1917
|
|

M-94 |
De M-94 (CSP-448)
was een cryptografisch toestel, gebruikt door het
Amerikaanse leger. De M-94 bestond uit 25
aluminium schijven die als een cilinder op een as
geschikt werden. Elke schijf had een door elkaar
gehaald alfabet. Een bericht werd vercijferd door
de schijven te draaien totdat de klare tekst op
één lijn was ingesteld. Daarna werd de
cijfertekst afgelezen op een andere lijn. De
geheime sleutel was de volgorde van de
verschillende schijven. Hoewel de M-94 slecht een
beperkte veiligheid leverde was dit voldoende
voor tactische doeleinden. Hij bleef in dienst
tot 1943. [1] [2] [3] |
1918
|
|

Hebern |
De Hebern
machine, uitgevonden door Edward Hugh Hebern, was
de eerste rotor codeermachine die rotors met
interne bedrading had. Deze bedrading had het
effect van een substitutievercijfering. Het
belangrijkste verschil met een eenvoudige
substitutie was dat de rotor een stap draaide na
elke verwerkte letter, waardoor er telkens een
andere vercijfering werd uitgevoerd. Hoewel de
Hebern machine nooit een commercieel succes werd
door zijn beperkte cryptografische veiligheid
legde deze machine wel de basis voor veel
toekomstige codeermachines. [1] [2] [3] |
1920
|
|

Kryha |
De Duitse Kryha
was een volledig mechanische codeermachine met
twee alfabetschijven waarvan de binnenste een
variabel aantal stappen kon bewegen. Er was ook
een grotere elektrische versie. De Kryha werd
gebruikt door de Duitse diplomatie en Marconi
Engeland. [1] [2] [3] [4] |
1921
|
|

A-21 |
Arvid Damm
ontwikkelde de A-21 die gecommercialiseerd werd
door A.B Cryptograph (de voorganger van Hagelin
Cryptos). De A-21 heeft een draaiende drum waarop
26 alfabet strips in willekeurige volgorde kunnen
geplaatst worden. De 26 alfabet strips samen
vormen een gescrambled Vigenére vierkant met
alfabets in omgekeerde volgorde. Voor elke
vercijferde letter draaide de drum één strip
verder. Een gewoon referentie-alfabet is voor de
drum geplaatst en een ketting met lage en hoge
schakels stelde de positie in van het
referentie-alfabet boven één van de twee
momenteel zichtbare strips van de drum. [1] |
1923
|
|

Enigma B |
Reeds in 1918
vroeg de Duitse ingenieur Arthur Scherbius een
patent aan voor een codeermachine die hij Enigma
noemde. De machine gebruikte drie draaiende
rotors met hetzelfde principe als de Hebern
machine. In 1923 kwamen de eerste commerciele
versies op de markt, de typmachine versies Enigma
A en B. De uitvinding van de reflector en het
gebruik van lampjes in plaats van de zware
typmachine maakten nadien de ontwikkeling
mogelijk van de compacte Enigma C. [1] |
1925
|
|

B-21 |
In 1925
ontwikkelde de Zweed Boris Hagelin zijn eerste
codeermachine, de B-21. Het toestel gebruikt twee
rotors in een 5 x 5 grid systeem en pinnen op de
rotors regelden de beweging ervan. Het unieke
design van de pinwielen zou zeer populair worden
in veel opvolgers van Hagelin. [1] [2] De B-21 werd in 1932 aangepast tot de
B-211. [3] |
| |
De Duitse Marine
kocht de Enigma aan en noemde hem Funkschlussel
C. |
1927
|
|

Enigma D |
De Enigma D
verving de Enigma C, werd gecommercialiseerd in
verschillende versies en verkocht over de hele
wereld. Zwitserland kocht de Enigma K, Italië en
Spanje de Enigma D en Japan de Enigma T, ook
Tirpiz Enigma genoemd. Het berichtenverkeer van
al deze modellen werden gebroken door
verschillende inlichtingendiensten. [1] [2] |
1931
|
|

Enigma G |
De Abwehr,
Duitslands geheime dienst, nam de Enigma G
(Zahlwerk Enigma) in gebruik, een veiligere
versie waarbij de rotors worden aangedreven met
tandwielen. De Wehrmacht neemt de Enigma D over
en reviseerde hem in 1932 tot Enigma I. Deze
versie is de eerste die het stekkerbord gebruikt,
dat het aantal mogelijke instellingen enorm
verhoogt. Het is deze versie die bekend zou
worden als de beruchte WO2 Enigma. Nochtans
slaagde het Poolse Cijferbureau er reeds in 1932
in om het Enigma berichtenverkeer te kraken. Hun
kennis werd vlak voor de Duitse inval in Polen
overgedragen aan Franse en Britse cryptologen. [1] [2] [3] |
1935
|
|

C-35 |
Op vraag van het
Franse Cijferbureau ontwikkelde Hagelin de
draagbare C-35. Dit was de eerste pin-en-lug type
codeermachine. Vijf pinwielen, elk met een ander
aantal pinnen, bevolen schuivende regels op een
draaiende trommel. Deze trommel werd gebruikt als
tandwiel met een variabel aantal tanden,
afhankelijk van het aantal verschoven regels. De
trommel dreef een ring met reciproque alfabet aan
en het resultaat werd afgedrukt op een papieren
strook. [1] [2] |
1936
|
|

T-52 STURGEON
|
De Siemens &
HalskeT-52, STURGEON genoemd door Britse
cryptologen, was de eerste belangrijke
teleprinter codeermachine voor vercijfering op
hoog niveau in Duitsland. De STURGEON had 10
pinwielen die op een zeer complexe manier
voortbewogen. Het uitgangssignaal van de
kontakten die bevolen werden door deze wielen
werden gemixt met de teleprinter
uitgangssignalen. [1] [2] [3] |

M-325 |
De M-325,
codenaam SIGFOY, werd ontwikkeld door William
Friedman. Tegen 1944 werd hij intensief gebruikt
door de Amerikaanse buitenlandse diensten. [1] [2] |

C-36 |
De Hagelin C36,
leek mechanisch erg op de C-35 maar had een
beschermend deksel en een andere distributie van
de lugs op de trommel. Een latere versie had twee
verschuifbare lugs per regel op de drum. [1] [2] [3] |
1937
|
|

TYPEX |
De Britse TYPEX
was een aangepaste versie van de Enigma met
verschillende belangrijke verbeteringen. De
hierdoor verkregen veiligheid en complexiteit
zorgde ervoor dat het TYPEX verkeer nooit
gebroken werd, in tegenstelling tot de Duitse
Enigma. Er werden ongeveer 12.000 TYPEX machines
gebruikt in Engeland, Canada en Nieuw Zeeland, en
dit tot in de jaren '70. [1] [2] |
1938
|
|

BC-543 |
De C38, een
verdere ontwikkeling van de C-36 komt op de
markt. [1] [2] Een andere variant van de C-38 is de
BC-543 die een toetsenbord had en klare en
vercijferde tekst samen kon afdrukken. [1]
|
1939
|
|

PURPLE
|
PURPLE (97-shiki
O-bun In-ji-ki) was een Japanse codeermachine,
gebruikt door hun diplomatieke diensten. Zowel
Amerikaanse als Britse cryptologen hadden het
PURPLE verkeer reeds gebroken voor de aanval op
Pearl Harbor. [1] [2] |

Lacida |
Het Poolse
cijferbureau ontwikkelde de Lacide, ook LCD
genoemd. Hoewel gelijkaardig aan de Enigma had
hij enkele belangrijke veiligheidsproblemen zoals
het ontbreken van een stekkerbord en een slecht
ontwerp van de reflector bedrading. [1] |
| |
In 1939 name de
Duitse Kriegsmarine het Wehrmacht Enigma model
over, noemde het M3 en breidde de keuze van
rotors uit van vijf tot acht. |
1940
|
|

SIGABA
|
De ECM Mark II,
codenaam SIGABA, was de belangrijkste Amerikaanse
rotor codeermachine voor high level communicatie.
De SIGABA had drie groepen van vijf rotors. De
eerste groep waren de hoofdrotors voor de
vercijfering van de tekst. Een tweede groep
rotors vercijferde vier inkomende signalen naar
één tot zes signalen. De derde groep rotors
vercijferde deze signalen nogmaals en gebruikte
ze voor de zeer complexe pseudo-willekeurige
voortbeweging van de hoofdrotors. Het SIGABA
verkeer is nooit gebroken en de machine bleef in
gebruik tot de jaren '50. [1] [2] [3] [4] [5] |

SZ-40 TUNNY |
De Duitse Lorenz
SZ-40, TUNNY genoemd door de Britten, had 12
pinwielen en het ontwerp was vergelijkbaar met de
STURGEON. De Lorenz werd ook gebruikt voor
vercijfering van de Duitse high level
communicatie. De Britse codebrekers kraakten
TUNNY en ontwikkelden de Colossus, de eerste
digitale computer ter wereld, om het breken van
de codes te automatiseren. De Colossus was zo
geheim dat de wereld vele jaren dacht dat de
Amerikaanse ENIAC de eerste computer was. [1] [2] [Colossus] |

M-209 |
Hagelin slaagde
erin om de C-38 te verkopen aan het Amerikaanse
leger. Die produceerden een gelicencieerde versie
onder de naam M-209. Het kleine toestelletje werd
in grote getallen gebruikt voor low level
taktische communicatie. Ongeveer 140.000 M-209's
werden gefabriceerd. [1] [2] [3] [4] [Simulator] |
1941
|
|

SG-41 |
Schlusselgeraet
41 of SG-41 was de laatste codeermachine die in
Duitsland ontwikkeld werd tijdens de Tweede
Wereldoorlog. Zijn ontwerp was duidelijk
gebaseerd op de pin-en-lug machines van Hagelin,
met enkele wijzigingen om de veiligheid te
verbeteren. De Duitse cryptoexperts wilden de
Enigma vervangen door de SG-41 maar toen de SG-41
klaar was waren al tienduizenden Enigma's in
gebruik. Tegen het einde van de oorlog waren
slechts ongeveer 500 SG-41's gemaakt. [1] |
1942
|
|

Enigma M4 |
In 1942
introduceerde de Kriegsmarine de beruchte Enigma
M4. De M4 had vier in plaats van drie rotors,
maar de vierde rotors draaide niet vanzelf
aangezien het stappenmechanisme identiek was aan
de drie-rotor versie. Na een tien maanden durende
black-out slaagden de Britse codebrekers in
Bletchley Park er toch in om het M4
berichtenverkeer, ook wel SHARK genoemd, te
breken. Dit gebeurde dank zij cryptoanalyse van
de vierde rotor en inbeslagname van codeboeken en
weercodes die als cribs (spiekbriefjes) werden
gebruikt. [1] [2] [Simulator] |
| |
JADE was de
Amerikaans codenaam voor de Japanse codeermachine
die van 1942 tot 1944 gebruikt werd door de
Keizerlijke Japanse vloot. JADE werkte met
katakana, een Japans alfabet met vijftig
karakters. [1] |
1943
|
|

SIGCUM |
De SIGCUM of
M-228 werd ontwikkeld als uitbreiding voor de
teleprinter. Het systeem produceerde een
pseudo-willekeurige reeks van vijf bits die
ge-XOR-red werden met het teleprinter signaal. Om
de willekeurige reeksen te produceren gebruikte
de SIGCUM een rij van vijf rotors met 26
contacten elk. Dertien ingangssignalen passeerden
door de rotors om vercijferd te worden in vijf
uitgangssignalen. De rotors draaiende net als een
kilometerteller, maar welke de snelste en welke
de traagste rotors waren werd bepaald door
schakelaars. Pas in dienst bleek de machine
veiligheidsproblemen te hebben en werd
onmiddellijk uit dienst genomen. Na enkele
revisies werd ze terug in dienst genomen en
gebruikt tot de jaren '60. [1] |
1944
|
|

CCM |
Om communicatie
tussen de Geallieerden mogelijk te maken tijdens
de Tweede Wereldoorlog, en later binnen de NAVO,
ontwikkelde de VS de CCM of Combined Cipher
Machine. Adapters werden ontwikkeld om de CCM
compatibel te maken met zowel de Amerikaanse
SIGABA als de Britse TYPEX. Er zijn meldingen van
veiligheidsproblemen met het gebruikte
vercijferingssysteem van de CCM waardoor sommige
rotorcombinaties gevaarlijk korte periodes
hadden. De CCM werd een zeer duur project. [1] [2] |
1947
|
|

NEMA |
In 1941, na het
breken van de commerciële Enigma, begonnen
Zwitserse wiskundigen aan de ontwikkeling van een
nieuw en veiliger ontwerp. In 1944 waren de
eerste prototypes klaar en in 1947 kwam de NEMA
of Neue Machine in dienst. Hoewel gebaseerd op de
Enigma had de NEMA tien rotors waarvan er vier
werden gebruikt voor de vercijfering, één als
reflector en de overige vijf bepaalden de
beweging van de vercijferingsrotors. [1] [2] [3] |
1950
|
|

SINGLET |
De BID/60 SINGLET
is een Britse machine, gebruikt door de
Inlichtingendiensten. Zijn overeenkomsten in
technische details laten vermoeden dat hij
familie was van de Amerikaanse KL-7, die in 1952
in dienst kwam. [1] |

PORTEX |
De Portex
BID/50/1 werd voornamelijk gebruikt door de
Britse geheime diensten. [1] |
1952
|
|

KL-7 ADONIS |
In 1952
introduceerde the Amerikaanse NSA (National
Security Agency) de KL-7 ADONIS, ook wel POLLUX
genoemd, als vervanging voor de SIGABA. De
machine werd eind jaren '40 ontwikkeld. De
uitgang van de KL-7 werd op een papieren strook
gedrukt en er was ook een versie met perforator
voor 5-bit telex codes. De KL-7 had acht rotors
waarvan de vierde van links niet bewoog. De
andere rotors bewogen op een zeer complexe wijze.
De rotors hadden een verwisselbare plastic
buitenring met nokken. Het bewegen van de rotors
werd elektrisch gestuurd door kleine schakelaars
die bediend werden door de nokken op de ringen.
Bedrading van de rotors en de juiste werking van
het stappenmechanisme zijn tot op vandaag
onbekend. De KL-7 werd door vele NAVO landen
gebruikt en bleef in dienst tot 1983. [1] [2] [3] [KL-7 Simulator] |

BC-52 |
Na de C-38 en de
M-209 voor low level vercijfering besliste
Hagelin een systeem te ontwikkelen dat gebruikt
kon worden voor high level militaire en
diplomatieke vercijfering. In 1952 kwam de C-52
op de markt. Verschillende verbeteringen werden
geïntroduceerd in het '52 model. Het bewegen van
de pinwielen werd onregelmatig en was afhankelijk
van de pinnen op de vorige wielen en voor de zes
wielen was er nu keuze uit twaalf verschillende
wielen. Ook het aantal bewegende regels op de
trommel werd verhoogd tot 32. Een licht
gewijzigde versie was de CX-52. Een apart
toetsenbord was beschikbaar onder de naam B-52.
Combinatie van machine en toetsenbord kreeg de
naam BC-52. Er waren versies om telex ponsbanden
te lezen en versies die enkel nummertoetsen
hadden. Deze zeer populaire machine werd over de
hele wereld verkocht en werd gebruikt tot de
jaren '90. [1] [2] [3] [4] [Simulator] |
1955
|
|

CD-55 |
Op vraag van de
Franse Gendarmerie ontwikkelde Hagelin een klein
zakmodel met de naam CD-55. Twee jaar later kwam
de CD-57 op de markt. Invoer en uitvoer bestonden
uit een ring met alfabet en een draaiende alfabet
erin. Het alfabet werd gedraaid door met de duim
een hefboom in te drukken. Het aantal stappen dat
de ring draaide werd bepaald door zes kleine
pinwielen, gelijkaardig aan die in de C-type
machines. Ongeveer 12.000 van deze zakmodellen
werden verkocht aan verschillende landen. [1] [2] [3] |
1960
|
|

OMI |
De OMI (Ottico
Meccanica Italiano) was een Italiaanse
codeermachine met zeven rotors. Elke rotor kon
samengesteld worden van verschillende bedradingen
en ringen met nokken. [1] |
1963
|
|

HX-63 |
Eén van de
weinige elektromechanische rotor machines die
Hagelin maakte was de geavanceerde HX-63. De
HX-63 had negen rotors met 41 bedradingen elk,
waarvan de overtollige bedrading in een lus
werden teruggeleid (vergelijkbaar met de KL-7).
Alle bedrading kon herschikt worden en de rotors
bewogen onregelmatig zoals de pinwielen van de
C-52 reeks. Dit alles samen gaf het ongelofelijke
10600 verschillende
sleutelinstellingen. Productie van de HX-63 werd
afgebroken vanwege het ontwikkelen van volledig
elektronische codeermachines. Slechts twaalf van
deze machines zijn gemaakt. [1] [2] |
1965
|
|

Fialka |
Een echte Koude
Oorlog machine was de Fialka M-125. Ontwikkeld in
de jaren '50 kwam deze machine in 1965 in dienst
bij de Sovjet strijdkrachten. Hoewel gebaseerd op
de Enigma waren de Russische cryptologen goed op
de hoogte van de zwakke punten van de Enigma en
voegden oplossingen voor al die problemen samen
in de Fialka. De Fialka had tien rotors met
dertig kontakten elk en de rotors bewogen in
verschillende richtingen. Elke rotor kon worden
samengesteld uit verschillende bedradingen en
ringen die het bewegen regelden. Het stekkerbord
van de Enigma werd vervangen door een kaartlezer
en een 'magic' schakeling in de reflector loste
het probleem van de Enigma op dat een letter
nooit in zichzelf kon worden vercijferd. De
Fialka was topgeheim tot eind jaren '90. [1] [2] [3] [4] [5] |
1970's ...
|
|

H4605
|
De opkomst van de
elektronica in de jaren '70 leidde tot kleinere
en goedkopere electronische machines en de
elektromechanische versies konden niet langer
concurreren met de nieuwkomers. Hoewel de
elektromechanische machines nog vele jaren in
dienst bleven werden ze geleidelijk aan vervangen
door nieuwe en gesofisticeerde electronische
versies en cryptografische software op computers.
Hagelin's H-4605 was één van de eerste machines
van de nieuwste generatie met volledig
elektronisch gegenereerde sleutel. [1] [2] |

Gretacoder |
Een ander mooi
voorbeeld van elektronische codeermachines is de
Gretacoder 850 van Edgar Gretner. Dit toestel is
gemonteerd in een standaard aktetas en heeft een
kleine printer. [1] |

HC-520 |
De Hagelin HC-520
was een zakmodel met LCD display. Het kan aanzien
worden als een elektronische CD-57, hoewel
complexer qua vercijfering. Er waren
verschillende versies waaronder één die samen
met een printer in een Samsonite koffertje was
ingebouwd. [1] |

KL-51 RACE |
In de jaren 80'
ontwikkelde NSA de KL-51, een volledig
electronische rugedized codeermachine. De
dagelijks sleutel werd ingebracht door een perfo
tape in te lezen en hij had een 20 letter display
om tekst op te maken. De KL-51 kreeg de codenaam
RACE bij de Canadese en NAVO strijdkrachten. [1] [2] |

MK-85C |
Eind jaren 80
ontwikkelde de Sovjet Unie de ELEKTRONIKA MK-85,
hun meest geavanceerde rekenmachine ooit die in
productie kwam (de MK-9x serie zijn prototypes of
beperkte productie). De MK-85 was een
programmeerbare CMOS BASIC microcomputer,
blijkbaar gebaseerd op de westerse BASIC
machines. Het topgeheime MK-85C cryptografisch
toestel met codenaam AZIMUT was gebaseerd op de
commerciële MK-85 en is voornamelijk gebruikt
door de Sovjet strijdkrachten. De tekst voor
vercijfering kan ingevoerd worden via een
alfanumeriek toetsenbord en kan bewerkt worden op
het matrix display. Er zijn 10100
sleutelvariaties en het toestel kan zowel in
numerieke als alfanumerieke mode coderen. [1] Deze generatie handheld crypto
toestelletjes kan gezien worden als de laatste
echte stand-alone codeermachines. In het
computertijdperk hebben de firma's die
codeermachines ontwikkelden en produceerden hun
focus verlegd naar on-line en real-time data
vercijfering en software oplossingen op computer.
Niettemin worden nog steeds pocket-size
electronische codeertoestellen ontwikkeld en
geproduceerd voor speciale doeleinden. De meeste
van de elektromechanische codeermachines zijn nu
begeerde verzamelobjecten.
|