Deze pagina toont enkele van de
codeermachines die verschenen als Foto van de Maand. De machines die reeds uitvoerig beschreven
zijn op andere pagina's van deze website zijn weggelaten.
Bij elke foto is er een korte beschrijving en zijn
weblinks naar meer informatie. U kunt de foto's
aanklikken om ze te vergroten. Een hoge-resolutie versie
van sommige foto's is beschikbaar op verzoek.
Alle foto's
zijn auteursrechterlijk beschermd en alle rechten zijn
voorbehouden aan de eigenaars van de foto's. Geen gebruik
van de foto's zonder toestemming van de eigenaar!
De Siemens &
Halske T-52 - December 2008
De Duitse Siemens
& Halske T-52 Geheimschreiber was een on-line
teletype codeermachine voor high-level
strategisch berichtenverkeer bij de Luftwaffe in
de Tweede Wereldoorlog. Het was één van de
veiligste Duitse codeermachines in de oorlog. De
vroege T-52a en T-52b versies, die minder veilig
waren, werden door Zweedse cryptologen gebroken
in 1940 en hun verkeer werd de ganse oorlog
gelezen. De Britse codebrekers ontdekten het
gebruik van de T-52 in 1942 en gaven het
berichtenverkeer van de T-52 de codenaam
STURGEON. Hoewel zij er in slaagden een klein
deel van STURGEON te breken behaalden zij bij de
T-52 nooit hetzelfde succes als bij de Enigma en
Lorenz machines. De T-52 vercijfering was veruit
de meest complexe. Een belangrijke fout van de
Luftwaffe was echter dat veel berichten zowel
over de T-52 als over de Enigma werden verzonden.
Met het Enigma verkeer, dat op regelmatige basis
gebroken werd, gaf Bletchley Park voorrang aan de
Enigma berichten en werd de T-52 minder
belangrijk.
De T-52 was
een combinatie van Telex machine en
codeermachine. Zij gebruikte tien pinwielen van
verschillende grootte waarvan de uitgangssignalen
met complexe onderlinge XOR bewerkingen
gecombineerd werden. De uitgang van deze logische
functies werd gemengd met het standaard vijf-bits
Telex signaal van de machine door middel van XOR
functies en verwisselen van bits. De vroege T-52a
en T-52b hadden verschillende
veiligheidsproblemen en waren minder veilig. Bij
de T-52c werden de uitgangen van de pinwielen op
een meer complexe manier gemengd en bij de T-52d
was er het zeer onregelmatig stappen van de
pinwielen, gecontroleerd door kammen op die
wielen. De T-52e was een combinatie van de
verbeteringen van de T-52c en T-52d en was een
zeer veilige machine.
De Amerikaanse
SIGABA was waarschijnlijk de veiligste rotor
codeermachine tijdens de Tweede Wereldoorlog. De
SIGABA ECM Mark II, CSP 888-889 genoemd door de
Navy, had drie banken van vijf rotors. Eén set
van vijf rotors werd gebruikt om de tekst te
vercijferen. De overige tien rotors werden
gebruikt om de signalen, gebruikt voor het
voortbewegen van de rotors, door elkaar te halen
. Het resultaat was een zeer onregelmatig en
complex stappen van de vercijferingsrotors. De
SIGABA was een zeer veilige machine en het
berichtenverkeer werd nooit gebroken. Gedurende
de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden de Verenigde
Staten en Engeland een compatibel codeermachine
systeem, gebaseerd op hun eigen machines. Aan
Amerikaanse zijde was er de speciale SIGABA CCM
(Combined Cipher Machine), ASAM 5 genoemd door
het Leger en CSP-1700 door de Navy. De CCM was
uitgerust met de CSP-1600 Types compatibele
rotoren-kooi. Deze machine was compatibel met de
CCM versie van de Britse Typex codeermachine. Na
de oorlog bleef de CCM in dienst tussen de VS,
Engeland en Canada, en later ook de NAVO. Het
toestel bleef in dienst tot de jaren '50 en werd
uiteindelijk vervangen door modernere systemen
zoals de KL-7.
De SIGABA
was een prachtige machine die de nieuwste
ontwikkelingen op het gebied van codeermachines
bijeenbracht. Spijtig genoeg werden alle machines
na hun dienst systematisch en zorgvuldig
teruggenomen en vernietigd om de unieke
eigenschappen geheim te houden. Slechts een
handvol van de uiterst zeldzame ECM Mk II's
overleefden en de speciale CCM versie is nog
zeldzamer. Het verhaal van de beruchte Duitse
Enigma codeermachine is nu algemeen gekend maar
helaas is de SIGABA met zijn veel betere
cryptografische veiligheid nauwelijks gekend
buiten de cryptografische gemeenschap.
Op de foto ziet u
een Converter M-209, geproduceerd door L.C.
Smith-Corona Typewriters. In 1940 selecteerde het
Amerikaanse leger de Hagelin C-38 als tactische
codeermachine en noemde hem de M-209. De Navy
gebruikte het toestel onder de naam CSP-1500. Het
was een uiterst mobiele codeermachine, ter
grootte van een kleine broodtrommel, met een
simpel en compact doch ingenieus ontwerp. Tegen
het einde van de Tweede Wereldoorlog waren er
meer dan 140.000 van deze kleine M-209's
geproduceerd in de Verenigde Staten. De M-209 was
een typische pin-en-lug type machine met zes
pinwielen (met relatieve priemgetallen als aantal
pinnen), een trommel met 27 regels en een
letterknop/printkop met reciproke alfabet. Hoewel
de M-209 geen cryptografisch sterke encryptie
bood was de gemakkelijk te gebruiken en kleine
machine ideaal in tactische omstandigheden waar
de inhoud van de berichten na enkele uren niet
meer van belang was.
De ETCRRM
(Electronic Teleprinter Cryptographic
Regenerative Repeater Mixer) van de Noorse firma
STK (Standard Telefon og Kabelfabrik A/S) voerde
one-time vercijfering uit op standaard
commerciële teleprinters. De ETCRRM voegde het
vijf-bit Telex uitgangssignaal samen met een
one-time tape door beide signalen te XOR-en. Een
identieke opstelling aan ontvangstzijde, met een
identieke sleutel, keerde het vercijferingproces
om. De one-time tapes of sleutel-perfobanden
bevatten werkelijk willekeurige vijf-bit waarden.
Zolang er slechts twee van dezelfde
sleutel-banden zijn, deze slechts één maal
gebruikt en nadien vernietigd worden, zijn de
berichten, verstuurd met dit systeem, rekenkundig
bewezen onbreekbaar. De ETCRRM gebruikt
vacuümbuizen, relais' en diodes om de logische
XOR functies uit te voeren. Een systeem met
magneetspoel en tandwielen, de enige mechanische
onderdelen van het apparaat, laat de perfo tape
voortbewegen.
De ETCRRM
werd gebruikt voor high level militaire
communicatie in verschillende landen. ETCRRM's
werden ook gebruikt op de Washington/Moskou
Hotline. Hoewel een systeem met absolute
veiligheid, werden de ongeclassificeerde
standaard telex machines en ETCRRM's verkocht
door commerciële firma's en onthulden daarom
geen geheime cryptografische technologie aan de
Sovjets. Enkel de sleutel-perfobanden werden als
geheim beschouwd. De Hotline was een full duplex
teleprinter verbinding, en niet de zogenaamde
'rode telefoon' uit de populaire cultuur, omdat
men vond dat spontane verbale communicatie tot
misverstanden en foute interpretaties kon leiden.
De KWR-37
"JASON" was de ontvanger van het KW-37
crypto systeem, ontwikkeld door het NSA in de
jaren '50. Het systeem bestond uit een KWT-37
zender en een KWR-37 ontvanger. Het systeem werd
gebruikt om de fleet broadcast te beveiligen van
de Amerikaanse Marine. Het kuststation zond 24
uur per dag een constante stroom van vercijferde
willekeurige data. Wanneer men een bericht diende
te verzenden werd het vercijferde bericht in de
constante stroom van data ingevoegd. De
afluisterende tegenstander kon onmogelijk weten
of en hoeveel berichten verstuurd werden, wanneer
ze begonnen of eindigden, en hoe lang ze waren.
Dit maakte trafiekanalyse van het KW-37 systeem
onmogelijk. De uitgang van de ontvanger was
verbonden met een teletype machine die de
ontcijferde datastroom onmiddellijk uitprintte op
papier. Zender en ontvanger bleven de ganse dag
gesynchroniseerd. Indien de synchro toch verloren
werd kon de ontvangende operator de synchro
herstellen door de machine te re-setten en zeer
snel door alle voorbije datastroom te lopen tot
de KW-37 de synchronisatie weer kon oppikken.
De KWR-37 was een parel van
miniaturisatie in de jaren '50. Hij bevatte
ongeveer 500 miniatuur vacuüm buisjes voor een
groot aantal flip-flops en logische functies,
nodig voor de schuifregisters die de
pseudo-willekeurige datastroom genereerden. De
sleutel van de KWR-37 was een kartonnen kaart,
vergelijkbaar met IBM ponskaarten, die dagelijks
verwisselt werd, vlak voor de nieuwe
synchronisatie om middernacht. De machine bleef
in dienst tot de vroege jaren '90.
De Russische
FIALKA M-125 is de beruchtste Sovjet
codeermachine uit de periode van de Koude Oorlog.
In 1965 werd de cyrillische versie
geïntroduceerd in het Sovjet leger. Later kwamen
versies met Czechisch, Pools en (Oost-)Duits
toetsenbord in dienst bij het Warschaupact. De
FIALKA was operationeel tot de jaren '90 en
volgens sommige bronnen zelfs nog steeds in
gebruik. Daarom waren de FIALKA en zijn
specificaties topgeheim tot eind jaren '90. Op de
foto ziet u een M-125-3MP2 met Czechisch
toetsenbord.
Hoewel
gebaseerd op de Duitse Enigma machine waren de
Russische cryptologen goed op de hoogte van de
veiligheidsproblemen van de Enigma en voegden
oplossingen voor al die zwakke punten samen in
dit prachtig stukje mechaniek. Deze kleine
machine, slechts 27,5 cm op 32 cm en 21 cm hoog,
is met zijn indrukwekkende mechanisme het
Zwitserse uurwerk van de electro-mechanische
codeermachines. De FIALKA heeft 10 verwisselbare,
onregelmatig en tegengesteld stappende rotors met
30 contacten aan elke zijde. Verschillende pennen
op elke rotor bevelen het onregelmatig en zeer
complex stappen van de rotors. De uitneembare
interne bedragingskern van elke rotor kan
geroteerd, uitgenomen en gespiegeld worden of
verwisseld met andere kernen. Verschillende types
rotors zijn geproduceerd. Het stekkerbord, zoals
gebruikt bij de Enigma, werd vervangen door een
perfo-kaart lezer en een electronische 3-punts
schakeling in de reflector lost het probleem op
dat een letter nooit in zichzelf kan vercijferd
worden. De uitgang wordt afgedrukt op een
papierstrook of op vijf-bits perfo tape en de
machine is ook voorzien van een tape-lezer.
De TSEC/KL-7,
codenaam ADONIS of POLLUX, was een off-line rotor
codeermachines, ontwikkeld in de late jaren '40
door het Amerikaanse National Security Agency
(NSA) als opvolger van de SIGABA. De machine kwam
in dienst in 1952. ADONIS en POLLUX waren waren
twee verschillende vercijferingsprocedures voor
de KL-7. De Amerikaanse ADONIS procedure
gebruikte een vercijferde berichtsleutel om de
initiele startpositie van de rotors in te
stellen. De POLLUX 'export versie' procedure
gebruikte een veel minder veilige
niet-vercijferde berichtsleutel. De KL-7 werd
gecompromitteerd door John Walker die de
technische informatie en sleutellijsten aan de
Sovjets verkocht. De KL-7 werd gebruikt door de
Verenigde Staten en veel van zijn bondgenoten en
deed dienst tot 1983.De uitgang van de KL-7 werd
afgedrukt of een papierstrook en sommige versies
hadden een vijfbits perforator. De KL-7 heeft
acht rotors (de vierde van links is stationair)
met 36 contacts elk. Tijdens zijn diensttijd
werden de rotors regelmatig teruggeroepen en
opnieuw bedraad. De rotors zijn geplaatst in een
rotor-korf, de KLK-7, die kan verwijderd worden
van de machinebasis KLB-7. Elke rotor is
geplaatst in een plastic buitenring met nokken.
Microswitches, bevolen door deze nokken, bedienen
elektromagneten die op hun beurt de rotors
voortbewegen. Dit resulteerde in zeer
onregelmatig stappende wielen. De 26 ingangs-en
uitgangscontacten van de rotorkorf worden
gebruikt voor vercijfering van de letters. De 10
overblijvende in-en uitgangen worden teruggeleid
in de rotors (loop-back), met een zeer complex
signaalverloop van de 26 letters tot gevolg. De
machine was niet-reciproque. Dit was mogelijk
door een schuivend schakelbord onder het
toetsenbord dat ingang en uitgang van de rotors
verwisselde. Details over de bedrading van de
rotors en het stappenmechanisme blijven
geclassificeerd. Alle publiek toegankelijke
machines, zoals deze hieronder van het Museum
Verbindingsdienst, zijn zorgvuldig ontdaan van
alle bedrading van de rotors en
stappenmechanisme.