|
Koolhydraten en vetten zijn onze energieleveranciers. Er zijn drie hoofdsoorten koolhydraten: suiker, zetmeel en vezels. Suiker en zetmeel hebben beide een hoge energiewaarde en vezels helpen de darmen gezond te houden en zijn van essentieel belang voor een goede spijsvertering. Daarnaast helpen vezels de cholesterol in het bloed te verminderen en geven een voldaan gevoel na elke maaltijd, zodat je minder trek hebt in tussendoortjes. Vezels komen voor in vruchten, groenten, peulvruchten en granen.
Zetmeelrijke voedingsmiddelen als aardappelen hebben ten onrechte de naam van dikmakers. Ze zijn namelijk vrijwel caloriearm; het zijn de romige en vette sauzen waarmee ze vaak gepaard gaan die de naam van dikmaker verdienen.
Suiker
Suiker is te onderscheiden in twee soorten: intrinsieke en extrinsieke suikers. Oftewel goede en slechte suikers. Goede suikers zijn natuurlijk en horen in een gezonde voeding. Granen, fruit en zoete groenten als wortels bevatten goede suikers. Siroop, suiker en honing vallen binnen de groep slechte suikers. Deskundigen raden aan zo min mogelijk producten te gebruiken die deze suikers bevatten, omdat ze veel calorieën bevatten, het gebit aantasten en bovendien vaak voorkomen in combinatie met veel vet. Suiker wordt niet voor niets 'het witte gif' genoemd: het ontrekt belangrijke vitamines en mineralen aan het lichaam, wat weer leidt tot een verminderde weerstand.
Zolang slechte suikers in kleine hoeveelheden voorkomen, hoef je je niet direct zorgen te maken. Maar de grote hoeveelheden toegevoegde suikers die voorkomen in bijvoorbeeld een glas cola en een reep chocolade zijn erg ongezond. Heb je regelmatig ongelooflijk trek in zoetigheid dan kan het zijn dat je last hebt van hypoglykemie, een aandoening waarbij je bloedsuikerspiegel ernstig verstoord is.
Eiwitten
Eiwitten vormen de bouwstenen van onze lichaamscellen. Tijdens de groei heeft het lichaam voortdurend eiwitten nodig en op volwassen leeftijd heb je ze nodig om afgestorven cellen te vervangen. Tekorten komen vrijwel niet voor, omdat we in Nederland zoveel eiwitrijk voedsel eten. Er is eerder sprake van teveel eiwitinname, wat een stijging van de bloeddruk, het cholesterolgehalte en het bloedsuikergehalte kan veroorzaken. Belangrijke eiwitbronnen zijn onder meer vlees, vis, melkproducten, peulvruchten en graanproducten.
Vetten
Bij vet denken we al snel aan ‘slecht’. Deze gedachte is onterecht, want alleen door producten met vet te gebruiken krijgen we de vitaminen A, D, E en K binnen die onder meer belangrijk zijn voor het gezichtsvermogen, het immuunsysteem en de groei. Er zit echter wel een verschil tussen verzadigde en onverzadigde vetten. Verzadigde vetzuren zijn wel slecht, want ze verhogen het cholesterolgehalte in je bloed. Deze vetten zitten onder meer boter, kaas, eieren en melk. Daarentegen zijn onverzadigde vetten goed voor je. Zo helpt linolzuur, een meervoudig onverzadigd vetzuur, het cholesterolgehalte in je bloed te verlagen. Kies daarom bij producten die veel verzadigd vet bevatten voor de magere en halfvolle variant en geef daarnaast de voorkeur aan producten die rijk zijn aan onverzadigd vetten. Lees meer over vet.
ZOETVERVANGERS
En dit liefst in samenspraak met een arts !
Acesulfaam, aspartaam,
cyclamaat en saccharine
TOEPASSINGEN EN RECEPTEN :



|