CASSIMAN Roland

Geboren te Ninove, werkt en woont sinds 1960 te Antwerpen, waar hij tot voor enkele jaren bijna uitsluitend in de Galerij Campo (Meir) tentoon stelde.

Laureaat van een reeds binnen- en buitenlandse prijzen (zie bijlage) is hij één van “de” schilders van zijn generatie die internationale bekendheid verwerft.

Hij is de Belgische kunstschilder die werken maakte voor o.a. Manitas de Plata, “El Cordobes”; José Mari Manzanares; “Domecq”, Luis Francisco Espla, Paco Camino, Palomo Linares, Clem Schouwenaars, Chet Baker, Philip Catherine e.a. gekende figuren.  De enige Belgische kunstenaar die ook tijdens een “Corrida de Prensa” in Spanje een “toro” (stier) werd opgedragen.

Hij komt uit een kunstzinnige familie, zodat tekenen en muziek sinds zijn prille jeugd een dagelijkse zaak was.  In de jaren ’50 ontdekte hij met François Beukelaars (Brussels by night) de jazzmuziek.  Hij stopte met zijn klassieke pianostudies en werd jazzmuzikant in het Brusselse, dat met de “Rue des Bouchers”, de “Rose Noire”, de “New Orleans” en de “Kijk Uit” te Vilvoorde het centrum van de jazz was.  De heroïsche tijd van het existentialisme : Sartre, Camus, Greco, Brassens en “les caves”.  De tijd van het kapsel à la Claude Luter en Marlon Brando en de spleen-houding van James Dean.

In ’59 ruilde hij zijn piano voor een BMW500 en stapte uit het actieve jazz-gebeuren.  Na twee jaar regentaat te Gent vestigde hij zich in Antwerpen.  Hier kende hij nog de grote eindejaren van de Gard-Civic, De Stal, De Zolder, Hessenhuis, “G58”, enz.

Hij verlegde voor enkele jaren zijn actieterrein en werd free-lance journalist kunstkritieken te Brussel en Antwerpen onder de supervisie van de romantische existentialist en fijn mens Jan Walravens.  Op kunstvlak was dat een verrijking.  Hij kam enorm veel “schilderachtig” figuren tegen (I have always been crazy but it keeps me from getting insane).

Aangezien hij in het leven nooit een uitdaging uit de weg gaat, zo ook vormt ieder doek een uitdaging.  Natuurlijk zegt hij is een schilderij of een kunstwerk niet onmiddellijk onmisbaar in het leven.  Er heeft nog niemand gehyperventileerd door een gemis aan … Maar in zijn leven, dat hij zo bewust en zo menswaardig tracht te beleven, staat iedere kunstuiting centraal.

Zijn werken zijn nooit gesloten of terminaal en zeker niet de resultante van handenarbeid, maar wel het resultaat van picturaal overdachte egotrips en innerlijke monologen, waarin geen statische momenten voorkomen.  Hij streeft niet naar perfectie, wel naar doeltreffendheid en energie-explosies.  Hij zoekt vooral een specifiek ritme dat overeenkomt met een op dat ogenblik psychische spanning.  Dat uit zich dan in een soort figuratieve actieschildering; een emotionele strijdsituatie, waarin een bijna rituele afdruk van hemzelf lyrisch geprojecteerd wordt.  In deze vlugge momenten zitten de grootste eenzame spanningen.  Door deze constante introspectiereizen vindt hij zijn leven één grote vakantie.

De ondertoon van zijn werken zijn zeker niet optimistisch.  Hij noemt het een melancholisch-romantische waarheid.  Het centrale thema is de mens.  De mens niet in zijn totaliteit, maar als individu.  Om dit te begrijpen heb je alleen gevoel nodig;  geen uitleg, geen installatie.  Mensen moeten elkaar respecteren vindt hij en indien er zijn die je waarderen wordt het helemaal te gek.  Krijg je van enkele uitzonderingen genegenheid, ja dan zie je bijna licht.  Is er één persoon die je liefheeft dan kom je in een utopische galaxie terecht.  

Hij is ook de auteur van het eerste Nederlands/Spaans boek over de flamencokunst dat in Nederland is uitgegeven en waarvan de 5e druk pas is verschenen.


Terug naar begin