene die meer willen weten over de muren en hun geschiedenis, kunnen de rondleiding volgen die tweemaal per week plaatsvindt (Maandag en Zaterdag) en begint vanaf de binnenplaats van het Grootmeesterspaleis .

naar boven 

De Nieuwe Stad.

Met de Turkse verovering van Rhodos in 1522 trokken de Turken in het Kasteen en alleen de Joden mochten in het overige deel blijven wonen. Het Griekse deel werd verdreven en werd toegestaan te wonen in de buurt buiten de muren, bekend onder de Turkse naam "Marasia". Deze buitenwijken groeiden uit naar het zuiden en zuid-oosten van het kasteel in het gebied waar gedurende de Johannieters landhuizen en kerken gestaan hadden. Het waren de kerken die de namen aan de nieuwe buurten gaven (St. Anastasia, St. George, St. John, St. Nikolaas, enz.). Gedurende de laatste honderd jaar ontstond nog een nieuw deel met gebouwen, de zogenaamde "Niochori" (nieuwe stad) aan de noordkust en de eerste bewoners hiervan waren diegene die naar Rhodos trokken en afkomstig waren van nabijgelegen eilandjes en vreemden, voornamelijk uit Europa. Dit ook was de omgeving die de Italianen kozen voor hun moderne gebouwen en maakten het tot het stadscentrum. Nu is de stad uitgebreid met nieuwe buitenwijken op de Monte Smith heuvel en andere heuvels in het zuiden.

De beste plaats om een rondgang door de nieuwe stad te beginnen is Platia Kyprou, het hart van het rijkste en gedistingeerde deel van het centrum . Rond het plein de mooiste boetieks, juwelierszaken, stoffenwinkels, en kleermakers, zowel als bijna alle banken van Rhodos. We zetten voort naar beneden, Odos Gallias, en komen spoedig bij de Nea Agora, de nieuwe markt, een groot, zevenhoekig bouwsel. Op de begane grond zeer veel winkeltjes en op de bovenverdieping allerlei bureaus. Zij omsluiten een grote open plaats waar zich groente-, fruit- en vleeskramen bevinden, zowel als snack-bars en cafetaria’s. Odos Averof, welke langs de nieuwe markt loopt, is de kant van de busonderneming "RODA" met diensten langs de hele West- en Oostkust van het eiland. Van hieruit kan men ook een deel van het Grootmeesterspaleis zien en een heel mooie tuin waar het Klank en Lichtspel wordt gehouden. Dichtbij de ingang van de tuin is de KTEYL-onderneming, waarvan bussen vertrekken naar het oostelijk deel van het eiland.

Als men nog ongeveer 100 m. doorgaat rond de nieuwe markt komt men bij de Mandraki-haven. Dit was de oorlogshaven van het antieke Rhodos en waarvan de ingang met kettingen afgesloten kon worden. Nu wordt de ingang verfraaid door de standbeelden van een hert en hinde - symbolen van het eiland - op twee zuilen. (Naar het oordeel van velen was dit de plaats van de Kolosos). De haven wordt gebruikt door jachten, grote en kleine en lokale vissersbootjes en hier vandaan vertrekken iedere dag boten voor uitstapjes naar nabijgelegen eilanden en naar badplaatsen op Rhodos zelf. Hier kunnen ook boten gehuurd worden waarbij avonturiers hun eigen uitstapje organiseren en uitvoeren.

Op de lange pier van Mandraki staan drie windmolens waar het graan opgeslagen lag van handelsschepen in de haven. Van hieruit kan men de grote handelshaven zien, bekend als Emporio-haven, en ook de minst belangrijke Akantia-haven in het zuiden.

Aan het eind van de pier domineert het fort van St. Nikolaas de haven. Dit werd gebouwd in de 15de eeuw om de stadsverdediging te versterken tegen de Turkse aanval.

De brede straat die parallel aan de kade loopt is het punt waarvan alle 8 stadsbussen vertrekken. Iedere route duurt ongeveer een half uur. Waarna de bussen weer terugkeren naar het uitgangspunt aan de kade. Als men doorgaat in noordelijke richting, passeert men de Bank van Griekenland, de Aktaion snack-bar, het gerechtshof en het postkantoor; Tegenover het postkantoor is de kerk der Aanvaarding (Evangelismos), gebouwd volgens hetzelfde plan als de Johannieterkerk van St. Jan, welke tegenover het Grootmeesterspaleis gestaan heeft. Nu doet deze kerk dienst als Kathedraal.

Iets verderop is het vroegere Gouverneurspaleis, met het Stadhuis en Nationaal Theater er tegenover. Al deze gebouwen dateren uit de tijd van de Italiaanse bezetting (1912 - 1943).

Naast het Nationaal Theater is een kleine, maar interessante Moskee van Murat Reis, met de elegante witte minaret. Hier is ook het oude Turkse kerkhof. In een rond Mausoleum is Murat Reis begraven, die tijdens de belegering en verovering van Rhodos admiraal was onder Suleiman de Prachtige. Er bevindt zich ook een graf van een Sjah van Perzië. Verder noordwaarts, precies tegenover de ingang van de haven, is de watersportvereniging waar jongeren kunnen zeilen, roeien of zwemmen.

Een fijn zandstrand begint bij de watersportvereniging en loopt tot aan het noordelijktse deel van het eiland, waar zicht het aquarium bevindt. Het strand gaat door rond de punt naar de andere kant en zuid-westelijke richting en is vrij toegankelijk. Allen voor gebruik van ligstoel en parasol moet betaald worden. Het strand is heel populair en iedere zomer liggen hier duizenden zonaanbidders.

naar boven 

Bezienswaardigheden in de Omgeving.

Monte Smith.

Dit kan bereikt worden of te voet (het is ongeveer 3 km vanaf het centrum) of met de stadsbus nr. 5, die ieder half uur vertrekt aan de Platia Elefterias aan de nieuwe markt.

De berg is genoemd naar de Engelse admiraal Sir Sidney Smith , die deze berg gebruikte als uitkijkpost om de vloot van Napoleon te volgen, gedurende de Franse oorlog met de Turken.

De berg biedt een prachtig uitzicht over de stad en het kasteel, de nabijliggende eilanden en de kust van Turkije. De beste tijd om te gaan is in de namiddag, zodat men van een prachtige zonsondergang kan genieten .

Op de berg staat de hogere acropolis van de Antieke stad Rhodos . Een beetje ten zuiden van de bergtop is een groep belangrijke antieke vondsten, inclusief het Stadion, wat waarschijnlijk stamt uit de 2de eeuw v.Chr. Veel ervan is opnieuw opgebouwd. Het is 192 m. lang en 35 m. breed en wordt soms gebruikt voor concerten van wereldbekende Griekse of buitenlandse groepen in de zomer.

Naast het Stadion een klein Theater, de reconstructie is in wit marmer gemaakt, waarschijnlijk naar aanleiding van de weinige resten van het origineel. Er wordt gesuggereerd dat het Theater meer gebruikt werd voor de lessen van de School de Rhetoriek, als voor opvoeringen van het Klassieke Drama.

Hierboven werd de hele omgeving gedomoneerd door de Tempel van Pythian Apollo. Met de weinig overgebleven resten werd een hoek van de Tempel opnieuw gebouwd. De drie bouwsels, tesamen met het gymnasium, wat naar alle waarschijnlijkheid ook zeer dichtbij stond, vormen het geestelijke en artistieke centrum van het Antieke Rhodos. De entree is dagelijks op ieder tijdstip vrij toegangkelijk.

naar boven 

Rhodini Park.

Het park ligt ongeveer 3 km. van het centrum verwijderd en ligt aan de weg naar Lindos. Het is ook te bereiken met stadsbus Nr. 3 met een halfuur dienst vanaf de nieuwe markt.

Het park ligt in het groene schaduwrijke dal met een stromend watertje, waarin vaak waterlelies staan. Het is een ideaal oord voor de vele pauwen die hier vrij rondlopen en een exotisch tintje aan het geheel geven. Er wordt gezegd dat het park de plaats was van de School de Rhetoriek. Het restaurant en nacht-club aan het begin van het park zijn alleen tijdens het seizoen geopend.

Als we het pad nemen dat langs het water loopt, brengt een wandelingetje van ongeveer tien minuten ons bij een uitgegraven graf in de rots. Dit graf wordt bij vergissing gezien als het graf van Ptolemeus. De rots is aan de buitenkant zo bewerkt dat het een vierhoekig onderstel van een graf vormt, iedere kant met een lengte van 17,8 m. en de hoeken van iedere kant zijn versierd met 21 Dorische zuilen. Het graf dateert uit de Hellenistische periode en is gerestaureerd in 1924.

naar boven 

Tochten over het eiland.

Er zijn twee hoofdwegen voor degenen die een bezoek willen brengen aan de waardevolle bezienswaardigheden van Rhodos.

Eén volgt de oostkust, via Lindos naar Kattavia, het meest zuidelijk gelegen dorp . De weg is geasfalteerd en in goede staat, afgezien van kleine delen in het zuiden.
De andere route neemt ons mee langs de westkust langs Ialysos en het antieke Kamiros en wederom naar Kattavia. De weg is geasfalteerd tot aan het dorp Monolithos en in goede staat.

Buiten deze twee hoofdroutes om, is er nog een netwerk van kleinere wegen tussen oost- en westkust en die leiden door de dorpjes in het binnenland. Sommige van deze wegen zijn geasfalteerd, maar de meeste zijn onverhard. Echter, alle wegen zijn bereikbaar voor motor-voertuigen, hoewel om veiligheidsredenen de max. snelheid, onder de 30-40 km. per uur moet liggen.

Toch kan de verkenning beter zijn. Speciaal op secundaire wegen moeten de chauffeurs hun verstand erbij houden en zeker niet aarzelen om de weg te vragen aan een passerende dorpeling. De dorpsbewoners zijn altijd zeer bereidwillig te helpen aan als de bezoeker het voor elkaar krijgt de plaats uit te spreken waar hij heen wil, volgt er waarschijnlijk een stortvloed van handige informatie.

De boven beschreven routes kunnen met de auto gemaakt worden, zowel als met de motor of fiets, als men genoeg vertrouwen heeft heeft in eigen kunnen. U kunt zich ook met de bus van het reisbureau laten vervoeren of met het openbaar vervoer gaan.

De belangrijkste stranden aan de oostkust, tot aan Lindos, kunnen ook per boot bezocht worden, welke ‘s morgens vertrekken en ‘s middags weer terugkeren.

Het zuidelijk deel van het eiland is vooral voor diegene interesant die willen ontsnappen aan de drukte en alleen willen zijn op de eenzame strandjes en het Griekse landschap willen leren kennen.

naar boven 

De Ooskust.

We verlaten de stad via Odos Gregoriou E in de richting van Faliraki. Na 5 km. komen we bij het strand wat hoort bij het dorpje Koskinou. De rotsige kustlijn wordt onderbroken door kleine inhammen met zandstranden en hier is het dan ook waar de grote comfortabele hotels van het eiland zijn gebouwd. Het strand ligt op minder dan 500m. van de weg en kan bereikt worden door een van de weggetjes naar links in te slaan. Rechts is een weg waar men na 2 km. het dorpje Koskinou bereikt. Het dorpje is bezienswaardig van wege de vele huisjes met een origineel rhodiaans interieur en omgeven door bloemrijke tuintjes.

We gaan verder langs de kustweg, welke ons na 11 km. vanaf de stad, brengt bij Kallithéa. Hier waren geneeskrachtige bronnen (niet meer in werking), welke zeer bekend waren een aantal jaren geleden bij diegene die zo’n therapie (reumatiek, jicht, suikerziekte en nier- en leverkwalen) nodig hadden. Toch is het noch steeds een heel mooi plekje om te bezichtigen met een weelde aan natuurschoon. Het is er ook fijn zwemmen in een van de baaien. De duikschool geeft ook les aan beginners, iedere dag in de prachtige baai van Kallithéa.

Na Kallithéa draaid de weg naar het zuiden en na 1 km. komt het bekende strand van Faliraki in zicht; meer als 5 km. goud zandstrand en een sprankelende zee. Het strand staat vol met moderne hoteleenheden, kamers en appartementen te huur, winkeltjes, restaurantjes, bars en al het andere wat in een goed ontwikkeld toeristendorp aanwezig moet zijn. Veel watersportmogelijkheden. Faliraki is ook te bereiken via de hoofdweg Rhodos-Lindos.

Eén kilometer na Faliraki buigt men linksaf en komt men na nog 1 km. bij de rustige baai van Ladiko.

Terug naar de Rhodos-Lindos weg en nog 5 km. komen we bij het dorp Afandou aan de rechterkant en een afslag naar links voor het strand Afandou. Afandou ligt verborgen tussen lage heuvels en is omgeven door fruitgaarden en olijfbomen en is één van de grotere dorpen van Rhodos. Er is een plaatsselijke traditie van tapijtweverijen die nog steeds gehandhaaft wordt. Het lange strand is schoon met kiezelstenen i.p.v. zand. Er zijn hier geen grote hotels, alleen wat kleine en er zijn appartementen te huur. De tavernas zijn meldenswaardig voor de goede vis. Het baden is zeer zeker rustiger als in Faliraki, maar wel zonder faciliteiten.

Vier km. na Afandou, in de plaats Kolimbia, kan men naar links afslaan om na 2 km. te komen bij het strand van Kolimbia. Van de schilderachtige, stille baaien met goudgeel zand , zijn vooral de eerste twee, die rechts liggen bijzonder mooi.

In Kolimbia slaat men rechts af om in het binnen land te komen. Na 4 km. komt men bij Epta Piges; zeven bronnen. Een aantrekkelijk, groen dal, waar nimmer uitdrogende bronnen, zelfs niet in de hitte van de zomer, een klein meer vormen. Het water van dit reservoir wordt gebruikt voor irrigatie van de vlakte bij Kolimbia. Het reservoir kan bereikt worden via een tunnel vanaf het restaurant.

We gaan terug naar de hoofdweg. Drie km. na Kolimbia is er een weg links, voorbij de berg met het klooster van Tsambika, die leidt naar het zeer populaire strand met de zelfde naam. De afstand van de hoofdweg bedraagt 1.5 km. Een gouden strand en een kristalheldere zee - wat meer kan men zich wensen om te zwemmen of te watersporten? Er zijn restaurants en snack-bars.

De weg naar het klooster Tsambika buigt naar links 300 m. voor de afslag naar het strand. De weg leid omhoog naar de top van de berg, waar het klooster van "de Heilige Vrouw" staat, maar het laatste deel (ongeveer 15 min.) moet te voet afgelegd worden. Toch is het zeker de moeite waard om het prachtige uitzicht te hebben over de stranden van Afandou, Kolimbia en Tsambika en landinwaarts over het eiland tot aan de berg Attaviros . Het strand van Tsambika is ook als dagtocht per boot te bereiken.

Vier km. verderop, op de weg naar Lindos, komen wij bij het dorp Archangelos. Dit grote pittoreske dorp heeft een traditie van tapijtweverijen en keramiek van vele honderden jaren geleden en de lokale bevolking staat ook bekend om het maken van geiteleren laarzen. Bezoekers die van plan zijn om langer als een paar dagen in Rhodos te blijven kunnen de werklieden bereid vinden om laarzen op bestelling te maken. Vlakbij het dorp, op de top van een rots, zijn wat ruïnes van een kasteel, gebouwd in 1467 door Grootmeester Orsini.

Net 200 m. voor Archangelos is er een klein weggetje naar het strand van Stegna. Dit strand is nog vrij onbekend, hoewel het zeer trek is bij de inwoners zelf. Het strand zelf is niet zo mooi als dat van Tsambika, maar de baai heeft zijn eigen aantrekkingskracht met al het groen er omheen en de zeer goede tavernas waar men, in alle rust en vrede, van een goede maaltijd kan genieten. Het strand ligt ongeveer 2 km. van de hoofdweg.

Vier km. na Archangelos buigt men naar linksaf nar Haraki. Dit is het aan de kust gelegen, alleen in de zomer bewoonde deel van de dorpen Malona en Massari. Er is een uitzicht tot aan Lindos en er zijn goede vistavernas. Eén km. voor Haraki is een afslag naar links, welke ons in 800 m. brengt bij de meest aantrekkelijke baai met goudgeel strand en heel weinig publiek. Het strand heeft geen restaurants of koffieshops. Tussen deze baai en Haraki, op de top van een rots, ligt het kasteel van Feraklos. Dit was een van de laatste vestingen die onder de Turken viel. De Johannieters gebruikten de vesting als gevangenis voor krijgsgevangen en voor ridders die iets gedaan hadden in tegenspraakt met het reglement van de Orde.

Van Archangelos uit kan men een kleine wijziging aanbrengen door de hoodweg te verlaten en de oude geasfalteerde weg te volgen, die leidt door de dorpjes Malona en Massari. Bij deze wijziging komt men door het dal van Nethon, met de ontelbare sinaasappel- en mandarijnenbomen .

Nog eens 7 km. langs deze weg naar Lindos na Massari en we komen bij Kalathos. Anderhalve km. na Kalathos splits de weg zich. Rechtdoor naar Lindos (nog 4.5 km.), rechtsaf naar de zuidelijk gelegen dorpen van Rhodos en linksaf de weg naar beneden naar de prachtige baai van Vliha. Twee nieuwe hotels staan er aan dit strand, er zijn kamers te huur en er zijn restaurants en koffieshops. Zodra men de baai van Vliha gepasseert is, komt de imposante acropolis van Lindos in zicht met het dorpje aan de voet van de berg.

naar boven 

Lindos.

Lindos heeft vandaag de dag ongeveer 1000 inwoners en is waarschijnlijk het meest bekende dorp in Griekenland, althans voor buitenlanders. Net als de oude stad van Rhodos werd het onder monumentenzorg gesteld en zo had de mogelijkheid om zijn oorspronkelijk karakter weer op te bouwen. Lindos is het meest populaire uitstapje op het eiland. Iedere dag is er een invasie van duizenden toeristen en Grieken die komen om het dorp met de acropolis te bewonderen en te zwemmen in de prachtige baai.

Volgens Homer, in de Ilias, werd Lindos gebouwd door Doriërs tesamen met Kamiros en Ialysos. Dit moet geweest zijn in de 12de eeuw v.Chr. Rhodos zond negen schepen naar de Trojaanse oorlog en deze waren waarschijnlijk allemaal ofkomstig uit Lindos. Dit zou kunnen bevestigen dat in die rijd Lindos de sterkste van alle Rhodiaanse steden was. Natuurlijk was de ontwikkeling van de stad voornamelijk te dankezn aan de zee-mogelijkheden met de twee havens. En de indrukwekkende acropolis was uniek in Rhodos. Al in de 7de eeuw v.Chr. begon Lindos met het stichten van koloniën en beheerste met zijn handelsvloot grote delen van de Middellandse zee. De Lindiërs schiepen de eerste zee-wet, die later als de Rhodiaanse zeewet bekend werd. In de Romeinse werd het de zeewet van de Romeinen en is ook nu nog de grondslag van de Wet der Zee.

In de kunst waren de Lindiërs het meest succesvol met beeldhouwen. Omdat de aanwezeige materialen in de omgeving niet geschikt waren voor beeldhouwen in steen, werden de Lindiërs gedwongenmet brons te werken, waarmee ze een zeer hoog niveau bereikten. De beroemde bronzen Kolosos van Rhodos was het werk van een Lindische kunstenaar, Chares.

De stad bereikte zijn hoogte punt in de 6de eeuw v.Chr., met name tijdens de regering van Kleoboulos, die hier meer dan 40 jaar geregeerd heeft. Kleoboulos werd gezien als één van de zeven wijzen uit de oudheid en was de eerste die bedacht dat openbare werken gefinancierd konden worden door een inzameling te houden onder de bevolking. Er is een traditie die vermeldt dat dit gebeurde door de kinderen van de stad van deur tot deur te laten gaan en zingende de liedjes die Kleoboulos geschreven had. Deze gewoonte, nu bekend als "chelisdonisma" (komt van de zwaluw), is blijven bestaan en de liedjes die de kinderen nu zingen om de lente te verwelkomen zijn afgeleid van de oude voorbeelden. Het geld dat op deze manier verzameld werd, werd gebruikt voor de bouw van de Tempel van Athena, rond 550 v.Chr. en ook voor de bouw van de waterleiding die tot nu toe bewaard gebleven is en waarvan het water uitkomt in een bron op het dorpsplein.

Met de stichting van de stad Rhodos in 408 v.Chr. verloor Lindos vele inwoners; het centrum van de beeldhouwerij werd naar de stad verlegd, zoals ook de werven. Toch behield het zijn betekenis als handelshaven, omdat Lindos tussen de drie continenten Azië, Europa en Afrika ligt. En moet niet vergeten dat in die tijd de schepen altijd dicht bij de kust zeilden, allen overdag en alleen bij goed weer. Voordat de zon onderging, moesten de schepen een veilige haven voor de nacht bereikt hebben. En dit was de reden waarom Lindos zijn positie kon handhaven; door verkoop van levensmiddelen aan zeelieden enhet heffen van havenbelasting. De komst van het stoomschip maakten hieraan een einde. Het verval begon in de 18de eeuw met de ontwikkeling van andere havencentra.

In 1522 verloren de Johannieters, die controle hadden over de handel en scheepvaart, Rhodos en de Turken die als voormalig nomadenvolk geen interesse hadden in handel en scheepvaart, lieten dit gebied over aan de Lindiërs. Vanaf deze tijd ontstonden er in de 16de, 17de en 18de eeuw in Lindos veel gebouwen, de zogenoemde "kapiteinshuizen". De architektuur en de decoratie hiervan is uniek in Griekeland. Tot voor kort waren deze huizen erg vervallen, maar het geld, verkregen door het toerisme, maakte het voor de bewoners mogelijk om de huizen te renoveren, onder toezien van de Archeologische Dienst om er zeker van te zijn dat ze weer precies in de traditionele stijl worden herbouwd. De bouw van hotels is verboden, maar Lindos heeft meer dan 2000 bedden beschikbaar voor bezoekers in de huizen en dit is een ideale plek voor diegene die de moderne hotels willen vermijden.

De acropolis en het gebied er omheen werden uitgegraven door de Deense Archeologische School tussen 1902 en 1912. De oudste vondsten waren werktuigen uit vuursteen, die uit de neolithische tijd, 3000 v.Chr., stammen en hieraan kan men zien hoe ver de geschiedenis van Lindos teruggaat. Tussen de meest belangrijke vondsten, nu in het museum van Kopenhagen, zijn twee marmeren plakkaten met inscripties van Timochidas, priester van Athene in 99 v.Chr. Op de ene staat een lijst van de priesters der goden en op de andere de wonderdaden van de godinnen en de namen van de bezoekers aan de tempel op de acropolis en vermeld de geschenken die zij aan de goden schonken. Deze vondst, bekend als de kroniek van de Tempel van Lindia Athena, bewijst dat enige van de meest bekende namen van de griekse mythologie en geschiedenis de tempel bezocht hebben. Onder hen waren Herakles, Cadmus, danaos met zijn dochters, Helen van Troje en haar man Menelaos op hun terugkeer van de trojaanse oorlog, Artapheres; koning van Perzië, Alexander de Grote en vele anderen.

De acropolis zelf is een bijna driehoekige rots van 116 m. Hoog. De noordzijde is breder en dieper, naar het zuiden toe wordt de rots smaller en hoger, waardoor verscheidene vlaktes ontstaan. Nu wordt de acropolis overheersd door de bouwwerkzaamheden van de Johannieters. De antieke muren waren veel lager en verborgen niet de gebouwen erachter.

We passeren het wachtershuisje en klimmen de trappen op naar het eerste plateau, waar drie onderaardse zisternen, waterputten, te zien zijn uit de Byzantijnse tijd. Links heeft men een mooi uitzicht over de baai. Vele honderden voetstukken van standbeelden met inscripties staan op alle vier de plateaus. De reden hiervan is, dat, speciaal in de Hellenistische tijd, het een gewoonte voor rijke bezoekers was om standbeelden toe te wijden aan Athena. Gezien het aantal standbeelden wat hier ooit gestaan moet hebben, zijn er maar slechts een paar gevonden bij archeologische opgravingen. Het zou zo zijn dat Cassius, één van de moordenaars van Julius Caesar, hier gedeeltelijk verantwoordelijk voor was, omdat er een raport is dat hij in 42 v.Chr. 3000 standbeelden van Rhodos haalde en vele hiervan moet afkomstig geweest zijn uit Lindos.

Op het eerst plateau ziet men twee belangrijke monumenten uitgehouwen in een rots: een exendra en een reliëf van een schip. In 170 v.Chr. besloten de Lindiërs om Hagesandros te vereren; één van de zeekapiteins, door in de rots het achtersteven van zijn schip (welke een trireme vorm had) uit te houwen, als basis voor zijn bronzen standbeeld. Op de bodem van het reliëf is een inscriptie die vermeldt dat de stad Lindos Hagesandros vereert met een gouden krans. De uitgehouwen exendra, welke waarschijnlijk dateert uit dezelfde tijd als het schip, werd gebruikt als zetel voor wat we nu zouden noemen het parlement van Lindos. Een inscriptie uit de 3de of 4de eeuw n.Chr. zegt ons dat Aglochartos, priester van de tempel van Athena, was aangesteld voor het werk van de renovatie van de tempel. Daadwerkelijk was het heiligdom tot 396 n.Chr. van betekenis. In dat jaar kondigde de Byzantijnse keizer Theodosius aan dat alle heiligdommen verwoest moesten worden, die aan de oude geloven gewijd waren. Vanaf deze tijd worden ook de Olympische Spelen niet meer gevierd. De priesters van Lindia Athena is Lindos werden verdreven en gedood.

Na het schip-reliëf en de exedra bekeken te hebben, beginnen we aan het steile deel van acropolis. We gebruiken de trap die door de Johannieters gemaakt is en welke leidt naar het kasteel door de poort met het huis van Grootmeester d’ Aubusson. Het bestaan van dit huis laat zien dat het kasteel tegen het eind van de 15de eeuw is gerenoveerd. Een paar treden van de oude antieke trap zijn aan de linkerkant zichbaar.

We velaten de eerste kamer van het kasteel, gaan linksaf door de tweede kamer en komen uit voor de boog van een andere axedra. Er is een theorie dat dit de plaats was van de gelovigen in de mysteriën vand e Athena-verering ingewijd werden. Hier ziet u overal weer voetstukken van de standbeelden staan. Iets verder, links, kunnen de resten zijnvan wat eens een Romeinse tempel was.

De trap rechts leidt naat het plateau van de acropolis. Hier is een lange Hellenistische Stoa, in de vorm van een griekse P ( Õ ). Er wordt gezegd dat deze vorm gekozen is, omdat het open armen sugereert om de pelgrims te verwelkomen. De Stoa stamt uit het einde van de 3de eeuw v.Chr. en is 87 m. lang, met 43 dorische zuilen aan de voorkant. De restauratie van de Stoa en de andere ruïnes op de acropolis werd uitgevoerd tijdens de Italiaanse bezetting. Een probleem rees hier met de wind, die de zuilen omver blies die net rechtop waren gezet en men heeft gepro-beerd er zoveel mogelijk te redden. Naast de noord-west hoek van de Stoa zijn alle resten van de Byzantijnse kerk van Sint Jan.

De brede trap leidt naar de Prophylaën. De trap wordt ook wel genoemd "trap naar de hemel" en geeft inderdaad de indruk bij de wolken uit te komen. Op de top, op het vierde plateau, is de gerestaureerde Tempel van Lindia Athena. De tempel is klein, met een lengte van 2 m. en een breedte van maar 8 m., maar past wonderschoon bij de natuurlijke omgevingvan de rots en de totale samenhang van de gebouwen op de acropolis. Het was ook de natuur dat de bouwers dwong de tempel op de ongebruikelijke kant, noord-zuid, te plaatsen. Een oude mythe vertelt dat de eerste tempel die op deze plek gebouwd werd, het werk van Danaos was, die, gevlogen over Lindos met zijn 50 dochters, bij Lindos kwam en gastvrijheid kreeg. Moderne geleerden nemen aan dat de aanbidding van Athena hier begon in de achtste of negende eeuw zonder er zeker van te zijn dat er in die tijd een tempel stond. In het midden van de 6de eeuw verplaatste Kleoboulos een oude tempel of bouwde de eerste, welke in 392 v.Chr. verwoest werd door brand. De tempel waarvan we nu de resten zien werd gebouwd in het midden van de 4de eeuw op de ruïnes van de oude. In het midden van de tempel ligt het voetstuk voor het standbeeld van Athena. Het stand-beeld was in zijn dagen zeer beroemd: gemaakt van marmer, hout, goud en ivoor en was echt een meesterwerk der griekse kunst. Keizer Theodosius II nam het mee naar Constantinopel, tesamen met andere schatten uit de tempel en daar werd het later verwoest.

De kleine haven van Agios Pavlos (Heilige Paulus) kan gezien worden vanaf de zuidhoek van de rots. De haven dank zijn naam aan de traditie dat Apostel Paulus hier aan kwam toen hij kwam om het woord van God te verspreiden onder de Lindiërs.

Als we naar de haven kijken, is het oude theater van Lindos an onze rechterkant, een deel van de zitplaatsen en de tribune zijn bewaard gebleven.

Ten westen van de acropolis, op de heuvel genaamd Krana, is een oude begraafplaats. De meeste graven zijn verwoest, maar één, dat van de familie Archocrates, daterende uit de 2de eeuw v.Chr. is alleen in het midden ingestort en zal bewaard blijven als voorbeeld van weelderig-heid van grafarchitektuur in Lindos.

Na de afdaling van de acropolis en wat rondwandelen door de nauwe straatjes met de ontelbare souvenierswinkeltjes, moeten bezoekers niet vergeten een bezoek te brengen aan de Moeder-Gods kerk, inde buurt van het dorpsplein. Zij werd waarschijnlijk in de 14de eeuw gebouwd op de plaats van een oude kerk. Grootmeester d’ Aubusson renoveerde de kerk in 1489 en bouwde de klokkentoren op welke zijn wapen draagt, de kerk is in een kruisvorm gebouwd en heeft een achthoekige koepel. Binnen zijn de muren vol met goed bewaarde muurschilderingen uit 1779, terwijl het altaar en de troon voor de aartsbisschop prachtige voorbeelden van kunstig houtsnijwerk uit de 17de eeuw laten zien. Op de vloer is een mozaïek van zwarte en witte stenen. Deze techniek, bekend als de "Chochlaki" methode, stamt uit de Hellenistische tijd en bereikte een hoog niveau tijdens de Byzantijnse tijd. Andere voorbeelden, in verschillende ontwerpen, zijn overal in Lindos te zien.

Een bezoek aan Lindos is een onvergetelijke ervaring. De atmosfeer in het dorp, of u het nu bekijkt vanaf de acropolis met het uitzicht over de oceaan, het eiland en de tweenatuurlijke havens, of vanuit de nauwe straatjes met de egeïsche sfeer, bezorgt u een weergaloze rust van de haast en de drukte in de "beschaving" waaraan we allemaal zo gewend zijn.
We zetten de rit verder.
We gaan terug naar de splitsing na Vlicha baai en nemen de route naar het zuiden, welke ons brengt naar de laatste delen van Rhodos.

Het tweede dorp waar we komen, Lardos, is ongeveer 6 km. verderop. Dit dorp, met een weelde aan vegetatie, heeft kamers te huur, restaurants en koffieshops. Over een veldweg, die vlakbij het dorp afbuigt, komt men na 5 km. rijden door groene heuvels bij het klooster "Panajia Ipseni". Het is een klein wit klooster met een altaar gesneden uit olijfhout. Twee km. van het dorp verwijderd ligt de prachtige baai van Lardos. De zee is schoon en het staat vol met tavernas. Aan de oostelijke punt van de baai ligt de nederzetting Pevki, waar vele inwoners van Lindos een zomerhuisje hebben.

Verder naar het zuiden voert de weg langs vele prachtige baaien. Degene die willen, kunnen de oude weg volgen, die pecies langs de kust loopt, in plaats van de nieuwe geasfalteerde weg. De baaien hebben zelden restaurants of andere feciliteiten, maar hebben het voordeel dat er weinig tot geen mensen zijn.

Nog eens 9 km. brengt ons bij het vissers- en vakantiedorp van Kiotari, met een prachtig strand en een aantal goede visrestaurants. Kiotari bevindt zich aan het noordeinde van de baai van Gennadi, welke kilometers kristalhelder water en stranden met stenen te bieden heeft. Ongeveer iedere kilometer zijn er weggetjes vanaf de hoofdweg, die naar het strand leiden. Sommige van deze weggetjes leiden naar kusttavernas, die bekendstaan om hun zeegerechten. Het maakt niet uit wanneer men komt, het is altijd mogelijk een plekje aan het strand te vinden met de dichtsbijzijnde mensen op een afstand van een paar kilometer. Het dorp Gennadi is ook bezienswaardig; het heeft een oude kerk van Sint Georgos en er zijn kamers te huur.

Elf km. ten zuiden van Gennadi buigt de weg af naar links en leidt ons nog eens 1.5 km naar Plimiri, met wederom een prachtige zee en zandstrand. Er is een restaurant en er zijn wat kamers te huur.

Terug naar de afslag voor Plimiri, door naar het zuiden en na 7 km komen we bij Katavia, het meest zuidelijke dorp van het eiland. Vlakbij het dorp is een plek Katavos genaamd, wat het centrum was van de antieke gemeente Katabioi. Degene die reizen per auto of een ander motorvoertuig, moeten weten dat er een benzinestation in Kattavia is.

Degene die verlangen naar avontuur kunnen nog verder doorgaan naar het zuiden, naar Prasonisi, de zuidelijkste punt van Rhodos. Het ligt 12 km. onder Kattavia en is te bereiken via een moeilijk weggetje. Prasonisi, wat eigelijk een eiland is, is verbonden met Rhodos via een zandbank van 1000 meter lang. Afhankelijk van de windrichting zal de zee aan de ene kant van de zandbank zeer ruw zijn en aan de andere kant kalm.

naar boven 

De Westkust.

Als we stad Rhodos verlaten, passeren we een omgeving met typische huisjes aan de kant van de weg. Dit deel heet Kritika en de naam is afkomstig van de turkse vluchtelingen van Kreta met de eerste bewoners in 1898.

Rechts ligt de baai van Trianda. De noord-westelijke wind die in de nazomer in heel Griekenland waait (meltemia) heeft tot gevolg dat de zee aan deze kant niet zo kalm is als aan de andere kant. Het is echter ook zo dat de ontzettende hitte gedurende de maanden Juli en Augustus hier aan de westkust wel verdraagzaam is. De wind heeft geen afbreuk gedaan aan de ontwikkeling van toerisme aan deze kant van Rhodos, bekend als Ixia, met vele kleine en grote hotels, restaurants, bars, snack-bars, diskotheken en andere faciliteiten.

Na 8 km. vanaf de stad komen we bij het dorp Trianda, wat op dezelfde plaats ligt als de Dorische stad Ialysos in de oudheid. De Moeder-Gods kerk, met een prachtig vroeg 19de eeuws, uit hout gesneden; altaar, is de moeite van een bezoekje zeker waard.

naar boven 

Ialysos en Filerimos.

Tussen Trianda en heuvel Felerimos ontdekten in 1876 de amateur archeologen Biliotti en Salamann de Nekropole (kerkhof) van Ialysos . De meeste van deze vondsten zijn nu in het Britisch Museum en in het Louvre en een paar worden er bewaard in het museum van Rhodos. De meest waardevolle vondsten, vooral juwelen, stammen uit de 5de eeuw v.Chr. wat ook weer een bewijs is dat de stad het hoogtepunt der welvaart in die tijd beleefde. In de wereld van de griekse oudheid stond Ialysos bekend om de sportprestaties van de familie Eratides, en in het bijzonder om Diagoras, die tot driemaal toe de bokswedstrijd bij de Olympische Spelen won. Ter ere van zijn derde overwinning in 464 v.Chr. vereeuwigde Pindar hem in zijn zevende Olympische Spelen.

Na de stichting van de stad Rhodos, vertrokken vele inwoners van Ialysos hiernaar toe. De stad verviel en stief uit.

De top van de Filerimosheuvel kan bereikt worden door linksaf te slaan bij Trianda en na 5 km. de weg te volgen door de groene bossen . Dit was de plaats van de acropolis van Ialysos en werd gebruikt door zowel de Byzantijnen als de Johannieters voor militaire doeleinden. De byzantijnse macht werd hier belegerd in 1248 toen de genuanen het eiland in beslag namen en het was de eerste plaats die de Johannieters in beslag namen bij hun komst in 1306. Gedurende de grote belegering in 1522 had Süleiman de Prachtige hier zijn hoofdkwartier.

De heuvel zelf heeft zijn naam te danken aan een monnik die hier in de 13de eeuw arriveerde en een ikoon van de Moeder-Gods bij zich droeg, geschilderd door Aposte Lucas. De kleine, door de monnik gebouwde kerk werd later een basiliek en hierop bouwden de Johannieters in de 15de eeuw een klooster voor de Moeder-Gods. Die werd verwoest omdat het als stal gebruikt werd tijdens de Turkse bezetting. Het klosster werd opnieuw opgebouwd tijdens de Italiaanse bezetting. De monniken van de Kapuzineorde, die het klooster bewoonden, keerden bij het uitbreken van de oorlog terug naar Italië. En vanaf die tijd is het klooster gesloten. De apsis wordt gebruikt als Kapel voor de Moeder-Gods en is zeer populair bij trouwerijen van jonge Rhodianen.

Gaat men de antieke weg op naar de acropolis, dan ziet men links achter het wachtershuisje de grondmuren van de tempel van Zeus en Athena uit de 3de eeuw v.Chr. en het fundament van een vroeg-christelijke kerk met een ondergrondse doopvont. Als men zich tegenover de antike tempel bevindt, ligt links de kleine kerk van Agios Georgos, waarvan de binnen ruimte met muurschilderingen bedekt is en rechts het klooster van de Panajia (Moeder-Gods). Als we de ijzeren poort verlaten en hiermee het archeologische deel achter ons laten, is er vlakbij aan de linkerkant een dorische fontein. Helaas kan dit niet bezocht worden omdat het pad gesloten is.

Het uitzicht vanaf de top van de heuvel is vermeldenswaardig . Naar het noorden toe ligt de Baai van Trianda, met de grote hotels en naar het westen de dorpjes Kremasti en Paradisi.

De dorpjes Pastida en Maritsa, ten zuiden van de heuvel, bevinden zich naast het oude vliegvelden op afstand ziet men de groene wouden van de berg Profitis Ilias en de kale kroon van de berg Attaviros.
We zetten de rit verder.
Terug naar de hoofdweg in Trianda, gaan we door in zuid-westelijke richting en komen na 4 km. in Kremasti. Het is één van de grotere dorpen op Rhodos en mischien ook het levendigste. Op zomeravonden - vooral in het weekend - paradeert de jeugd van het dorp in hun mooiste kleren de hoofdstraat op en neer, op huwelijksjacht. Tot op zekere hoogte is dit gebruik nog in alle dorpjes in Rhodos aanwezig.

In dit dorp wordt een groot feest gevierd van 14 tot en met 23 Augustus. De Hemelvaart van Maria wordt gevierd. De grote kerk aan het begin van het dorp is aan haar gewijd.

In het dorp Paradisi, wat 3 km. van Kremasti verwijderd ligt, ligt de nieuwe internationale luchthaven van Rhodos. Dit is ook een levendig en leuk dorpje, wiens vrouwen bekend staan om hun schoonheid.

Twee en halve km. na Paradisi is een geasfalteerde weg naar links en een tochtje van 6 km. Brengt ons bij de bekende vlindervallei (Petaloudes). Het is een groene, waterrijke vallei, die iedere zomer duizenden bezoekers trekt.

De hoofdstudies van de vlinders in de vallei zijn uitgevoerd door de duitse entomologist Reinhard Elger, die twee seizoenen lang (de vlinders zijn aanwezig van Juni tot September) de vlinders bestudeerde. De vlinders behoren tot het soort Callimorpha Quadripunctaria. Deze vlinders leven overal op de wereld waard zelfde bomen als in deze vallei aanwezig zijn. De bomen bekend als Liquidabar Orientalis, hebben een hars met een karakteristieke doordringende geur.

De vlinders leven de hele zomer in het dal en leggen hun eieren in de nazomer. In April komen de rupsen uit de eieren te voorschijn en verspreiden zich over het hele dal en in Mei verpoppen ze zich om tenslotte in begin Juni als veelkleurige vlinders te voorschijn te komen. Met de ingang van de zomerhitte verlaten ze hun geboorte-oord en vliegen in de nacht naar de vallei, waar ze tot September blijven. Ze worden door de geur van het hars naar deze koele omgeving getrokken. Diep in het dal ligt een restaurantje, wat in alpenstijl gebouwd is.

Vanuit de vlindervallei voert een niet geasfalteerde weg over de groene berg heen bereikt na 2 km. het klooster Kalopetra. Het werd gebouwd in 1784 door de griekse Prins van Wallachië, Alexander Ypsilantis. De oppasser van het klooster maakt koffie en serveert frisdranken, terwijl de bezoeker van het uitzicht kan genieten.

Na de terugkeer naar de hoofdweg aan de kust zet de tocht voort naar het zuid-westen. Na 3 km. bereikt men het schilderachtige dorp Theologos, gebouwd op een lage heuvel. Het strand hier is de plaats van eenn groot hotel, er zijn appartementen te huur en restaurants en bars aanwezig.

Nog eens 3 km. brengt ons bij Soroni en hier kunnen we links afslaan om tussen de pijnbomen door 3 km. te rijden naar de kleine kerk van Agios Soulas, waar één van de meest populaire religieuze feesten wordt gehouden, ieder jaar op 29 Juli. In de middag zijn er sportevenementen, paarden- en ezelraces in een eenvoudig stadion en in de avond is er te dansen. Bezoekers die in deze tijd in Rhodos zijn, vinden het mischien interessant te weten dat er speciale bussen hiervoor rijden vanuit de nieuwe markt.

In Kalavarda, 7 km. van Soroni en 30 km. van Rhodos-stad, spilts de weg. De linkerafslag leidt naar het midden van het eiland (de berg Profitis Ilias, de dorpjes Apollona en Embona) en de rechterafslag gaat door langs de kust en brengt ons na 4 km. bij het antieke Kamiros.

naar boven 

Kamiros.

De ruïnes van Kamiros, zijn ook wel genoemd het Pompeï van Griekenland. Maar dit is verre van compleet, sinds Pompeï, zoals iedereen weet, op een dramatische manier verdolven werd onder de lava van de Vesuvius, terwijl Kamiros verlaten werd door de inwoners en in de loop der tijd verdolven werd onder de aarde.

De stad werd gesticht door de Doriërs, net als Ialysos en Lindos . Maar de opgraving van een Myceense nekropolis (kerkhof) bij het dorp Kalavarda laat zien dat in pre-historische tijden, voor de invasie van de Doriërs, de omgeving bewoond moet zijn geweest door de Achaërs. In tegenstelling tot Lindos met zijn grote betekenis als handels- en havenstad, was Kamiros altijd een landbouwstad, met vijgen, olie en wijn als hoofdprodukten. De behoefte van de export van de wijn en olijfolie was de stimulans voor een welvarende keramiekindustrie. Het moet vermeld worden dat de stad op het hoogtepunt van zijn welvaart was in de 6de eeuw v.Chr., voor zover dit afgeleid kan worden van de keramiet die hier gevonden is en van het feit dat in deze eeuw Kamiros de eerste Rhodiaanse stad was die munten had.

Echter met de stichting van de stad Rhodos in 408 n.Chr. begonnen de inwoners van Kamiros weg te trekken. Uit verscheidene vondsten is het op te maken dat Kamiros tot en met de 4de eeuw n.Chr. als kleine nederzetting verder leefde. Hierna werd de stad volkomen verlaten. Er is geen zekerheid omtrent de reden hiervan, maar er is een theorie dat herhaaldelijke overvallen van piraten de oorzaak waren.

Een paar eeuwen later werden er in de hele omgeving bossen en velden aangelegd en stond bekend bij de inwoners van naburige dorpen als "Kamiros".

Het was deze naam en de aanwezigheid van wat graven die dorpsbewoners toevalling gevonden hadden, die Billioti en Salzmann ertoe brachten om opgravingen op deze plaats te gaan uitvoeren. Het eerste wat ze vonden was de nekropolis op de heuvels rond de plaats. De rijke vondsten werden naar het Britisch Museum en naar het Louvre in Parijs gebracht. Het waren vooral vazen, die de bewoners van Kamiros de doden in hun graf megegeven hadden. Italiaanse archeologen vonden de stad en groeven gedurende de Italiaanse bezetting het grootste deel van de stad uit.

De ruïnes die nu zichtbaar zijn, stammen uit de Hellenistische tijd en latere perioden en niet uit de Archaïsche tijd. Kamiros werd tweemaal door aardbevingen getroffen; in het jaar 226 v.Chr. en 142 v.Chr.

Bij het betreden van het archeologische deel, zien we direkt voor ons de Agora (marktplaats) en het Heiligdom van een onbekende god. Ten noord-westen van het Heiligdom staan de resten van een Dorische tempel uit de 3de eeuw v.Chr., waarvan twee zuilen gerestaureerd zijn. Meteen naast de tempel de resten van een plein met drie trappen naar het oosten, noord-oosten en zuid-oosten. Waarschijnlijk zaten hier de gelovigen de handelingen van de priester te volgen die voor de tempel plaatsvonden. Ten zuiden van het plein zijn de resten van een waterbron, waarvan het water gebruikt werd voor de marktplaats. Voor de bron staat een rij gerestaureerde zuilen.

We gaan door naar de trappen die leiden naar de hoofdstraat van de stad. Links passeren we een halve cirkel, de exedra (preekstoel) waar de politieke en volksredevoeringen gehouden werden. In de Oudheid was de marktplaats niet alleen de plaats voor diegene die wilden kopen of verkopen, maar ook de verzamelplaats voor het volk waar ze het nieuws en gebeurtenissen van de omgeving bespraken. De marktplaats was de commerciële, sociale en politieke centrum van de oude Griekse stad. Achter de exedra is een door muren omgeven ruimte. Hier stonden de altaren van de verschillende goden en hier werden de offers gebracht.

Aan het noordeinde van de hoofdstraat is een openbaar bad uit de Romeinse tijd. Er is zistern (waterbak) naast vopor het benodigde water. Als we de hoofdstraat opgaan, liggen de woonhuizen links en rechts van ons. Het eerste huis aan de linkerkant, als we vanaf de trappen van de markt komen, is in vrij goede staat bewaard gebleven; in het midden is een atrium te zien, het binnenhof wat licht en lucht gaf aan het huis. Versierde zuilen staan er omheen. Naar het zuiden zijn de zuilen rond het atrium van een ander huis te zien en nog iets verder naat het zuiden stijgen we trapsgewijs naar de heuvel waar de acropolis op stond.

De acropolis bezet een driehoekige vlakke plaats op de top van de heuvel (120 m.). Bijna de hele noordelijke kant van deze plek werd in beslag genomen door een grote stoa (arcade), gevormd door twee rijen Dorische zuilen; hierachter was een rij kamers, waarvan sommige archeologen beweren dat het winkeltjes waren. Echter is het meer aanneembaar dat ze gebruikt werden als verblijfplaats voor vreemde bezoekers van andere steden, die wilden deelnemen aan religieuze ceremonies van de stad. Een deel van de stoa werd gerestaureerd door Italiaanse archeologen, maar ongelukkigerwijs deed de kracht van een storm in 1962 dit weer verwoesten. De grote arcade was geboud in de 3de eeuw v.Chr. Zij werd gebouwd over een groot zistern (waterbak), die in de 6de eeuw v.Chr. uit het relarief zachte rots gehouwen was. Het zistern had een inhoud van 600 m3 regenwater, wat hierin kwam van de daken van de gebouwen van de acropolis. Daarna werd hiervandaan het water verspreid over de stad door een, voor toen heel modern waterleidingssysteem met pijpen die eerst van steen waren en later van gebakken klei. Het zistern werd niet meer gebruikt toen de stoa erop gebouwd werd en hiervoor in de plaats werden 16 kleinere containers uitgegraven onder de kamers in de stoa; deze stonden ondergronds in verbinding en zo werd toen het regenwater opgevangen.

Achter de stoa was de tempel van Athena, gebouwd aan het einde van de 3de eeuw v.Chr. op de plaats van een oudere tempel, welke waarschijnlijk vernietigd werd door een aardbeving in 226 v.Chr. Vanaf de acropolis heeft men een prachtig uitzicht over de stad, de zee, de kleine eilandjes en de kust van Klein-Azië.

Het strand van het antieke Kamiros is geschikt voor te baden en er zijn eetmogelijkheden. Kamiros Skala, 16 km. naar het zuiden, was waarschijnlijk de haven van antieke stad, hoewel het nu een eenvoudig vissersdorpje is, met goede tavernas waar verse vis geserveerd wordt. Een boot vertrekt hier iedere ochtend voor een anderhalf uur durende trip naar het eilandje Chalki.
We zetten de rit verder.
We gaan door naar het zuiden en beklimmen een groene weg. Vijfhonderd meter nadat de weg begon te stijgen, is er een weg naar rechts. Deze leidt naar het middeleeuwse kasteel van Kastelos, wat gebouwd werd door de Johannieters in de 16de eeuw om de westkant van het eiland te verdedigen.

De hoofdweg blijft stijgen, door een prachtige omgeving en geeft een fantastisch uitzicht over de eilandjes Chalki, Alymnia, Makri, Strongyli en Tragousa . Vijf km. vanaf Kamiros Skala komt het dorp Kritinia in het zicht. Het dorp dankt zijn naam aan de eerste inwoners die van Kreta afkomstig waren. De mythe gaat als volgt: Althaimenes, kleinzoon van Konig Minos van Kreta, werd gewaarschuwd dat hij voorbestemd was om zijn vader Katreus te doden. Om dit te voorkomen ging Althaimenes er met een schip vandoor en kwam op Rhodos aan. Vanaf de top van de berg ernaast, de berg Attaviros, kon hij Kreta zien en daarom bouwde hier bovenop een altaar voor Oppergod Zeus. En inderdaad zeggen de bewoners dat men bij helder weer vanaf de top het eiland Kreta kan zien, ondanks het feit dat het 240 km. van Rhodos ligt. Na vele jaren wilde zijn vader Katreus hem zien en zeilde daarom naar Rhodos. Maar het lot was met hem en omdat ze in de nacht arriveerden, dachten de bewoners dat ze piraten waren en vermoorden ze allemaal. Althaimenes zelf doode zijn vader, toen Koning van Kreta, en toen hij zag wat hij gedaan had, smeekte hij Zeus om hem door de aarde te latem opnemen.

De berg Attaviros is te zien zodra we het dorp Kritinia breiken. Het is de hoogste berg op Rhodos (1215 m.). Rond het dorp Embona aan de voet ervan, is de berg groen van de pijnbomen en de wijngaarden, terwijl de berg zelf kaal en rotsig is.

De weg spiltst zich 5 km. na Kritinia. De linker afslag leid in 6 km. naar het dorp Embona, terwijl als we rechtdoor gaan we in de richting van het zuidelijke einde van Rhodos gaan. Embona is interessant voor diegene die geïntreseerd zijn in folklore en er wordt wijn geproduceerd. Is een van de weinige dorpen op Rhodos waar de oudere mensen nog in klederdracht lopen. Embona kan ook bereikt worden via een andere aantrekkelijke route, van Kalavarda langs Salakos en rond de berg Profitias Ilias.

Vanaf Embona gaan we terug naar de hoofdweg en gaan door naar het zuiden, door de bossen en met een schitterend uitzicht over de westkust van het eiland en de naburige eilandjes. Na 9 km. komen we bij het dorpje Sianna, aan de voet van de berg Akramitis, die op een na de hoogste berg van het eiland is (825 m.). De ligging van Sianna in de bossen heeft het tot de uitverkoren producent van honing gemaakt, welke gekocht kan worden in de koffieshops op het plein.

Vijf km na Sianna komen we bij Monolithos, ook aan de voet van de berg Akramitis en met een mooi uitzicht naat de Attaviros en het midden van het eiland. Een weggetje te zuid-westen van het dorp, wat naar beneden naar zee leidt, brengt ons na 1 km. bij het middel-eeuwse kasteel van Monolithos. Het is gebouwd op de top van een rots, waaraan het ook zijn naam ontleend (monos lithos = enkele rots). Het is een van de grootste bezienswaardigheden op Rhodos. Niet zozeer vanwege het kasteel, maar nog maar zeer weinig van overgebleven is, maar vanwege de bijzonder ligging. Binnen het kasteel is een kapel van Agios Pantaleimon en stamt waarschijnlijk ui de 15de eeuw.

Het weggetje naar beneden na zee splitst zich weer na 1 km. en de rechterafslag brengt ons naar het klooster van Agios Georges en de linker naar het strand van Fourni, wat een prachtige kombinatie biedt van pijnbomen, zandstrand en helder water. Echter, diegene die er over denken om hier hun dag door te bren,gen, moeten weten dat er geen restaurants of andere faciliteiten zijn.

We gaan terug naar de hoofdweg. Apolakia is het volgende dorp op 10 km. We zijn nog maar 17 km. van Katavia, op het zuidelijkste punt van het eiland. De weg, die vlak langs de zee loopt, gaat tussen velden door waar tarwe en meloenen groeien aan de ene kant en waar lage zandduinen aan de ander kant zijn. De zuid-west kust heft een eigen karakter, maar is niet de beste plaats om te zwemmen, vanwege de krachtige noordwest winden in de zomer.

Vijf km. na Apolakia leidt een afslag naar links ons door pijnbossen naar het klooster Skiadi. De gebouwen dateren uit de 18de eeuw en er is een uitzicht naar de kust. Het klooster doet dienst als herberg, waar meer dan 30 gasten kunnen verblijven. Gasten worden vriendelijk verzocht om zich eraan te houden dat mannen in de ene slaapkamer en vrouwen in de ander slapen. Maar hier wordt geen strenge controle op uitgeoefend. In de ochtend kan men in de vredige rust en frisse lucht van de berg een kopje koffie drinken, wat de oppasser klaarmaakt. Van de bezoekers wordt geen geld gevraagd, maar men verwacht wel een bijdrage vopor het onderhoud van het klooster.

naar boven 

Van Kalavarda naar Kolimbia.

Een interessante route door het midden van het eiland met mooie uitzichten en pittoreske dorpjes, loopt van Kalavarda (30 km. van Rhodos en 4 km. van het antieke Kamiros) nar Kolimbia; 24 km. van de stad en 24 km. van Lindos, aan de oostkust.

Het dorp Salakos ligt op 8 km. op deze weg aan de voet van de Profitias Ilias. Het water van de plaatselijke bron "Nymphe" genaamd, is verantwoordelijk voor de groene omgeving en is ook de hoofdbron van de watervoorziening van Rhodos-stad. Er is een 13de eeuws Byzantijns kerkje.

Zes km. verderop splitst de weg; de rechterafslag leidt naar Embona, terwijl de linker leidt naar de top van de Profitias Ilias, met op 6 km. de hotels Elafos en Elafina (hert en hinde). Van deze twee, in alpenstijl gebouwde hotel, is er altijd een open en is populair onder de Rhodiaanse bergliefhebbers gedurende de warme zomermaanden. Terwijl u van het uitzicht geniet kunt u een drankje gebruiken.

De weg, hoewel niet geasfalteerd, maar in zeer goede staat, gaat door naar het oosten, de dichtbegroeide pijnbossen waar nog vele herten wonen passerend. Zes km. na de hotels in Fountoukli, komen we bij de Byzantijnse kerk van Sint Nikolaas, met interessante muurschil-deringen. Deze schaduwrijke plaats is prima om even te stoppen en er is een bron met helder water net buiten de kerk.

Eleousa , een klein dorp 3 km. verderop, was de plaats van het sanatorium van Rhodos; gekozen vanwege het gezonde klimaat. Kolimbia ligt nog een 5 km. verderop, over een geasfalteerde weg die via Epta Piges (zeven bronnen) gaat.

naar boven 

Rhodosstad

Het Ridderkwartier

Wanneer u de oude stad te voet wil bekijken, kunt u in een paar uur heel wat zien en het is dan ook aan te bevelen om in de oude stad te beginnen wanneer u niet zolang op Rhodos verblijft. De geschiedenis van het eiland trekt al wandelend aan u voorbij: u waant zich in de 14de tot de 16de eeuw, toen de Johannieters( ) Rhodos tot een vesting maakten.

Ga onder de poortjes door om een kijkje te nemen op de binnenplaatsen. Ook moet u vooral niet de uitkijkposten missen, die u een schitterend uitzicht bieden over de haven en de Egeïsche Zee.

In de loop der tijden hebben de Johannieters hun versterkingen aan gepast aan de nieuwste uitvindingen op het gebied van de oorlogvoering. Naarmate de wapens evolueerden van pijl en boog tot buskruit en kanonnen, hebben ze telkens de muren weer versterkt. Ze maakten ze breder en ronder om de kanonskogels af te laten stuiten. Nu zijn de muren op sommige plaatsen meer dan 12 meter breed.

Hier en daar kunt u in de oude stad de kanonskogels nog zien. Ze liggen meestal opgestapeld in de vorm van een piramide. Bij de Italiaanse poort is een sportveld waar de schoolkinderen in de oude fortgracht voetballen. Daar staan nog projectielen uit de middeleeuwen, die nu als doelpalen fungeren.

U kunt het oude stadsgedeelte het beste bezichtigen wanneer u binnenkomt door de mooie Píli Efeltherías (Vrijheidspoort). Deze poort heeft haar naam te danken aan het feit dat de Italianen, die de Turken het eiland ontnamen, zichzelf als de bevrijders van Rhodos beschouwden. Toen de Italianen in de Tweede Wereldoorlog vertrokken, kreeg de naam een andere betekenis.

Nu bevindt u zich op het Platía Símis (Símiplein) waar u een van de weinige overblijfselen uit de Oudheid aantreft die dit stadsdeel rijk is. Het is de ruïne van een Tempel van Aphrodite, die uit de 3de eeuw dateert. Vanuit de Símipoort hebt u een prachtig uitzicht op de Emborióhaven.

Probeert u zich eens voor te stellen hoe de haven er zo’n vijf eeuwen geleden moet hebben uitgezien. Veertien windmolens met witten zeilen staan langzaam te draaien in een kalm windje, de stuwadoors van de ridderkolonie zijn de ruimen aan het lossen. Uit een kaïk komen tonnen salpeter, de grondstof voor het buskruit. Uit een ander schip komen vaten wijn van Kreta. De wagens kraken onder de zware graanladingen, die bestemd zijn voor de kelders van de ridders. En ten slotte ziet u , als u goed kijk , twee ridders die toezicht houden op al deze bedrijvigheid.

We lopen door naar boven en komen aan de Platía Argirokástrou. De fontein in het midden van het plein is door Italiaanse archeologen ontdekt in een kerk bij Arnítha. Sommigen zeggen dat ze hier niet thuishoort, maar iedereen is het erover eens dat het effect bijzonder mooi is. Aan de ene kant van het plein staat een 14de eeuws bouwwerk, dat waarschijnlijk het hospitaal van de ridders is geweest. Later werd het een wapenarsenaal en nu heeft de Griekse archeologische dienst zich erin gevestigd.

Als u met het gezicht naar de fontein staat, ziet u aan uw linkerhand het Museum van decoratieve kunsten. Als u er de tijd voor hebt, is het zeker de moeite waard een bezoek te brengen aan deze collectie van volkskunst van Rhodos. Een ander belangrijk gebouw aan dit plein is de Herberg van de taal van Auvergne uit 1507, nu in gebruik door overheidsdiensten. Een fraaie buitentrap, typisch Egeïsch van stijl, voert naar een galerij. De hoofdingang van de herberg is in sierlijk gotische stijl.

Voorbij de winkeltjes onder de middeleeuws arcaden komt u bij de Panagíoutou Kástrou (Maagd van het fort), vroeger bekend als de Moskee van Ederum. Oorspronkelijk in de 13de eeuw als kerk gebouwd, maar het gebouw verwisselde vaak van ‘eigenaar’. In 1523 vervingen de Turken de torenspits door een minaret. De kruisridders waren toen immers verdreven en in diezelfde periode werden vele christenen hier ter dood gebracht. De moskee werd daarom vaak de ‘rode moskee’ genoemd. Nu is er het Byzantijns museum gevestigd.

Bij het betreden van het Platía Nosokomíou (Hospitaalplein) kijkt u de Ippotónstraat (Ridderstraat) in. Waarschijnlijk is ze een van de beroemdste middeleeuwse straten van Europa. Voordat u de straat inloop, moet u even een blik werpen op het Hospitaal van de Ridders, een van de interessantste gebouwen van Rhodos. Toen de Johannieters naar Rhodos kwamen en daar hun vesting bouwden, deden ze dat in eerste instantie om daar een ziekenhuis te stichten.

Dit hospitaal kwam te staan op de ruïnes van de oude Romeinse bouwwerken en de bouw duurde van 1440 tot omstreeks 1490. Nu vindt u hier het archeologisch museum van Rhodos.

De hoofdingang van het Museumplein leidt naar een binnenplaats waar u aan beide kanten arcaden ziet met daarachter opslagruimten, waarvan nu enkele zijn verhuurd aan plaatselijke kooplieden. Op de eerste verdieping is de ziekenzaal van de ridders. Vier gotische bogen met ronde zuilen vormen een nis waar vroeger een kapel was. In het midden is een bas-reliëf met twee engelen, die het wapen van de orde dragen.

Bij het betreden van het binnenhof ziet u stenen projectielen opgestapeld in de vorm van piramiden. Men meent dat de grotere exemplaren tijdens het beruchte beleg van Demetrius in 305 v.C. werden afgeschoten door middel van katapulten. Aan de andere zijde van de mozaïekvloer op het binnenhof staat de leeuw van Rhodos uit de 1ste eeuw.

In het hospitaal konden ongeveer honderd patiënten tegelijk verzorgd worden. Er stonden dertig hemelbedden op de eerste verdieping en daarachter waren kleine ‘cellen’, die waarschijnlijk werden gebruikt om patiënten met besmettelijke ziekten te isoleren.

Over de patiënten die hier werden verzorgd, lopen de meningen nogal uiteen. Vast staat dat de ridders ruimten nodig hadden waar zij hun eigen zieken en gewonden konden verplegen. De eilanden in de Middellandse Zee werden regelmatig geteisterd door de pest en het kan zijn dat het hospitaal tevens dienst deed als een soort quarantainestation.

Maar er zijn ook aanwijzingen dat de bedden bestemd waren voor een selecte groep ridders. Het is in ieder geval zeker dat het hospitaal is voortgekomen uit de oorspronkelijke christelijke opzet om zieke pelgrims buiten de muren van Jeruzalem (waar de orde gesticht werd) te verzorgen.

Het Archeologisch museum van Rhodos, dat zich ook op de eerste verdieping bevindt, herbergt misschien wel de mooiste kunstschatten van Rhodos. Het woord schatten is hier in alle opzichten wel op zijn plaats, want het museum heeft een prachtige collectie oude munten. Daarnaast zijn de beelden en de Myceense vazen en juwelen, die op verschillende plaatsen op het eiland zijn gevonden, ook zeer de moeite waard.

Een van de meest boeiende bezienswaardigheden van het museum is het beroemde marmeren beeld van Aphrodite uit de 3de eeuw v.Chr. Het beeld dat de bijnaam Venus uit de Zee kreeg, is in 1929 ‘boven water’ gekomen, verstrikt in de netten van een visser. Ook vindt u er de knielende Aphrodite uit de 1ste eeuw v.Chr. Dit beeld is in 1912 in het nieuwe gedeelte van de stad opgegraven. Het is een beeld van de godin van de liefde, die haar lange, loshangende haar in de zon laat drogen nadat zij uit het water is opgerezen . Meestal noemt men dit beeld de Aphrodite van Rhodos.

Ook de marmeren kop van Helios de zonnegod , is zeer de moeite waard . Men gaat er van uit dat het beeld uit de 2de eeuw is en dat het is gevonden in de omgeving van de herberg van de Provence, hetgeen overeenkomt met de opvatting dat daar een aan Helios gewijde tempel moet hebben gestaan.

Andere bezienswaardigheden zijn een kleine kop van Zeus, afkomstig van de berg Attáviros, een levensgrote kop van een atleet, zeer waarschijnlijk een bokser, en een bijna twee meter lange grafsteen uit Kámiros. In het reliëf op de steen uit de 5de eeuw v.Chr. Zien we Krito, die afscheid neemt van haar gestorven moeder Timarista. Kristo’s haar is ten teken van rouw kort geknipt.

Als u nu wilt uitrusten, kunt u dat doen in de zonovergoten tuin op de eerste verdieping.

Hierna kunt u kijken hoe de ridders leefden, want de herbergen van Frankrijk, Italië, Spanje en Engeland zijn vlakbij.

Als u het plein oversteekt, staat u voor de herberg van Engeland. De geschiedenis is beslist niet onopgemerkt aan dit gebouw voorbijgegaan. Na de voltooiing in 1483 werd het in 1851 door een aardbeving verwoest. De herberg werd in 1919 weer opgebouwd, toen de Italianen de oude stad restaureerden.

Ten slotte moest het riddershuis in 1947 weer worden hersteld omdat het in de Tweede Wereldoorlog ernstig was beschadigd door granaatscherven. Deze laatste restauratie hebben de Engelsen op zich genomen.

Nu lopen we de Ippotón (Ridderstraat) op, een nauwe straat, geplaveid met keien. Aan het andere eind van de straat lijkt het net alsof de middeleeuwse puien van de huizen dichter bij elkaar staan, maar dat komt door de twee hoge bogen. Het hele straatje ademt een sfeer van strenge soberheid en we kunnen ons goed voorstellen hoe de ridders hier ‘s nachts de ronde deden in hun scharlaken mantels; hun lantaarns zullen vast vreemde schaduwen hebben geworpen op de massieve stenen muren, terwijl de stilte slecht door het geluid van paardehoeven werd verstoord.

Eerst komt u bij de herberg van Italië. Boven de gebeeldhouwde deuren prijkt het wapen van Fabrizio del Carretto, de grootmeester die een jaar voor Süleimans expeditie overleed.

Daarnaast vinden we een klein paleis met op de gevel de wapenschilden van de Franse grootmeesters Aimerie d’ Amboise en Villiers de l’Isle Adam. Hoewel het nog niet helemaal zeker is waarvoor het gebouw heeft gediend, wordt vaak aangenomen dat de Villiers hier eens woonde. Hij was de opvolger van Fabrizio en leidde de verdediging van de ridders tegen de Turken. Hij heeft ook de capitulatie bevolen.

Het paleis ligt tegenover de oorspronkelijke hoofdpoort van het Hospitaal van de ridders; deze geeft direct toegang tot de ziekenverblijven. Vlak voorbij het hospitaal, achter een smeedijzeren hek, legt een lieflijke en schaduwrijke tuin met een Turkse fontein. Tussen de palmbomen en struiken vinden hier een aantal museumstukken. De overblijfselen van een 15de eeuws gebouw zijn waarschijnlijk van een van de Spaanse herbergen, want de deur vertoont typische kenmerken van de Catalaanse of Aragónse bouwstijlen. Dit gebouw werd vernield door een aardbeving of explosie van 1856. Overigens is nog steeds niet bekend waar de Duitse Herberg heeft gestaan, die eveneens werd vernield.

Tegenover de tuin ligt de Franse Herberg met haar kapel en het woonhuis van de Franse aalmoezenier. Deze indrukwekkende gebouwen laten duidelijk zien da de Franse ridders een dominerende rol speelden in de orde.

De wapenschilden op de gevel van de herberg zijn die van de orde en van de twee grootmeesters die het gebouw hebben ontworpen - d’ Amboise en d’ Aubusson. Het jaartal boven de spitse boog van de hoofdingang, 1492, geeft het jaar aan waarin de bouw begon - hetzelfde jaar waarin Columbus Amerika ontdekte.

Een van de oudste gebouwen in de straat is de Franse kapel, met een nis waarin de Maagd Maria en het kind onder een baldakijn staan. Let op de wapenschilden van de grootmeesters. Het wapen van een van de eerste grootmeesters, Raymond Béranger (1365-1373), zegt iets over de ouderdom van de kapel.

Aangrenzend ligt het woonhuis van de aalmoezenier, waarin nu het Italiaanse vice-consulaat is gevestigd. Even verderop staan de laatste twee herbergen van deze straat: de Herberg van de Provence en links de Herberg van Spanje. Deze gebouwen zijn ouder dan de andere gebouwen: ze dateren uit het begin van de 15de eeuw en zien er veel eenvoudiger uit.

Voorbij de tweede gewelfde poort aan de linkerhand stond de kerk van Sint-Jan, het voornaamste gebedshuis van de ridders. Deze kerk werd bij de explosie() van 1856 verwoest. In 1925 werd aan Mandrákihaven door de Italianen een kopie van de kerk gebouwd. De kopie is volgens sommigen niet geheel authentiek.

Bovenaan de Ippotónstraat komt u op het Platía Kleovoúlou. Nu u alle gebouwen hebt bekeken, is het de moeite waard om van dit punt terug te kijken en een totaal indruk op te doen. Toen de ridders in 1523 naar Malta vertrokken, zag de Ippotónstraat er precies zo uit. Helaas kreeg de straat een heel ander aanzien toen de binnentrekkende. Turken hun troepen in de herbergen legerden. In de jaren daarna bouwden ze wankele houten balkons tegen de bovenverdiepingen en de eens zo harmonische straat veranderde in kleurige, maar architectonisch rommelige warwinkel.

Toen de Italianen kwamen, togen hun archeologen onmiddellijk aan het werk. Uiterst nauwkeurig herstelden ze het oorspronkelijke 16de-eeuwse straatbeeld door ieder spoor van Turkse ‘restauratie’ te verwijderen. Zo werd praktisch de hele stad in de oude glorie hersteld, maar de Turkse moskeeën of gebouwen met een bijzondere culturele waarde bleven staan.

Het meesterwerk van de Italiaanse architecten en archeologen is het Paleis van de grootmeesters aan de Platía Kleovoúlou. De Turken hadden er de gevangenis in gevestigd en na eeuwen van verwaarlozing onder het Ottomaanse imperium was het bouwval geworden. In 1856 werd het gebouw verwoest, toen in de paleiskelders de eeuwenoude voorraad buskruit ontplofte.

Het besluit tot de wederopbouw had een politieke achtergrond en kwam rechtstreeks van Mussolini. Het paleis zou als zomerverblijf ter beschikking worden gesteld van de Italiaanse machthebbers. De restauratie werd kort voor de Tweede Wereldoorlog voltooid.

Men veronderstelt dat het paleis oorspronkelijk 158 vertrekken had: wel een ruim verblijf voor een grootmeester die geloften van armoede had afgelegd. Tegenwoordig zijn ongeveer 15 kamers voor bezichtiging opengesteld. Uit sommige ervan heeft men een prachtig uitzicht over Rhodos en de haven.

In verschillende vertrekken zult u erg mooie Romeinse en vroeg-christelijke mozaïeken aantreffen. Deze lagen er oorspronkelijk niet, maar werden door de Italianen van het nabijgelegen eiland Kos gehaald. Het beroemdst is een mozaïek uit de 1ste eeuw n.Chr. Dat de negen muzen voorstelt en de vloer van de hele kamer beslaat.

De beelden op het voorplein zijn uit de hellenistische periode. Bij de grote staatsietrap staat een kleine kapel, waarin we enkele Romeinse en vroegchristelijke voorwerpen zien. Voordat u het voorplein verlaat, moet u even de twee inscripties lezen bij de ingang. De ene is uit 1940: ‘het 18de jaar van het fascistisch tijdperk’, de andere, in het Grieks herinnert het ‘nimmer overwonnen Dodekanesische volk’ eraan dat het ‘onder alle vreemde bezettingen die onuitputtelijke bron van de eeuwige Griekse beschaving: het vrijheidsideaal’ wist te handhaven. Het hierbij vermelde jaartal is 1947.

Van het Platía Kleovoúlou slaat u rechtsaf de door platanen beschaduwde Orféosstraat in. U ziet daar de Poort van Sint Antonius, een van de hoofdingangen van het paleis. Even verder komt u bij de Amboisepoort, in 1512 gebouwd door grootmeester Aimerie d’Amboise. Als u deze poorten passeert, krijgt u een beeld van de fortificaties rond de oude stad . De poort geeft toegang tot de nieuwe stad en de winkels van het Mandrákidistrict.

Als u komend van Platía Kleovoúlou linksaf gaat, kunt u de zuidelijke perimeter volgen van de middeleeuwse binnenmuur, die het bolwerk van de ridders scheidde van de rest van de stad. Elke sector van de middeleeuwse buitenmuur tussen de poorten en torens heette een ‘gordijn’ en werd verdedigd door een van de nationaliteiten van de orde.

De Engelse en Spaanse ridders hadden een zware taak: zij moesten de zuidelijke sector verdedigen. Daar loopt het terrein hoger op, waardoor aanvallen meer kans van slagen hadden. De verdedigingswerken zijn versterkt met torens en een dubbele gracht.

Het is begrijpelijk dat zelfs Süleiman zes maanden en 150.000 man nodig had om dit bastion te veroveren.

naar boven 

De Turkse wijk.

Als u de Turkse wijk wilt bekijken, kunt u het beste op het Platía Kleovoúlou beginnen. Loop dan de Ofréosstraat af tot u links een klokketoren ziet. De binnenste muur, die eens de scheiding vormde tussen het ridderkwartier en de rest van de vestingstad, liep vanaf dit punt tot aan de haven. Aan de andere kant van de muur woonden Grieken, andere Europeanen die zich blijven op Rhodos hadden gevestigd, en joden. Tijdens de Turkse overheersing moesten de Grieken bij zonsondergang de binnenstad uit zijn: ze liepen anders de kans onthoofd te worden.

We lopen weer even door en komen dan bij de Moskee van Süleiman, de grootste en belangrijkste moskee van Rhodos. Onder sultan Süleiman II (1520-1566), de machtigste sultan die ooit in Turkije heeft geregeerd, is het Turkse Rijk tot grote bloei gekomen. De Turken zijn dan ook onmiddellijk na de overwinning op Rhodos begonnen met het bouwen van een moskee te zijner ere. Deze moskee werd in 1808 geheel gerestaureerd en is heden ten dage nog in gebruik. Het interieur geeft een prachtig ruimtelijk effect en straalt een grote rust uit.

De uitgang van de moskee bevindt zich op het hoogste punt van de Sokrátousstraat. Aan uw rechterhand ziet u dan de Turkse bibliotheek met een groot aantal Arabische en Perzische manuscripten, die in vitrines te bezichtigen zijn. Vooral de twee prachtig versierde exemplaren van de koran, een uit 1412 en een uit 1540, zijn de moeite waard.

Nu kunt u kiezen welke kant u op wilt gaan. Als u de souveniers wilt gaan kopen , kunt u het beste de Sokrátousstraat aflopen. U zult versteld staan van de hoeveelheid aardewerk, iconen, dolken, dienbladen, potjes, sierraden en rariteiten die daar zijn uitgestald. Temidden van al deze drukte en het geroezemoes moet u opletten dat u niet de Moskee van Agha (Agha betekent ‘officier’) mist. De moskee bevindt zich ongeveer halverwege het straatje aan uw rechterhand en het lijkt wel alsof ze met haar houten pilaren op stelten staat.

Maar als u nog geen zin hebt om te gaan winkelen, kunt u ook de Ippodámousstraat teruglopen en dan de eerste straat links, de Archeláoustraat, in slaan. Al gauw bereikt u dan het Platía Aríonos. Hier werden in 1765 de Turkse baden gebouwd. In de Tweede Wereldoorlog zijn deze door bommen verwoest, maar later zijn ze weer opgebouwd. Mocht u nu behoefte hebben aan rust, dan is dit een goede gelegenheid. De stoombaden (‘s zondags gesloten) zullen u beslist nieuwe kracht geven. Neem u eigen handdoek en zeep mee. Zelfs als u niet gaat baden, is het de moeite waard om de gewelfde hal met de marmeren vloer te bekijken.

Een minder exotische wijze van ontspannen biedt het café op het Platía Aríanos. Dit schilderachtige plein wordt omsloten door oude gebouwen.

De minaret die u in het zuid-oosten ziet, is die van de Moskee van Retjep Pasja, eens de mooiste moskee van Rhodos. Ze werd in 1588 gebouwd met materiaal dat van verschillende kerken afkomstig was. De moskee wordt niet meer gebruikt.

Nu loopt u weer terug de Sokrátousstraat uit, tot de Platía Ippokrátous waar een Turkse fontein met een hele kleine minaret staat. Op dit plein vindt u ook de resten van een middeleeuws gerechtsgebouw, ook wel Handelstribunaal of Castellania genaamd.

Het gerechtsgebouw liep oorspronkelijk helemaal door tot aan de kademuren. Op de begane grond bevond zich een soort koopliedenbeurs, daarboven spraken de ridders recht en beslechten zij geschillen. U kunt nog zien waar de vaandels moesten hangen als er een zitting van de rechtbank was.

Als u met het gezicht naar de haven toe gaat staan, kunt u nu rechts de Aristótelousstraat inslaan om snel naar het Platía Evréon Martíron (het plein van de joodse martelaren) en het oude joodse getto te komen.

De ronde fontein in het midden is versierd met prachtig blauwe tegels waarop schelpen en zeedieren staan afgebeeld. Op de rand staan drie bronzen zeepaardjes met de hoofden bijeen, zodat het geheel de vorm heeft van een piramide.

Het Bisschoppelijk paleis op het plein was voor de inval van sultan Süleiman de residentie van de Grieks-Katolieke aartsbisschop. Het gebouw is een wonderbaarlijke mengeling van gotische en renaissancistische architectuur.

Het plein herinnert aan een zeer recente historie. In 1934 woonden in deze eeuwenoude wijk 6.000 Joden, van wie er tegen 1939 ongeveer 4.000 waren geëmigreerd. Toen de Duitse troepen in 1943 het bevel over het eiland van de Italianen overnamen, hebben zij de resterende 2.000 Joden op plein bijeen gebracht en hen naar de concentratiekampen in Duitsland gevoerd. Slecht 50 van hen hebben het overleefd. Nu wonen er nog maar 7 joodse familie op het eiland.

Als u de Dosiádoustraat een eindje volgt, komt u bij de synagoge, die open is voor bezoekers.

Van het Platía Evréon Martíron loopt u het straatje door links van de Aristotélousstraat, tot u aan de Damagítoustraat komt. Hier ziet u de Moskee van Ibrahim Pasja. Deze naam herinnert aan de onwettige zoon van een Griekse zeeman, Ibrahim, die als slaaf was verkocht en toen door de Turken werd opgeleid tot soldaat en dienstknecht. Hij kwam bijzonder in de gunst bij zijn superieuren en trouwde zelfs met de zus van de sultan. Tijdens de regering van sultan Süleiman beklede hij een bijzonder hoge positie en had hij veel in de melk te brokkelen (van 1523 - 1536), tot hij op een gegeven moment, zonder waarschuwing of uitleg, op last van de sultan werd gewurgd.

De moskee werd 1531 gebouwd en is later door de Italianen gerestaureerd. Toen werd er een nieuwe minaret opgezet. Vlak naast de moskee staat een plataan, waaronder men eens de Grieken onthoofdde die zich niet aan de avondklok hadden gehouden.

Hier vandaan kunt u verder lopen door de straatjes van de oude ‘bazaar’, op weg naar de Sokrátousstraat om daar wat souveniers te kopen.

naar boven 

De stad.

Ten tijde van de Turkse overheersing zijn de Grieken uit het oude stadsgedeelte weggetrokken om zich buiten de stadsmuren te vestigen in wat nu Néa Chóra, of de nieuwe stad heet. In de Oudheid woonden daar ook al mensen en er worden dan ook nog steeds resten uit die Oudheid gevonden. De zakenwijk in het noordelijk gedeelte van de stad, met zijn moderne hotels, winkels, kantoren, banken, cafés en restaurants, is nog geen honderd jaar oud.

Het kantoor van het Grieks Nationaal Bureau voor het Toerisme is een goed uitgangspunt voor een wandeling door de stad. U vind dit kantoor op de hoek van de Makaríoustraat (genoemd naar aartsbisschop Makarios van Cyprus) en de Papágoustraat. Als u van de Makaríoustraat naar het Platía Kíprou loopt, komt u midden in de duurste winkelbuurt uit. U loopt er lang tientallen modezaken, juweliers, boetieks en souvenierwinkeltjes, tot de Gallíasstraat u in de richting van de haven voert. Hier ziet u een exotisch, in Turkse stijl opgetrokken , achthoekig gebouw, de Nea Agorá, de nieuwe markt van Rhodos. Er is een zuilengalerij rondom het binnenplein met allerlei kraampjes waar u fruit, groenten, vlees, vis en allerlei schelpdieren kunt krijgen. Als u een plaatsje kiest in een van de gezellige cafés of restaurants aan het plein, kunt u van daaruit alle drukte, geuren en geluiden van de markt op u af laten komen.

De Nea Agorá bevind zicht aan de mandrákihaven waar eens de galeien van de ridders voor anker lagen. Nu liggen er moderne jachten, rondvaartboten en kleine vrachtschepen.

De Mandrákihaven wordt bewaakt door de beroemde beelden van een hert en een hinde. Dir zijn echter beslist niet de enige herten op Rhodos. In de bergen van het eiland treft u ze in het wild aan. Deze herten zijn naar Rhodos gebracht op aanraden van het orakel van Delphi. Dit gebeurde toen er op het eiland ontzettend veel slangen waren; men geloofde dat die de lucht van herten niet konden verdragen.

De drie ronde, stenen windmolens dateren uit de middeleeuwen; toen maalden ze het graan, dat vervolgens in de vrachtschepen werd geladen. De wieken van de molens draaien nog steeds in de wind, maar de molenstenen malen al tijden geen graan meer. De Emborióhaven wordt hoofdzakelijk door grotere schepen gebruikt. Vóór de Tweede Wereldoorlog hebben de Italianen nog de Akándiahaven gebouwd, voornamelijk bedoeld als plaats voor een scheepswerf en droogdok.

Van uit de Mandrákihaven vertrekken excursieboten, die dagtochten maken en de eilanden in de omgeving aandoen. Houdt u meer van het ruwere werk en vindt u het niet bezwaarlijk om af en toe wat nat te worden, dan moet u een tocht maken meen een van de traditionele Egeïsche kaïks: zware brede vissersboten , die in deze streken al eeuwenlang in gebruik zijn.

Aan het eind van de pier staat het fort Sint-Nicolaas, dat in de 15de eeuw werd gebouwd om de Turkse aanvallen af te slaan. Nu is het een vuurtoren. Binnenin het fort is een kapel die gewijd is aan Sint-Nicolaas, de beschermheilige van de zeelieden. Alle overheidsgebouwen die langs de Mandrákihaven staan, zijn daar tijdens de Italiaanse bezetting van de Dodekanesos gebouwd. U passeert het gerechtsgebouw, het kantoor van de havenmeester en het postkantoor. Aan de andere kant van de straat bevindt zich de Kathedraal van Sint-Jan, die is gebouwd naar het voorbeeld van de kerk die eens recht tegenover het Paleis van de Grootmeesters heeft gestaan. De Sint-Jan is de zetel van de aartsbisschop van de Dodekanesos.

Vlak na de kerk komt u bij het gouverneurspaleis (Nomarchía), dat doet denken aan het Dogenpaleis van Venetië. Aan de zeekant bevindt zich een groot plein, genoemd naar de Griekse admiraal Periklís Ioannídis, die het éonosis-verdag heeft ondertekend, waarbij de eilanden van de Dodekanesos in 1947 eindelijk weer één werden met Griekenland.

Aan de straatzijde van het paleis staan het stadhuis, het nationaal theater en om de hoek het klassieke theater van Rhodos. Op het meest noordelijke puntje van de haven bevindt zich de Elli Beach Club, waar u tegen betaling gebruik kunt maken van kleedhokjes. Hier begint ook het openbaar strand, dat zich uitstrekt over lengte van vele kilometers: rond de punt van het eiland en dan nog verder langs de westkust.

In de nabijheid van de club moet u even letten op een fraaie witte minaret; deze hoort bij de Moskee van Murat Raïs en het Turkse kerkhof. Murat Raïs was de aanvoerder van de boekaniers die deel uitmaakten van de vloot van de sultan: in 1522 vond hij de dood tijdens de laatste en beslissende aanval op de ridders. Hij ligt begraven in het ronde bouwwerk naast de moskee. De gebouwen delen een schaduwrijk, prachtig geplaveid voorhof; vergeet vooral niet u schoenen uit te trekken voor u de moskee binnengaat.

Het kerkhof ligt er vredig en exotisch bij in de schaduw van dennen en eucalyptussen. Aan de grafstenen kunt u zien of er een man of een vrouw begraven ligt. Die van de vrouwen zijn eenvoudig en enigzins puntig van vorm; die van de mannen zijn versierd met tulbanden die uit steen zijn gehouwen.

De graven van de belangrijkste ambtenaren van de sultan liggen onder een decoratieve zuilengalerij.

Verder noordwaarts in de richting van Kaap Koúmbournou, het uiterste puntje van het eiland, komen we bij het Zeeaquarium van Rhodos (Enidrío). Als u in het gebouw de wenteltrap afdaalt, bereikt u een grote ondergrondse ruimte waar u zich helemaal op de bodem van de zee waant. U ziet er o.a. inktvissen.

Het aquarium is open tot 9 uur ‘s avonds en het is erg leuk er ‘s avonds heen te wandelen.

Op dit noordelijk strand is in 1929 het uit de 3de eeuw v.Chr. daterende beeld van Aphrodite van de zee, ook wel bekend als de Venus van de zee, aangespoeld. U kunt het nu bezichtigen in het archeologisch museum van Rhodos.

Van de beroemde Kolossus van Rhodos, een van de wonderen uit de Oudheid, is echter geen spoor te vinden. Het op eiland zijn prentbriefkaarten te krijgen waarop de Kolossus staat afgebeeld met een been aan elke kant van de Mandrákihaven, maar veel historici menen dat het beeld in de omgeving van het Paleis van de Grootmeesters moet hebben gestaan.

naar boven 

De Monte Smith.

U kunt de Mont Smith bereiken met buslijn 5, die van het busstation bij de Néa Agorá vertrekt. Te voet gaat u via de Diagoridónstraat. Het een wandeling van drie kilometer en de helling is vrijgeleidelijk. U kunt dit uitstapje het best bewaren voor het einde van de dag. Van de Mont Smith hebt u bij zonsondergang een mooi uitzicht op de Turkse kust, het eiland Sími en de zeeëngten in de omgeving. De Engelse admiraal Smith heeft jaren van dit uitzicht genoten toen hij opdracht had de vloot van Napoleon in de gaten te houden.. toen de Fransen in 1802 uit Egypte wegtrokken, werd hij naar Engeland teruggeroepen, maar zijn naam is nog verbonden aan de heuvel, waarop de Tempel van Apollo staat. Deze Dorische telpel was en is een herkenbaar punt voor schepen op de Egeïsche Zee. Hij is in 225 v.Chr. Verwoest door een aardbeving die ook de Kolossus van zijn voetstuk stootte. De Italianen hebben de tempel gedeeltelijk herbouwd.

Hier niet ver vandaan lag ook de belangrijkste akropolis() van Rhodos. Sommige archeologen menen dat onder het paleis ven de grootmeesters in de oude stad resten van een tweede akropolis liggen. Het theater aan de voet van de tempel is geretaureerd, verbaast u zich dus niet over de oogverblindende witheid van de marmeren zitplaatsen. Alleen de onderste drie rijen dateren nog uit de 3de eeuw. Sommige gidsen vertellen graag dat hier eens de beroemde retorische school was gevestigd. Als dit verhaal waar is, zullen de sprekers wel last hebben gehad van de atleten in het stadion ernaast. Het stadion dateert uit de zelfde periode en is gedeeltelijk gerestaureerd. Het wordt beschouwd als een typisch voorbeeld van het soort stadions dat ten tijde van de eerste Olympische Spelen in gebruik was.

naar boven 

Het natuurpark van Rodíni.

Het Rodínipark is aangelegd door de Italianen en er zijn prachtige beekjes, paadjes, oleanders, bloemen cipressen en esdoorn te bewonderen.

Niet ver ervandaan ligt het oud kerkhof (nekrópolis). Een van de graven is opvallend met twee Dorische pilasters versierd. Het staat bekend als het graf van Ptolemeus (Táfos ton Ptolemeus). Het dateert ook uit de hellenistische periode en werd in 1924 door de Italianen gerestaureerd.

Ptolemeus was de generaal van Alexander de Grote, die Egypte heeft veroverd. Hij was de opvolger van de farao’s en zijn afstammelingen hebben nog meer dan 200 jaar vanuit Alexandrië geregeerd. Cleopatra was de laatste in deze lijn van heersers. Volgens historici is het echter niet echt waarschijnlijk dat een lid van deze familie op Rhodos begraven zou zijn en het ligt veel meer voor de hand dat de bewoners van Rhodos zich vergissen. Dit komt misschien omdat het graf veel gelijkenis vertoont met de andere bouwwerken in de stad Rhodos ter ere van Ptolemeus.

In het park vindt u een restaurant en een nachtclub, maar het beroemde wijnfestival van Rodini bestaat niet meer. Soortgelijke feesten in dezelfde stijl (d.w.z. lokale specialiteiten en veel wijn) worden door de reisagenten in andere plaatsjes georganiseerd.

Wilt u er met de auto naartoe, neem dan autoweg Nr. 1 langs de oostkust van het eiland. Het park bevindt zich drie kilometer buiten de stad.

naar boven 

De bronnen van Kallithéa

De Italianen hebben hun best gedaan om van Kallithéa een badplaats te maken; de bronnen daar zouden ruematiek, jicht, suikerziekte en nier- en leverkwalen genezen.

Men meent ook dat hipocrates van deze bronnen heeft gedronken. Het oord is nu verlaten en de gebouwen zijn vervallen, maar u kunt in het baaitje heerlijk zwemmen en duiken.

Van Rhodos-stad gaat er om het half uur een busdienst en met de auto rijdt u richting Lindos en volgt u de borden ‘Thérme Kalltithéas’. De bronnen liggen op ongeveer 10 km. van de stad Rhodos.

De omgeving.

Zeer de moeite waard is een tochtje naar Lindos. U kunt dat doen per bus, auto of boot. Als u langs de oostkust rijdt, volgt u de route die zeker tot de hoogtepunten van uw bezoek aan Rhodos zal behoren. Ook een uitstapje via de westkust met een bezoek aan kámiros is beslist de moeite waard. Het is een stad die zeer waarschijnlijk in de 16de en 15de eeuw v. C. Een bloeiperiode heeft beleeft. Er zijn echter ook heel veel indrukwekkende bezienswaardigheden te vinden in de directe omgeving van Rhodos.

naar boven 

Terug naar het begin.