|
rijen wiskunde-interactief.be |

Voorbeeld 2:
Pythagoras en zijn volgelingen kenden de driehoeksgetallen.
= deze getallen geven het aantal bolletjes dat we nodig hebben om telkens een
grotere driehoek te vormen.
In het applet bouwen we de eerste driehoekjes van de rij op:
Voorbeeld 3:
Fibonacci was de bijnaam van een Italiaans wiskundige uit de middeleeuwen.
Hij staat nog steeds in de wiskundeboeken met een konijnenprobleem.
Meer hierover lees je op een aparte pagina: Fibonacci en het konijnenprobleem.
| Een rij bestaat uit een oneindig aantal
getallen, in een bepaalde volgorde genomen. Deze getallen noemen we de termen van de rij. |
Deze getallen vormen een rij.
| Een rekenkundige rij is een rij getallen
waarvan elke term (verschillend van de eerste) gelijk is aan de vorige, vermeerderd met eenzelfde getal. Het verschil ( = v ) van een rekenkundige rij is het getal dat we bij een term optellen om de volgende term te krijgen. tn+1 = tn + v |
n-de term van een rekenkundige rij
t1 |
+v → |
t2 |
+v → |
t3 |
+v → |
t4 |
+v → |
... |
+v → |
tn |
We stellen vast:
t2 = t1 + v
t3 = t2 + v = t1 + 2v
t4 = t3 + v = t1 + 3v
Dus ook:
t75 = t1 + 74v
| De n-de term van een rekenkundige rij tn
met verschil v vinden we steeds als: tn = t1 + (n-1) . v Merk op dat b.v. t5 = t3 + 2. v |
som Sn van de eerste n termen van een rekenkundige rij
Voorbeeld 1
Bereken de som S10 van de eerste 10 termen van volgende
rij:
3 5 7 9
11 13 15 17
19 21 ...
| 3 | 5 | 7 | 9 | 11 |
| 21 | 19 | 17 | 15 | 13 |
| 24 | 24 | 24 | 24 | 24 |
De sommen van de eerste en de laatste term, de tweede en de voorlaatste term,
... zijn gelijk.
De gevraagde som S10 is dus gelijk aan 5
. 24 = 120.
Voorbeeld 2
Bereken de som S7 van de eerste 7 termen van volgende rij:
35 52 69 86
103 120 137
Bij een oneven aantal termen kunnen we de rij niet splitsen in sommen van
twee termen.
We schrijven nu gewoon de rij twee keer onder elkaar, maar dan in omgekeerde
volgorde.
Dan berekenen we weer de som van de termen onder elkaar:
De som van beide rijen is gelijk aan 7 keer 172.
Dus: 2.S7 = 7 . 172 (hierbij is 172 gelijk aan de som van
de eerste en de 7de term)
| Zodat de som van de eerste 7 termen S7 = |
|
| Sn : de som van de eerste n termen van een
rekenkundige rij is gelijk aan n maal het gemiddelde van de eerste en de laatste term.
|
In een meer bedekken rivierplanten een oppervlakte van 3m2.
Deze oppervlakte verdubbelt wekelijks.
Hoe groot is deze oppervlakte na 1, 2, 3, ... weken?
| Een meetkundige rij is een rij getallen
waarvan elke term (verschillend van de eerste) gelijk is aan de vorige, vermenigvuldigd met eenzelfde getal. De reden van een meetkundige rij is het getal waarmee we een term vermenigvuldigen om de volgende term te krijgen. tn+1 = tn . q |
n-de term van een meetkundige rij
t1 |
. q → |
t2 |
. q → |
t3 |
. q → |
t4 |
. q → |
... |
. q → |
tn |
We stellen vast:
t2 = t1 . q
t3 = t2 . q = t1 . q
. q = t1 . q2
t4 = t3 . q = t1 . q2
. q = t1 . q3
Dus ook:
t75 = t1 . q74
| De n'de term van een meetkundige rij tn
met reden q vinden we steeds als: tn = t1 . qn-1 Merk op dat b.v. t5 = t3.q2 |
som Sn van de eerste n termen van een meetkundige rij
Voorbeeld
Bereken de som S8 van de eerste 8 termen van volgende
rij: 3 6 12 24
48 96 192 384 ...
| S8 = 3 + 6 + 12 + 24 + 48 + 96 + 192 + 384 ( 1 ) |
We vermenigvuldigen met de reden ( q = 2) en krijgen:
| 2 . S8 = 6 + 12 + 24 + 48 + 96 + 192 + 384 + 768 ( 2 ) |
Het verschil van beide sommen (2) - (1) wordt:
Er
blijven slechts 2 termen over: 3 en -768.
3 is de eerste term (t1)
768 is gelijk aan de achtste term 384
(t8), vermenigvuldigd met de reden 2 (= q)
We vinden dus als resultaat:
S8 - q. S8 = t1 - t8 . q
We weten dat t8= t1 . q7,
zodat
(1 - q) . S8 = t1 - t1 . q7 .
q
(1 - q) . S8 = t1 - t1 . q8
We brengen t1 buiten
haakjes:
(1 - q) . S8 = t1 . (1 - q8 )
| Zodat de som van de eerste 8 termen S8 = t1 . |
|
Algemeen:
Sn : de som van de eerste n
termen van een meetkundige rij met reden q berekenen we met de
formule:
|
|
voorbeelden |