HOME 

 Ardennen en Condroz


We spreken veel van "De Ardennen", daarmee bedoelende het stuk van België bezuiden de lijn Samber-Maas. Niet alleen buitenlanders doen dat, ook wij, Belgen,noemen de zuidelijke punt van België gemakkelijk "De Ardennen".
De échte Ardennen liggen echter een heel stuk zuidelijker dan Dinant (de lijn Stavelot -La Roche-Saint-Hubert) en de correcte naam voor de streek tussen Namen en (zeg maar) Han is "Condroz."
De naam Condroz komt vanuit "De Bello Gallico". Julius Caesar heeft in deze omgeving nogal wat problemen gehad met een volksstam die "Condruzi" heetten.

 

 
 
In het noorden is de Condroz afgelijnd door de Samber-Maasvallei.
Deze vallei (Samber en Maas in elkaars verlengde) is eigenlijk minder een vallei dan wel een inzakkingsgeul. In de ondergrond (redelijk diep) zitten Carboonlagen. Hectometers plantaardig materiaal werden geplooid en samengeperst tot steenkool. Door het samendrukken zakte de bovengrond en Samber en Maas stromen daar eigenlijk door de zo ontstane geul, (west-zuid-west -> oost-noord-oost) waarin ze hun vallei verder uitgeslepen hebben.
Het gebied ten zuiden van deze geul (de Condroz) is speciaal in zoverre dat de origineel uiteraard horizontale Cambro-Siluur- en Devoon-Carboon-afzettingslagen in de Condroz zo geplooid (Hercynische plooiing) werden dat ze vertikaal omhoogstaken in een jonge bergketen.
Komt er op neer dat de verschillende horizontaal afgezette lagen (diepe zee -> klei), ondiepe zee -> zand), door de plooiing naast elkaar zijn komen te liggen i.p.v. op elkaar.
Het is alsof je een stuk lasagne vastneemt bij de uiteinden en de uiteinden neerwaarts naar elkaar toe plooit tot je een koek krijgt met verticale lagen. De oorspronkelijk horizontale lagen komen dan rechtop te staan en als je de bovenste opwaartse "knik" wegsnijdt (erosie) krijg je een reeks verticale laagjes.
De Condroz is dus een gebied waar je hier in de ondergrond zandsteen vindt en 100 m zuidelijker kalksteen en weer 100m zuidelijker kan je weer leisteen vinden. De richting van deze lagen is ruwweg ZW-NO.
Waar een zacht gesteente ligt graaft de Maas een brede vallei, (de mens maakte daar dorpen). Waar een hard gesteente ligt heeft de Maas moeite om zelfs een smalle doorgang te graven.
De meeste kleinere rivieren in deze omgeving hebben zich (ze moesten wel), aangepast aan de ligging van de lagen en lopen west-zuid-west -> oost-noord-oost, zelfs veel wegen lopen zo.
Als een rivier toevallig in een omgeving belandt die rijk is aan kalksteen verdwijnt ze onder de grond, in Dinant zijn twee grotten, bekender zijn de grotten van Han en van Rochefort.
We weten nu dat heel het hercynische gebergte is weggeslepen en verzakt tot onder de zeespiegel en dat er zachte (tertiaire) lagen zijn bovenop de vlak afgesleten toppen van dit gebergte.

 

Maar toen de Alpen werden gevormd kwam de Condroz weer omhoog, omhooggetrokken vanuit het zuiden door de massievere Ardennen.
Doordat vanuit het zuiden de Condroz omhooggetrokken werd liep de Maas (toen) steeds sneller en heviger richting Noord. Al de zachte (tertiaire) afzettingslagen die waren opgestapeld in het gebergte zijn nu verdwenen. De Maas sleepte zich dieper en dieper in die zachte tertiaire gesteenten tot ze - dieper en dieper gravend - uitkwam op de harde verticale lagen van de Hercynische plooiing. De verheffing vanuit het zuiden bleef echter voortduren en alhoewel de Maas - gemakkelijker - een N-NO-route zou gevolgd hebben werd zij (door haar eigen oevers) verplicht de hardere weg richting N te volgen, haaks op al die harde richels.
Daarom noemen we de Maas tussen Dinant en Namen een antecedente en epigenetische rivier.
 
Op de Michelin-kaart zien we hier en daar heel duidelijk, halverwege tussen Dinant en Namen, oude meanders van de Maas en

 

in Profondeville zien we een ringweggetje lopen. Dat weggetje, dertig meter boven het huidige niveau van de Maas, volgt een vroegere bocht van de rivier (we vinden er zelfs kiezels afkomstig uit Noord-Frankrijk). Tijdens een ijstijd is de Maas echter verplicht geweest van dieper in te snijden en is die bocht droog achtergebleven.

Voorbeeld van een meander :