|
We kunnen een rationaal getal op twee manieren noteren:
breuknotatie
Een breuk kunnen we gemakkelijk begrijpen als eenheden die verdeeld worden:
| Wanneer we niet met taartvormen
werken, maar met strookjes die we achter elkaar plaatsen, zien we een breuk ook beter als een gewoon getal met een bepaalde grootte.
|
|||||
gelijke breuken
Gelijke breuken zijn breuken die hetzelfde getal voorstellen:
| De breuk 1/2 is
gelijk aan de breuk 2/4. Zoek in het rechtse applet nog een andere breuk die hetzelfde rationaal getal bepaalt. |
|
Bij gelijke breuken vinden we steeds:
|
|
| We schrijven steeds positieve noemers: de breuk | 3 | herschrijven schrijven we dus als | -3 |
| -4 | 4 |
Bij een breuk kijken we steeds of we teller en noemer kunnen delen doot
hetzelfde getal.
Dit noemen we vereenvoudigen.
Wanneer we teller en noemer van een breuk enkel nog kunnen delen door 1,
spreken we van een onvereenvoudigbare breuk.
Gelijknamige breuken zijn breuken die dezelfde noemer hebben.
| 1 | en | 2 | zijn geen gelijknamige breuken. |
| 2 | 3 |
Welk van beide is nu het grootst?
Als we de twee breuken gelijknamig maken, vinden we:
| 1 | = | 1 . 3 | = | 3 | ||
| 2 | 2 . 3 | 6 | ||||
2 |
= |
2 . 2 |
= |
4 | ||
| 3 | 3 . 2 | 6 | ||||
3 |
< |
4 |
dus: |
1 |
< |
2 |
| 6 | 6 | 2 | 3 |