Het Gotham Café - Stephen King Homepage

[voorblad]

[biografie]  [nieuws] [boeken] [films] [naslag] [stelling] [artikels] [internet] [colofon] [forum] [mail]

CreepshowStephen King zit niet om een experimentje meer of minder verlegen. Enkele jaren geleden baarde hij simultaan de Bachman-King-tweeling The Regulators-Desperation; hij verknipte The Green Mile tot een vervolgverhaal en verkende ook de grenzen van audio (Blood and Smoke) en internet (Riding the Bullet, The Plant). Je zou er bijna bij vergeten dat King een goeie twintig jaar geleden eens de teksten schreef voor het stripverhaal Creepshow. Het project lijkt nu niet meer dan een voetnoot in Kings bibliografie, maar het lijkt ons aardig om Creepshow nog eens van de boekenplank te nemen en Kings vingeroefening in het genre van naderbij te bekijken.

Stephen King, geboren in 1947, groeide op met de comics van de jaren vijftig. Hij verslond ze aan een tempo dat de jeugd vandaag de Pokémon-kaarten door de vingers laat glippen. Creepshow werd dan ook zijn ode aan die EC Comics (toen smalend de marihuana van de kids genoemd) van William Gaines en Al Feldstein. Dat duo werd beroemd met strips als Tales from the Crypt, Vault of Horror, Haunt of Fear en Shock Suspensestories. Al deze verhalen waren op dezelfde leest geschoeid: vol campy horror en groteske beelden, maar onderliggend gaven ze allen een moraal mee: de goede wint altijd van de slechte. Niet zelden betekende dat de overwinning van kind op volwassene. Niet moeilijk dat de strips in de herfst van 1954, door zwaar protest van iedereen die ook maar enige moraal te verdedigen had, van de markt werden gehaald. Rekening houdende met het tijdsklimaat vol totalitarisme en paranoia was zo'n angst niet moeilijk te begrijpen. De uitgever van de EC Comics schreef bij het ter ziele gaan van hun tijdschriften dan ook op ironische wijze dat ze een onmiddellijke daling verwachtten van de misdaad bij de jeugd. De redactie van de EC Comics gaf het echter niet op en startte het gematigdere magazine Mad. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zou er een echte EC Comics-revival plaatsvinden, met naast Creepshow ook onder meer Tales from the Crypt en The Vault of Horror.

King wilde dus een anthologie schrijven die trouw zou blijven aan de sfeer van de jaren vijftig, en wie kon hij dan beter als tekenaar vinden dan Jack Kamen, de grootmeester himself? Kamen maakte de kaft van het stripboek, maar gaf er toen de brui aan. Gelukkig vond King in Berni Wrighston een waardige vervanger. Wrighston voltooide het boek in vier maanden en zou later ook Cycle of the Werewolf (oorspronkelijk als kalender bedoeld) en de onafgebroken editie van The Stand illustreren. Gelijktijdig met de release van het comic book werd ook de filmversie gelanceerd, in een regie van George Romero. Die begint met een proloog die niet in het boek is opgenomen. We zoomen in op Maple Street in Centerville, een klein stadje dat zowel in de jaren vijftig als tachtig zou kunnen bestaan. Een 10-jarige jongen (gespeeld door Kings zoontje Joe) wordt door zijn vader betrapt tijdens het lezen van de comic Creepshow. De jongen wordt als straf naar bed gestuurd en de comic verdwijnt in de vuilnisbak. Terwijl een onweer door de straten rolt, komen de verhalen uit het stripboek tot leven.

CreepshowCreepshow

In de eerste episode, Father's Day, is Nathan Grantham zijn verblijf onder de graszoden meer dan beu. Zeven jaar geleden werd hij vermoord door zijn dochter Bedelia Grantham, toen hij zijn taart voor vaderdag opeiste. Ontvlamd in ultieme wraak gebruikt hij nu het hoofd van Bedelia om zijn taart te maken. In het tweede segment, The Lonesome Death of Jordy Verrill, speelt Stephen King de titelfiguur, een naï‹ve en simpele landbouwer Jordy uit Castle Rock, Maine. Op het erf vindt hij tot zijn grote verbazing een neergestorte meteoor. Jordy denkt zijn fortuin gevonden te hebben door de meteoor voor 200 dollar te verkopen aan de universiteit van Maine. Maar als hij het spul wil transporteren breekt het in twee en komt er een soort van buitenaardse plant tevoorschijn. Die neemt niet alleen bezit van Jordy (die als enige uitweg zelfmoord kan plegen) maar is op weg om de hele planeet te overspannen. The Lonesome Death of Jordy Verrill was gebaseerd op een bestaand kort verhaal van King: het zesduizend woorden tellende Weeds. Dat verscheen twee keer in print: in Cavalier (1976) en Nuggey (1979). Beiden nagenoeg onvindbaar. Het was oorspronkelijk het eerste hoofdstuk van een roman, die King na Carrie wou schrijven, tot hij ontdekte dat hij eigenlijk niet meer te vertellen had dan het begin.

Het derde verhaal is een typisch voorbeeld van de wraak-gedachte, zo typisch voor de EC-Comics. In Something to Tide You Over bedenkt televisie-ster Richard Vickers een gruwelijke dood voor zijn ontrouwe vrouw Becky en haar geliefde Harry: hij begraaft ze tot aan het hoofd in het zand net voor de zee zal opkomen. Het liefdespaar sterft natuurlijk de verdrinkingsdood, maar keert 's nachts uit het rijk der doden terug om Richard een koekje van eigen deeg te geven. De scène in de film waarin de twee wandelende lijken het huis besluipen werd door George Romero persoonlijk gemonteerd en geldt alleszins als de beste uit de hele film. Het finale shot toont Richard, begraven in het zand, wachtend op zijn lot.

Creepshow

Ook The Crate is een adaptatie van een origineel verhaal van King (dat in 1979 in Gallery verscheen). Dexter Stanley is het hoofd van het zoologisch instituut. In de kelders ontdekt hij een oude kist uit 1834, waarin een verschrikkelijk monster huist. Hij roept de hulp in van zijn ouwe schaakmakker Henry Northrup, die thuis moet afrekenen met zijn eigen monster: zijn onverdraagbare moeder. In een ultiem gevecht slaagt Henry erin zijn moeder aan de kist te voeden, zodat hij in één klap de twee monsters heeft kunnen overwinnen. In de laatste episode, They're Creeping Up on You, staat Upson Pratt centraal, een business tycoon die zijn rijkdom bij elkaar heeft gespaard via smerige zakendeals. Hij lijdt aan een vreemde vorm van smetvrees en heeft al helemaal lak aan insecten. Nadat zijn laatste deal leidde tot de zelfmoord van een opponent, wordt het appartement van Pratt aangevallen door insecten, die hem letterlijk opvreten.

Creepshow

Volgens Douglas E. Winter werkt Creepshow op z'n minst op drie niveaus. In zijn standaardwerk Art of Darkness schrijft hij:

Its consistent theme is the uncertainty of human relationships - its five stories devoted to patricide, suicide, the murder of an unfaithful wife, the murder of a shrewish wife, and the death of an ultraxenophobic business tycoon, in that order. Omnipresent is a deliberate regressiveness - a child's point of view is implied in the structure of each segment, even tough the only child to appear in the film is the Creepshow reader of its framing story. Reinforcing the child's perspective is the film's obession with authoroty figures, and with taking revenge upon such figures - indeed, in the closing return to the framing story, the father who so vehemently reviled the Creepshow comic receives his comeuppance. On a second level, the film is a relentless pursuit of phobias, taboos, and fears - graveyard disturbances, cannibalism, burial alive, dark and anclosed spaces, dead-end marriages, racial and sexual strife, bugs, plants, drowning, disease... and death in endless variations. But on its most explicit level, Creepshow is a comedy.

King zelf sluit zich daarbij aan. In interviews wijst hij steeds weer op het dubbele karakter van Creepshow. In het eerste deel van de verhalen worden de "goede" karakters op een gruwelijke manier vermoord. Het herinnert ons eraan dat het romantische ideaal van voor de tweede wereldoorlog (alles is rozegeur en maneschijn) niet langer bestaat. Maar in het tweede deel komen de doden terug om zich te wreken op hun moordenaar. Horror lijkt hier een uitlaatklep voor de hoop dat alles op het einde toch nog goed komt. King wilde het publiek, kortom, laten lachen en schreeuwen tegelijkertijd. Bewijs daarvan de laatste scènes van de film, waarin het jongetje op ultieme wijze wraak neemt op zijn vader. Twee vuilnismensen (waaronder Tom Savini in een cameo) vinden de comic in de vuilnisbak en ontdekken dat één prentje van het verhaal Voodoo Doll uit het boek geknipt is. Als laatste beelden zien we hoe het jongetje in een voodoopop prikt, dat zijn vader blijkt te zijn.

Creepshow

De idee voor de filmversie ontstond in de studio's van Warner Bros., waar Stephen King en George Romero medio 1978 samen praatten over een filmversie van 'Salem's Lot. Toen Warner besloot om van het boek een tv-serie te maken (die geregisseerd zou worden door Tobe Hooper) gingen King en Romero op zoek naar een nieuwe uitdaging. Ze kwamen met Creepshow op de proppen. Regisseur George Romero had een cultstatus verkregen met zijn lowbudget-zombiefilms Night en Dawn of the Dead (uit 1968 en 1978). Creepshow betekende zijn eerste grote studiofilm. Niet alleen kon hij werken met een groot budget (acht miljoen dollar, nu peanuts), maar ook voor het eerst met toen relatief grote acteurs als Hal Halbrook, Fritz Weaver, Leslie Nielsen en Ed Harris. King en Romeo wilden zich met de filmversie afzetten tegen de vele rip-offs die de slasherfilm Halloween (1978) had veroorzaakt. King schreef het scenario in de herfst van 1979 en de samenwerking met George Romero zou de start betekenen van een lange vriendschap (King speelde onder meer een cameo in Romero's Knightriders) en samenwerking: Romero verfilmde later nog The Dark Half en begint straks aan de opnames van The Girl Who Loved Tom Gordon. De regie van onder meer It, Pet Semetary en The Stand liep hij om verschillende redenen echter mis.

CreepshowVoor Creepshow, dat hij in de zomer van 1981 in Pittsburg verfilmde, bedacht Romero vreemde camerastandpunten en legde hij het accent op het comic-esque, met felle kleuren, zwart-wit uitgetekende personages en het gebruik van split-screen technieken (die Brian De Palma overigens ook gebruikte voor Carrie). De samenwerking met King was intens. De auteur herschreef tijdens het filmen meermaals het scenario. Effectengoochelaar Tom Savini bleek onmisbaar in de productie. De legendarische make-up-artiest van onder meer Friday the 13th, Day of the Dead en Texas Chainsaw Massacre 2 stond in voor de bloederige taferelen en monsters, met als magna mater het beest (met de bijnaam Fluffy) dat zich in The Crate verborgen houdt. Jack Kamen, de meester-illustrator die de oorspronkelijke EC Comics maakte, schudde de geanimeerde kadervertelling uit zijn pennedoos. Voor Stephen King betekende de Creepshow-film niet alleen de eerste verfilming van een door hem geschreven script (onder meer Stanley Kubrick had zijn scenario voor The Shining geweigerd), maar ook zijn eerste acteer-ervaring. Hij speelde met veel gevoel voor overacting de boerenlul Jordy Verrill.

Vier jaar later breidde Romero een sequel aan de film. Creepshow 2 bestond uit drie verhaaltjes, verteld door The Creep (stem van fx-goeroe Tom Savini). E‚n verhaal, The Craft, kwam uit Kings verhalenbudel Skeleton Crew en vertelt de vreselijke dood van enkele tieners die met een vlot kansloot ronddobberen op een meer. De anderen twee segmenten waren twee originele door Romero geschreven verhalen (Romero regisseerde, hoewel vele mensen geloven van wel, de film niet. Die eer viel te beurt aan zijn prot‚g‚ Michael Gornick). In The Hitchhiker blijkt een overreden man niet echt dood (King had een cameo in dit stuk) en in Old Chief Wood'nhead kwam een houten indianenbeeld tot leven. Critici hielden niet van deze Weakshow. Romero had echter de smaak van de segment-films blijkbaar wel te pakken, want later stampte hij de tv-reeks Tales from the Darkside uit de grond (waar ook Gornick en Savini voor zouden regisseren). Die kreeg in 1990 op zijn beurt een eigen filmversie. Met als middelste segment Cat From Hell. Geschreven door King, geregisseerd door Romero.

Creepshow

The Lawnmower Man

Creepshow behoort duidelijk tot het vroege werk van Stephen King. Veel ervan is erg onvolwassen en heeft enkel de bedoeling om te choqueren. Toch was het, gezien de banden met de EC Comics, een interessante vingeroefening en blijven zowel de strip als de originele film het lezen en bekijken waard. Volledigheidshalve moeten we eraan toevoegen dat naast The Crate en Weeds nóg een King-verhaal als stripverhaal verscheen: The Lawnmower Man. Dat werd in december 1981 eenmalig gepubliceerd in Marvel Comics' 29e nummer van Bizarre Adventures, getekend door Walter Simonson, dezelfde man die later zou meewerken aan Heroes for Hope Starring the X-Men. It's a small world after all.

Gebruikte bronnen:

Douglas E. Winter, The Art of Darkness, New American Library, New York, 1984.
Michael R. Collings, The Films of Stephen King, Starmont House, Washington,1986.
Stephen King, Creepshow, New American Library, New York, 1982.
Bizarre Adventures, "Stephen King's The Lawnmower Man", Marvel Magazine Group,
nr. 29, 1981.
Tim Underwood en Chuck Miller, Fear Itself: The Early Works of Stephen King,
Underwood-Miller, 1982.
Ann Lloyd, The Films of Stephen King, St. Martin's Press, New York, 1994.
Jessie Horsting, Stephen King at the Movies, Starlog Press, 1986.

Foto's film (c) Laurel/Warner Bros. - Tekst en scans comic (c) Gotham Café

[voorblad] [terug naar artikels]