|
transformaties en matrices wiskunde-interactief.be |
Een punt wordt bepaald door coördinaten.
Een punt P met als x-coördinaat 3 en als y-coördinaat 2 noteren we als P (3, 2)
| We kunnen deze coördinaatsgetallen nu ook noteren in een kolommatrix: P[ | 3 | ] |
| 2 |
Transformaties kunnen we nu uitvoeren door matrixvermenigvuldiging.
Als transformatiematrix gebruiken we een vierkante matrix 2 x 2.
De vermenigvuldiging verloopt als volgt:
| [ | a11 | a12 | ] . [ | x | ] = [ | a11.x + a12. y | ] |
| a21 | a22 | y | a21. x + a22. y |
Het komt er dus op aan die matrices te zoeken die het gewenste resultaat
hebben op de coördinaten.
Zo kunnen we herschalen, roteren en verschuiven.
Als transformatiematrices in het vlak vinden we
|
transformaties in de
ruimte
Een punt P in de ruimte krijgt nu een extra z-coördinaat.
De kolommatrix die we gebruiken krijgt dus een extra rij.
| We noteren dus: P[ | x | ] |
| y z 1 |
Het is nu niet moeilijk de matrices te bepalen voor transformaties in de
ruimte.
We moeten gewoon de dimensie van de matrices uitbreiden.
We krijgen als overzicht:
roteren
kunnen we nu zowel rond de x-as, rond de y-as en rond de z-as. rond de x-as
rond de y-as
rond de z-as
|