|
|
Wat is zen of zazen?
Historisch:
Het historische boeddhisme start met het leven van Siddhata Sakyamuni,
wellicht de zoon van een rijke koopman (in de boeddhistische mythe een
prins). Hij leefde in India, zo'n halve eeuw vóór onze
jaarrekening. Daar zette hij zich op bepaald moment af tegen het toen
heersende ascetisme. Zijn stelling, dat de zin van het leven niet in
het ascetisme lag, en ook niet in het streven naar welstand, werd later
door het boeddhisme beschreven als een "gulden middenweg".
Volgens Jeff Shore is dat een misopvatting, de Boeddha sprak nooit van
een middenweg, hij zei gewoon: het is noch het een, noch het ander.
Of anders gezegd: het heeft er niets mee te maken.
Siddhata, zoon van de Sakya's, wou zeker geen godsdienst stichten. Maar
een leerling van hem, Ananda, had al wat meer ambities, iets waar de
Boeddha hem af en toe voor op de vingers tikte. Het mocht niet baten,
het boeddhisme werd een godsdienst, ook al is dat woord niet heel toepasselijk,
want er was geen god. Doel was het leed te overwinnen door een toestand
te bereiken van zaligheid, het nibbhana (later verbasterd tot nirwana).
Syddhata Sakyamuni kreeg de eretitel Boeddha, of Gautama. Zijn oorspronkelijke
leringen werden in aangepaste versie van generatie tot generatie doorverteld.
De teksten vallen op door hun repetitief karakter, dit was o.a. om het
onthouden te vergemakkelijken, want het doorgeven gebeurde mondeling.
We kunnen ons de vraag stellen, hoe origineel deze teksten gebleven
zijn. Later, toen het boeddhisme steeds groter werd, werden tal van
nieuwe teksten toegevoegd, onterecht ook aan de Boeddha toegewijd.
In India raakte het boeddhisme stilaan uitgestorven, of vermengde zich
met het hindoeïsme. Buiten India floreerde het. Het meer "oorspronkelijke"
boeddhisme vinden we nu nog terug in Zuidoost-Azië. In Tibet raakte
het Tantrische Boeddhisme vermengd met de vroegere godsdienst, en kreeg
zijn goden en boddhisatwa's. Deze laatste werden beschouwd als halverwege
tussen ons en het boeddhaschap, een soort ideaalbeeld dus, die aan onze
heiligen doet denken.
Het zenboeddhisme is een uit China afkomstige variant in Japan. Er is
tevens geen God, en in die zin is het een terugkeer naar het oorspronkelijke.
Het Boeddhaschap wordt beschouwd als onze oorspronkelijke natuur. In
de zen zijn er twee hoofdrichtingen: soto en rinzai. In de eerste wordt
er niet gezeten, iedere monnik krijgt een koan, een soort puzzel, die
zijn meditatie vormt. In rinzai wordt de zazen beoefend, het zitten.
Zen bij ons:
De zen-vorm van mediteren is in onze gewesten bekend geworden, en hoeft
door ons niet als boeddhistisch te worden beleefd. Anders gezegd: om
zazen te doen hoef je zeker geen boeddhist te zijn. Net als de christelijke
kloosters bij ons, zijn de kloosters in Japan aan het aftakelen. De
kern van de zenfilosofie en het zitten zijn echter steeds populairder,
vooral buiten Japan. Er duiken in het buitenland overal kloosters op,
maar nogmaals: meditatie is geen voorrecht van monniken. (Overigens
is wellicht een oorzaak van de afnemende populariteit in Japan, de dubieuze
rol die het zenboeddhisme in de tweede wereldoorlog gespeeld heeft,
waar monniken gerecruteerd werden als soldaten of voor zelfmoordacties.
Een boek hierover, "Military Zen", is verboden in Japan. In
de Engelse versie is ook het hoofdstuk over de rol hierin van Daisetz
Suzuki eruit gecensureerd, de Duitse uitgave is echter integraal gebleven.)
In onze groep zijn alle mensen welkom die gewoon willen mediteren, met
of zonder interesse in zen. Tenslotte is het maar een vorm, die ervoor
zorgt dat we op dezelfde manier te werk gaan, waardoor het een gemeenschapsgebeuren
wordt.
Johan
|