Als ik me ergens in vastbijt ben ik verloren
Ellen de Jong
Roland
Cassimam (Ninove, België) woont in Antwerpen. Hij is beeldend
kunstenaar,schrijver, dichter, flamenco- en jazzmusicus. Een Vlaming
die half Spaans is geworden en heen en weer trok tussen beide landen.
Hij is tot 'comendator' (commandeur) benoemd in Spanje en heeft in
Frankrijk en Spanje grote tentoonstellingen op zijn naam staan.
Roland
staat mij op te wachten in de deuropening van zijn huis. Hij heeft naar
Spaanse gewoonte allerlei hapjes klaargezet: van olijven tot toastjes
met zalm en garnalen toe. Hij serveert er een Spaans wijntje bij. Ik
reageer verrast, het is zo van een andere orde dan het Nederlandse
kopje koffie of thee. "U moet zich thuis voelen bij mij en dit hoort er
bij." Roland kijkt mij vrolijk aan en steekt direct van wal als ik
vraag hoe zijn diverse talenten zich ontwikkelden en of ze elkaar
versterken. "Wat ik nu vooral doe is schilderen, jazz speel ik nog maar
voor mijn plezier."
Roland komt uit een zeer kunstzinnige familie,
dus hij heft het van geen vreemde. Hij begon met muziek,kreeg klassieke
vorming, piano, en leerde later de jazz kennen en werd jazzmuzikant in
Brussel. Hij vond dat toch een heftig circuit en stapte over op de
lichaamlijke opvoeding en sport. Maar schilderen, tekenen en schrijven
deed Roland altijd ernaast. "Ik schreef vooral gedichten en die gingen
iteraard nogal eens over de liefde." Roland publiseerde een bundel
poëzie 'Anjers voor Manon' die veel gedichten over liefde bevatten. Ik
citeer het eerste couplet van het gedicht 'Wil van je houden': Wil van
je houden/ alsof het de eerste keer is/ veroorloof mij zelf/nog
eenmaal/ tuk te gaan. "Ik heb al die verschillende dingen gelijktijdig
gedaan, voor mij was dat een logisch iets en ik deed het voor 100
procent. En op uw vraag terug te komen, die diverse disciplines
versterken elkaar. Als ge van het een genoeg hebt dan komt er een ander
voor in de plaats en is het weer nieuw."
We gaan het nu over Rolands
beeldende werk hebben. Aan een van de muren hangt een prachtig doek.
Het is de jazzmusicus Jerry Mulligan. Hij staat er in vol ornaat op, in
een figuratieve stijl, het gezicht een en al expressie. "Ik vertrek
altijd van een figuratief beeld maar dat kan later geabstaheerd worden.
Ik ben zo'n 60 jaar aan het tekenen en schilderen (Roland is 70 jaar),
want ik tekende al toen ik klein was. Ik had een onkel die was bakker,
mar die kon prachtige portretten tekenen en die leerde mij het een en
het ander. Als u naar mijn ontwikkeling vraagt kan ik dit zeggen: ik
ben nooit naar een academie geweest, ik ben autodidact. In het begin
schilderde ik in straten in donkere kleuren,
expressionistisch.Vervolgens werden het menselijke figuren en
portretten. Voor Karel Appel heb ik een enorme bewondering en zijn werk
is abstract, maar zijn manier van zich uit te leven, zijn spontaniteit
wilde ik ook verkrijgen, maar dan in figuratieve zin, en dat duurt
natuurlijk even voor je er bent! Met de jaren is mijn werk wel
abstecter geworden maar nooit totaal. Het gaat mij vooral om de emotie
en om het zo rap mogelijk over te brengen en dat geldt ook voor mijn
poëzie die ik nog steeds schrijf, al is het mondjesmaat."
Flamenco
Roland
publiseerde een boek 'Flamenco, een passie', dubbeltalig, uitgegeven
door De Vleermuis, dat reeds een vijfde druk beleefde. In de ileiding
schrijft Roland: 'Ik zal trachten u te begeleiden in de vreemde,
magische eigenaardige wereld van de flamencozang. Het eigen wezen van
de flamenco is als een gesloten wonder dat zich moeilijk laat
ontdekken. 'En: 'De flamenco verstaat men niet, die moet men beleven.'
Het
is een interessant boek dat een rijk beeld geeft van de geschiedenis
van de flamenco en antwoord geeft op vragen als: Wat is nu eigenlijk
flamencomuziek en waar komt die vandaan? Welke stromingen zijn er? Wie
waren of zijn de groten in de flamenco?
Roland las eens dat in het
noordenvan Spanje, in Cadaques, een centrum was van schrijvers,
dichters, kunstenaars. "Daar moet ik naartoe", dacht ik, "en de
Spanjaarden leerden me de flamenco en allerlei andere soorten muziek
kennen. Ik vond dat zo boeiend; die ritmes liggen totaal anders dan in
de jazz en daar wilde ik maae van weten. En als ik me ergens in
vastbijt ben ik verloren en zo kwam het boek tot stand: mijn passie
verantwoorde ik."
Achterin het boek gaf Roland Don Quijote de la
Mancha en Andres Segovia gestalte in olieverf. Met woeste
penseelstreken vereeuwigde hij de klassieke flamenco-gitaristen."
Behalve
schilderijen maakt Roland tegenwoordig veel monotypes. "Ik vind het een
aangename afwisseling. Ge zou het als volgt kunnen vergelijken: Na het
lezen van een ernstig filosofisch boek ga ik eens een romanneke lezen,
zoiets. Het resultaat van zo'n monotype, waar ik me vroeger ook al mee
bezighield, is wisselvallig, soms is het niks en soms is het tof."
Atelier
Boven
is zijn atelier, ruim en licht. Het staat tjokvol met eigen werk, maar
er zijn ook schilderijen van andere meesters. Roland wijst me, terwijl
hij swingende jazzmuziek laat horen van Monty Alexander, op
verschillende musici die hij portretteerde, een trompettist, een
saxofonist, beide in volle actie. Vrouwenfiguren, al dan niet gekleed,
zuiver en met veel gevoel voor kleur en verhoudingen in beeld gebracht.
Een donkere straat uit zijn beginperiode, een nog niet voltooide
drummer, in dynamische lijnen opgezet, wachtend op vervolmaking. En
volmaakt zal het worden, voor minder doet Roland het niet. Wat betekent
dit alles voor hem?
"Het leven zelf, ik vind het ook iets normaals.
Ik zal het wel meegekregen hebben; het is geen moeite, geen werk, zeker
en vast niet."
Uit Schoon Schip
Vlaams-Nederlands literair / cultureel tijdschrift
15e jaargang, nummer 2/2008