REPORTAGE.
Werken in ICT: het beroep van de toekomst?
,,Techno
is niet alleen voor freaks''
Van
onze redacteur
Johan
Rasking
24/01/2001
De informatie- en communicatietechnologie (ICT) is dé groeisector van de
(nieuwe) economie. Zelfs de -- recente -- ontmaskering van de dotcom-hype doet
daar geen afbreuk aan. Maar de ICT-bedrijven staan voor een grote uitdaging:
voldoende geschoold personeel vinden. De zoektocht naar 10.000 bijkomende
informatici per jaar zorgt voor grote files op de informatiesnelweg.
Ict is het
drieletterwoord dat symbool staat voor de economie van de toekomst. Voor de
nieuwe economie. Voor groei en succes. ICT is als het beloofde land voor
jongeren die het willen maken in de bedrijfswereld, op de arbeidsmarkt. Zo wil
de beeldvorming het. Maar in de afgelopen maanden zijn er wolken verschenen in
de felblauwe lucht. Want met de e-commerce lijkt het (voorlopig) niet zo'n
vaart te lopen. En de ICT-loopbaan -- het beroep van de toekomst -- kan
blijkbaar slechts een kleine groep jongeren lokken. Hoe komt dat?
De informatie- en communicatietechnologie (ICT) is een conglomeraat van zes (of
zeven, naargelang de telling) min of meer aparte bedrijfssectoren. Van
computers over audio- en videoapparatuur tot telecomdiensten en
softwareontwikkeling, en alles wat daar tussenin ligt. Het geheel van die
activiteiten is in ons land goed voor een jaarlijkse omzet van ruim 800 miljard
frank. De toegevoegde waarde van de ICT-sector wordt geraamd op 350 miljard
frank, of zo'n 4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Daarmee
liggen we op het wereldgemiddelde. Nederland zit boven dat gemiddelde, met een
ICT-aandeel in het bbp van 5 procent. De VS halen 8 procent.
Nog meer cijfers: de transactiewaarde van de e-commerce in België werd (voor
1999) geschat op 3,4 miljard frank, of 0,16 procent van de verkoop. Ons land
zou 90.000 elektronische kopers tellen; ter vergelijking, in de VS zijn er dat
19 miljoen.
Alles en iedereen voorspelt een grote groei voor de ICT-bedrijfswereld. Maar de
kwakkelende beurscijfers van een aantal gerenommeerde nieuwe
technologiebedrijven, uit binnen- en buitenland, lijken het enthousiasme wat af
te remmen.
Karel Uyttendaele, manager information technologies bij de werkgeversfederatie
Agoria (het vroegere Fabrimetal), heeft de bui zien aankomen. ,,Onze slogan is:
de nieuwe economie is ook de oude economie. ICT staat inderdaad voor vele
startende, hightech-bedrijfjes. Voor de fameuze dotcoms waarover de media
zoveel spreken en schrijven. Maar ICT staat evenzeer voor de klassieke
bedrijven die hun productie- en verkoopsapparaat helemaal op de nieuwe
informaticatechnologieën hebben afgestemd.''
,,Er is geen sprake van een strijd tussen oude en nieuwe economie'', zegt
Uyttendaele. ,,Alle bedrijven zijn verplicht om de nieuwe technologie in te
voeren. In alle sectoren. E-commerce en internetbedrijven zijn maar een deel
van het ICT-verhaal. Er zijn in de afgelopen jaren honderden softwarebedrijfjes
gestart, kmo'tjes met minder dan vijf werknemers. Die krijgen geen
mediabelangstelling, maar hun bestaan en groei is vaak wezenlijker dan die van
de ruchtmakende on line-firma's.''
Maar is de boom voorbij? Uyttendaele: ,,We moeten niet van de hype in
een soort van techno-pessimisme vervallen. De gevallen dotcom's staan niet
symbool voor de neergang van de nieuwe economie. Zelfs als de dotcomzeepbel
leegloopt, blijft de technologische metamorfose van gevestigde ondernemingen
overeind. Kijk naar de Verenigde Staten, waar alle indicatoren in dezelfde
richting wijzen: de stijging van investeringen in IT -- van 15 procent van de
totale bedrijfsinvesteringen in 1980 tot 40 procent in 2000 -- heeft de
productiegroei omhoog geduwd en de werkloosheid omlaag. Informatica bevordert
groei. En die groei zal aanhouden. Ook nu het e-syndroom voorbij is.''
De Belgische ICT-bedrijven tellen iets meer dan 100.000 werknemers, 7.000 of 13
procent meer dan een jaar geleden. Die forse jobaangroei wordt volgens Peter
Van der Hallen -- onderzoeker bij het Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en
Vorming (WAV), uit Leuven -- ,,volledig gedragen door de
informatica-activiteiten. Door de computeradviesbureaus, de ontwikkeling en
ingebruikname van computerprogramma's en -netwerken, databank- en
gegevensverwerking, onderhoud en herstel van computers.''
De rumoerige telecomsector ondergaat daarentegen een rationalisatiebeweging,
meent Van der Hallen, een gevolg van de liberalisering van de markt. Het aantal
banen bij de hoofdrolspeler, Belgacom, daalt licht. ,,Die daling geldt niet
voor de groeimarkt van nieuwe telecomoperatoren en serviceproviders, een gevolg
van de gsm- en internetboom.''
Van der Hallen ontwaart in de nieuwe economie -- goed voor 3 procent van alle
jobs in België -- een ,,opvallend traditioneel werkgelegenheidspatroon. De
ICT-sector bevat overwegend tertiaire bedrijven, maar de kenmerken van de
ICT-jobs zijn die van de klassieke industrie: weinig deeltijdse arbeid en
weinig vrouwen.''
Amper 10 procent van de jobs zijn deeltijdse jobs. Het Vlaamse gemiddelde voor
deeltijdarbeid bedraagt 22 procent (6,3 procent in de industrie en 24 procent
in de dienstensector). Hetzelfde geldt voor het aandeel van de vrouwen: amper
30 procent, tegen 42 procent als Vlaams gemiddelde (20 procent in de industrie
en 43 procent in de diensten).
De schaarse deeltijdse arbeid is vooral een vrouwenzaak. Een op de vier van de
ICT-vrouwen werkt deeltijds. In het geheel van de Vlaamse werkgelegenheid
scoort deeltijds werk bij vier op de tien vrouwen.
Nog meer opmerkelijke kenmerken: het aandeel van de jongeren (minder dan 25
jaar) in de werkgelegenheid blijft relatief laag en stijgt nauwelijks. Met 10
procent (13 procent in de informatica) doet de als jonge sector omschreven ICT
niet beter dan het Vlaamse gemiddelde over alle bedrijfssectoren heen.
Vast werk biedt de ICT wel. Een analyse van de sociale balansen leert Peter Van
der Hallen dat tijdelijke arbeid in de ICT slechts marginaal voorkomt: in 8,4
procent van alle contracten. In de totaliteit van de Vlaamse industrie is dat
gemiddeld 9,7 procent. Uitzendarbeid scoort nog lager, met een aandeel van
slechts 2,3 procent.
Wel typisch voor de ICT-sector is het hoge aandeel van hogergeschoolden in het
personeelsbestand: 50 procent. Bij informaticabedrijven loopt dat zelfs op tot
71 procent.
De 850 grootste ICT-bedrijven in ons land, met meer dan 10 werknemers, zijn
goed voor 93 procent van de totale werkgelegenheid.
Peter Van der Hallen plaatst grote vraagtekens bij voorspellingen van een
ongeremde economische groei voor de technosector. ,,De ICT-arbeidsmarkt
kenmerkt zich door een grote stijgende vraag naar computeringenieurs en
systeemanalisten, een licht stijgende vraag naar elektronica-ingenieurs en
computerprogrammeurs en een dalende vraag naar communicatie-operators en
computeroperatoren. Omgekeerd is er druk op de werkgelegenheid als gevolg van
de informatisering in de administratie, voorraadbeheer, bank- en
verzekeringsfuncties, post- en telecomverkeer, transport,...''
Patrick Slaets van Agoria kijkt vooral naar de explosief stijgende vraag naar
informatici. ,,Uit analyses van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, bij onze
meer dan duizend leden-bedrijven, en uit de vacatures bij de VDAB en de
personeelsadvertenties in de kranten, blijkt dat er in ons land jaarlijks nood
is aan 10.000 bijkomende informatici. De expliciet geuite nood van
bedrijfsleiders bedraagt 6.500 jobs. Daarbij komen, volgens een voorzichtige
raming, nog eens 3.500 niet-uitgesproken jobs voor projecten die door een
gebrek aan kandidaten niet worden uitgevoerd.''
Ongeveer driekwart van die jobs wordt vacant in de as Brussel-Antwerpen, ook al
is de ICT een bedrijfssector die in princiep overal terecht kan. ,,Maar durft
iemand nog het voorbeeld van Ieper aanhalen...''
Tegenover die 10.000 vacatures staan amper 3.000 jonge informatici die
jaarlijks afstuderen. De instroom van bruikbare schoolverlaters op de ICT-markt
groeit -- met 50 procent bij de graduaten en 15 procent bij de industrieel
ingenieurs -- maar blijft veel te laag.
,,Het tekort zal nog toenemen'', voorspelt Slaets. ,,De ICT is nu al goed voor
15 procent van alle nieuwe jobs. Dat aandeel zal binnen enkele jaren naar 25
procent stijgen.''
Niet alleen België kampt met een nijpend tekort aan geschoold ICT-personeel. In
de VS zijn er tot 2005 jaarlijks 95.000 informatie-technici extra nodig. En in
Nederland is er een verschil van 17.000 tussen de vraag naar ICT-werknemers
(30.000) en het aanbod van opgeleide informatici (5.000) en van niet-opgeleide
sollicitanten die mits bijscholing in te zetten zijn (8.000). Uit de
vacaturetabellen van de VDAB blijkt dat er in Vlaanderen voor elke
jobaanbieding als informaticus slechts 0,5 beschikbare werkzoekenden bestaan.
Karel Uyttendaele ziet de interesse van de jongeren voor een hoogtechnologisch
beroep toenemen. ,,Er bestaan wachtlijsten voor de IT-opleidingen in hogescholen
en avondscholen. Maar zelfs een toename van de instroom met de helft is ruim
onvoldoende. We zouden een verdrievoudiging moeten kennen. In Duitsland spreken
ze over een verviervoudiging. Zoiets is alleen haalbaar als we meer jongeren
kunnen overtuigen om met IT-studies te beginnen, maar ook door de uitval
tijdens de studies drastisch te verminderen. Nu slaagt 50 procent van de
beginners niet. Dat aantal ligt veel te hoog. Mogelijk zijn de 18-jarigen
onvoldoende voorbereid op die studies tijdens hun jaren op de banken van het
middelbaar onderwijs.''
Hoe kan de bedrijfswereld meer jongeren warm maken voor een loopbaan in de
ICT-sector, voor het beroep van de toekomst? In Nederland heeft de overheid een
heuse task force aan het werk gezet. De beleidsaanbevelingen zijn
duidelijk: de computerongeletterdheid bevechten (veralgemening van computer- en
internetgebruik in het onderwijssysteem), bijscholing van niet-ICT-werknemers,
verhogen van de aantrekkelijkheid van het beroep voor vrouwen en allochtonen.
Karel Uyttendaele is het daarmee eens. ,,Tien jaar geleden waren de vrouwen
goed voor de helft van de afgestudeerde IT-studenten. Nu nog voor 20 procent.
Die daling is ongetwijfeld een gevolg van de perceptie van de ICT als een harde
wereld, waar iedereen dag en nacht moet presteren, waar alleen topkampioenen
nodig zijn. Maar dat is niet zo.''
In mei start Agoria, in samenwerking met de ministeries van Onderwijs en
Economie, een uitgebreide roadshow (150 afleveringen) in de scholen,
voor alle 13-jarigen. ,,Om hen warm te maken voor wetenschappen en technologie.
Om hen uit te leggen dat informatica of de techno-jobs in zijn geheel er niet
alleen voor nerds zijn, voor freaks . De nieuwe economie is er
voor iedereen, voor normale mensen met een gezonde, technische bagage die
kunnen en willen werken met de nieuwste informatie- en
communicatietechnologie.''
En de aantrekkelijke verloning moet de rest doen? ,,De aantrekkingskracht moet
in de job zitten. In de uitdaging, in de kans op een boeiend beroepsleven. Dat
is belangrijker dan de verloning. De beeldvorming van superlonen in de ICT
klopt niet. Natuurlijk zijn er extra voordelen -- gsm, auto, verzekeringen --
maar die bestaan elders ook. De chemie en de banken betalen trouwens beter.''
Volgens Uyttendaele slagen de marketingjongens bij de dotcoms erin om jongeren
te lokken, vaak met spectaculaire rekruteringsstunts. ,,Toch zien we in
enquêtes dat veel studenten dromen van een carrière bij een groot bedrijf, met
een grote naam. Meer dan bij een kleine starter zijn/haar geluk te gaan
beproeven, of dan een eigen zaak te starten. De hang naar zekerheid scoort
hoger dan die naar avontuur; ook bij jongeren. Zo zit Vlaanderen in mekaar.''
Of moeten we de oplossing in het buitenland zoeken? Een brain drain
organiseren vanuit Oost-Europa of Azië naar hier, zoals Duitsland probeert?
,,Duitsland zet zijn grenzen wagenwijd open voor slimme Indiërs. Maar die
politiek faalt'', zegt Slaets. ,,Totnogtoe zijn er amper 2.500 kandidaten voor
de 40.000 openstaande jobs. Buitenlandse specialisten naar hier halen is in het
beste geval als een druppel op een hete plaat. Goed voor een beetje afkoeling,
maar geen oplossing. Voor ons land zie ik nooit meer dan 5 of 10 procent van de
openstaande ICT-jobs naar buitenlanders gaan. Neen, het antwoord zal van onze
jongeren moeten komen. En dus van het onderwijs.''
Bij zijn en bij blijven met de nieuwe economie, en zijn technologie, vergt
nieuwe werkattitudes, gaat Karel Uyttendaele verder. ,,Jongeren moeten die
attitudes al aanleren op de middelbare school. Maar niet hard-hard. Niet alle
jongeren, en niet alle werknemers, moeten techno-freaks worden. Dat gaat niet.
Je moet 45-plussers met toetsenbordvrees niet dwingen om mee te zijn. Maar je
moet ze als bedrijf, of als samenleving wel de kans geven om mee te zijn.''
Wie gaat er intussen op zoek naar de echte IT-specialisten, het kleine kransje
dat bedrijven doet draaien op de allernieuwste software?
Dat blijken, in toenemende mate, de zogenaamde tussenmarktbedrijven te zijn:
bedrijven die van de rekrutering en selectie van IT-specialisten hun dagtaak
hebben gemaakt en die hun IT-personeel detacheren (ter beschikking stellen)
voor opdrachten in andere bedrijven.
Bedrijven als United ICT Solutions, het vroegere Lemmens Consulting, nu
onderdeel van de United Services Group. Zaakvoerder Patrick Lemmens levert
informatici aan alle grote bedrijven in het land.
Maandelijks ontvangt Lemmens ,,tussen 100 á 300 aanvragen''. Hij plaatst
gemiddeld vijf hooggeprofileerde IT'ers per maand, met contracten van 1 jaar of
langer. Het Lemmens-personeel roteert gemiddeld drie á vijf keer in vijf jaar.
Het invullingspercentage ligt laag, geeft Patrick Lemmens toe. ,,Bewust. Ik
lever IT-specialisten van topkwaliteit. Mensen die door de personeelsdiensten
van mijn klanten niet gevonden worden. Die onmiddellijk zware opdrachten
aankunnen. Die alle skills hebben. Schoolverlaters komen hiervoor niet
in aanmerking. Hier telt alleen de top.''
Sollicitanten zijn er -- merkwaardig -- meer dan voldoende. ,,Maandelijks komen
100 á 250 cv's binnen. Van 50 á 60 wordt een dossier opgemaakt.'' Lemmens heeft
sinds 1990 ruim 3.000 IT'ers gescreend. Met als resultaat dat hij nu 90 IT'ers
in loondienst heeft, en nog eens 50 aan hem verbonden zijn als zelfstandige.
,,IT-toppers vinden en binnenhalen is één ding. Ze behouden een tweede. De
aantrekking voor deze specialisten ligt vanzelfsprekend in de jobinhoud. En in
het salaris, natuurlijk. Ze weten dat ze het beroep van de toekomst uitoefenen.
En ze laten er zich voor betalen.''
De Standaard Online