Het Gotham Café - Stephen King Homepage

[voorblad]

[biografie]  [nieuws] [boeken] [films] [naslag] [stelling] [artikels] [internet] [colofon] [forum] [mail]

De films van Stephen King
"The book was scarier" (2/3)
[overzicht van alle verfilmingen] ["The book was scarier"]

Christine (1983)Datzelfde jaar kwamen er nog twee King-verfilmingen uit: The Dead Zone van de Canadese regisseur David Cronenberg (die Kings scenario weigerde en zelf aan het schrijven ging) en Christine van John Carpenter, de man achter de meest beroemde mad slasher-film aller tijden: Halloween (1978). De verfilming van Christine was uniek: de rechten voor de prent werden al verkocht, nog voor King het boek voltooid had; de opnames begonnen vier dagen voordat het boek in de winkels lag. Children of the Corn uit 1984 was het eerste korte verhaal van Stephen King dat verfilmd werd (door Fritz Kiersch), die Kings scenario liet herschrijven. Met het verfilmen van korte verhalen raakte men overigens aan een omgekeerd probleem: waar normaal Kings werk moest ingekort worden, moest men nu het verhaal uitbreiden om er een langspeelfilm van te maken. Dat mislukte iedere keer weer: met Children of the Corn (en zijn vijf sequels: The Final Sacrifice (1993), Urban Harvest (1994), The Gathering (1996), Field of Terror (1998) en Isaac’s Return (1999)), Graveyard Shift (Ralph Singleton, 1990), Sometimes They Come Back (Tom McLoughlin, 1991 en zijn sequels: Sometimes They Come Back... Again, Adam Grossman, 1996 en Sometimes They Come Back… For More, Dan Burke, 1999) en The Mangler (Tobe Hooper, 1995). Ook Mark Lesters adaptatie van Firestarter uit 1984 bleef ondermaats.

In 1985 werden vier korte verhalen omgewerkt voor het televisiescherm. Frank Darabont en Jeff Shiro knutselden met een klein budget het elk een half uur durende The Woman in the Room en The Boogeyman (waarop een sequel kwam: The Boogeyman II) in elkaar. The Word Processor of the Gods van Michael Gornick verscheen als een episode van de t.v.-serie Tales From the Darkside. Bradford Mays adaptatie van Gramma werd door Richard Matheson opgenomen in een nieuwe reeks van Rod Serlings The Twilight Zone. 1985 was ook een productief jaar op het grote doek. Daniel Attias leverde de weerwolf-film Silver Bullet (naar Kings eigen scenario) af, Michael Gornick breidde een vervolg aan Creepshow (met de segmenten Old Chief Wood'n Head, The Raft en The Hitchhiker), Rob Reiner regisseerde het alom geprezen en semi-autobiografische Stand By Me (naar de novelle The Body) en King waagde zich ook aan zijn regiedebuut met Maximum Overdrive, een uitgesponnen verfilming van zijn kort verhaal Trucks. De film was zo gewelddadig dat pas na een hermontage een X-rating vermeden kon worden. "I didn't do a very good job of directing it. What some guys take six years to learn, I learned in about ten weeks. The result was a picture that was just terrible," vertelde King aan Gary Wood in Cinefantastique. Toch sluit King het niet uit dat hij ooit opnieuw in de regiestoel kruipt. Vreemd genoeg werd het verhaal Trucks in 1998 weer eens verfilmd, dit keer door Chris Thompson. Ook die film bleek geen succes. 

Stand By Me (1986)

Een jaar later (1987) werd de eerste Richard Bachman-novelle op pelicule vastgelegd: The Running Man, een prent die door de critici werd afgekraakt. De film had normaal geregisseerd moeten worden door George Pan Cosmatos (Rambo II), met Christopher Reeve in de hoofdrol. Cosmatos werd vervangen door Paul Michael Glaser, die niet veel ervaring had en in het verleden slechts enkele afleveringen van Starsky and Hutch had geregisseerd en Arnold Schwarzenegger kwam in Reeves plaats. "The Running Man is barely a Stephen King film," besluit Ann Lloyd. Daar sluit King zich bij aan: "It was totally out of my hands. I didn't have anything to do with it. (The Films of Stephen King)" Datzelfde jaar reeg Larry Cohen de eerste King-sequel aan zijn c.v.: A Return to 'Salem's Lot. Er verschenen ook twee nooit uitgegeven kortfilms van universiteitsstudenten: The Last Rung on the Ladder (James Cole en Dan Thron) en The Lawnmower Man (Jim Gonis). Sorry, Right Number was Kings tweede bijdrage tot de Tales From The Darkside-reeks.

De adaptatie van Pet Sematary in 1989 was speciaal voor King. Het was de eerste verfilming van een roman waarvoor hij zelf het scenario schreef. Enkele flops indachtig, stelde hij twee eisen: ten eerste moest men het scenario intact laten en ten tweede moesten de opnames gebeuren in Maine. George Romero was Kings eerste keuze als regisseur, maar omdat die druk bezig was met het monteren van Monkey Shines (1988) werd Mary Lambert aangetrokken, een beloftevolle vrouw die op het televisie-vlak bewezen had wat ze in haar mars had (ze regisseerde o.a. de clips van Madonna's Material Girl, Like a Virgin en Like a Prayer). De film werd een grandioos succes en steeg naar de derde plaats aller-tijden van de bestbezochte horrorfilms, na Aliens (1986) en Poltergeist (1982). Mary Lambert zou vier jaar later een vervolg draaien: Pet Sematary II, die kwalitatief niet aan het origineel kon tippen, maar wel een jong acteertalent ontdekte: Edward Furlong.

Misery (1990)George Romero kreeg een nieuwe kans met Cat From Hell, dat een episode zou vormen van Tales From the Darkside - The Movie. Hij liep echter weer de regie mis van een andere King-film, de drie uur durende mini-serie van de monsterroman It. Tommy Lee Wallace verving hem, leverde een uitstekend eerste deel af, maar ging toen totaal in de fout. Misery, de tweede King-verfilming van Rob Reiner, werd een klassieker. Kathy Bates kreeg voor haar rol als psychopate Annie Wilkis een oscar. Romero maakte zijn come-back in 1991 toen hij zijn eigen scenario van The Dark Half verfilmde, maar zag de regie voor de zes uur durende mini-serie The Stand (1993) aan zijn neus voorbijgaan. De regisseur werkt momenteel aan een verfilming van Kings korte roman The Girl Who Loved Tom Gordon, dat normaal ergens in 2001 de bioscoopzalen moet halen.

[terug] [verder]