Labidochromis sp. "Nkali"
door Walter Deproost


In de lente van 1996 zag ik bij een Duitse importeur van Malawi-cichliden, een "nieuwe" Labidochromis-soort aangeboden onder de fantasienaam Labidochromis "Nkali". Ik had geen vermoeden over de herkomst van deze soort, noch over zijn identiteit. Wetende dat deze importeur, wat wildvang-Malawi-cichliden betreft, zijn bronnen heeft in Tanzania, kon ik enkel gissen dat de soort uit deze hoek moest stammen. Vermits de "patron" van de zaak niet thuis was, kon ik ook geen nadere vragen stellen over de vindplaats en moest ik me tevreden weten met het naamkaartje dat op het aquarium stond vermeld. Wel wist de verkoper van dienst me te vertellen dat de soort niet zo eenvoudig na te kweken was en dat ik mijn eventueel jongbroed zonder problemen bij hem zou kwijtraken. Het prijskaartje op het aquarium was niet van die aard om direct heel de bak te laten leegscheppen en ik stelde me tevreden met twee koppels.

 

Labidochromis sp. "Nkali" wijfje nakweek-dier van Labidochromis sp. "Nkali"
 

Thuisgekomen begon mijn zoektocht naar "Nkali". Ik had het idee dat de naam zou verwijzen naar de vindplaats van de soort en begon dan ook ijverig heel de Tanzaniaanse kustlijn langs het Malawimeer af te speuren. Nergens echter een spoor van Nkali te bemerken. Recente literatuur over Malawi-cichliden van Tanzania bracht dan toch wat meer licht; eigenlijk eerder mist en duisternis. Ad Konings (1995) noemt de betreffende soort een lokale vorm van Labidochromis caeruleus; zijn foto op p. 125 werd genomen bij Lundo eiland en geeft goed de kleuren weer van territoriale mannetjes. Andreas Spreinat (1994) noemt de soort Labidochromis "Black Dorsal". Hij heeft de soort relatief veelvuldig aangetroffen bij Lundo eiland en ook bij Puulu eiland, maar op deze laatste vindplaats eerder zeldzaam. Hij vermoedt ook dat mogelijk langs de kust, tussen beide vindplaatsen de soort zou voorhanden zijn. Het biotoop waar Spreinat de soort kon observeren was in rotsachtig gebied met relatief vlakke zones van 5 m tot 10 m diepte. Bij Puulu eiland kon hij zelfs op 35 m diepte deze dieren aantreffen. Laif DeMason (1995) beeldt in zijn boek twee soorten naast mekaar af; de eerste noemt hij Labidochromis caeruleus (ook Labidochromis sp. "White Tanzania"), die een verspreiding zou hebben van Lundo eiland tot Njambe, een zone van zowat 50 km kustlengte. Op dezelfde pagina 35, zet hij naast vorige soort, wat hij noemt Labidochromis sp. "Lundo zebra", die enkel van Lundo eiland zou afkomstig zijn. Wanneer ik beide foto's met elkaar vergelijk zou het wel degelijk om één en dezelfde soort kunnen gaan. Bij de dieren die ik bezit vertoont alleen het dominante mannetje de contrastrijke tekening op een eerder lichtblauwe ondergrond. Het andere mannetje, alsook de wijfjes hebben eerder een kleur en tekening als de soort die door DeMason als "White Tanzania" wordt aangeduid.

 

Labidochromis sp. "Nkali" wijfje nakweek (jong mannetje) Labidochromis sp. "Nkali"

De enige publicatie waarin ik "Nkali" kan terugvinden is het Duitse tijdschrift "Aquaristik aktuell" waar in het tweede nummer uit 1995 bij "Import Aktuell" een foto van de soort geplaatst is met als ondertitel Labidochromis caeruleus "Nkali - Sambia Reef". De dieren zouden geleverd zijn door de firma African Diving Ltd. Maar waar ligt nu dat Sambia Reef en wie schuilt erachter "African Diving Ltd.". Opnieuw de Tanzaniaanse kustlijn afzoeken, zonder resultaat. Tot ik een artikel van de Scandinaven Lundblad en Karlsson (1994) terugvindt in "Aquaristik aktuell" 4/1994. Hier kom ik tot de vaststelling dat beide heren ook de eigenaars zijn van het exportstation African Diving Ltd. en dat ze met een landgenoot langs het Sambia-Rif weer een aantal nieuwe kleurvarianten hebben ontdekt. Uit de tekst blijkt dat dit rif niet ver buiten de kust, zowat ter hoogte van Mbamba Bay ligt. Dat is dan toch nog zowat 10 km zuidelijker dan Lundo eiland. Tot zover dan de zoektocht naar het mysterie dat ik enkele maanden geleden mee naar mijn aquaria bracht.

Hetgeen me vanaf het begin bij deze soort was opgevallen, was de grote overeenkomst met het kleurenpatroon van Labidochromis chisumulae. Ook Spreinat vermeldt dit onder de rubriek "Ähnliche Arten". Hij heeft beide soorten ook in één aquarium tezamen gehouden en verwonderde zich erover dat er geen onderlinge rivaliteit tussen beide soorten waar te nemen was. Ook zou volgens de auteur L. chisumulae duidelijk kleiner blijven dan Labidochromis "Black Dorsal". Om het geheel nog wat spannender te maken toont Ad Konings (1995) op pagina 126 een nieuwe vondst die hij Labidochromis sp. "chisumulu mbweca" noemt. Bij Mbweca en Tumbi Point (ten zuiden van Cobué in Mozambique) trof hij deze soort aan, die volgens zijn zeggen precies een kruising was tussen Labidochromis caeruleus en Labidochromis chisumulae. Zullen we ooit de ontknoping kennen?

 

Labidochromis sp. "Nkali" mannetje Labidochromis chisumulae mannetje

Nu terug naar de vier dieren die sinds enkele tijd in mijn groot Malawi-aquarium zijn ondergebracht. Vermits in dit aquarium haast uitsluitend Mbuna's zijn ondergebracht heb ik ondertussen ook enkele waarnemingen mogen doen. Naast de vele Pseudotropheus, Melanochromis, Petrotilapia en Cynotilapia-dieren is er ook een Labidochromis-soort aanwezig, met name Labidochromis pallidus. Deze laatste blijkt wel duidelijk een rivaal te zijn voor Labidochromis sp. "Nkali". Niettegenstaande er tussen beide soorten meer kleur- en tekening-verschillen zijn dan tussen Labidochromis chisumulae en L. sp. "Nkali", blijkt toch dat Labidochromis pallidus niet opgezet is met de komst van zijn geslachtsgenoot. Tot verwonding en afslachting is het niet gekomen en na verloop van tijd is ook de agressie van L. pallidus afgenomen. Ondanks de weinig bemoedigende vooruitzichten die ik bij de aanschaf had meegekregen, duurde het geen twee maanden vooraleer het grootste wijfje nakweek beloofde. Op zekere avond merkte ik duidelijk dat de legbuis van het vrouwtje uitgezet was en reeds de volgende dag zag ik haar uitgezette keelbodem. De afzetting zelf heb ik niet kunnen volgen, maar dat was niet mijn eerste zorg. Ik liet het wijfje in het aquarium waarin de afzetting gebeurde en pas na zowat twee weken schepte ik haar uit en zette haar dan in een apart aquarium waar ze rustig de incubatie verderzette. Zowat drie weken na de afzetting liet ze ongeveer 20 jongen vrij. De jongen zijn bij het vrijlaten ongeveer 1 cm lang en kunnen onmiddellijk met pas ontloken Artemia-naupliën worden gevoed. Na het vrijlaten van de jongen neemt het vrouwtje ze schijnbaar niet meer terug in de bek in bescherming.

 

mannetje Labidochromis pallidus Labidochromis caeruleus (normale vorm) in zijn natuurlijk biotoop bij Nkhata Bay


De jongen zijn de eerste maanden haast egaal lichtgrijs gekleurd. Stilaan beginnen de dwarsbanden zich op de flanken te manifesteren, alsook de donkere band in de rugvin. Zoals bij de meeste Labidochromis-soorten gaat de groei bij de jonge Labidochromis sp. "Nkali" niet snel. Na zowat acht maanden zijn ze  ongeveer 4 tot 5 cm lang. Dan is er stilaan ook al wat meer kleur en tekening verschenen en zien we een aantal groene iriserende vlekken op de kieuwdeksels. Zowat acht weken na het eerste legsel heeft hetzelfde vrouwtje opnieuw afgezet. Dit keer bedroeg het aantal jongen slechts vijftien, maar voor de rest waren er geen verschillen te vermelden. Intussen was echter het andere vrouwtje gesneuveld, alsook het tweede mannetje dat in het aquarium verbleef. Een aantal weken na het laatste legsel is ook het laatste vrouwtje van deze soort in mijn aquarium teloorgegaan, mogelijk door de agressie van haar partner, alhoewel ik geen hevige conflicten heb kunnen waarnemen. Alle hoop is nu gesteld op de nakweek die ik met de beste zorgen tracht groot te brengen. Het zal echter nog wel een hele tijd vergen eer de jongen geslachtsrijp zijn.

Literatuur :
DeMason L. (1995) A Guide To The Tanzanian Cichlids of Lake Malawi. Aquatic Promotions, Miami, 102 pp.
Konings, A. (1995) Malawi Cichlids in their natural habitat. 2 band. Cichlid Press, St. Leon-Rot, 352 pp.
Lundblad, J. & M. Karlsson (1994) Fangplatz: Sambia-Riff, Tansania.
Aquaristik aktuell 4/1994 : 40-41
Spreinat, A. (1994) Malawisee-Cichliden aus Tansania. Aquapport, Ronnenberg, 316 pp. 


Naschrift : bovenstaand artikel is reeds enkele jaren geleden geschreven en inmiddels blijkt het niet zo’n problematische soort te zijn. Zoals bij de meeste Labidochromis-soorten is ook deze niet zo productief. Twintig tot dertig nakomelingen per broedsel is een mooi resultaat. Wat zeker moet vermeden worden is deze soort tezamen te houden met de witte (normale) vorm van Labidochromis caeruleus. Dat zou zeker tot kruisingen leiden tussen beide en daar is niemand mee gediend.

 

 

terug naar inhoud Artikels