|
Breuken kan je maar bij elkaar optellen als ze gelijknamig zijn:
Je gaat dus al volgt te werk:
- maak de breuken gelijknamig (= breng op gelijke noemers)
- tel de tellers op en behoud de noemer
- vereenvoudig zo mogelijk
verschil
Breuken aftrekken doe je op dezelfde manier als optellen:
|
Je gaat dus al volgt te werk:
- maak de breuken gelijknamig (= breng op gelijke noemers)
- trek de tellers van elkaar af en behoud de noemer
- vereenvoudig zo mogelijk
|
Je gaat dus al volgt te werk:
- bepaal het teken met de tekenregel
( deze is dezelfde als voor gehele getallen)
- vermenigvuldig de tellers met elkaar
- vermenigvuldig de noemers met elkaar
- vereenvoudig zo mogelijk
quotiënt
een breuk delen door een tweede breuk = vermenigvuldigen met het omgekeerde
van de tweede breuk.
|
Je gaat dus al volgt te werk:
- bepaal het teken met de tekenregel
( deze is dezelfde als voor gehele getallen)
- teller = vermenigvuldig de teller van de eerste breuk met de noemer van de
tweede
- noemer = vermenigvuldig de noemer van de eerste breuk met de teller van de
tweede
- vereenvoudig zo mogelijk