Het Gotham Café - Stephen King Homepage

[voorblad]

[biografie [nieuws] [boeken] [films] [naslag] [stelling] [artikels] [internet] [colofon] [forum] [mail]

Leven en werk van Stephen King
The American Dream (1/8)

Stephen KingAls er één levensverhaal model kan staan voor de verwezenlijking van de Amerikaanse droom, dan is het dat van Stephen King wel: ooit straatarm, nu levend en schrijvend in een 23-kamers tellende Italiaanse villa in het landelijke Maine. In de zomer verhuizen King zelf, zijn vrouw Tabitha (zelf schrijfster van onder meer Small World, Caretakers en The Trap) en hun drie kinderen, Naomi Rachel, Joe Hill en Owen Phillip naar Kezar Lake in Center Lovell en een groot Victoriaans huis in Bangor. King leest enorm veel, houdt zich bezig met het oplossen van jigsaw-puzzels, is een fan van de Boston Red Sox baseball-ploeg (in 1994 sprak hij een tv-documentaire over baseball in) en speelt gitaar bij de Rock Bottom Remainders. Er wordt beweerd dat hij met al zijn bezigheden zowat zevenhonderd miljoen frank per jaar verdiend. 

Stephen Edwin King werd geboren in Portland, in de staat Maine, op 21 september 1947 (om half twee 's ochtends) in het Maine General Hospital, als één van de vele baby boomers van na de tweede wereldoorlog. Zijn vader, de marinier Donald Edwin King, verdween twee jaar later op raadselachtige wijze. Het verhaal gaat de ronde dat hij een pakje sigaretten ging halen en nooit terug thuiskwam. Dat was voor moeder Nellie Ruth Pillsbury King, de geadopteerde oudere zoon David Victor King en Stephen King de start van een zwerversbestaan. Nellie reeg de ene onderbetaalde job na de andere aan elkaar en werkte in een wasserij, bakkerij, als winkelbediende en als huisbewaarster. Zij was een opmerkelijk sterke vrouw, met een groot gevoel voor humor en was gek op boeken van Agatha Christie en Stanley Gardner. De Kings reisden van Durham naar Malden, over Chicago tot West De Pere en belandden uiteindelijk in Fort Wayne.

Toen King zes jaar was, verhuisde hij en zijn familie naar Stratford, Connecticut. Het was hier dat Stephen King zijn eerste ervaring met horror meemaakte. George Beahm verhaalt in The Stephen King Story hoe de 6-jarige King aan zijn moeder de toestemming vroeg om te luisteren naar de radiobewerking van Ray Bradbury's verhaal Mars Is Heaven!. Zijn moeder verbood het hem, maar King luisterde in het geheim toch. "That early exposure to storytelling - oral, not written - made an indelible impression on the writer-to-be. What King discovered would become a fictional trademark in his storytelling techniques: tell the story in visual terms so it can be vividly imagined in the mind's eye."

Nelly King las haar zonen vooral voor uit kinderadaptaties van klassieke werken, zoals Treasure Island van Robert Louis Stevenson. Op zijn zevende las Nelly het eerste horrorverhaal voor haar zoon: The Strange Case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde, van diezelfde Robert Louis Stevenson. Ook het medium film maakte in Kings kindertijd een grote impact op hem. In interviews verwijst hij steeds naar The Creature from the Black Lagoon uit 1954. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat Kings stijl heel filmisch is. Hij brengt alles zo onder woorden, dat de lezer voor zijn ogen als het ware de film van het hele gebeuren kan laten afdraaien. Het is ook één van de redenen waarom zoveel van Kings boeken zijn verfilmd.

Volgens Douglas E. Winter begon King op deze leeftijd ook zelf te schrijven. Zijn eerste verhaal ging over een dinosaurus die een klein stadje aanvalt, maar uiteindelijk overwonnen wordt door een wetenschapper, die ontdekt heeft dat de dinosaurus allergisch is voor leer. Hoewel dit verhaaltje ongetwijfeld geïnspireerd is op één of andere film, bevat het toch al enkele van de basiskenmerken die Kings later werk gaan bepalen. Om te beginnen is het uitgangspunt uiterst realistisch (het leven in een stadje). Een onverklaarbaar iets (de dinosaurus) bedreigt echter de orde. Vervolgens staat de held op (de wetenschapper) die het kwaad uitschakelt. Het is interessant om te zien, dat bijna alle verhalen van King min of meer op dit stramien gebouwd zijn. King zelf zegt over zijn beginperiode: "I have written seriously since I was twelve, and to me that means that I always wrote in order to make money, but I have tried to tell my stories with all the integrity I can manage, and with as much honest feeling for the subject as I had." (Fear Itself)

In 1958 verhuisde de King-familie naar Durham, een landelijk stipje van nog geen duizend inwoners op de kaart van Maine, waar ze gingen wonen bij de ouders van Nellie, Guy Pillsbury en Nellie Fogg Pillsbury, beiden al ver in de tachtig. Durham zou de basis leggen voor Kings literaire activiteiten. Hier leerde hij observeren en begon hij, omdat hij als kind vaak ziek was, volop te schrijven. In Durham maakte King kennis met Christopher Chesley, ook een schrijver in wording, en zag hij in de Ritz-bioscoop Roger Coremans The Pit and the Pendulum, waar hij op de stencilmachine van zijn broer zijn eigen versie van schreef.

[verder]

Printervriendelijke versie van de hele tekst