Geschiedenis en verleden van Opgrimbie en Daelgrimbie

--------------------------------------------------------------

 

I. OPGRIMBIE

 

LIGGING
Opgrimbie is gelegen op de oude Heirbaan van Tongeren naar Nijmegen, tussen Rekem en Mechelen.
Vóór 1851 was het de kleinste gemeente van het Maasland; ze besloeg slechts 147 ha. en telde in 1815 maar 82 inwoners.
Door een wet van 7 april 1851 werd Daalgrimbie van Maasmechelen gescheiden en bij Opgrimbie gevoegd, waardoor het een Leefbaar dorp werd. Opgrimbie kreeg hierdoor een oppervlakte van 1269 ha. en telde in 1895 ongeveer 600 inwoners, en in 1961 had het 1737 zielen.

 

BENAMING
De oudste benaming is Grimbede en dateert van 1221. Het deel Grim verandert in de loop der jaren in Grimb, Grymb, Gremb doch de uitgang -ede blijft onveranderlijk.
In de 14de en 15de eeuw vindt men, naast de vorm Grimbede, Grimbij en Grembij ook reeds Grimmij en Gremmij.
De inwoners van Opgrimbie zeggen heden Grimmie en die van Daalgrimbie spreken van Gremmen. De benaming Opgrimbie is enkel in de scholen bekend.

Etymologie: Grimbie wordt meestal uitgelegd als zijnde een samenstelling van Grint en Beide. Dit zou dan betekenen woning of verblijf op de grint. Hoogstwaarschijnlijk was dit onder de invloed van Grimbergen en Grembergen. Bergen van grint is te begrijpen. en een bedde van grint zou ook mogelijk zijn indien de lezing Grimbedde geen unicum ware.

De verklaring van woning of verblijf kan onmogelijk aangenomen worden omdat:
1. nergens beide staat en er niets is dat ons toestaat om bede in beide te veranderen.
2. we kennen bede en beide niet als naamwoord en in die betekenis, en het werkwoord beiden betekent wachten en zeker niet wonen of verblijven.

Het is dus best van de verklaring van de moderne toponimisten, die Grimbie vergelijken met Ambij (van Ambiaca) en die van Grimbie Grimbiaca maken (villa), te geloven.

 

ROMEINSE KOLONIE
Grimbie bestond reeds voor de inval van de Franken. Het was een deel van de kolonie die de Romeinen op de rechter Maasoever, tussen Sint Pieter ten zuiden en Vucht ten noorden, gevestigd hadden. Deze gedwongen nederzettingen moesten het garnizoen onderhouden, dat te Maastricht de brug over de Maas bewaakte en verdedigde.
Er werden talrijke Romeinse vondsten gedaan. In 1960 heeft men, ten noorden van Daalgrimbie. nog een stort van Romeinse scherven ontdekt.

 

DE FRANKEN
De Franken roeiden, bij hun komst in de 5de E., de bewoners niet uit. doch ze veranderden enkel van meesters.
Ze schaften het gedwongen kolonaat niet af maar voegden bij die kolonie een aantal dorpen en maakten er een fiscus of kroondomein van. De koningen gingen van domein tot domein om ter plaatse de opbrengst te verteren.
Daar elk dorp een aanzienlijke toevoer van Franken had gekregen gingen vele Romeinse namen verloren. De Franken hielden zich meer bezig met veeteelt dan met landbouw, en vonden zodoende te Grimbie een geschikte plaats voor hun nederzettingen.
De plaats was zeer nat en weinig geschikt voor landbouw. De Wimmerbeek, de Beek, de Molenbeek, de Kikbeek en andere klein beekjes getuigen nog van die toestand. Al deze wateren vloeiden naar de Vlotten of de oude Maasbedding. In de vorige eeuw waren de Vlotten nog zo wak dat er soms een koe inzonk en men mannen moest optrommelen om het dier weer boven te halen. Bepaalde plaatsen van het Broek. met zijn vele bronnen, waren niet veel beter. Hier vonden de Franken aldus water in overvloed voor hun vee. Zo ontstond ten zuiden van het oude Grimbiaca een kleine nederzetting, Opgrimbie, waarvan de huizen rond de kerkstraat en de Heirstraat lagen. De inwoners konden aan de nabije bron en beek water halen.
Te Daalgrimbie lagen de huizen gegroepeerd langs beide zijden van de Heirstraat met drie smalle waterstegen naar de vlotten, en verder langs de Bussestraat bij de Kikbeek.

 

DE SCHEIDING
De beambten werden niet in geld betaald maar ontvingen als bezoldiging een laathof, curtis of villa, in beneficie.
De opbrengst van zulk hoevencomplex of dorpje diende als bezoldiging. Gewoonlijk waren het niet de oude Romeinse villa's die als leen gegeven werden, maar wel nieuwe nederzettingen van geringe omvang. Zo bleef Lanaken tot rond 1174 aan de keizer toebehoren terwijl Pietersheim in benificie werd gegeven in de 9de eeuw. Ook Opgrimbie werd rond dezelfde tijd als bezoldiging gegeven aan een beambte. Bij de verbrokkeling van de fiscus werden Mechelen en Daalgrimbie geschonken aan de abdij van Sint Servaas te Maastricht. Zo werden Op- en Daalgrimbie gedurende negen eeuwen van elkaar gescheiden. Beide plaatsen zijn echter nooit volledig van elkaar vervreemd.
Een ander belangrijk feit voor Opgrimbie was de stichting van de Bernardijner abdij van Hocht in 1185.

 

DE TOMMEN
Nu Tom of Tombos geheten. Ze liggen langs de Heirstraat en wijzen het uiterste punt aan van Opgrimbie in zuidelijke richting. Het Tombos behoort bij Wezet; Tommen of tomben zijn Romeinse graven. Systematisch en onder kundige leiding zijn hier geen opgravingen verricht: het zijn vooral schoolkinderen geweest die de graven omgewoeld hebben. Zij hebben alzo veel Romeinse urnen en flesjes en andere voorwerpen, die allen van vóór 250 na Christus dagtekenen, bovengehaald.
Daar deze begraafplaats zo groot is wordt verondersteld dat ze niet enkel diende als begraafplaats voor de Gallo-Romeinen van Grimbiaca, maar ook voor de bewoners van de centrale villa van de Romeinse kolonie te Neerharen



DE HEIJLIGEN BORN
Tot in de VIIde eeuw gingen onze voorouders voort met de verering van de bronnen. Door het oudste kapitulare van de Merovingische koning Childebert I werd verboden offers te brengen aan bronnen, bomen en graven en er kaarsen te branden. Om dit bijgeloof te bestrijden kerstende men de bron. De zendelingen zegenden de bron en doopten er de bekeerlingen, zodat zij de heilige bron werd.
Deze born (oude spelling) lag dicht bij het dorp op de grens van Op- en Daalgrimbie, bij het Root.

 

DE BORG
Deze lag tussen Nieuwen huijsen aan de Heirstraat en het Ankendael ten oosten van de Steenweg. Toen de copisten van Rekem en Opgrimbie de Rein van Opgrimbie overschreven was deze reeds 4 maal hernieuwd geworden. Voor en na werden aantekeningen in de rand of tussen de regels aangebracht en bij een volgende renovatie in de tekst opgenomen hetgeen aanleiding gaf tot de ineensmelting, die we voor ons hebben. Tussen de Borg en het Ankendaal werd nu nog een steen (bij de Hagendoren en Johanshoeve) vermeld. wat denkelijk maar een nadere bepaling was van de Borg.
Er wordt veronderstelt dat de Borg de hoeve was, geschonken door van Mulenarken aan Hocht. Een borg was niet noodzakelijk een burcht of versterkt kasteel: het Jagersborg te Mechelen was een herehoeve, omgeven met grachten en linden. Zo zal de borg van Opgrimbie er ook ongeveer uitgezien hebben. Hier woonde de ambtman of schout die, in naam van ridder Michael van Rothem, het dorp beheerde. Hier moesten de cijnzen in natura geleverd worden of in geld betaald. Hier ook werd de oogst, gewonnen op de 27 bunder allodiale grond, ingevaren en gedorst. Kortom, het hele leven van de plaats draaide rond deze borg.

 

AWEN HUSEN
Men heeft nuwen in awen veranderd aangezien er geen twee nieuwe huizen langs de straat gelegen hebben. Zo moet dus het eerste huis, dat maar een herinnering was, het oudste geweest zijn. Auwen husen stond ten westen van de Heirstraat, waar nu de Kloosterstraat begint. Daar, op de limiet tussen Op- en Daalgrimbie stond de wilg en lag de eerste steen. De rein zegt duidelijk dat de heerlijkheid hier begint. Toen de rein werd opgesteld was awen husen enkel een toponiem. De limiet liep de straat over naar de poort van nuwen husen, hetgeen bevestigd wordt door de rein van Mechelen.

Auwen husen werd gebouwd door de Bernardijnen, tussen de jaren 1185 en 1216. Deze grangia, die stallen, schuur en woonhuis omvatte was niet groot daar de exploitatie enkel 17 bunder bedroeg. De paters bewerkten zelf deze landerijen en zongen hun getijden in de parochiekerk, want de grangia van Grimbede bezat geen kapel. Dergelijke tekortkomingen en de nabijheid van Heirbaan en stad waren waarschijnlijk de voornaamste oorzaken van hun vertrek naar Godsdal.

 

NIEUWEN HUISE Ook de Monnikshof geheten. De schenking van Herman van Mulenarken had grote gevolgen, zowel voor Hocht als voor Opgrimbie:

1) de abdij begon met de inlijving van de 27 bunder grond bij de auwen husen. Hierdoor steeg het aantal bunders van 19 tot 46. Daar het vee in verhouding moest blijven met de landbouwexploitatie werd Auwen husen te klein. Hocht bouwde tegenover auwen husen een nieuw huis, Kloosterhof of Munnikshof genoemd. Het was groter dan het eerste. Was omgeven met grachten en had aan de straat een stenen poort met ophaalbrug.

Deze brug wordt in 1551 vermeld. De poort stond juist op de limiet tussen Op- en Daalgrimbie.

2) Al de tijd dat deze 27 bunder aan van Mulenarken toebehoorden werden ze bewerkt door de boeren van Opgrimbie.

Daarna werden ze door lekenbroeders van Hocht bewerkt, die het hele landbouwbedrijf leidden. Hierdoor vervielen de herendiensten van de boeren, hetgeen voor hen een verlichting betekende.

3) De borg verloor niet alleen zijn economisch, maar ook zijn gerechtelijke belangen. De abdis, nu landvrouwe van Opgrimbie geworden, benoemde er de schout en schepenen. Zij namen de plaats in van de ambtman van de borg die dus gedoemd was te verdwijnen. De borg was een gewoon stuk land geworden. In 1579 werd Nieuwen husen en de poort verwoest.

4) Tot 1485 waren er steeds twee lekebroeders om de Munikhof te besturen, erna echter maar één meer.

De hof was waarschijnlijk te groot voor één broeder en we constateren dat de abdij in 1562 aan Jan Weijermans van Daalgrimbie 9 bunder in winne had uitgegeven. Dit systeem werd stilaan algemeen.

5) De inwoners bleven alle andere prestaties zoals kapuinen en keuren verschuldigd, doch nu moesten de leveringen gebeuren op de Munnikshof. Deze waren eerst in natura en later gedeeltelijk in natura en gedeeltelijk in geld.

De Abdij van Hoch en het kapittel van St. Servaas werden opgeheven door de Franse Revolutie.

 

II. DAELGRIMBIE

Daalgrimbie of het oude Grimbiaca, ten noorden van Opgrimbie, was veel groter dan Opgrimbie. Het lag grotendeels tussen bet Broek en de oude Maasarm, de Vlotten geheten.

De hogeproost van Sint Servaas te Maastricht was heer van Daalgrimbie en van het naburige Mechelen, waarmee het één heerlijkheid vormde. De inwoners van beide dorpen moesten reeds zeer vroeg een nabuurverdrag op den derden voet hebben gesloten d.w.z. de Mechelaren betaalden tweederden der lasten en de Grimmenaren één derde. Alzo benoemden de Mechelaren twee schatheffers, één voor het dorp en één voor de heide, en de bewoners van Daalgrimbie één voor hun dorp.

Toch behield elk dorp een zekere autonomie inzake rechten die slechts een van beide plaatsen aanbelanden.

Al de ingezetenen van Daalgrimbie ressorteerden onder de Mottenhof of laathaf van de Motten. Dit laathof werd verheven als leen voor de Hoge Leenzaal van de Proostdij te Maastricht. Aan dit hof waren alle haardsteden een jaarlijkse cijns verschuldigd. De meier van dit hof had, samen met vijf tot zeven laten, de bevoegdheid van een lager gerechtshof.

Opgrimbie bezat om zo te zeggen geen heide en toch hebben we nooit een betwisting gehad aangaande de limieten tussen Mechelen en Opgrimbie. De inwoners van Daalgrimbie mochten vrij en naar hartelust de heide gebruiken. Ze mochten er echter, evenals de Mechelaren niets van verkopen. De inwoners van Opgrimbie moesten het gebruik van de heide pachten te Mechelen of te Rekem.

DE PAROCHIE
De kerk van Opgrimbie was een ecclesia integra of gehele kerk. Ze hing van geen andere kerk af en de pastoor had het recht alle sacramenten toe te dienen.

De patroon is de H. Kristoffel. Deze werd vaak gekozen door ridders die een parochie stichtten. Vroeger had elke leek het recht op zijn domein, met toestemming van bet bisdom, een parochie op te richten indien hij zich aan de voorschriften ter zake hield. Hij moest o.a. zorgen voor een geschikte bouwplaats, voor het onderhoud van de kerk. voor de voornaamste benodigdheden, voor de banklok, en voor de dotatie van de kerk.

Aanvankelijk behoorden de heerlijkheid en de parochie aan dezelfde heer. Na de kruistocht echter verlangde men naar een eigen kerk. Vóór 1100 gingen de inwoners van Op- en Daalgrimbie naar de Sint Servaas kerk te Maastricht.

Op- en Daalgrimbie zullen waarschijnlijk in het begin tienden betaald hebben aan het Servaas kapittel. De heer van Opgrimbie kon geen parochie stichten in zijn domein zonder rekening te houden met de verworven rechten van het kapittel. Er moet dus een overeenkomst hebben plaatsgegrepen tussen de stichter van de parochie Opgrimbie en het kapittel van Sint Servaas.

Toen de kerk voor het eerst vermeld werd was ze in het bezit van ridder Wigerus del Wege.

De pastoor had een mooie pastorie, omgeven met grachten. Tussen de pastorie en de Wimmerbeek ligt nog de breul, een gesloten park met klein wild. Daar de Norbertijnen drie maal per week en de hele vasten moesten vlees derven, legden ze in de breul vier visvijvers aan en ook nog een paar vijvers in de Vlotten.

Over de beek lag de dilgert of deelgaard van de pastoor. Dit was een stuk grond dat gedeeltelijk boomgaard en gedeeltelijk weide was. Het strekte zich uit tot aan het Billestraatje. De pastoor van Opgrimbie had ook enige landerijen onder Mechelen.

DE KERK
De eerste kerk waarvan sprake is (1223) was een Romaans kerkje, grotendeels opgetrokken uit Maaskeien. De volgende kerk, waarvan het koor nog staat, moet dagtekenen uit het einde der l4de eeuw. Op het einde der l9de E. telde de parochie 720 inwoners en werd de kerk te klein. De eerste steen van de nieuwe kerk werd gelegd in 1905 door E.H. Hennekens. Het is een arduinsteen met een grootte van ongeveer 15 bij 20 cm. Deze bevindt zich in de oostgevel van de kerk. In 1906 werd de kerk ingewijd. Ze is in gotische stijl en mooie brandramen verlichten het zeer hoge gewelf der middenbeuk. De meubilering is prachtig alles is in Franse steen. Aan weerszijden van het altaar bevonden zich aangepaste muurschilderingen aan de Epistelzijde "Het Laatste Avondmaal' en aan de Evangeliezijde "De vermenigvuldiging der broden" .

De doopvont en de wijwatervaten zijn in zwarte marmer. Op de doopvont bevindt zich een toren in gotische stijl. De doopkapel is afgesloten door een ijzeren hek in kunstsmeedwerk.
Het altaar, dat in gotische stijl is, vertoont veel gelijkenis met de toren op de doopvont. Spijtig genoeg zitten enkele delen onder een laag verf.

Waar vroeger de toren van het altaar de ganse kerk beheerste stond later ‘n H. Hartbeeld als heerser over de wereld. Ook dit is thans verdwenen.

Achter het altaar bevindt zich een groot brandraam, uitbeeldend Christus stervend op het kruis met daaronder Maria en Johannes. Op de achtergrond ziet men de stad Jerusalem.
Het altaar, dat opgetrokken is in een uiterst zeldzame soort Franse steen, zou aangekocht zijn uit een klooster in Frankrijk waaruit de priesters verdreven werden.

Verder bezat de kerk nog een prachtige communiebank met een zeer mooi middenpaneel, nl. twee dorstige herten zich lavend aan een bron. De preekstoel was ook een smaakvol kunstwerkje. Twee taferelen uit de Bijbel "De wonderbare visvangst" en "Jezus stelt Petrus aan als hoofd van zijn werk" waren er in gebeeldhouwd. Een gedeelte der communiebank werd in t nieuwe altaar verwerkt.

Augustinus de Mailliardor (l5de pastoor van Opgrimbie)
Zijn grafsteen lag op het koor van de oude kerk en draagt de volgende tekst "monumentum hoc sibi praenobilique Dno Dno Joanni - martino de Mailiardor Helvettico nec non olim sub Ludovico VIIII Francorum rege Christianissimo Capitanieo posuit reverendus Dnus Dnus Augustinus de Mailliardor ordinis Praemonstratensis Canonicus Regelaris hujus Loci Pastor obiit ille Anno Dni 1707 mensis Xbris die 19 hic anno 1748 die 5 octobris.
Siste lector et utrique apprecare ut aeterna quantocius R.I.P.'

(Deze Eerwaarde Heer Heer Augustinus de Mailiardor regelier kanunnik van de orde van Praemonstreit en pastoor dezer plaats plaatste deze gedenksteen voor zich en voor de Zeer Edele Heer Heer Joannes Martinus de Mailiardor Zwitser, eertijds kapitein onder de Zeer Christelijke koning der Franken Lodewijk XIV. Deze overleed de 19 december 1707, gene de 5de oktober 1748.
Lezer. sta en bid voor beiden opdat zij zo spoedig mogelijk in eeuwige vrede rusten.)

De top van de steen is versierd met het wapen van de Mailliardors. Het schild draagt een schuinbalk, versierd met twee gouden hamers. De schildhouders hebben elk een vaan waarop één hamer. Het schild is gedekt met een helm met lauweren, die ons aan de militaire loopbaan van de kapitein herinnert. Het is een sprekend wapen: zinnebeeld en kleur zijn ontleend aan de naam: "maille, maillet", hetgeen gouden hamer betekent.

Het onderschrift luidt: "Mors ultima linea rerum; Omnia morte cadunt". (De dood is de uiterste grens der dingen; de dood veegt alles weg).

 

DE KERKVERVOLGING TI.JDENS DE FRANSE REVOLUTIE
De abdij van Hocht werd gelijk alle kloosters opgeheven en haar bezittingen verbeurd verklaard. De gronden werden in twee loten verdeeld, die opgekocht werden door uitgedreven kanunnikessen van Hocht die vermoedelijk handelden onder opdracht van dit convent. De geestelijkheid hoopte dat, eens het orkaan voorbij, alles weer zijn oude loop zou nemen. Doch het Concordaat stelde deze verwachtingen teleur.

De Revolutie eiste van elke priester de beruchte eed van haat aan het koningdom en trouw aan de Republiek. De pastoor van Opgrimbie weigerde echter en dook onder.

De kerk van Opgrimbie werd gesloten en door het Concordaat werd de parochie bij Mechelen gevoegd.

DE KAPEL VAN DE DRIE GEZUSTERS.
Daalgrimbie bezat eerst een kapel der drie gezusters. De inwoners van de ganse omstreken gingen er bidden en werden er verhoord. Zo moet rond de jaren 1900 Dorus Brasseur, die veel tegenslag had met vee en veld, er gaan bidden zijn. Hij moet eveneens verhoort geweest zijn. Dit was de oorzaak dat bij besloot een kapel te bouwen. Hij ging zelf de mergelblokken halen in de groeven van Kanne. Verder gaf hij een stuk grond van hem om de kapel op te bouwen.

De kapel, die rond 1902 klaar was, werd gratis gebouwd door Pieter Mathijs Warson. Het beeld der drie gezusters samen met de Moeder Gods van aan de kapel werden toen in de nieuwe kapel geplaatst.

De drie gezusters zijn: de H. Eutropia, de H. Bertilia en de H. Genoveva.

Uit het verleden van Maasmechelen, 18.04.1980

 

 

OPGRIMBIE EN ZIJN VERLEDEN

============================

GOEDEREN EN INKOMSTEN VAN HET ST.SERVAAS KAPITTEL TE MAASTRICHT IN DE XVI EEUW.

Op ’t archief van ’t bisdom Luik berust een prachtig perkament pacht- en cynsboek der kapittelkerk van Sint-Servaas te Maastricht. Het handschrift, formaat groot in-fol., werd den 4 september 1526, aangelegd door Gerardus Haecks, cellerarius van ’t kapittel en draagt het opschrift: descriptiones bonorum hereditariorum venerabilium dominorum insignis collegiatae ecclesiae s. Servatii Traiectensis renovatum per Gerardum Haecks cellerarium, 1526, 4 septembris.

Het register is van één dezelfde hand geschreven. Het vormt een merkwaardige samenvatting van al de kapittelinkomsten : erfpachten, tienden en renten ; het bevat de zorgvuldige beschrijving der landerijen met nauwkeurige vermelding der plaatsnamen, de omstandige grensbepaling van al de gebieden aan de tiendenheffing onderworpen alsmede de aanduiding van al de pachters of cynsplichtigen.

Herkomst onbekend, Vermoedelijk uit "het land van Loon"

 

 

 

Lijst van 1910.

Opgegeven functies en uitgeoefende beroepen in Opgrimbie.

Burgemeester,

J. Aerts

Schepen,

M. Lensen en M. Warson
Secretaris, P/M Dexters
Gemeente ontvanger, M. Wampers
Pastoor, J. Hennekens
Verzekeringen, P/M Decters en M. Wampers
Herbergen, J. Bellemans
  H. Bemong
  M. Brasseur
  J. Claessen
  J. Crijns - Crijns
  Dexters - Crijns
  G.N. Decters
  J.E.L. Decters-Duchateau
  A. Engelen
  A. Gorissen
  F. Janssens
  P. Lycops
  T.W. Sengers
  Wed. Wampers
  T. Warson
Dierenkoopman, P. Warson
Bierhandel, P. Lycops
Bakker, J. Bollen
  G. Vanhelden
Cantonnier, D. Decters
Leurder, Decters - Buytaerds
Schoenmaker, R. Crijns
  H. Harings
Kleermaker, H. Decters
  M. Meyers - Vanhengel
Lagere school, A. Leenen
Inspecteur vrije school, Voortmans
Vrije school, De dochters van de wijsheid
Aannemer(algemeen) M. Decters
Kruidenier, J. Crijns - Crijns
  M. Crijns
  M. Decters - Decters
  H. Decters - Warson
  A. Engelen
  Wed. Wampers
Landbouwers, H. Aerts, J. Aerts, L. Aerts
  L. Brasseur

 

Crijns - Gorissen
  J. Crijns
  M. Crijns
  J. Decters
  M. Decters
  H. Dubois
  T. Gorissen
  M. Lensen
  G. Stans
  V.D.H.
Hooi en stro, J. Decters
Voeder dieren, L. Duchateau
Boswachter, Vranken
Horlogemaker, A. Gonnissen
Aannemer, J. Machon
Metselaar, P.M. Warson
Smid, H. Bemong
  F. Lenssens
Molenaar, T.H. Gorissen
Schrijnwerkerij, M. Brasseur
  A. Engelen
  E. Sehgers
Plafoneerder, J. Bemong

 

-----------------------------------------------------------------------------

 

 

Officiele opgave van het bevolkingscijfer van de gemeente Opgrimbie en Boorsem.

 

 
Opgrimbie
Boorsem
1920
827
1354
1925
884
1495
1930
1002
1536
1935
1123
1771
1940
1267
1795
1945
1318
1816
1950
1406
1794
1955
1579
1756
1960
1735
1856
1965
1939
1989
1970
2323
2019
1975
-
2012
1976
-
1987

 

 

  1. In 1970 is Opgrimbie opgegaan in de gemeente fusie Maasmechelen.
    Waaronder Mechelen a/d Maas, Eisden, Vucht,Opgrimbie en Meeswijk.
  2. In 1976 zijn hieraan toegevoegd Boorsem, Uikhoven, Leut,

 

 

 

 

01.01.1970 Wegen in Opgrimbie na de fusie met de gemeente Mechelen a/d Maas en Eisden

  1. Boorsemstraat.
  2. Brede weg.
  3. Broekstraat.
  4. Bundersweg.
  5. Daalbroekstraat.
  6. Davidstraat.
  7. Engelstraat.
  8. Goffiestraat.
  9. Heirstraat voorheen Heerstraat.
  10. Hoekstraat.
  11. Hondshoefstraat.
  12. Kampstraat.
  13. Kennebekkestraat.
  14. Kerkstraat.
  15. Kievitstraat
  16. Kiezelstraat voorheen beekstraat.
  17. Kikmolen.
  18. Kleine Werfstraat
  19. Kloosterstraat.
  20. Nieuwstraat.
  21. Oude Baan
  22. Pelsstraat.
  23. Pleinstraat.
  24. Rijksweg voorheen Steenweg.
  25. Rootstraat.
  26. Schoolstraat.
  27. Toekomststraat.
  28. Van Lauw straat.
  29. Veeweidestraat.
  30. Weg naar Zutendaal. Voorheen Bosstraat en Bussestraat
  31. Werfstraat.
  32. Windmolenweg.

Deze site werkt met frames, indien je geen menu ziet (links) klik hier
laatste update van deze pagina: 05-May-2005