Op een zonnige winterdag is het 5°C.
In de namiddag, als de zon begint te zakken, wordt het kouder.
Op een termometer volg je de temperatuur: +5, +4, +3, +2, +1, 0, -1, -2, -3,
-4
Het blijkt handig om ook met negatieve getallen te werken.
Aan de positieve getallen (verzameling |N) voegen we negatieve getallen toe.
Negatieve getallen duiden we aan met een minteken.
Voor positieve getallen kunnen we een plusteken schrijven, maar dat hoeft
niet.
Plusteken en minteken noemen we ook toestandsteken.
|
getallenas
absolute waarde
Voor een positief getal vallen getal en absolute waarde samen:
|2| = 2
Voor een negatief getal liggen getal en absolute waarde symmetrisch t.o.v.
het nulpunt: |-2| = 2
| "De absolute
waarde van a noteren we als |a|" De absolute waarde van een getal is gelijk aan dit getal zonder zijn toestandsteken. De absolute waarde van een getal komt op de getallenas overeen met de afstand tot het nulpunt. |
tegengestelde
-3 Is het tegengestelde van 3.
3 Is het tegengestelde van -3.
| het
tegengestelde van een getal is ditzelfde getal met een ander
toestandsteken a en -a zijn tegengestelde getallen |
Het tegengestelde van een getal komt ligt op de getallenas
even ver van het nulpunt?
maar aan de andere kant van het nulpunt.
optelling
| als je twee gehele
getallen wil optellen met hetzelfde teken: - teken: behoud je het teken - waarde: tel je de absolute waarden van de twee getallen op als je twee gehele getallen wil
optellen met verschillend teken: |
aftrekking
| als je twee gehele
getallen wil aftrekken tel je het tegengestelde getal op |
vermenigvuldiging
| als je gehele
getallen wil vermenigvuldigen: - teken: bekom je - bij een een oneven aantal mintekens, + bij een even aantal mintekens in de opgave - waarde: vermenigvuldig je de absolute waarden van de getallen |
deling
| als je gehele
getallen wil delen: - teken: bekom je - bij een een oneven aantal mintekens, + bij een even aantal mintekens in de opgave - waarde: deel je de absolute waarden van de getallen |
|
tellen |