|
Het Gotham Café - Stephen King Homepage |
||||||||||||
|
||||||||||||
|
"Dromen worden sneller oud dan dromers." (Dromenvanger, p. 16) Experimenten met elektronische boeken (Riding the Bullet, The Plant), een novellenbundel (Harten in Atlantis) en vooral een bijna-dodelijk ongeval midden 1999 zorgden ervoor dat we drie erg lange jaren hebben moeten wachten op een nieuwe volwaardige roman van Stephen King. Maar met Dromenvanger, de opvolger van Vel over Been uit 1998, dringt de meesterverteller meer dan ooit door tot het hart van de duisternis. Terwijl buitenaardse wezens de aarde veroveren, moeten vier mannen de wereld redden. Hun enige wapens zijn moed, vriendschap en een dromenvanger. Het verhaal is bekend: toen Bryan Smith op 19 juni 1999 Stephen King van Route 5 in North Lovell met zijn Dogde Caravan rechtstreeks het ziekenhuis inreed, vreesde men voor het einde van zijn schrijverscarrière. Geplaagd door ondraaglijke pijnen, was het voor King aanvankelijk onmogelijk om te werken. Vier maanden na het ongeval, op 16 november 1999, begon hij dan toch aan een nieuwe roman. Met de beste tekstverwerker van de wereld geschreven, zoals King later zou zeggen: een Waterman vulpen met inktpatronen, bijna zeshonderd pagina's lang. Een monnikenwerk op het moment zelf - King zat in een met kussens volgestouwde zetel aan de keukentafel - maar later zou King verklaren dat deze manier van schrijven hem meer in contact bracht met de taal dan in jaren het geval was geweest. Scribner, Kings uitgever, zag er een mooie commerciële zet in en bracht enkele exclusieve kopieën op de markt van de eerste acht handgeschreven pagina's. En nog voor Dromenvanger in de boekenwinkels lag (de Nederlandse editie, erg knap vertaald door Hugo en Nienke Kuipers, slechts enkele weken na de Amerikaanse) waren de filmrechten al opgekocht door Castle Rock Entertainment. Stephen King opent Dromenvanger met een truc die hij sinds 'Salem's Lot regelmatig uit zijn hoge hoed tovert: de sfeerscheppende proloog. In vier korte hoofdstukken, gespreid van 1988 tot 2001, laat hij ons kennismaken met de vier hoofdpersonages van het boek. Alle vier sukkelen ze langzaam in hun eigen midlife crisis. Beaver weet van zichzelf dat hij teveel drinkt en teveel joints rookt, maar ziet geen andere uitweg om zijn huwelijksproblemen te vergeten. Pete wou ooit astronaut bij de NASA worden, maar heeft het nooit verder dan autoverkoper geschopt en beseft dat zijn dromen gestorven zijn. Henry is een veelgeprezen psychiater, maar uitgerekend bij hem dwaalt het spook van zelfmoord door het hoofd. En dan is er nog Jonesy, lector geschiedenis, die de gevolgen van een bijna dodelijk auto-ongeluk maar niet te boven geraakt. Hoewel ze elkaar niet zo veel meer zien, gaat het viertal al 26 jaar lang de eerste week van november naar Hole in the Wall, een blokhut diep in de bossen van Maine om er op herten te jagen. Dit jaar wacht hen de verrassing van hun leven. Een oude man, Richard McCarthy, strompelt hun hut binnen. Hij brabbelt iets over lichten aan de hemel. Zijn lichaam is begroeid met een roodachtig soort mos (later bekend als Ripley of Byrus). Maar McCarthy draagt nog iets anders met zich mee. In zijn lichaam groeit een buitenaards monster met scherpe tanden en donkere ogen. Ondertussen is een ruimteschip in de bossen van Maine gecrasht. De buitenaardsen zeggen dat ze in vrede komen. Om de bevolking niet af te schrikken, spreken ze met de stemmen van Bekende Amerikanen, zowel in het Engels als in het Frans: There is no infection. Il n'y a pas d'infection ici. De vier vrienden weten ondertussen wel beter: het Byrus verspreidt zich razendsnel. Jonesy, die pas een bijna dodelijk auto-ongeluk overleefde, blijkt immuun voor de dodelijke gevolgen van het Byrus, maar niet voor een ander vreemd neveneffect. Hij wordt de drager van een buitenaardse entiteit, bekend als Mr. Gray. Vanaf dat moment breekt in Jonesy een verschrikkelijke strijd los tussen zichzelf en Mr. Gray. Soms haalt de ene de bovenhand, soms de andere. Intussen is de wereld op de hoogte van de buitenaardse invasie. Het leger strandt in de bossen. Ze worden geleid door Abraham Kurtz, een geniale maar megalomane commandant die vastbesloten is de buitenaardse wezens te doden, samen met de gehele locale bevolking die met het Byrus besmet is, en die hij gevangen houdt in zijn kamp. Een van die gevangenen is de uit de bossen ontsnapte Henry, die Kurtz' kompaan Owen Underhill kan overtuigen om de zaken anders aan te pakken. De sleutel tot het redden van de mensheid blijkt immers te liggen in de vreemde band die de vier vrienden met elkaar hebben, geschraagd door de telepatische gave ('de lijn') van hun jeugdvriend Douglas Cavell, beter bekend als Duddits, een jongen die leidt aan het syndroom van Down. Ooit, als kind, werd hij door de vier vrienden gered uit de handen van bullebak Richie Grenadeau en sindsdien hebben ze een band die geen van hen echt goed begrijpt. Duddits, de dromenvanger, is nu hun enige hoop op redding. Maar hij is ook stervende aan leukemie... In Dromenvanger keert Stephen King voor het eerst sinds lang terug naar zijn geliefkoosd Derry, de plaats waar ook de gebeurtenissen uit Het en Insomnia zich afspeelden. Die terugkeer brengt meer horror en gruwel met zich mee dan we in Kings laatste, meer realistische, boeken gewoon waren. Maar onder die laag van bloed en pijn is Dromenvanger ook een boek over de kracht van de eigen geest. Terwijl de figuur van Jonesy langzaam verteerd wordt door Mr. Gray barst in hem de strijd los voor zijn eigen identiteit. Jonesy sluit zich daarbij letterlijk op in het kantoor van zijn hoofd, waar hij de deur voor Mr. Gray kan vergrendelen. Terwijl Gray hem probeert over te nemen, probeert Jonesy in zijn eigen hoofd de bovenhand te houden. De dromenvanger, een oud indiaans voorwerp dat in het kantoor rondwentelt, blijkt daarbij het ultieme hulpmiddel. De grote boodschap uit Dromenvanger is dan ook dat dromen soms de enige manier zijn om te overleven. En ook al sterven sommige dromen een snelle dood; dromers doen dat niet. De scènes tussen Henry, Pete, Beaver, Jonesy en Duddits als kinderen behoren zonder twijfel tot het beste wat King ooit heeft geschreven. Hun jeugd speelt zich in exact hetzelfde magische decor als Het af. In een bepaalde scène wordt de club van de verliezers uit dat boek (Bill, Ben, Bev, Eddie, Richie, Stan en Mike - wie zou ze ooit vergeten?) zelfs opnieuw opgevoerd, samen met twee woorden die alle King-fans bijna in trance moet achterlaten: Pennywise leeft. Ook structureel roept Dromenvanger herinneringen aan Het op. Net zoals in dat boek wisselt King scènes tussen heden en verleden met elkaar af - en grijpen die op het einde op elkaar in. Net zoals in Het ligt de sleutel tot de overwinning in het verleden; net zoals in Het moeten daarvoor offers gebracht worden. In Kings wereld krijgt niemand iets zonder er een prijs voor te betalen. En dan nog is de afloop niet honderd procent positief. Het schitterende einde van Dromenvanger (de laatste honderd pagina's lezen als een denderende TGV) laat ons met een vraagteken achter, dat nog lang in je geheugen blijft nazinderen. Steeds meer recensenten zijn het erover eens dat Kings boeken stilaan naar elkaar toegroeien en dat heel zijn oeuvre deel uitmaakt van een groot universum waar goed en kwaad, kind en volwassene, mens en monster, onschuld en schuld, tegenover elkaar staan. Met boeken zoals Insomnia en Harten in Atlantis maakte King ons al duidelijk dat de fantasy-wereld van De Donkere Toren zeker niet losstaat van zijn meer realistische verhalen. Ook Dromenvanger strekt zijn tentakels uit naar andere van zijn boeken: naast Het, moet je onwillekeurig ook denken aan De Gloed, De Regelaars, De Beproeving en Het Lijk. King speelt zoals steeds ook leentjebuur bij verschillende andere boeken en films. De set-up van Dromenvanger doet natuurlijk erg denken aan een kaderverhaalepisode uit The X-Files en verder zijn er verwijzingen naar onder meer Apocalypse Now, Heart of Darkness (het personage Kurtz), de Alien-films (Ripley), klassiekers als The War of the Worlds, The Invasion of the Body Snatchers (het personage McCarthy), en zelfs Lord of the Rings (het personage Underhill). Maar Dromenvanger is ook - en vooral - een roman die sterk genoeg is om op zichzelf te staan. Zoals steeds weet King zijn personages tot leven te brengen. Alleen de figuur van Kurtz blijft in het cartooneske steken. Zijn motieven zijn flauw en weinig realistisch en zijn karakteruitwerking zwart-wit. Gelukkig werpen de vijf vrienden genoeg tegengewicht in de schaal. Hun boodschap is duidelijk. Wie het dromen verleert, die sterft. Wie de moed heeft om te dromen en terug te keren naar de onschuld van de kinderjaren, overleeft. En wordt een held.
|