Introductie
Schermen is al sinds de eerste olympiades een olympische sport. Vandaag
is het een moderne sportdiscipline die van de beoefenaar een combinatie
van fysieke, technische, strategische en mentale kwaliteiten vereist.
De FIE is de internationale schermfederatie,
in België zijn de bestuursorganen de Belgische
schermfederatie, de Vlaamse
schermbond en de Waalse schermliga.
Het schermen bestaat uit drie verschillende disciplines die genoemd worden
naar het wapen dat bij die discipline gehanteerd wordt:
floret, degen en sabel. De drie disciplines verschillen onderling in het
soort wapen dat gebruikt wordt, maar ook in de spelregels die bepalen
hoe de tegenstanders elkaar reglementair mogen treffen en wanneer er punten
toegekend worden.
In een schermmatch schermen steeds twee schermers tegen elkaar. Een scheidsrechter
leidt de wedstrijd en wordt daarbij geholpen door een elektronisch registratie-apparaat.
Inderdaad, het schermwapen is bij het handvat gekoppeld aan een elektrische
kabel ("fil de corps") die langs het lichaam van de schermer
loopt en achteraan verbonden is met een oprolbare kabel die uiteindelijk
de elektrische signalen doorgeeft aan het registratie-apparaat. Een groene
en rode lamp geven aan welke schermer een geldige treffer heeft kunnen
plaatsen. Witte lampen geven ongeldige treffers aan. De scheidsrechter
analyseert de schermfases en kent de punten toe. De officiële taal
van de schermsport is het frans. Zo vraagt de scheidsrechter of de schermers
klaar zijn ("Prêts ?"), geeft hij het teken om te beginnen
("Allez") en stopt hij de wedstrijd als het nodig is ("Halte").
Schermen is geen gevaarlijke sport. De schermers dragen uit Kevlar vervaardigde
beschermende kledij, een masker dat aan heel strenge veiligheidseisen
moet voldoen en er worden enkel gespecialiseerde wapens gebruikt.
Schermen is ook een sport in volle evolutie: binnenkort wordt er met
een transparant masker geschermd (zodat het publiek de gezichtsuitdrukkingen
van de atleten kan zien) en wordt er wellicht ook draadloos geschermd.
Het officiële schermreglement vind je hier.
Floret
De
floret is traditioneel het leer- of oefenwapen dat diende om het schermen
aan te leren. Het wapen is lichter dan de degen. Hoewel de floret nog
steeds vaak als leerwapen wordt gebruikt, is het tevens een volwaardige
discipline zoals de andere wapens. De floret is een steekwapen,
hetgeen betekent dat de enige geldige manier om de tegenstander te raken,
met de punt van de floret is. Die
floretpunt bestaat uit een indrukbaar gedeelte dat met een bepaalde minimumkracht
moet ingedrukt worden om elektronisch geregistreerd te worden. Het geldige
trefvlak bij floretschermen is de romp van de tegenstander. Bij
het raken van armen, benen of hoofd, wordt de treffer "ongeldig"
verklaard. Tenslotte is de floret ook een zogenaamd conventioneel
wapen, omdat voorrangsregels beslissen welke schermer bij gelijktijdig
treffen, het punt toegewezen krijgt. In het kort bepalen die voorrangsregels
dat de schermer die de aanvalsbeweging inzet, het eerst recht heeft om
een treffer te zetten; dat recht om te treffen kan door de tegenstander
enkel overgenomen worden door de aanval van de eerste schermer eerst af
te weren. Het is de scheidsrechter die de aanvals- en verdedigingsfasen
analyseert en bepaalt welke schermer een treffer (en dus een punt) krijgt.
Degen
De degen is ook een steekwapen, maar het is een stuk
zwaarder dan de floret en het biedt een grotere bescherming voor de hand.
Ook bij het degenschermen geldt dus dat de enige manier om de tegenstander
te raken via de punt van de degen is. Het geldige trefvlak
bij degenschermen is het volledige lichaam. Er wordt ook geen onderscheid
gemaakt bij het toekennen van de punten: een treffer op de romp, het hoofd,
of de voet is evenveel waard (1 punt). De degen is een niet-conventioneel
wapen, hetgeen betekent dat er geen voorrangsregels zijn: de schermer
die zijn tegenstander het eerst weet te raken, krijgt het punt. Dit maakt
het volgen van degenschermen voor een schermleek het eenvoudigst. Het
automatisch registratie-apparaat registreert dan ook enkel de eerste treffer
bij elke fase. Bij gelijktijdig treffen, wordt aan beide schermers een
punt toegekend.
Sabel
De sabel
is historisch het wapen van de cavalerie. De sabel is het lichtste
wapen van de drie, en het is een steek- en slagwapen.
Dit betekent dat bij het sabelschermen, de tegenstanders elkaar zowel
met de punt ("steken") als met de snijkant ("slaan")
van het wapen mogen raken. Het geldige trefvlak bij het
sabelschermen is het volledige lichaam boven de ceintuur. De sabel is
een conventioneel wapen: voorrangsregels vergelijkbaar
met de floretregels bepalen welke schermer recht heeft op het punt bij
een gelijktijdige treffer. Ook hier is het de scheidsrechter die de schermfases
analyseert en de punten toekent.
Wedstrijdverloop
In het schermen zijn er enkel leeftijdscategoriëen, en geen gewichtscategoriëen
zoals in de meeste andere gevechtssporten.
Zoals reeds eerder gezegd, registreert het automatisch registratie-apparaat
de treffers en begeleidt de scheidsrechter de wedstrijd. De scheidsrechter
houdt ook de tijd bij van elke wedstrijd, en hij/zij bestraft eventuele
fouten met een gele, rode of zwarte kaart.
Een gele kaart is een waarschuwingskaart die getrokken
wordt bij een lichte fout (bijvoorbeeld als het materiaal van een van
de schermers niet in orde is). Een rode kaart is een
strafkaart die getrokken wordt bij een zware fout of bij een tweede gele
kaart. Als een schermer een rode kaart krijgt, dan krijgt zijn tegenstander
een bijkomend punt. Een zwarte kaart is een uitsluitingskaart
die getrokken wordt bij een heel zware overtreding (bijvoorbeeld bij zwaar
onsportief gedrag). De schermer die een zwarte kaart krijgt, wordt gediskwalificeerd
van het tornooi en kan een bijkomende sanctie krijgen van de schermbond.
Een schermer kan tijdens een wedstrijd op drie verschillende manieren
een punt krijgen:
door zijn tegenstander op
een geldige manier te treffen
wanneer zijn tegenstander
een rode kaart krijgt
wanneer zijn tegenstander
de achterste grens van de schermloper overschrijdt.
Een schermwedstrijd vindt plaats op een schermloper (ook wel schermpiste
genoemd), dit is een langwerpige oppervlakte van 14 meter lang en 1 tot
2 meter breed. Indien een schermer de achterste lijn met beide voeten
overschrijdt, dan krijgt zijn tegenstander een punt. Bij het degenschermen
en floretschermen is die schermloper vervaardigd uit geleidend materiaal
(metaal) zodat treffers op de grond niet geregistreerd worden. Bij het
sabelschermen is dit niet nodig.
De schermer die het eerst het maximaal aantal punten scoort, wint de wedstrijd.
Bij elke schermmatch is er een tijdslimiet. De schermtijd loopt enkel
tijdens de effectieve match door; wanneer de match stopgezet wordt (na
een geldige treffer bijvoorbeeld), wordt ook de tijdsregistratie stopgezet.
Indien geen van beide schermers na de maximale schermtijd het maximaal
aantal punten heeft, wint die schermer die op dat moment het meeste punten
heeft, de wedstijd. Indien na de maximale schermtijd beide schermers evenveel
punten hebben, wordt een bijkomende periode geschermd van maximaal 1 minuut.
De eerste schermer die een punt scoort tijdens die minuut, wint de wedstrijd
(principe van de 'golden goal'). Om de schermtijd beperkt te houden, bepaalt
het lot voor de extra schermtijd, welke schermer de match wint in het
geval geen enkele treffer wordt gezet tijdens die extra schermtijd.
Een schermmatch in een individuele
wedstrijd tijdens de voorrondes wordt tot maximaal 5 punten geschermd,
gedurende maximaal 3 minuten.
Een schermmatch in een individuele
wedstrijd tijdens de rechtstreekse uitschakelingen en elke match tot en
met de finales, wordt tot maximaal 15 punten geschermd, gedurende maximaal
9 minuten. Na 3 en na 6 minuten wordt een pauze van 1 minuut ingelast.
Een schermwedstijd tussen
twee ploegen wordt tot maximaal 45 punten geschermd, gedurende maximaal
27 minuten.
In een ploegenwedstijd schermen 2 ploegen van elk 3 schermers (+ 1 reserve)
tegen elkaar. In zo'n ploegenwedstrijd worden 9 individuele schermmatchen
onmiddellijk na elkaar geschermd. Zo komt elke schermer van elke ploeg
precies 1 keer tegen elke schermer van de andere ploeg te staan (tenzij
een welbepaalde schermer tijdens de wedstrijd gewisseld wordt door de
reserve - dit om tactische of andere redenen; slechts 1 wissel per wedstrijd
is toegelaten). Bij elke nieuwe match (in een totaal van 9), wordt verdergeschermd
bij de score die bereikt was na de vorige match. De ploeg die na de negen
matchen het meeste punten heeft, heeft de wedstrijd gewonnen. Het systeem
zit als volgt in elkaar:
de eerste van de 9 matchen
wordt gestopt als een van beide schermers 5 punten heeft of indien er
3 minuten verlopen zijn (de score kan op dat moment bijvoorbeeld dus zowel
5-0, 5-4, 3-2 als 1-1 zijn)
de tweede van de 9 matchen
wordt gestopt als een van beide ploegen 10 punten heeft of indien er 3
minuten verlopen zijn tijdens deze tweede match
de derde match enz.
de laatste van de 9 matchen
wordt gestopt als een van beide ploegen 45 punten heeft of indien er 3
minuten verlopen zijn tijdens deze negende match
|