Steun majeurs
Basissysteem Twee-openingen Transferpreëmpts Steun majeurs

 

Inleiding

Wie bridge op een hoger niveau wil beoefenen, kan zich niet tevreden stellen met de standaardverhogingen die aan beginnende bridgers worden aangeleerd. Voor de geïnteresseerde bridger bestaat er voldoende (veelal Engelstalige) lectuur over mogelijke alternatieven. Bekende systemen zijn bijvoorbeeld Bergen Raises en Scanian Raises.  

Wij hebben getracht een oplossing te zoeken die in ons basissysteem (Acol met 12-14 NT) paste. Mits enkele kleine aanpassingen is deze methode wellicht ook bruikbaar in andere natuurlijke biedsystemen. 

Antwoorden op 1 /-opening

Schema na 1 -opening (min. 4-kaart)

2   3-kaart steun, 6-9 hcp
2 NT a) 4-kaart steun, 9-11 hcp, willekeurige verdeling
b) 4-kaart steun, 12+ hcp, verdeelde hand
  4-kaart steun, 7-9 hcp, verdeelde hand
  4-kaart steun, 7-9 hcp, onregelmatige verdeling
  4-kaart steun, 0-6 hcp
  4-kaart steun, 12+ hcp met een onbekende renonce 
3 NT 4-kaart steun, 12+ hcp met een singleton
4 / 4-kaart steun, 12+ hcp met een singleton /
4   goede preëmptieve verhoging
4 om te spelen

 

Herbieding van de opener

 

Schema na 1 -opening (min. 4-kaart)

 

Verder na 3-antwoord

 

3 : Game try. De antwoorder verhoogt naar de manche indien hij maximaal is. Hij kan ook 3 NT bieden met een 3-4-3-3 en punten geconcentreerd in de zijkleuren.

3 : om te spelen.

 

Verder na 3-antwoord

 

De opener beslist of hij een deelcontract of de manche wil spelen. Met een zeer sterke hand kan hij ook nog een slempoging ondernemen.

 

3    : om te spelen

3    : vraagt naar een singleton en geeft sleminteresse aan.

              -   3 NT     : geen singleton

                  4 /   : singleton /

                  4        : singleton

3 NT  : sleminteresse met een 4-kaart

4 /:sleminteresse met een 4-kaart /

 

Verder na 3-antwoord

 

Opener moet bijna altijd passen. Enkel met een bijzonder sterke hand kan hij de manche overwegen. Hiervoor moet hij allemaal werkende punten hebben en een gunstige verdeling.

 

Verder na een splinter

 

Met een minimale hand biedt opener de manche, zoniet biedt hij controles of vraagt hij bij een 3 -antwoord met 3 NT naar de renonce van de antwoorder. Die antwoordt zijn renonce in trap.

Wanneer de antwoorder minimaal is, moet hij bij zijn volgende bod afzwaaien en het initiatief voor de slempoging overlaten aan partner.

 

Verder na 2 NT-antwoord

 

 

a) 5-kaart , 12-14 hcp met een onbekende singleton of renonce 

b) 5-kaart , 18-19 hcp met een 5-3-3-2 of 5-4-2-2 verdeling

 

a) 5-kaart , 12-14 hcp, semi-balanced (geen single/renonce)

b) 4-kaart , 18-19 hcp met een 4-3-3-3 of 4-4-3-2 verdeling  

    5-kaart , 15-17 hcp met een 5-3-3-2 of 5-4-2-2 verdeling
   5-kaart , 15+ hcp met een onbekende singleton of renonce 
3 NT  4-kaart , 15-17 hcp met een 4-3-3-3 of 4-4-3-2 verdeling
4 /   5-kaart , 11-14 hcp met een bicolor (5-5)  

 

Opmerkingen

Na 3 en 3 zijn respectievelijk 3 en 3 NT relais die naar de korte kleur vragen. De opener antwoordt hierop in trap, d.w.z. het laagste bod belooft singleton of renonce klaveren en zo verder. De relais geeft steeds sleminteresse aan. Na een 3 -antwoord moet de opener met 18-19 hcp dan ook het initiatief overnemen en controles bieden op 4-niveau of azen vragen.

Wanneer de tegenpartij tussenkomt, zijn alle verdere biedingen natuurlijk.  

Door het feit dat ons basissysteem Acol met zwakke NT is, beloven alle varianten met 12-14 hcp minstens een 5-kaart in de openingskleur. Om ongelukken te vermijden bij een 4-4-4-1 verdeling is het dan ook aangewezen in dat geval steeds te openen in een mineur.

 

BC 't Begijntje ] Clubnieuws ] Biedtechniek ] Competitie ] Bridge online ]

OKBRIDGE

Voor commentaar of suggesties kan u terecht bij
Karl Van Overloop

Laatst bijgewerkt op maandag 17 september 2001