|
door
Walter Deproost
|
|||||
De meeste Malawi-liefhebbers kennen vermoedelijk Labidochromis caeruleus in zijn oranjegele verschijning, waarmee deze soort in de 80-er jaren in de hobby verscheen. De importen uit die tijd waren vergezeld van het label Labidochromis "Tanganicae"; soms ook als Labidochromis "Flavicimus". |
|||||
![]() |
![]() |
||||
| Labidochromis caeruleus in zijn biotoop bij Nkhata Bay | Labidochromis caeruleus, de gele vorm | ||||
|
In 1970 kwam een Mbuna op de markt met als label Labidochromis
caeruleus, maar aldra bleek dat deze determinatie foutief was. Het
bleek om een nog niet wetenschappelijk beschreven soort te gaan die met de
handelsnaam Labidochromis "Fryeri" werd bedacht. Bij de
revisie van het genus Labidochromis door Lewis in 1982 werden de
"fryeri"-dieren beschreven als Labidochromis mylodon,
voor de exemplaren afkomstig van Mumbo eiland en als Labidochromis
pallidus voor de afstammelingen van de drie Maleri eilanden. Bij deze revisie had Lewis het ook nogal moeilijk met de
kleurbeschrijving die Fryer aan Labidochromis caeruleus had
meegegeven. Al de exemplaren die Lewis verzamelde in de buurt van Nkhata
Bay waren wit van kleur, af en toe met een lichtblauwe glans op het
lichaam. Ook het team van A.J. Ribbink, dat heel wat dieren observeerde
langs de kusten van Malawi, kon enkel een lichtblauwe schijn waarnemen bij
baltsende mannetjes van Labidochromis caeruleus. De kobaltblauwe
kleur die Fryer had geïnspireerd om de soort "caeruleus" te
noemen, heeft men niet kunnen terugvinden. Het verspreidingsgebied van Labidochromis caeruleus
strekt zich uit op de westelijke oever tussen Charo en Chirombo Point, een
kustlengte van zowat 85 km, op het grondgebied Malawi en op de oostelijke
oever tussen Cape Kaiser in Tanzania en Londo in Mozambique, een
kustlengte van bijna 200 km. Afhankelijk van de vindplaats zijn wel enkele
geografische varianten en verschillen in kleur en tekening vast te
stellen. Ribbink et al. (1983) zagen bij de individuen ten zuiden van
Nkhata Bay tot Chirombo Point, alsook bij de populatie van Ruarwe geen
zwarte submarginale band in de rugvin. Konings (1995) stelde vast dat
binnen één enkele populatie exemplaren aangetroffen worden die een
zwarte submarginale band in de rugvin vertonen terwijl andere dieren van
een volledig witte rugvin zijn voorzien. De oranjegele dieren, de
kleurvariant die het best gekend is bij de cichlidenliefhebbers, stammen
af van de enkele populaties waar deze variant voorkomt, namelijk bij Charo,
Kakusa, Mbowe Island, Mara Rocks en Lion's Cove. Bij Lion's Cove zijn
daarenboven twee verschillende vormen van Labidochromis caeruleus
waar te nemen. De populatie die aan de noordelijke zijde van deze inham
leeft is volledig geel (zoals de dieren van Mbowe Island); de populatie
langs de zuidelijke kant is geel aan de bovenzijde en wit aan de onderkant
van de flanken. Langs de kusten van Tanzania zijn de meest noordelijke
populaties volledig wit, bij Lundu hebben de mannetjes een gele vlek op de
kop, bij Thumbi Point hebben de mannetjes een blauwe weerschijn op het
lichaam en bij Liulu hebben de dieren een vage streeptekening op een wit
lichaam. Wat zuidelijker, van Lundo Island tot in de buurt van Mbamba Bay
hebben de mannetjes een duidelijke streeptekening op een lichtblauwe
ondergrond. Deze dieren zijn in de liefhebberij bekend als Labidochromis
"Nkali" en als Labidochromis "Black Dorsal".
Bij Liutche in Mozambique is de tekening weer bijna geheel verdwenen en
bij de zuidelijkste populatie in Londo is Labidochromis caeruleus
opnieuw wit met een zwarte band in de rugvin.
|
|||||
![]() |
![]() |
||||
| Labidochromis mylodon, in zijn biotoop op Mumbo Island | Labidochromis "Nkali" uit Tanzania | ||||
|
De eerste importen van Labidochromis caeruleus
zouden in 1981 gebeurd zijn door Stig Jansson in Zweden. Ze kwamen toe in
een zending, tezamen met Melanochromis johannii, via Eric Fleet, de
toenmalige exportateur die werkte vanop Likoma Island. Het zou tevens de
laatste zending worden van Eric Fleet naar Europa. Pierre Brichard bracht
kort na deze import een bezoek aan zijn cliënt en vriend Stig Janson in
Zweden. Hij was verrukt over deze soort en nam ze mee naar zijn bedrijf
"Fishes of Burundi" in de Burundese hoofdstad Bujumbura. Daar
zou hij ze in zijn buitenbassins tot nakweek brengen. De eerste vermelding in de aquariumliteratuur kwam in het augustus-nummer van het Zweedse tijdschrift "Akvariet". Op de omslag stond een foto van Stig Jansson en op p. 341 de vrij korte vermelding : "Labidochromis spec. Een intens geel gekleurde cichlide met zwart in de vinnen. Ook het vrouwtje is mooi, maar bezit niet de intense gele kleuren van het mannetje alsook minder zwart in de vinnen. Spijtig genoeg kon de soort nog niet gedetermineerd worden; ze heeft zelfs nog geen handelsnaam. De grootte is zowat 10-11 cm." Afgezien van deze kleurenfoto en de enkele lijnen tekst over deze Labidochromis spec. in "Akvariet" bleef het daarna een hele tijd stilletjes rond deze ongedetermineerde soort. Wanneer dan toch een aantal jaren later de eerste Labidochromis "Tanganicae" in de liefhebberij verschenen bleek al snel de vraag veel groter dan het aanbod. Dolle prijzen en allerlei speculaties deden de ronde. Was het een kruising tussen twee Malawi-soorten ? Ging het om een hybride uit het Tanganyikameer ? Gek toch, een Labidochromis-soort aangeboden door een exporteur van Tanganyika-cichliden.
Het duurde tot 1988 vooraleer Stuart Grant de vindplaats
van deze gele variant van Labidochromis caeruleus ontdekte. Eén
van zijn duikteams bleef zowat een week terplekke om deze nieuwe
ontdekking te verzamelen. Dertig gele exemplaren Labidochromis
caeruleus waren het povere resultaat, waarvan slechts acht van het
vrouwelijk geslacht. Stuart Grant heeft toen maar geoordeeld dat het
opportuner was dat de liefhebberij bevoorraad werd door de nakweek van
Pierre Brichard. Ook Ad Konings, die vele uren duikwaarnemingen op de
verschillende locaties achter de rug heeft, meldt (pers. mededeling) dat
op de plaatsen waar de gele dieren van Labidochromis caeruleus
voorkomen, men een dosis geluk moet hebben om tijdens een duik één dier
te kunnen observeren. Ook hij veronderstelt dat het aantal gele dieren van
deze soort in de liefhebberij een heel stuk talrijker is dan de
natuurlijke populatie. En weten dat deze miljoenen gele Labidochromis
caeruleus-dieren afstammen van enkele wildvang koppels die de familie
Brichard in Bujumbura hebben nagekweekt. Sommige auteurs zijn er
schijnbaar ook niet zo zeker van dat de gele dieren wel degelijk tot de
soort Labidochromis caeruleus moeten gerekend worden en noemen de
dieren daarom Labidochromis spec. "Yellow"
of "Electric Yellow".
|
|||||
![]() |
![]() |
||||
| Labidochromis pallidus, in zijn biotoop | Labidochromis pallidus, in het aquarium | ||||
|
|
|||||
| terug naar inhoud Artikels | |||||