|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Boris Hagelin
werd op 2 Juli 1892 geboren in het Russische
Adschikent. Zijn Zweedse vader zond hem naar
Zweden waar hij in 1914 afstudeerde als
ingenieur. Zijn toekomst was al gepland bij de
Nobel maatschappij, waar zijn vader de manager
was. Hij specialiseerde zich als elektrotechnisch
ingenieur om supervisor de worden bij de bouw van
een elektrische krachtcentrale voor de
maatschappij. Na de Russische revolutie in 1920
kwam de Nobel familie tot een overeenkomst met de
Standard Oil Company in de VS, en Hagelin
verhuisde naar de VS om er te werken voor hun
General engineering Department. Na een jaar hield
hij het voor bekeken en keerde terug naar Zweden. Emanuel Nobel vroeg Boris Hagelin om het toezicht op zich te nemen van een kleine Zweedse firma, A.B. Cryptograph, die codeermachines produceerde van de Zweedse ingenieur Arvid Damm. In 1925 nam Hagelin het management over en startte met de ontwikkeling van nieuwe codeermachines. In 1932 verving Cryptoteknik het geliquideerde A.B. Cryptograph. Na de Tweede Wereldoorlog verhuisde Hagelin naar Zug, in het neutrale Zwitserland. Dit was nodig omdat Zweden de uitvoer van cryptografische toestellen beschouwde als wapenexport. De vooroorlogse reputatie van de "Hagelin Cryptos" apparaten en de vraag naar gecodeerde telegraaftoestellen hielpen de firma groeien en legde zij de basis voor een nieuwe generatie elektronische codeermachines. De alom gerespecteerde Boris Hagelin stierf in 1983 op 91-jarige leeftijd. |
| In 1925
contacteerde de Zweedse generale staf A.B.
Cryptograph om een machine te ontwikkelen die
beter zou zijn dan de Duitse Enigma. Hagelin
ontwikkelde een prototype van de B-21 voor
evaluatie. De B-21 werd goedgekeurd voor het
leger en Hagelin verkocht de machine ook aan
verschillende andere landen. De werking van de
B-21 was gebaseerd op Arvid Damm's ontwerp van
vereenvoudigde rotors, een 5 x 5 raster ontwerp.
De machine had een toetsenbord, 2 rotors waarvan
het draaien gestuurd werd door twee paar
pinwielen en een paneel met 25 lampjes die de
uitvoer van de vercijfering of ontcijfering
toonde. De machine werkte op 110 en 220 volt en
het lampenpaneel op een batterij. Bij het drukken
van een toets sloten 2 contacten, elk contact in
één van de 2 groepen van 5 contacten. Het
signaal ging dan door de 2 rotors naar het
lampenpaneel. Verwisselbare contacten, in serie
met de rotors, konden naar wens verbonden worden. De B-21 was de eerste machine om gebruik te maken van pinwielen, een idee dat gebruikt werd in veel van zijn opvolgers. Een pinwiel is een ronde schijf met rondom een aantal axiale gaatjes waarin pinnetjes zitten. Deze pinnen kunnen naar de linker of rechterkant van de schijf verschoven worden. Aan de ene kant zijn de pinnen actief, aan de ander passief. Met elke stap van het wiel beweegt een pin één positie. Meerdere verschillende pinwielen met een verschillend aantal pinnen, een aantal zonder gemeenschappelijke deler, worden gebruikt om een groot aantal combinaties te creëren. In 1932 was het Franse leger geïnteresseerd in de B-21 maar vroeg om twee belangrijke wijzigingen. De machine diende draagbaar te zijn en moest de tekst kunnen afdrukken. Hageling ontwikkelde de B-211 die zowel op elektriciteit werkte als met een zwengel. Hij verving het lampenpaneel door een afdrukwiel mechanisme en de codeerschakeling werd gevoed door een batterij. Ongeveer 500 B-211 machines werden gebouwd. In 1940 bouwde Hagelin een atelier in Zweden met de winst van de succesvolle B-211 en A.B. Cryptograph werd herdoopt in A.B. Ingenieursfirman Cryptoteknik. Meer over de B-21 op deze pagina. |
|
| Reeds in 1934
vroeg het Franse Cijferbureau aan Hagelin om een
compacte codeermachine te ontwikkelen die ook kon
afdrukken. Hagelin kreeg het idee om het
mechanisme van een mechanische rekenmachine om
geld te wisselen om te bouwen in een klein
cryptografisch apparaat. De fameuze pin-en-lug
machines waren geboren. De eerste machine, de
C-35, bestond uit een trommel met 25 schuivende
regels, vijf pinwielen (identiek aan die van de
B-21) en een alfabetknop/afdrukwiel met een
reciproke alfabet (knop-alfabet en afdrukalfabet
waren in tegenovergestelde volgorde). Hierdoor
was de omschakeling tussen vercijfering on
ontcijfering zeer eenvoudig. De tekst werd
afgedrukt op een smalle papierstrook. Het
compacte toestel had de afmetingen van een kleine
lunchbox (8 x 14 x 18 cm) en kon dus gemakkelijk
door militairen te velde meegenomen worden in een
zijzak van het uniform. Om een letter te vercijferen werd de alfabet-knop naar de gewenste letter gedraaid waarna de operator aan de hendel rechts draaide. Hierdoor werd de alfabetknop met bijhorende afdrukwiel een aantal stappen voortbewogen, naar gelang de instellingen van de machine. De vercijferde letter werd op de papierstrook gedrukt of de operator kon de letter aflezen op de alfabet-knop. De instelling van de pinnen en de nokken gebeurde dagelijks aan de hand van een sleutelblad. Voor het vercijferen van een bericht stelde de operator uitwendig voor elke bericht een nieuwe startpositie in van de pinwielen volgens een overeengekomen procedure. |
|
|
| De
beweegbare regels op de trommel hadden vaste
nokken. Wanneer de trommel een omwenteling maakte
door middel van een hendel aan de buitenkant van
de machine passeren de nokken langs 5 kammen, die
gestuurd worden door de 5 pinwielen. Als een pin
actief is zal de kam de passerende nok naar links
duwen. Aangezien de nok op de schuivende regel
zit wordt de regel ook naar links geschoven en
komt deze gedeeltelijk uit de trommel als een
klein tandje. De linkerkant van de trommel zal
hierdoor werken als een tandwiel met een variabel
aantal tanden die het afdrukwiel bewegen. Het
aantal tanden op de trommel, en daarmee de
beweging van het afdrukwiel, zijn dus afhankelijk
van de instelling van de nokken en pinnen. De 5 pinwielen hadden 17, 19, 21, 23 en 25 pinnen. Omdat deze getallen geen gemeenschappelijke factor hebben zal dezelfde wielencombinatie slechts één keer per 3.900.225 stappen voorkomen. Bovendien zijn er theoretisch 10E29 verschillende mogelijkheden om de pinnen op alle wielen in te stellen. De C-36 was een verbeterde versie met een andere indeling van de nokken op de drumregels en later ook met beweegbare nokken op de regels. Later volgde ook nog de C-38 met zes pinwielen. De nokken op deze machines konden verschoven worden op de schuifregel in één van de 6 actieve of een passieve positie. Deze verbetering gaf samen met de uitgebreide wielcombinaties een sterk verhoogd aantal sleutelcombinaties. Een andere versie, de BC-543, was uitgerust met een toetsenbord. In 1940 ging Hagelin naar de VS om zijn C machines te promoten wat resulteerde in één van de grootste verkopen ooit van crypto machines. Het Amerikaanse leger koos voor de compacte C-38 als tactische codeermachine en produceerde die onder licentie als de M-209. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog waren meer dan 140.000 van deze kleine M-209 machines gemaakt in de VS. Een simulator van de M-209 kan u downloaden op deze pagina. De nummers in de benaming van de Type C Machines duiden het jaartal van ontwikkeling van de machine aan. |
||
| Hoewel de C-36 en
C-38 ideaal waren voor tactische doeleinden waren
deze niet veilig genoeg voor het vercijferen van
berichtenverkeer op hoog niveau dat uitgebreide
cryptoanalyse diende te weerstaan. Een toestel
met verhoogde veiligheid zou de deur kunnen
openen naar de markt van het geheime militaire en
diplomatieke berichtenverkeer. Boris Hagelin ging
terug naar de tekentafel om zijn C machines te
verbeteren. In het 52 model werden verschillende belangrijke verbeteringen geïntroduceerd. Het stappen van de pinwielen werd onregelmatig. Of een pinwiel al dan niet stapte hing af van de pinposities van de vorige wielen. Voor de 6 pinwielen, die nu uitneembaar waren, was er vanaf dan keuze tussen 12 verschillende wielen met 25, 26, 29, 31, 34, 37, 38, 41, 42, 43, 46 en 47 pinnen. Het aantal schuifregels op de trommel werd uitgebreid tot 32. Een tweede afdrukwiel werd toegevoegd zodat klare en gecodeerde tekst samen op twee smalle papierstroken afgedrukt werden en het was mogelijk de relatieve positie tussen de twee afdrukwielen in te stellen. Er was ook een afdrukwiel beschikbaar waarvan men de letters kon herschikken. Het latere CX-52 model had 6 pinwielen met elk 47 pinnen en een flexibeler stappensysteem dan de C-52, wat resulteerde in complexe en zeer onregelmatige rotatie van de wielen. In tegenstelling tot het vaste toetsenbord van de BC-543 kon de C-52 uitgerust worden met een afzonderlijk toetsenbord, B-52 genaamd, dat via de elektrische motor de trommel van de C-52 aandreef. De configuratie met toetsenbord werd BC-52 genoemd. De zeer populaire C-52, CX-52 en BC-52 werden over de hele wereld verkocht en bleven zelf na de overschakeling op elektronische codeertoestellen in gebruik. Meer technische details over deze machine vind op deze pagina. U kunt een BC-52 simulator downloaden op deze pagina. De CX-52 RT had een bandlezer om vijf-bits one-time tapes te lezen. Een andere ontwikkeling, gebaseerd op de 52 serie was de PEB machine, ontworpen om het coderen van Telex verkeer eenvoudiger te maken. Dit was een combinatie van een aangepast BC-52 model, BC-621 genoemd, verbonden met een PEB-61 tape perforator en lezer. |
|
Op vraag van de Franse Gendarmerie werden twee klein zakmodellen, CD-55 en CD-57, ontwikkeld. Invoer en uitvoer van de tekst bestond uit een ring met alfabet en een draaiende schijf in deze ring. Het alfabet werd voortbewogen door met de duim een hefboom in te drukken. De verschuiving van het alfabet hing af van de instelling van 6 kleine pinwielen, gelijkaardig aan maar kleiner dan die van de C machines. De CD-55 en CD-57 waren compatibel met een aangepaste versie van de C machines. Ongeveer 12.000 van deze pocket machines werden aan verscheidene landen verkocht.
Hagelin CD-57 |
Na het stopzetten van het te dure alles-in-één prototype TMX Ciphering Teleprinter besliste Hagelin in 1948 om de Telecrypto machine te ontwikkelen. Dit was een on-line cryptografisch apparaat, verbonden tussen een standaard teleprinter en de lijn, die de Telex signalen in real-time kon vercijferen. De eerste machine was de T-52 en had 6 vaste pinwielen en een trommel met 2 x 12 schijfregels, gelijkaardig aan het C-36 model. De T-52 werd in serie geproduceerd van 1953 tot 1954.
Zijn opvolger, de T-55, was voorzien van 6 verwisselbare pinwielen en een trommel met 22 schuifregels, gelijkaardig aan de C-52 serie. De T-55 had een tape lezer die supervercijfering kon uitvoeren. Dit was een combinatie van de normale vercijfering met daarbij nog een vercijfering met one-time-tape. De T-55 werd geproduceerd tot 1956.
| Hagelin deed
onderzoek naar verschillende manieren van
mechanische vercijfering en ontwikkelde meerdere
prototypes. Zo was er de speciale versie van de
C-36 die het principe van Autokey vercijfering
gebruikte. Deze had een tweede trommel, met
tandwielen verbonden aan de afdrukeenheid. Het
toestel kwam nooit in productie vanwege de
problemen, eigen aan het Autokey principe, om het
bericht te reconstrueren wanneer er tijdens het
overseinen een fout of storing optrad. Bij
Autokey bepalen de reeds vercijferde letters mee
hoe de volgende letters vercijferd worden. Eén
enkel fout door de operator of een slechte
verbinding is fataal voor de rest van het
bericht. De TMX-53 was een vercijferende teleprinter waarvan de ontwikkeling werd afgebroken omdat Crypto AG niet kon concureren met de grotere teleprinter firma's. In plaats daarvan richtte Crypto AG zich op de ontwikkeling van de hierboven beschreven Telecrypto machines die werd aangesloten op een standaard teleprinter. De HX-63 was een geavanceerde elektromechanische rotormachine . De HX-63 had 9 rotors met 41 doorverbindingen waarvan de overbodige doorverbindingen teruggekoppeld waren aan de buitenkant van het rotorgedeelte (vergelijkbaar met de KL-7 ADONIS). Alle verbindingen konden herschikt worden en de rotors hadden een onregelmatige stapbeweging zoals de C-52 serie. Dit alles samen leverde een ongelofelijke sleutelcombinatie van 10600. De productie van de HX-63 werd afgebroken door de ontwikkeling van volledig elektronische codeermachines. De CBI-53 was een random number generator met printer met 40 afdrukwielen en mengkamers waarin 26 stalen balletje zaten waarvan er één iets dikker was. Na het mengen werden de balletjes in een buisje gegoten tot het dikke balletje het buisje blokkeerde. Het aantal balletjes werd mechanisch vertaald in de beweging van het afdrukwiel. Na de omschakeling van mechanische en elektromechanische codeermachines naar elektronische toestellen bleef Crypto AG tot op heden een leidende rol spelen en ontwikkelde diverse toepassingen zoals de H-4605, HC-520, de SECOS radio's, MULTICOM radio vercijfering, beveiliging van satellietverbindingen en IT solutions. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Afbeeldingen met vriendelijk
toestemming van John Alexander, Leicester.
Boris Hagelin, The Story of Hagelin Cryptos.
| Home Menu |