|
rotaties of draaiingen wiskunde-interactief.be |

|
|
in de georiënteerde hoek AÔA' is [OA het beginbeen is [OA' het eindbeen tegenwijzerzin is positief |
|
|
in de georiënteerde hoek AÔA' is [OA het beginbeen is [OA' het eindbeen wijzerzin is negatief |
We bepalen een rotatie of draaiing door
- een punt O, waarrond we draaien.
dit punt noemen we het rotatiecentrum
(centrum van de draaiing).
- een georiënteerde hoek α,
die de grootte van de draaiing bepaalt.
deze hoek noemen we de rotatiehoek
(draaiingshoek).
Hoe roteer je punt A met als rotatiecentrum O en als rotatiehoek
α:
- teken met O als middelpunt een cirkel met als straal |OA|
- bepaal op deze cirkel het beeldpunt A' zo dat AÔA' =
α
Het beeld van een punt door een rotatie is een punt. |
Hoe roteer je een rechte AB met als rotatiecentrum O en als rotatiehoek
a:
- bepaal het beeldpunt A' van het punt A en het beeldpunt B' van het punt B.
- het beeld van de rechte AB is de rechte A'B'
Het beeld van een rechte door een rotatie is een rechte. |
We roteren een afbeelding van Casper met als rotatiecentrum O en als
rotatiehoek α:
- we duiden 4 hoekpunten aan van de figuur
- we bepalen de beeldpunten van deze hoekpunten.
We roteren een driehoek ABC met als rotatiecentrum O en als rotatiehoek
α:
Wanneer we de grootte van de hoeken en de lengte van de zijden aanduiden, merken
we:
Een rotatie behoudt - de lengte van een lijnstuk - de grootte van een hoek - de oppervlakte van een figuur |
| Het beeld van een punt door een rotatie is een punt Het beeld van een rechte door een rotatie is een rechte Het beeld van een hoek door een rotatie is een hoek van dezelfde grootte Het beeld van een veelhoek door een rotatie is een veelhoek met dezelfde vorm en grootte |
|
naar startpagina |
|
georiënteerde hoek |