|
Het Gotham Café - Stephen King Homepage |
||||||||||||
|
||||||||||||
|
Vooruitblik
On Writing
Het eerste deel van dit boek, “C.V.”, komt wellicht het dichtste bij de autobiografie die King wel nooit zal schrijven. King verhaalt hier al schrijvend over zijn vroegste herinneringen (hij beeldde zich vaak in dat hij de sterke man was bij het Ringling Brothers circus), heeft het over zijn eerste successen met Carrie en laat ons kennismaken met de moeilijkheden die een talentvol, jong schrijver ondervindt op zoek naar zijn eerste Grote Succes. King veronderstelt dat z’n lezers de legendes nog niet kennen: gekruid met persoonlijke details vertelt hij in de eerste persoon bijvoorbeeld hoe hij een haardroger kocht voor zijn vrouw, vlak nadat de rechten voor de paperbackversie van Carrie verkocht waren. Andere aspecten van zijn persoonlijk leven, zoals zijn verslavingen en de dood van zijn moeder, zijn dan al de revue gepasseerd. King vertelt op een eerlijke manier over zijn leven, veel opener dan iemand ooit had kunnen denken. Toch vertelt King niet alles. Wat hij met z’n lezers deelt, heeft een bepaald doel. En bijna altijd is dat doel: schrijven. “Toolbox”, het tweede deel, en “On Writing”, het derde deel, maken het hoofdbestanddeel van het boek uit: hoe King schrijft (en leest) en hoe dat misschien ook voor de lezer zal werken. Zelfs voor wie geen ambities heeft om ooit zelf een letter op papier te zetten, zal de manier waarop King hier te werk gaat erg intrigerend vinden. King verkondigt de dood aan bijwoorden, lessen in creatief schrijven en, gek genoeg, de plot - heel vreemd voor iemand die zijn leven niets anders gedaan heeft dan verhalen vertellen. Maar z’n redenen en motivaties zijn werkelijk fascinerend. Alsof hij een leraar is in een superversnelde klas, veronderstelt hij dat je de basis wel kent en holt als gek doorheen zijn cursus. Elk deel bouwt voort op het voorgaande en zo heeft hij het onder meer over de setting van een verhaal, de beschrijvingen, de dialogen enzovoorts. Tot hij uiteindelijk bij de literaire agenten belandt – en het lettertype waarin de titel op de cover moet komen. Meestal vertelt King z’n relaas aan de hand van z’n eigen ondervindingen. Hij is daarbij erg vrijpostig over wat werkt en niet werkt in zijn eigen oeuvre (zoals in Insomnia en Rose Madder, die beiden veel kritiek kregen). Op het einde van het hoofdstuk “On Writing” lijkt Kings les compleet. Maar hij heeft dan nog één verhaal te vertellen. In “On Living: A Postscript” praat King over het ongeluk waarbij hij in de zomer van 1999 bijna om het leven kwam. Hij gaat daarbij geen enkel detail uit de weg: King verdient niets voor niets zijn kost met het beschrijven van zulke fictionele gruwelijkheden. Maar het verhaal over Kings lang en pijnlijk herstel is géén fictie, zo weten we, en dus allesbehalve een plezier om te lezen. Kings vrouw Tabitha, die hun leven twee decennia geleden veranderde toen ze Kings roman Carrie terug uit de vuilnisbak viste, was ook nu weer de sleutelfiguur in Kings herstel. Toen hij terug wilde schrijven, aarzelde ze geen moment en liet een deel van hun hall ombouwen tot een kleine schrijfstudio. Na zijn ongeluk ging het schrijven moeizaam – maar het ging. King ziet dat niet als een mirakel, maar op dit punt geef ik hem ongelijk. Meer nog dan een handleiding over de techniek van het schrijven, is On Writing een testament over de kracht van het geschreven woord. Zinnen, alinea’s, boeken: ze bezitten de kracht om levens te veranderen. En zoals King in dit boek demonstreert ook de kracht om levens te redden.
|