|
Het Gotham Café - Stephen King Homepage |
||||||||||||
|
||||||||||||
|
De films van Stephen King
In 1985 werden vier korte verhalen omgewerkt voor het televisiescherm. Frank Darabont en Jeff Shiro knutselden met een klein budget het elk een half uur durende The Woman in the Room en The Boogeyman (waarop een sequel kwam: The Boogeyman II) in elkaar. The Word Processor of the Gods van Michael Gornick verscheen als een episode van de t.v.-serie Tales From the Darkside. Bradford Mays adaptatie van Gramma werd door Richard Matheson opgenomen in een nieuwe reeks van Rod Serlings The Twilight Zone. 1985 was ook een productief jaar op het grote doek. Daniel Attias leverde de weerwolf-film Silver Bullet (naar Kings eigen scenario) af, Michael Gornick breidde een vervolg aan Creepshow (met de segmenten Old Chief Wood'n Head, The Raft en The Hitchhiker), Rob Reiner regisseerde het alom geprezen en semi-autobiografische Stand By Me (naar de novelle The Body) en King waagde zich ook aan zijn regiedebuut met Maximum Overdrive, een uitgesponnen verfilming van zijn kort verhaal Trucks. De film was zo gewelddadig dat pas na een hermontage een X-rating vermeden kon worden. "I didn't do a very good job of directing it. What some guys take six years to learn, I learned in about ten weeks. The result was a picture that was just terrible," vertelde King aan Gary Wood in Cinefantastique. Toch sluit King het niet uit dat hij ooit opnieuw in de regiestoel kruipt. Vreemd genoeg werd het verhaal Trucks in 1998 weer eens verfilmd, dit keer door Chris Thompson. Ook die film bleek geen succes.
Een
jaar later (1987) werd de eerste Richard Bachman-novelle op pelicule
vastgelegd: The Running Man, een prent die door de critici werd
afgekraakt. De film had normaal geregisseerd moeten worden door George Pan
Cosmatos (Rambo II), met Christopher Reeve in de hoofdrol. Cosmatos
werd vervangen door Paul Michael Glaser, die niet veel ervaring had en in
het verleden slechts enkele afleveringen van Starsky and Hutch had
geregisseerd en Arnold Schwarzenegger kwam in Reeves plaats. "The
Running Man is barely a Stephen King film," besluit Ann Lloyd. Daar
sluit King zich bij aan: "It was totally out of my hands. I didn't
have anything to do with it. (The Films of Stephen King)" Datzelfde
jaar reeg Larry Cohen de eerste King-sequel aan zijn c.v.: A Return to
'Salem's Lot. Er verschenen ook twee nooit uitgegeven kortfilms
van universiteitsstudenten: The Last Rung on the Ladder (James Cole
en Dan Thron) en The Lawnmower Man (Jim Gonis). Sorry, Right
Number was Kings tweede bijdrage tot de Tales From The Darkside-reeks.
De
adaptatie van Pet Sematary in 1989 was speciaal voor King. Het was
de eerste verfilming van een roman waarvoor hij zelf het scenario schreef.
Enkele flops indachtig, stelde hij twee eisen: ten eerste moest men het
scenario intact laten en ten tweede moesten de opnames gebeuren in Maine.
George Romero was Kings eerste keuze als regisseur, maar omdat die druk
bezig was met het monteren van Monkey Shines (1988) werd Mary
Lambert aangetrokken, een beloftevolle vrouw die op het televisie-vlak
bewezen had wat ze in haar mars had (ze regisseerde o.a. de clips van
Madonna's Material Girl, Like a Virgin en Like a Prayer). De film werd een
grandioos succes en steeg naar de derde plaats aller-tijden van de
bestbezochte horrorfilms, na Aliens (1986) en Poltergeist
(1982). Mary Lambert zou vier jaar later een vervolg draaien: Pet
Sematary II, die kwalitatief niet aan het origineel kon tippen, maar
wel een jong acteertalent ontdekte: Edward Furlong.
|