|
hoeken wiskunde-interactief.be |
De halfrechten [AB en [AC gaan beide door het punt A en bepalen er een hoek.
A noemen we het hoekpunt.
De hoek noemen we C? of ?of α.
Hoeken meten we in graden.
De eenheid graad nemen we zo, dat een
volledige cirkel gelijk is aan 360?.
|
Wanneer we een cirkel in 4 verdelen, krijgen we 4 rechte hoeken. Een rechte hoek is dus gelijk aan 90?. |
Rechten staan loodrecht op elkaar als ze een hoek van 90? vormen. |
Hoeken meten met een geo-driehoek:
Verschuif de geo-driehoek zo dat de 0 (onderaan in het midden van de driehoek)
samenvalt met het hoekpunt A.
Draai dan het hoekpunt van de driehoek zo dat het op de halfrechte AB ligt.
Lees nu op de geo-driehoek de hoek B? af.
| In het applet kan je de waarde van de hoek veranderen op twee manieren: - je typt een waarde in en drukt op de ENTER-toets van je computer - je klikt op de kleine pijltjes en houdt de muis ingedrukt: met het blauwe verhoog je, met het rode verlaag je de waarde van de hoek |
- Een nulhoek is een hoek van 0? - Een scherpe hoek is een hoek kleiner dan 90? - Een rechte hoek is een hoek van 90? - Een stompe hoek is een hoek groter dan 90? maar kleiner dan 180? - Een gestrekte hoek is een hoek van 180? |
Twee hoeken α en β zijn complementair ⇔ α + β = 90? |
Twee hoeken α en β zijn supplementair ⇔ α + β = 180? |
overstaande hoeken
Twee rechten snijden elkaar in het punt A.
Ze bepalen twee gelijke hoeken A1 en A2.
Twee hoeken A1 en A2 zijn overstaand ⇔ de benen van de twee hoeken liggen in elkaars verlengde |
Overstaande hoeken zijn steeds gelijk. |
Twee hoeken a en b zijn aanliggend ⇔ de hoeken hebben ?n gemeenschappelijk been de andere benen liggen langs beide zijden van het gemeenschappelijke been |
Twee hoeken α en β zijn nevenhoeken ⇔ α en β zijn aanliggende hoeken α en β zijn supplementair |
deellijn van een hoek
| 1 - 3 4 5 - 6 7 8 9 10 |
- Teken het punt A en de benen van de hoek ? - Zet de passerpunt in A en trek een cirkelboog die de twee benen van ? snijdt. De passeropening is willekeurig. - Duid de snijpunten P en Q van cirkelboog en de benen van de hoek aan. - In het punt P trekken we een cirkelboog. - In het punt Q trekken we een cirkelboog met dezelfde passeropening. - Bepaal het snijpunt B van de twee cirkelbogen. - De rechte AB is de gevraagde deellijn |
De deellijn van een hoek verdeelt deze hoek in twee gelijke hoeken |
De deellijn noemen we ook bissectrice
|
begrip |