CODEERMACHINES EN CRYPTOGRAFIE
SWL - Shortwave Listening
Home


Wat is SWL?

SWL of Shortwave Listening is het ontvangen van publieke kortegolfzenders (broadcast) en radioamateur stations (HAM) in het frequentiebereik 1,8 tot 30 MHz (160m tot 10m band), ook wel de KG (Korte golf) of HF (High Frequency) band genoemd. De combinatie van ontvanger, antennes en propagatie maken van SWL een fascinerende en soms technisch uitdagende hobby.

Deze webpagina legt uit hoe je kortegolfstations kan ontvangen met een goede digitale ontvanger in de prijsklasse van 200 Euro, hoe je de ontvangst aanzienlijk kan verbeteren door het maken van een buitenantenne, hoe je ruis kan verminderen door het correct voeden van de antenne naar de ontvanger en hoe, wanneer en op welke frequentie je de vele stations kan ontvangen. Met slechts beperkte technische vaardigheden kan je een volledig antennesysteem bouwen voor minder dan 100 Euro.

Eens je de grondbeginselen van SWL onder de knie hebt zal je de fascinerende wereld ontdekken van radiosignalen die de wereld rond reizen. Je zult de meest exotische stations ontvangen, gesprekken horen tussen radioamateurs van over de ganse wereld en de ideale tijd en omstandigheden leren kennen om de meest afgelegen stations te vangen.

Je bepaalt zelf hoe moeilijk of duur je SWL wilt maken. Vergelijk het met vissen. Een krachtig 300.000 Watt publieke kortegolfzender vangen is vrij makkelijk, zelfs wanneer die zich aan de andere kant van de aarde bevind. Een klein amateur-radio station onderscheppen dat met slechts 50 of 100 Watt vermogen zend op duizenden kilometers afstand kan een ware uitdaging blijken.

Sangean ATS 909X

Mijn Sangean ATS 909X kortegolf ontvanger (klik om te vergroten)

De meeste SWL's loggen de ontvangen stations. Daardoor kunnen ze gemakkelijk analyseren op welke frequenties ze een bepaald station of signalen uit een bepaald land best kunnen ontvangen.. Elk nieuw station of land is een nieuwe trofee voor hun SWL log. Veel SWL's versturen ook signaal rapporten, zogenaamde SQL kaarten, naar de stations die ze ontvingen. Door de kwaliteit en leesbaarheid van het signaal op hun locatie te rapporteren helpen ze radioamateurs de kwaliteit en het bereik van hun zenders en antennes te beoordelen.

Radioamateurs en sommige publieke kortegolfstations antwoorden op deze QSL kaarten door hun eigen QSL kaart terug te sturen als bevestiging. Deze QSL kaarten zijn er in allerlei eigen ontwerpen en kleuren maar bevatten allen een standaard formaat voor het rapporteren van het signaal (RST of SINPO). SWL's en radioamateurs verzamelen dikwijls QSL kaarten vanuit de ganse wereld. Radioamateur organisaties bieden gratis wereldwijde verzending via post aan voor hun HAM en SWL leden. Je kunt overwegen om zelf lid te worden van je lokale radioamateur organisatie.

Voor vele radioamateurs was het luisteren naar kortegolfstations hun eerste kennismaking met HAM en een eerste stap naar hun zendlicentie. SWL is inderdaad de ideale introductie in radioamateurisme omdat je vertrouwd word met de HAM banden, radioprocedures en propagatie. Er zijn echter net zo veel SWL's die nooit radioamateur worden maar blijven genieten van het ontdekken van de wereld via radiogolven. Aan de ander kant zijn er radioamateurs hun hele leven af en toe blijven SWL-en om hun ontvangstvaardigheden aan te scherpen of nieuwe antenneontwerpen te testen.

Een ontvanger kiezen

Er zijn vele types en merken kortegolfontvangers, ook wel wereldontvangers genoemd. Helaas zijn er heel veel niet geschikt. Koop nooit die analoge of digitale radio's van 50 Euro die je de wereld beloven. Met wat geluk ontvang je een paar sterke publieke kortegolfzenders en wat middengolf of langegolf stations, maar meer niet. Wat zijn nu de vereisten voor een goede kortegolfontvanger?

Je hebt een digitale ontvanger nodig met volledig bereik van de korte golfbanden van 1,8 tot 30 MHz. Volledig bereik betekend dat het mogelijk moet zijn om eender waar in het frequentiebereik af te stemmen (veel kortegolfradio's kan men enkel afstemmen op de frequentiebanden voor publieke zenders en niet de frequenties er tussenin). Als je wilt SWL-en naar radioamateur HAM stations is het essentieel dat de ontvanger buiten de gewone AM mode ook SSB (Single Side Band, zowel LSB and USB) bezit. Het moet mogelijk zijn om de frequentie manueel in te stellen, zowel via cijfertoetsen als via een draaiende afstemknop die een functie bezit voor fijnafstemming. Zonder SSB en fijnafstemming is het onmogelijk om HAM stations te ontvangen aangezien die niet in de normale AM mode werken. Het geheugen van de ontvanger (hoe meer hoe liever) dient zowel de frequentie, fijnafstemming als mode (AM, USB, LSB) van stations te kunnen opslaan. Een Gain knop, om zwakke signalen te versterken of over-modulatie of storingen te verzwakken evenals DSP (Digital Signal Processing) zijn zeer aanbevolen en Sync Detectie zou een mooie aanwinst zijn.

Tenslotte moet je ontvanger absoluut voorzien zijn van een aansluiting voor een externe antenne zonder een dergelijk aansluiting kunt u geen gebalanceerde lijn of transformator gebruiken). De wetten van de fysica voor radiogolven en antennes zijn eenvoudig: je hebt grote antennes nodig voor een goede ontvangst van kortegolfstations (veel groter dan voor je FM radio) en zonder externe aansluiting voor je antenne worden je mogelijkheden zeer beperkt. Wanhoop echter niet, het is gemakkelijk om zelf eenvoudige draadantennes te maken die de ontvangst sterk verbeteren! We zullen dit verderop uitleggen.

Er zijn verschillende uitstekende kortegolfontvangers voor een redelijke prijs op de markt te vinden, geproduceerd door Sony, Sangean, Grundig or Degen, om enkele merken te noemen. Natuurlijk kan je ook professionele ontvangers kopen van o.a. Icom, Elecraft, Yaesu of Kenwood, maar die brengen je algauw in de +1000 Euro prijsklasse. Het is niet mijn doel om hier een specifiek merk of model te promoten en het is aan jou om een ontvanger te kiezen die best aan jouw vereisten voldoet.

Voor SWL gebruik ik momenteel zelf de Sangean ATS 909X, een uitstekende en degelijk gebouwde ontvanger met al de vereiste kenmerken. Zijn ontvangst gevoeligheid is superieur in zijn prijsklasse (ik betaalde 199 Euro) wanneer hij is aangesloten op een externe antenne. Er zijn Internet fora waar gebruikers de 909X fantistisch vinden, maar ook fora waar men de 909X doof noemt op de kortegolfbanden?! Mijn SWL logs en video's tonen echter dat de 909X verre van doof is, maar opnieuw, denk niet dat je verafgelegen zwakke radioamateur stations kan ontvangen met enkel je sprietantenne, welk merk van radio je ook koopt. De 909X is bovendien een uitstekende FM radio met superieure geluidskwaliteit (incl. RDS/RDBS/PS/PTY/CT) en heeft allerhande externe aansluitingen (antenna, aux in, rec line out met remote, hoofdtelefoon) en een externe voeding met goede onderdrukking van storing via het net. De batterijen worden automatisch in de radio opgeladen. Voor vragen over de 909X kan je contact met me opnemen via mijn web mail.

De Antenne

De meeste goede draagbare kortegolfontvangers worden geleverd met een externe draadantenne. Zulke antennes bestaan meestal uit een spoel met zo'n 6 meter draad, aangesloten via een 3,5 mm stekker (type audio). Deze externe antenne zal de ontvangst al aanzienlijk ontvangen en maakt het mogelijk om vele publieke zenders en enkele HAM stations te ontvangen. Verwacht echter geen mirakels met je wipantenne op een korte externe antenne bij gebruik binnenshuis.

Als je de ontvangstgevoeligheid sterk wil verbeteren op de HF banden kan je op eenvoudige wijze een zogenaamde end-fed longwire of random-wire antenna maken. Neem een 21,5 meter lange dunne draad (0,5 of 1 mm) van geëmailleerde koper of soepele geïsoleerde elektriciteitsdraad en soldeer die draad aan de tip-aansluiting van een 3,5 mm audio-stekker. Als je ontvanger zo'n externe aansluiting niet heeft (echt wel noodzakelijk) of je hebt de juiste stekker niet, dan kan je de draad vastmaken aan je (uitschuifbare) wipantenne van de ontvanger, bijvoorbeeld met een krokodillenklem. Het verschil zal reeds opmerkelijk zijn!

Helaas zullen zulke antennes, rechtstreeks aan de ontvanger gekoppeld, niet alleen het goede signaal maar ook de ruis verhogen, vooral bij gebruik in gebouwen. Huizen zijn een grote bron van storende signalen van TV, computer, lichtdimmers en vele andere elektrische apparaten, en het elektrische net werkt als een perfecte antenne om allerhande storingen (en storingen van je buurman, dank u) te verspreiden in jouw huis en andere gebouwen. Ga maar eens rond met je ontvanger in je huis en beweeg de wipantenne nabij werkende apparaten en je zult begrijpen wat we bedoelen.

Nu kan je misschien denken het probleem van storingen en ruis op te lossen door een coaxkabel te gebruiken tussen radio en antenne (met de coax afscherming aan de radio masse verbonden). De lage impedantie van de coax, gewoonlijk 50 of 75 Ohm, zal het signaal echter merkelijk verzwakken! Dit komt omdat de lage impedantie van de coax als een kortsluiting werkt voor de zeer hoge impedantie van de eind-gevoede draadantenne. Als je enkel een eenvoudige draadantenne gebruikt, sluit die dan nooit aan via een coaxkabel tenzij je ook een transformator of zogenaamde balun gebruikt (zie hieronder bij 'Transformator')!

Desondanks zal een eenvoudige 21,5 meter lange draadantenne al een hele verbetering zijn. Als je niet veel plaats hebt of een grote tuin voor het plaatsen van een grote vaste buitenantenne, dan is dit de beste optie voor jou. Let wel op! Zulke eenvoudige draadantennes kunnen bij permanente bevestiging in open lucht statisch geladen zijn. Een statisch geladen draad aansluiten kan je ontvanger beschadigen. Het is verstandig om de antenneaansluiting even te aarden of in contact te brengen met een groot metalen voorwerp om de statische lading te laten wegvloeien alvorens deze op de radio aan te sluiten. Voorzichtigheid is een goede gewoonte.

Onderaan deze pagina vind je een video van mijn 909X die op de 40-meter band HAM stations ontvangt met een simpele draadantenne, slechts 2 meter boven de grond! Helemaal niet slecht, maar als je een mooie grote tuin hebt, blijf dan verder lezen en maak jezelf gelukkig met een degelijk antennesysteem.

Zelfbouw van een goed antennesysteem

WAARSCHUWING

Buitenantennes worden beschouwd als elektrische installaties die moeten voldoen aan veiligheidsvoorschriften die kunnen variëren naargelang het land waar u woont. Informeer bij uw lokale overheid, brandweer en woning-verzekeringsmakelaar naar de voorschriften aangaande constructie van buitenantennes, reglementaire aarding van antennes en aansluiting van radioapparatuur op het elektriciteitsnet. U kunt mogelijk aansprakelijk gesteld worden voor de schade die werd veroorzaakt door uw installatie (bliksem, brand, verwondingen) indien de installatie niet voldoet aan de voorschriften.

De antennesystemen op deze pagina zijn enkel voor ontvangstdoeleinden met een draagbare ontvanger die gevoed word door baterijen of verbonden is met het elektriciteitsnet via een adapter met galvanisch gescheiden transformator zonder aardaansluiting (niet het elektronisch type adapter).

Voor goede ontvangst hebben we zowel een goede ontvanger als een degelijk antennesysteem nodig. Zelfs de beste ontvanger is nutteloos zonder een goede antenne. Bemerk wel dat er een belangrijk verschil is tussen "antenne" en "antennesysteem": de antenne haalt de radiosignalen uit de lucht, het antennesysteem is de uitgebreide installatie die de signalen in goede conditie naar de ontvanger brengt.

Nu is er dikwijls enige misverstand over antennes. Als je een antenne hebt met de juiste lengte en vorm kan je deze nooit beter of meer laten ontvangen. Wat je wel kunt doen is de antenne in de ideale positie plaatsen om signalen te vangen en het ruisniveau zodanig reduceren dat het signaal beter verstaanbaar is. De signaal-ruis verhouding is wat de verstaanbaarheid bepaald. Zelfs zeer zwakke signalen kunnen duidelijker zijn dan sterke signalen als ze minder ruis bevatten: je verhoogt in dat geval simpelweg het volume. Als je echter te veel ruis ontvangt zal het verhogen van het volume ook de ruis verhogen, ook al heb je een sterk signaal. Het goede nieuws is dat iedereen met een beperkte kennis van solderen een goed antennesysteem kan bouwen met uitstekende ontvangst voor minder dan 100 Euro. Je dient niet vertrouwd te zijn met elektronica of radiotechnologie.

WAARSCHUWING! De antennesystemen, beschreven op deze pagina, zijn enkel geschikt voor ontvangstdoeleinden en mogen nooit gebruikt worden om te zenden. De gebruikte ringkern transformators zijn niet geschikt om het zendvermogen te verwerken en de impedantie van het systeem is niet aangepast aan de uitgang van de zender.

Hieronder het schema voor de populaire long-wire (lange-draad) antenne: de draadantenne is verbonden met een 9:1 transformator, ook UNUN (Unbalance to Unbalanced) genoemd, die geaard is met een 2,5 meter lange koperen buis die in de grond werd gedreven. De 9:1 transformator verlaagt de zeer hoge impedantie van de eind-gevoede draadantenne naar een impedantie die geschikt is voor zowel coax als ontvanger. De voedingslijn transporteert het signaal naar een aansluitingsbox op de muur. Van daar brengt een coax het signaal naar de 3,5 mm antennestekker (type audio) voor de ontvanger. De aarding van de transformator, en optioneel van de ontvanger, zijn verbonden met de aardingsbuis via de kortst mogelijke kabels, allen zo dicht mogelijk bij de ingang van de coax in de woning.

In de woning is de coax, die van de transformator komt, verbonden met de aansluitingsbox via een BNC chassis connector die op zijn beurt verbonden is met een tweede BNC chassis connector vooraan de box. De eenvoudigste manier om de externe antennestekker op de coax aan te sluiten is gebruikt te maken van een kleine box met aan één kant een BNC chassis connector die in de box gesoldeerd is aan de bedrading die naar de antennestekker gaat. De coax afscherming is verbonden met de massa van de stekker en de coax kern gaat naar de tip van de stekker.

Als de ontvanger een aparte aarding heeft, dan kan deze verbonden worden met de aardingsaansluiting op de box. Het is sterk aanbevolen om één enkel aardingspunt te gebruiken, de aparte delen van het antennesysteem aan dat ene aardingspunt aan te sluiten, elk met zijn eigen dikke koperkabel of een platte geweven aardingskabel en alle kabels zo kort als mogelijk te houden.

WAARSCHUWING: dit is hoe de externe aansluiting van de antenne werkt bij mijn Sangean ATS 909X en bij enkele andere merken. Andere ontvangers hebben mogelijk een ander type stekker of andere bedrading van de stekker! Informeer jezelf over het correct aansluiten van een externe antenne op uw radio. Ik ben niet verantwoordelijk voor eventuele schade, veroorzaakt door verkeerd aansluiten van een antenne.

Steek de 3,5 mm antennestekker nooit in een andere (audio) bus! De antennestekker en audiostekker zijn mechanisch identiek maar ik weet niet wat dit kan doen met je radio, aangezien de transformator uitgang LF en DC signalen virtueel kortsluit. Ik stak de antennestekker enkele keren per ongeluk in de audio uitgang van mijn 909X (dommerik) zonder enige schade, maar vermijd dit echter ten allen tijde. Je kunt eventueel een flashy waarschuwingslabel aan de antennekabel bevestigen, vlak bij de stekker, aangezien onze hersenen geconditioneerd zijn om zulke 3,5 mm audio stekkers altijd weer in een audio bus te steken.

De RF aarding

Het eerste werk is de constructie van onze RF (Radio Frequentie) aarding. Zonder deze aarding kan de stroom niet door de primaire wikkeling van de transformator lopen. Eens deze aarding klaar is en we onze transformator gemaakt hebben kunnen we de eerste test uitvoeren met de antenne.

De aarding is een 2,5 meter lange koperen buis met een diameter van zo'n 20 mm, zoals je deze vind in je lokale zelfbouwmarkt (gebruik blank koperen buis!). Als je het materiaal en geld hebt mag je langere buizen gebruiken met een grotere diameter. Kies voor de aarding een plaats waar regen gemakkelijk in de grond kan dringen. Tracht plaatsen te vermijden waar beton, grote planten of bomen staan, omdat deze het grootste deel van het water absorberen en de grond hierdoor niet genoeg zal geleiden voor het antennesysteem. Je kunt eventueel de grond een beetje laten aflopen naar de aardingsbuis toe, om het regenwater er naartoe te leiden.

De aardingbuis wordt 2,5 meter diep in de grond gedreven. Probeer dit niet te doen met een hamer (en de buis uiteindelijk te plooien). Er is een veel eenvoudigere methode met waterkracht! Neem een stuk plastic darm waarvan één kant verbonden is met een standaard tuinslangkoppeling en de andere kant over de koperbuis geschoven en met een spanring vastgemaakt. Sluit het geheel aan op de tuinslang, open de waterkraan en duw het einde van de koperbuis (waar het water uit sproeit) in de grond. Door de waterdruk zal de buis met weinig moeite in de grond zakken. Oh, en draag laarzen of slippers want het wordt nogal nat!

Ik slaagde er in om mijn koperen buizen volledig in de grond te drijven in minder dan twee minuten! Ik kwam een kleilaag tegen maar met wat porren kwam ik daar zonder problemen door. Je zult verbaasd zijn hoe snel het gaat! Gebruik aardingskabel (platte geweven koperen batterij kabel) of verschillende getwiste dikke koperen draden om de koperen buis op het antennesysteem aan te sluiten. Verbind de aardingskabel met een speciale elektrische aardingsklem met de koperen buis of wikkel de kabel verschillende keren rond de buis en soldeer deze met een grote soldeerbout of gasbranden stevig aan de buis. Dicht de verbinding met dichtingsmiddel en/of krimpkous om de verbinding waterdicht te maken.

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSWAARSCHUWING: gebruik NOOIT de aarding van de elektrische installatie of een 220V stekker in de woning als RF aarding. Dit is zowel idioot gevaarlijk en de slechtste RF aarding die er is, vol van stoorsignalen. Als je geen geschikte grond hebt om de koperen buis in te steken kan je overwegen om koperen draad-radialen horizontaal in de bovengrond of aan te oppervlakte te leggen. Deze koperdraden moeten onder de antenne lopen en dienen als virtuele aarde. Op het internet vind je verdere info over RF radialen.

De Transformator

De belangrijkste functie van de 9:1 transformator (dit type wordt ook Unun of unbalanced to unbalanced genoemd) is het verlagen van de zeer hoge impedantie, typisch voor een end-fed longwire, naar een lage impedantie, geschikt voor de ontvanger. Een interessante eigenschap van dit type transformator is dat de primaire winding recht naar de aarding gaat waardoor de opbouw van statische energie in de antenne onmogelijk is.

Je kunt zulke Unun transformators kopen, maar die kosten algauw meer dan 30 Euro en de meesten hebben - helaas - geen aparte aansluiting voor de aarding. Voor enkel ontvangtdoeleinden kan je zo'n transformator maken voor minder dan 5 Euro. Het duurste onderdeel is waarschijnlijk de behuizing. Ik gebruikte een professionele box, maar je kan net zo goed een pillendoosje of een kort stuk PVC waterbuis met twee stops gebruiken. Zorg er wel voor dat alles waterdicht is. Er zijn genoeg DIY constructievoorbeelden voor Unun's te vinden op het internet.

Zelf een transformator maken klinkt erger dan het is. Eerst dien je een geschikte ferriet ringkern te vinden. Voor ontvangstdoeleinden zijn het materiaal van de kern, afmeting en wikkelingen veel minder kritisch dan voor zenden. Je kunt zulke ringkernen (geschikt voor HF transformators) in goede elektronicawinkels of op het Internet vinden. Als je echt, echt, geen ringkern te pakken krijgt, kan je de ferrietstaaf uit een oude radio slopen. Dit zal ook werken als transformator maar je zult dan moeten experimenteren met de wikkelingen. Ringkernen zijn echter betere transformators die ook immuun zijn voor elektromagnetische storing vanwege hun ronde cirkelvorm.

Hier in Europa verkoopt Conrad Electronics de 23 mm ringkernen art# 500671 voor enkele Euro's. In tegenstelling tot de afbeelding op hun website zijn ze netjes blauw gecoat en van goede kwaliteit. Ik gebruik deze ringkernen en, zoals je kunt zien in mijn SWL log hieronder, doen die hun werk prima! Je kunt 0,5 of 1 mm geëmailleerde koperdraad gebruiken (de laatste blijft beter zitten maar is wat krap in de ringkern). Alvorens te wikkelen meet je de omtrek van één wikkeling op de kern en vermenigvuldigt deze lengte met 24. Doe er zo'n 20 cm extra bij om de transformator later aan te sluiten.

We hebben 24 wikkelingen nodig voor de primaire (grote) wikkeling, verdeeld over drie maal 8 windingen. Wikkel de draad dicht tegen de kern en verdeel de 8 wikkelingen over de hele omtrek van de kern (zie A). Plooi de draad goed rond de randen van de kern om hem dicht bij de kern te houden. Ga voorbij het startpunt van de draad en wikkel een tweede reeks van 8 wikkelingen, net naast de vorige acht wikkelingen, en wikkel tenslotte een derde reeks van 8 wikkeling, weerom tegen de vorige wikkelingen aan (het resultaat moet eruit zien als B). De secundaire (kleine) wikkeling bestaat slechts uit 8 wikkelingen. Je start aan de tegenovergestelde kant van de ringkern en wikkelt de 8 wikkelingen netjes naast de primaire wikkeling over de volledige kern (zie C) totdat je terug aan de tegenovergestelde kant komt.

Sommigen wikkelen deze zogenaamde quadfilar ringkernen met vier afzonderlijke draden tegelijk waarna de afzonderlijke delen samen gesoldeerd worden. Voor zulke kleine ringkernen vind ik het persoonlijk gemakkelijker om één draad per winding te gebruiken. Een goede raad: start met een koperdraad die lang genoeg is!

Klaar? Proficiat, je hebt net een quadfilar 9:1 transformator gemaakt. Niet zo moeilijk. Vergeet niet de primaire en secundaire wikkelingen te merken zodat je ze niet verwisselt! Nu dat je eerste gestreepte donut klaar is, en voor hem in de behuizing te monteren, kan je best al eens snel testen. Soldeer één draad van de primaire (grote) wikkeling, één draad van de secondaire (kleine) wikkeling en twee testdraden tezamen (schraap het email eraf alvorens te solderen). Eén van de testdraden gaat naar de aarding en één wordt gesoldeerd aan de massa van een 3,5 mm stekker. De vrije draad van de primaire wikkeling gaat naar de antenne en de vrije draad van de secondaire wikkeling gaat naar de tip van de 3,5 mm stekker.

Hang de draadantenne buiten op, steek de antennestekker in de externe antenne bus van de ontvanger en test alle HF banden eens uit. Normaal zullen de 24 en 8 wikkelingen op de ringkern alle HF banden goed afstemmen. Indien echt noodzakelijk kan je het aantal wikkelingen aanpassen (hiervoor moet je alles opnieuw wikkelen!) met meer wikkelingen om de lagere frequenties te benadrukken en minder wikkelingen voor de hogere frequenties. Behoud wel de 3 op 1 verhouding tussen primair en secundair (dit geeft een 9:1 transformatie).

Als je tevreden bent met het resultaat kan je alles terug los solderen en de ringkern in een waterdichte box monteren. Soldeer de ringkern aansluitingen aan de connectoren (soldeervet maakt het gemakkelijker): soldeer één draad van de primaire wikkeling één draad van de secundaire wikkeling en de massa (chassis) van een BNC connector allemaal samen met de aansluiting voor de aardingsbout. De tweede draad van de primaire wikkeling gaat naar de antennebout en de tweede draad van de secundaire wikkeling soldeer je aan de pin van de BNC connector.

Constructie van de antenne

De antenne is 21,5 meter dunne koperdraad (staaldraad kan ook maar koper heeft betere eigenschappen). Je kunt gewone soepele elektrische koperdraad (1 of 2 mm doorsnee) gebruiken of copperweld antennedraad (de laatste is sterker dan koperdraad en rekt minder uit). Gebruik geïsoleerde draad vanwege zijn bescherming van het koper tegen zon en vervuiling. De gebruikte lengte is ideaal voor de 20 meter HAM DX band (14 MHz) en een compromis voor goede ontvangst op de lagere en hogere kortgolffrequenties. Als je draad met zwarte isolatie gebruikt heb je een antenne die vrijwel onzichtbaar is. Antennemasten of bomen die in het landschap van de tuin opgaan zijn een pluspunt (mijn vrouw houdt van tuinen en haat antennes, maar ze heeft nog niet geklaagd...tot nu toe).

De antenne is bevestigd aan twee isolators die aan nylon trekkoorden (3 a 4 mm) hangen. Aan een kant van de antenne gaat het trekkoord door een katrol naar beneden waar een klein gewicht de antenne strekt (bewegend koper breekt vroeg of laat). Kies een gewicht dan de antennedraad enkel strekt om niet te veel te bewegen maar niet veel strekt tot het breekpunt (ik gebruikte 2 Kg gewicht). Aan de andere kant van de antenne is het koord vastgemaakt aan de mast en de geïsoleerde antennedraad gaat verticaal naar beneden naar de 9:1 transformator.

Plaats de transformator niet bovenaan de mast (zoals velen doen met hun balun voor end-fed antennes) aangezien je een goede - korte - aarding nodig hebt voor transformator. Als je hem bovenaan de mast plaatst, zal de lange aardingskabel bijkomende storing oppikken omdat die fungeert als tweede antennepool. Tracht evenmin het verticale gedeelte van de antennedraad te vervangen door een coax waarvan de afscherming geaard is, in een poging om het actieve deel van de antenne bovenaan te houden. Het lijkt een goed idee maar helaas zal de lage impedantie van de coax de zeer hoge impedantie van de antenne virtueel kortsluiten en het signaal sterk verzwakken.

Mast met Isolator en draadantenne bovenaan

Plaats één mast nabij de woning en één mast zo ver als mogelijk van de woning vandaan. De antenne dient minstens 5 meter boven de grond geplaatst te worden. Je kunt twee masten gebruiken of een grote boom (grote bomen deinen minder dan kleine in de wind) maar knoop de antenne nooit vast tussen twee punten zonder enig systeem om de spanning te regelen (katrol, veer). Anders zal de antennedraad snel breken wanneer de mast, boom of antenne beweegt door de wind.

Je kunt de isolators kopen of ze zelf maken. Witte plastic snijborden uit de keuken (5 mm dikte) zijn hiervoor ideaal. Je kunt zo'n isolator maken door twee ringen te zagen van 30 mm (met bvb boor met ronde zaagbladen) en ook twee afgeronde rechthoeken uit te zagen. Vervolgens boor je gaten in de rondes en de rechthoeken, plaatst de ringen tussen de twee rechthoeken en fixeer ze met twee boutjes. Ik boorde ook kleine gaatjes aan de zijkant om straps vast de maken voor het stuk draad dat naar beneden gaat.

Mijn persoonlijke antennesysteem

Zelf gebruik ik een licht gewijzigd antennesysteem voor SWL waarbij de antenne veel verder van de woning is geplaatst. De antenne is verbonden met een 9:1 transformator die geaard is met een 2,5 meter lange koperen buis. De voedingslijn, waarvan de afscherming zowel bij de transformator als bij een tweede koperen buis nabij de woning geaard is, transporteert de signaal naar de ontvanger waar een tweede 1:1 transformator de voedingslijn ontkoppelt van de ontvanger.

De eerste transformator, bij de antenne, is identiek aan de transformator van het vorige schema. De tweede transformator wordt gewikkeld op dezelfde wijze maar is eenvoudiger daar hij slechts twee keer 8 wikkelingen heeft. Gebruik een kleine 11 mm ringkern en wikkel 8 wikkelingen 0.5 mm geëmailleerde koperdraad over de volledige omtrek van de ringkern. Vervolgens wikkel je nog eens 8 wikkelingen vlak naast de vorige wikkelingen maar start je aan de tegenovergestelde kant van de kern. Beide ringkernen zijn van Conrad: artikel# 500671 (grote 26 mm kern aan antenne) en 500587 (kleine 11 mm kern aan ontvanger)

9:1 transfo (26mm) klaar voor gebruik.
Zware aardingskabel links en de
F-bus/BNC met krimpkous onder

Zelfgebouwde weersbescherming
met ventilatiekoepel tegen condens.
Ja, 't is Tupperware!

Tweede transformator (11 mm) in zijn behuizing
(klik om te vergroten)

Ik gebruikte een klein stuk 5/8 PVC buis met twee stoppen om de kleine ringkern in te stoppen. Klein, slank en licht. Eén kant (maakt niet uit welke) is verbonden met de BNC connector. Aan de andere kant dien je een trekontlasting te maken (bvb met enkele straps binnenin) om te vermijden dat aan de gesoldeerde aansluitingen word getrokken.

De tweede transformator is verbonden met de 3,5 mm stekker voor de externe antenne-aansluiting. Soldeer één draad van de secundaire wikkeling (het maakt niet uit welke) aan de tip van de stekker en de ander aan de massa van de stekker. Je kunt gewone audio kabel gebruiken voor dat laatste stuk tot aan de stekker aangezien de gebalanceerde lijn geen storing oppikt. De kabel tussen transformator en ontvanger mag tot een metertje lang zijn. Indien beschikbaar, gebruik je best een haakse 3,5 mm stekker omdat die de bus van je ontvanger minder belast. Tip: een stekker met de audiokabel er al aan bevestigd (van een oude hoofdtelefoon of zo) is eenvoudig en steviger dan een zelf gesoldeerde stekker.

WAARSCHUWING: nogmaals, dit is hoe de externe aansluiting van de antenne werkt bij mijn Sangean ATS 909X en bij enkele andere merken. Ander ontvangers hebben mogelijk een ander type stekker of andere bedrading van de stekker! Informeer jezelf over het correct aansluiten van een externe antenne op uw radio. Ik ben niet verantwoordelijk voor eventuele schade, veroorzaakt door verkeerd aansluiten van een antenne.

Een coax kabel verbindt de eerste transformator met de aansluitngsbox binnen. Je kunt elke 50 of 75 Ohm coax gebruiken. Voor ontvangstdoeleinden heb je geen professionele radio coax nodig. TV/Sat coax van goede kwaliteit met dubbele alu-folie afscherming is perfect (betere afscherming) en veel goedkoper.

Het is echter niet mogelijk om de afscherming van TV/Sat coax te solderen. In dit geval kan je een F-bus/BNC adapter gebruiken om de coax aan een BNC adapter te koppelen (beschikbaar in goede elektronica shops). Mijn TV/Sat coax is ongeveer 30 meter lang. Ik testte eerst de volledige 50 meters van de rol en er is absoluut geen verlies van signaal.

Steek de coax buiten in flexibele elektriciteitsbuis en begraaf hem zo'n 30 cm in de grond. Tracht één enkel stuk buis te gebruiken of lijm en/of tape de buisverbindingen zorgvuldig om indringen van water te voorkomen. Een andere veel duurdere optie is gebruik te maken van de zware zwarte TV/Sat coax voor buitengebruik.

Aan de buitenzijde van de muur gaan de coax en de tweede aarding naar een waterdichte box (laat een stuk over in de box als marge om te werken). De aansluitbox op de binnenmuur verbindt de twee vrouwelijke BNC connectoren.

De buitencoax (als je TV/Sat coax gebruikte heeft die een F-bus/BNC adapter) is verbonden met die box. Denk er aan om het gat door de muur te boren van binnen naar buiten en neerwaarts, om problemen met inkomend water te vermijden.

Ingangspunt van de coax met
de koperen aardingsbuis vooraan

Aansluitingsbox binnen met de coax
naar de tweede transformator

Binnenshuis kan je TV/Sat coax (die stijver is en een solide kern heeft die makkelijker breekt) of flexibele radio coax gebruiken. De keuze hangt af van het feit of je een vaste plaats hebt voor de radio of met de radio op verschillende plaatsen in huis werkt. Als je flexibele coax kiest gebruik je twee mannelijke BNC connectoren om de aansluitbox met de kleine transformator te verbinden.

Natuurlijk mag je zelf de methode van verbindingen kiezen die misschien meer geschikt zijn voor jouw situatie. Je kunt SO239/PL connectoren kiezen, zoals die gebruikt worden op transceivers. BNC connectoren in combinatie met een F-bus/BNC adapter kunnen vervangen worden door een F-Bus chassis type connector, hoewel ik persoonlijk BNC connectoren verkies. Voor laagvermogen aansluitingen en ontvangstdoeleinden vind ik BNC connectoren praktischer en makkelijke te verbinden en los te maken.

Wanneer, waar en hoe kortegolf luisteren

Als alles correct is samengebouwd heb je nu een echt antennesysteem. Je zult verbaasd zijn over het verschil! Gebruik eerst de bij de radio geleverde externe antenne en eens je bent afgestemd op een zwak station verwissel je tussen die antenne en je nieuw gebouwde antennesysteem. Als alles juist is zal je ondertussen wel al een grote smile op je gezichthebben.

Nu je een goede ontvanger en antennesysteem hebt kan je beginnen luisteren naar kortegolfstations. Stations vinden is echter niet altijd zo vanzelfsprekend. Je kunt niet eenvoudigweg wat gaan draaien aan de afstemknop en hopen dat je iets vind. De kortegolf band (1,8 - 30 MHz) is ingedeeld in verschillende banden van 160 tot 10 meter en de verschillende frequentiebereiken zijn toegewezen aan specifieke gebruikers. Deze kortegolfbanden worden aangeduid via hun golflengte.

De lengte van een radiogolf kan men berekening met de formule Golflengte = 300 / F (Golflengte in meters en Frequentie in MHz). Enkele voorbeelden: 30 Mhz = 10 m, 7.5 Mhz = 40 m en 1,8 Mhz = 160m band. Om praktische redenen zijn deze banden in grotere frequentiebereiken ingedeeld. Zo noemen radio amateurs de 14 MHz DX HAM band gewoonlijk de 20 meter hoewel de exacte golflengte 300/14 oftewel 21,4m is. Onthoud dat onder 10 MHz men gewoonlijk in LSB mode werkt en vanaf 10 MHz en hoger in USB mode. Als je de foutieve SSB mode gebruikt resulteert dit ofwel in een onverstaanbare Donald Duck ofwel een Barry White stem, echt waar! Natuurlijk is voor publieke kortegolfstations AM de gebruikte mode.

Hoe ver je kan communiceren of luisteren en hoe verstaanbaar een signaal is op een specifieke kortegolfband kan zeer sterk variëren, van uitstekend op 20.000 Km tot totaal geen communicatie (een zogenaamd gesloten band) op 500 Km, afhankelijk van het ruimteweer (activiteit zon, zonnevlekken, zonnevlammen), tijdstip van de dag (dag, nacht zonsopgang of ondergang, de grijze zone), het seizoen (winter, zomer) en atmosferische condities (skipzone). We kunnen de band condities schatten maar nooit een exacte voorspelling geven. Een bepaalde band die vandaag werkt kan morgen gesloten zijn, of vice versa. Als een band "gesloten" is schakelen radioamateurs natuurlijk om naar een andere band met betere condities. Voor succesvol kortegolf luisteren is het belangrijk de conditie van de banden te kennen en te begrijpen om welke band je moet luisteren. Het leuke van de kortegolf is dat je onder ideale omstandigheden de meest exotische stations kan ontvangen.

Mijn interesse gaat vooral naar de HAM (radioamateur) HF banden en de volgende informatie gaat vooral over het ontvangen van zulke stations. Natuurlijk is het ontvangen van publieke stations een beetje eenvoudiger gezien hun uitzendschema's op voorhand beschikbaar zijn. Voor mij is het zoeken naar HAM stations te vergelijken met vissen in open zee, met daar tegenover publieke zender die te vergelijken zijn met vissen in een visvijver. Je weet waar ze zitten en moet ze alleen nog zien te pakken krijgen. Met het antennesysteem dat ik gebruik hoor je bij elke draai van de afstemknop een nieuwe publieke zender luid en klaar. Van gevoeligheid gesproken! Toch kan het ontvangen van zwakke afgelegen stations toch een uitdaging zijn. Soms moet je de Gain knop van de ontvanger open draaien om een zwak station te horen en op andere momenten zijn er zoveel zenders of storing dat je de Gain moet terugdraaien.

De 20 meter band (14,2 MHz) en de minder gebruikte 17 meter band (18,1 MHz) zijn de meest populair banden voor DX-ing (ontvangen op grote afstand) met afstanden tot wel 20.000 Km. Helaas voor de schoonheidsslapertjes onder ons werken deze banden het best na zonsondergang. Wanneer propagatie goed is kan je echter heel wat DX stations tijdens de dag ontvangen. De 40 meter band (7,2 Mhz) reikt gewoonlijk niet zo ver maar werkt overdag zeer goed tot op enkele duizenden kilometers. Bij ideale propagatie condities zal zelf DX-ing op grotere afstanden goed lukken. De 80 meter band (3,5 Mhz) is een lokale band en reikt slecht enkele honderden tot duizend kilometers ver, hoewel zijn bereik tijdens de nacht en bij goede propagatie wel een beetje verder kan reiken. Zonsondergang is de periode dat alles erg chaotisch kan worden en je alles door elkaar hoort met soms zeerl veel ruis of storingen (de Gain knop terugdraaien kan dan wat helpen) maar eens de zon goed in slaap is word het fantastisch of de HF banden. Natuurlijk hangt alles af van het type antenne (draad, dipool, gericht) en het uitgestraalde vermogen van het zendstation.

Met wat ervaring leer je op welke frequentie, tijdstip van de dag en periode van het jaar je moet zoeken naar een station op een specifieke locatie. Je zult gauw genoeg leren niet vruchteloos te zoeken naar een Amerikaans station op de 80 meter band als je in Europa woont (lokale band) of 's avonds achter een Australiër te vissen (die ligt dan zacht te slapen in het midden van zijn nacht). Tijdsverschil is een belangrijke factor bij het inschatten hoe actief stations zijn in een specifiek gebied.

Radioamateur organisaties organiseren dikwijls DX wedstrijden (contests), meestal in het weekend. Dat zijn de momenten om veel HAM stations op te pikken. Een goede truck is om een "contest station" te vinden dat "CQ DX" verzend, de aanvraag om op lange afstand te communiceren. Wanneer die HAM geluk heeft kan jij ook wel eens geluk hebben en veel stations horen die zijn DX call beantwoorden. Dat is wat we DX jagen noemen! Soms hoor je special event stations, tijdelijk in de ether om een speciale gebeurtenis te vieren. Deze stations zijn de kers op je SWL taart. Informatie over contests en special events is te vinden op het Internet.

Het is een goede gewoonte een logboek bij te houden van de stations die je ontving, met vermelding van datum en tijd in UTC (wereldwijde standaard voor radiostations), locatie en kwaliteit van het signaal. Je kunt je eigen log creëren (bv. in Excel) of één van de vele HAM/SWL log programma's downloaden van het Internet. Wat je ook beslist, log die stations! Je zult er veel uit leren en het is leuk om bij te houden welke landen en afstanden je al hebt ontvangen. HAM operators gebruiken officiële wereldwijd geregistreerde oproepnamen of callsigns. Je kunt deze callsigns opzoeken op het Internet en zien waar een amateurstation zich bevindt en hoe ver weg dat dan is. Deze callsigns worden fonetisch uitgesproken bij elke oproep. Een lijst van de fonetische alfabetten kan je vinden in de SWL gids die ik samenstelde (zie onderaan bij links).

Onder radioamateurs is het rapporteren van de ontvangstkwaliteit gestandaardiseerd met de RST code. R staat voor Readability (1 tot 5), S voor Signal (1 tot 9) en T voor Tone (1 tot 9). De T wordt niet gebruikt bij spraakverbindingen. Als je een operator dus hoort zeggen "you're 5 over 7" of "you're 57", betekend dit dat het signaal perfect verstaanbaar is met een redelijk sterk signaal. Als het signaal zeer sterk is, meer dan 9 op hun signaalmeter, zeggen ze "59 plus 10" of "10 dB over 9". Er is ook een meer gedetailleerde SINPO rapport code. Het is bovendien zeer nuttig om vertrouwd te worden met de veelgebruikte internationale Q-codes van radioamateurs. Informatie over RST en SINPO rapporten en een lijst van Q-codes is te vinden in de SWL gids onderaan.

Natuurlijk zijn er ook dienststation (utility stations) tussen de gebruikelijke HF banden te beluisteren en is er niet alleen communicatie via spraak maar ook via Morse en allerlei verschillende soorten digitale signalen. Op het internet vind je vele - soms gratis - software om deze signalen te converteren in leesbare tekst op je computer (sluit je ontvanger via een audio scheidingstransformator aan op de audio ingang van je PC om storing te onderdrukken).

Ik hoop dat je net zoveel van SWL zult genieten als ik. De wereld van kortegolfsignalen is een interessante en uitdagende wereld. Het is aan jou om te beslissen hoe uitdagend en technisch je deze hobby maakt door zelfbouw van antennes en andere technische projecten en aanpassingen. Je kunt op het Internet zeer veel informatie vinden over antennesystemen, het maken van gevoelige richtantennes en het maken van je eigen balun transformators voor het optimaal aansluiten van antennes (de links hieronder zijn een goede start). De mogelijkheden zijn eindeloos. Veel geluk bij de jacht op signalen!

Ten slotte, als deze webpagina nuttig was voor het bouwen van je eigen antennesysteem, of als je bijkomende vragen of opmerkingen hebt, dan hoor ik graag je feedback. Dit kan via mijn web mail web mail of mijn gastenboek Gastenboek

VEILIGHEIDSWAARSCHUWING

Wanneer ze degelijk geïnstalleerd zijn hebben buitenantennes geen groter risico om getroffen te worden door bliksem dan andere hoge gebouwen of constructies. Desondanks kan een antenne altijd wel getroffen worden door bliksem of enorme stroomstoten verwerken door bliksem of statische ontlading in de nabijheid. In dat geval kunnen zelfs de beste voorzorgsmaatregelen onvoldoende zijn om schade of een levensbedreigende situatie te vermijden. Daarom dient u zich aan volgende eenvoudige regels te houden:

  • Gebruik nooit radioapparatuur tijdens onweer of bliksem
  • Ontkoppel steeds de antenne coax van de ontvanger wanneer onweer of bliksem te verwachten is
  • Ontkoppel alle radioapparatuur van het spanningsnet om schade aan de gevoelige elektronica te vermijden
  • Breng indien mogelijk de antenne naar grondniveau (voor draadantennes, gebruik een katrolsysteem zoal hierboven beschreven)

Verdere informatie op deze website

Externe links

SWL Video's

Om je een idee te geven wat je zoal kan ontvangen met een radio zoals de Sangean 909X en een deftige antenne kan je hieronder enkele video's bekijken. Deze zijn gefilmd op mijn locatie in Belgie. In deze video's probeer ik zoveel mogelijk stations op korte tijd te ontvangen zodat je een idee krijgt van wat de 909X zoal kan. Er is nauwelijks een betere manier om het bouwen van een goede antenne te promoten en te tonen hoe goed de 909X presteerd als SWL radio. Voor nog meer video's van de 909X in actie moet je zeker eens Senderjeager's Youtube Channel bezoeken...


Surfen op de 40 meter band (7.050 - 7.200 Mhz) voor amateurradio HAMstations om 16:00 UTC. Sangean 909X met end-fed longwire antenna 21,5m verbonden met 9:1 transformator, feedline TV/Sat Coax, 1:1 transformator aan input ontvanger. Aarding 2 x 2,5m koperbuis.
 
Surfen op de 20 meter band (14.100 - 14.350 Mhz) op zoek naar ham DX stations om 12:30 UTC. Ik ga snel op en neer de band omdat deze ham conversaties vrij kort zijn. Eveneens met de 909X met end-fed longwire antenna 21,5m verbonden met 9:1 transformator, feedline TV/Sat Coax, 1:1 transformator aan input ontvanger. Aarding 2 x 2,5m koperbuis.

Ten velde surfen op de 40 meter band (7.050 - 7.200 Mhz) op zoek naar HAM radioamateur stations. 17:00 UTC. De 909X buitenshuis met longwire antenne, 20 meter lange koperdraad, 0,5 mm, zonder aarding met de longwire slechts twee meter boven de grond.
 
Russisch kortegolf station "De Buzzer", een echt icoon van de Koude Oorlog, constant op uitzending sinds 1982. Het mysterieuze station zend 25 tonen per minuut, 24 op 24Hr sinds meer dan 30 jaar. De uitzending is slechts een paar keer onderbroken voor een kort spraakbericht met callsign UVB76 en recent met MDZhB. Dit overheids/militair station is nog steeds gehuld in totale geheimhouding en zijn doel is tot op vandaag onbeken. 18:15 UTC

Zoeken naar AM publieke stations op de 41 meter band. 20:16 UTC. Sangean 909X met longwire antenna en 9:1 transformator,
 
Op zoek naar AM publieke stations op de 31 meter band om 20:20 UTC. 909X met longwire antenna en 9:1 transformator,
Ik plan om meer video's toe te voegen van ham amateur en AM publieke stations op andere HF banden

Nog even geduld...
   


© Copyright 2004 - 2017 Dirk Rijmenants

Home