|
Het Gotham Café - Stephen King Homepage |
||||||||||||
|
||||||||||||
|
Is
de cirkel voor Stephen King rond? Begin februari meldde de LA Times van wel.
De King of Horror was leeg geschreven en zou weldra zijn pen voorgoed
neerleggen. Het verhaal over Kings afscheid, dat na het artikel in de LA
Times vlotjes het wereldnieuws haalde, bleek een kwakkel. King lijkt
actiever dan ooit. De kortverhalenbundel Alles is Eventueel (Everything’s
Eventual) verscheen op 19 maart in Amerika en Engeland (en wordt eind
augustus bij ons verwacht), het vijfde deel van de Donkere Toren-cyclus (Wolves
of the Calla) is af, het zesde deel (The Song of Susannah) in de
maak. Léég geschreven? Het lijkt van niet. In september verschijnt ook nog
eens From a Buick Eight. Vreemd genoeg kreeg Duitsland (Der Buick)
in maart al de wereldpremière en ligt het boek ook al in België en
Nederland in de boekhandels. Stephen
King had het al over Het geheim van de Buick in Over Leven en
Schrijven (On Writing) uit 2000, waar hij uit de doeken deed hoe
hij het idee voor dat verhaal gekregen had. Hij herneemt die anekdote in het
nawoord van Het geheim van de Buick. In 1999 had King de winter
doorgebracht op Longboat Key in Florida, waar hij aan de laatste versie van
de korte roman Het meisje dat hield van Tom Gordon (The Girl Who
Loved Tom Gordon) had gewerkt. Op zijn terugreis naar Maine verzeilde
hij in het westen van Pennsylvania. Hij verliet de Interstate 87 Het
verhaal start in 1979. Een vreemde man in een zwart pak parkeert zijn Buick
Roadmaster voor de pompen van een benzinestation ergens in Pennsylvania.
Terwijl de bediende zijn werk doet, gaat de man even naar het toilet.
Sindsdien is hij spoorloos verdwenen. De politie, onder leiding van
commandant Tony Schoondist, neemt de Buick in beslag en brengt hem onder in
een loods, vlak bij de kazerne. In de herfst van 2001 staat de Buick er nog
steeds. Vooral de jonge Ned Wilcox geraakt door de auto gefascineerd. Hoewel
hij eigenlijk niet tot het corps behoort, brengt hij er veel tijd door. Zijn
vader, Curt Wilcox, was er ook politieman en is onlangs door een dom ongeluk
om het leven gekomen. Op een avond krijgt hij het hele vreemde verhaal van
de Buick te horen. Blijkbaar is de wagen niet zo onschuldig als hij er op
het eerste gezicht uitziet. Al meer dan twintig jaar lang is zijn macabere
invloed in en rond het politiebureau voelbaar. Het
lijkt erop dat critici sinds Kings bijna dodelijke ongeluk medio 1999 milder
voor hem geworden zijn. Werd hij in het verleden vaak verguisd als populair
broodschrijver van goedkope horrorromannetjes, dan wordt hij de laatste
jaren steeds meer als serieuze romanschrijver gewaardeerd. King is met de
jaren inderdaad softer geworden. De angst en huiver bleef, maar de liters
bloed maakten plaats voor suggestie en emotie. Louter schrijftechnisch
gezien bereikte zijn vakmanschap een nooit gezien hoogtepunt. Toch werden
Kings laatste twee romans, Dromenvanger (Dreamcatcher) en (Zwart
Huis) (Black House, de Talisman-sequel die hij samen met
Peter Straub schreef) in de pers op gemengde gevoelens onthaald. In België
werd Het geheim van de Buick al met de grond gelijk gemaakt door Bart
Holsters, recensent bij de gezaghebbende cultuurkrant De Morgen: "King
is op zijn retour. Wat hem overkomt is de ergste nachtmerrie van een
horrorschrijver: de fantasie is op. In zekere zin is King zichzelf aan het
plagiëren."
Maar maakt dat van Het geheim van de Buick een slecht boek? Allerminst. Waren Dromenvanger en Zwart Huis af en toe nogal onevenwichtig in opbouw, dan slaat Het geheim van de Buick de nagel angstaanjagend juist op de kop. Dit boek is eindelijk nog eens een echte pageturner. In slechts 400 pagina's (erg dun voor King) overspant hij een hele generatie. De ontdekking van de Buick dateert uit 1979, het grootste deel van het verhaal wordt in 2001 verteld, maar vreemd genoeg eindigt het boek pas echt in 2006. King laat in het boek verschillende stemmen aan het woord. De huidige commandant, Sandy, neemt het leeuwendeel van het verhaal voor zijn rekening, maar wordt daarin bijgestaan door andere leden van het corps: Shirley, Eddie, Phil, Arky en Huddie. Het gevoel van kameraadschap dat in het corps heerst, doet sterk denken aan die uit De Groene Mijl. In dat boek wierp King de vraag op wie of wat John Coffey was en wat hij op de Groene Mijl deed. In Het geheim van de Buick staat een ordinaire wagen centraal. Waar komt hij vandaan? Van wie is hij? En hoe verklaar je de vreemde gebeurtenissen die er zich in en rond de auto afspelen? Niet álles is te verklaren, maar op het einde van Het geheim van de Buick heeft King het meeste prijsgegeven. Niet zozeer over de Buick, maar zoals in zijn beste werk over het Leven zelf.
|