STIJLFIGUREN
ten dele genomen uit Harke Bremer (e.a.), Curatius Scripsi, syllabus eindexamen Latijn (Hermaion, Emmeloord 1992)

Alliteratie ("beginrijm") - Beginklank van opeenvolgende woorden is gelijk, type: Lotje leerde Lientje lopen langs de lange Lindenlaan; rust roest; kort en klein. Voorbeeld:

Ovidius Met. 1,528
obviaque adversas vibrabant flamina vestes
en windvlagen van voren deden de kleren tegen haar opwaaien
(Let op de f- en v-klanken)

Anafoor (najora) - Een herhaling van eenzelfde woordgroep aan het begin van opeenvolgende zinnen. Type: heel het keizerhuis, heel de senaat, heel de ridderstand.

Plinius, Epist. 1.9.5:
nihil audio, nihil dico
niets hoor ik, niets zeg ik

Plinius, Epist. 1.9.5:
nulla spe, nullo timore sollicitor, nullis rumoribus inquietor
door geen verwachting, door geen angst, door geen lawaai word ik verontrust

Plinius, Epist. 10.33.2:
nullus sipo, nulla hama, nullum denique instrumentum
geen brandspuit, geen emmer, kortom geen (enkel) instrument

Antithese (tegenstelling) - Samenvoeging van twee tegengestelde gedachten of begrippen
mijn en dijn; levend of dood; goed en kwaad.

vicit pudorem libido, timorem audacia
wellust heeft het gewonnen van schaamte, overmoed van angst

Plinius, Epist. 9.36.1:
non oculos animo, sed animum oculis sequor
niet met mijn geest volg ik mijn ogen, maar met mijn ogen de geest

Assonantie (klinkerrijm) - Overeenkomst tussen lettergrepen van woorden op grond van gelijkheid
van klinkers: een boze droom is vervlogen; ik ben geboren uit zonnegloren.

per aspera ad astra
langs onbegaanbare paden naar de sterren

Asyndeton ("niet verbonden"; vergelijk: polysyndeton) - Woorden, woordgroepen of zinnen worden zonder voegwoord naast elkaar geplaatst: Caesar was veldheer, redenaar, schrijver, rokkenjager.

vivat crescat floreat
moge hij/zij leven, groeien, bloeien!

Plinius, Epist. 7.27.7:
poscit pugillares, stilum, lumen
hij vraagt om een notitieboekje, een schrijfstift, een lamp

Chiasme (kruisstelling, afgeleid van de Griekse letter X) - Van twee zinnen of zinsdelen zijn de overeenkomstige termen in tegengestelde volgorde geplaatst (a b: b a): denkend aan de dood kan ik niet slapen, en niet slapend denk ik aan de dood.

vita (A) brevis (B) est, longa (B) ars (A) 
het leven is kort, van lange duur de kunst

Climax (gradatio, trap) - Serie zinnen waarvan het eerste lid telkens (bij voorkeur) het laatste lid
van de voorgaande zin opneemt; het geheel toont qua vorm of qua inhoud een stijgende lijn: geld maakt gelukkig, vooral als je er flink wat van hebt; gelukkig word je als je aanzien verwerft en hogerop komt op de maatschappelijke ladder; hogerop kom je door een prestatie te leveren die economisch nuttig is, nuttig ben je als je een fikse bijdrage levert aan de welvaart.

Africano virtutem industria, virtus gloriam, gloria aemulos comparavit
inzet heeft Africanus deugd, deugdroem, roem volgelingen gebracht

Ellips (weglating) - Opzettelijke verzwijging van grammaticaal onmisbare woorden: brand!, help!

brevi = brevi tempore
in korte tijd

Plinius, Epist. 9.23.4
multa de studiis nostris
(er waren) veel (woorden) over onze werken
(=er werd veel gesproken over...)

Enjambement (oversprong) - Een versregel wordt afgebroken, zonder dat er een natuurlijke pauze in voorkomt, en springt over naar het volgend vers. Voorbeeld:

Vergilius, Aeneïs. I,1-3
Arma virumque cano, Troiae qui primus ab oris
Italiam fato profugus Laviniaque venut
litora ...
De grote daden van een man bezing ik, die voortgedreven door het noodlot,
het eerst van Trojes stranden iItalië bereikte, nl. de kust van Lavinium ...

Hendiadys ("één door middel van twee") - Nevenschikking in plaats van onderschikking: een attributief adjectief dat bij een substantief hoort, wordt door een nevengeschikt substantief uitgedrukt: de weg loopt door groen en gras (i.p.v. het groene gras); rust en vrede (i.p.v. vredige rust)

pateris libamus et auro
wij plengen in schalen en goud (d.w.z. in gouden schalen)

cum.. omnes ferrum pugnamque poscerent
toen allen vroegen om een zwaard en een gevecht (d.w.z. een zwaardgevecht)

Hyperbaton (ßperbaton) - Een uiteenplaatsing ("Distanzstellung") van bij elkaar horende woorden. Voorbeeld:

Ovidius Met. 1.506
sic aquilam penna fugiunt trepidante columbae
zo vluchten duiven met angstige vleugel(s) voor een adelaar

Hyperbool - Een opzettelijke overdrijving. Voorbeeld:

cursu pedum praevertere ventos
door snelle loop van de voeten de winden voor zijn
= vliegensvlug zijn

Ironie (geveinsde onwetendheid, bedekte spot) - Men zegt niet precies wat men werkelijk bedoelt, maar men overdrijft of drukt zich in een 'understatement' uit. Vergelijk de steeds weerkerende opmerking van Marcus Antonius in Shakespeare's Julius Caesar: 'And Brutus is an honourable man'; helden die wij waren, wij sloegen op de vlucht (zelfironie)

C. Verres, praetor urbanus, homo sanctus et diligens
Gaius Verres, stadspraetor, een heilig en toegewijd man
(Verres was berucht om zijn ziekelijke neiging tot zelfverrijking)

Litotes (eenvoud) - (Vaak) sterke bevestiging door middel van ontkenning van het tegendeel: niet slecht (bedoeld is: erg goed); niet netjes; niet in de laatste plaats. Men verkleint ogenschijnlijk iets (eenvoud!), met de bedoeling het juist beter te doen uitkomen. 

non ignarus
niet onwetend (=knap)

haud incognitus
niet onbekend(=beroemd)

non semel
niet éénmaal(=vaak)

Plinius, Epist. 7.27.9:
nec moratus
(en) zonder te treuzelen
(=onmiddellijk)

Plinius, Epist. 9.36.6:
non sine pugillaribus
niet zonder notitieboekje 
(=beslist met ...)

Metafoor (betekenisoverdracht; zie ook: vergelijking) - In plaats van het 'eigenlijke', gewone woord gebruikt men een ander woord, op grond van een betekenisovereenkomst, met de bedoeling te verduidelijken, te verlevendigen, te versterken of te verzwakken. De metafoor kan gezien worden als een vergelijking waaruit het tertium comparationis (punt van vergelijking) en het vergelijkingspartikel (zoals, als) zijn weggelaten: het is hier een zwijnenstal (i.p.v. dit lokaal is smerig); droogpruim!; aan de 'voet' van de berg (voorbeeld van een versleten metafoor).

somno sepulti
onder de slaap bedolven

classique immittit habenas
en voor zijn vloot viert hij de teugels

Metonymie (naamsverwisseling) - Vervanging van het ene woord door het andere op grond van
een bepaalde relatie die tussen beide woorden bestaat (hier valt niet de metafoor onder, omdat deze niet met een directe relatie tussen de betreffende woorden werkt, maar deze juist teweegbrengt). De overeenkomst kan berusten op verschillende relaties zoals: a. deel-geheel (pars pro toto); b. oorzaak-gevolg; c. bewerker-product; d. stof-voorwerp 

a een vijftigkoppige bemanning
b zijn tong verliezen
c Venus (i.p.v.liefde)
d riet (i.p.v fluit of hengel)
a limen i.p.v. domus
b bilis i.p.v. ira
c sudor i.p.v. labor
d ferrum i.p.v. gladius

Paradox ("tegen de verwachting") - Een ogenschijnlijk ongerijmde uitspraak die een diepere waarheid blijkt te bevatten: nog één zo'n overwinning en ik ben verloren.

in summa avaritia sumptuosus, in summa infamia gloriosus
in zijn grootste gierigheidop luxe belust, in zijn slechtste reputatieroemvol

Parallellie (isokolon, gelijklopendheid) - Zinnen beginnen en verlopen op dezelfde wijze en door deze syntactische herhaling wordt er een betekenisversterking nagestreefd: wij gingen er op af en werden niet binnengelaten, zij gingen er op af en werden wel binnengelaten!

et inimico proderas et amicum laedebas et tibi non consulebas
je hielp je vijand en je kwetste je vriend en aan jezelf dacht je niet

Paronomasia (annominatio, bijna-gelijknamigheid) - Een woordspel met op elkaar gelijkende woorden; woordspeling: varen ..... met groot gevaar

qui de huius urbis atque adeo de orbis terrarum exitio cogitant
zij die de ondergang van deze stad en zelfs die van de wereldin gedachten hebben

Polysyndeton (veelvoudig verbonden, vergelijk: asyndeton) - Tenminste drie woorden, woordgroepen of zinnen worden naast elkaar geplaatst met tussen elk een voegwoord: Caesar was en veldheer en redenaar en schrijver en rokkenjager

tectumque laremque armaque Amyclaeumque canem Cressamque pharetram
een huis èn huisgod èn wapens èn Spartaanse hond èn Kretenzische pijlkoker

Praeoccupatio (anticipatio, tegenwerping vooraf) - Men laat een denkbeeldige tegenstander al van tevoren bezwaren maken, om de kans te krijgen deze vervolgens te weerleggen: U zult misschien denken: dat is onmogelijk; ik beweer echter dat ik het al binnen een dag voor elkaar heb gebracht!

dixerit aliquis ...
iemand kan hebben zeggen ...

Retorische vraag (interrogatio, onechte vraag) - Een retorische vraag wil geen antwoord, zoals een echte vraag, omdat het antwoord er al in besloten ligt: bestaat er een mooiere tijd dan je studententijd?

Cicero, Cat. 1.1
quousque tandem abutere, Catilina, patientia nostra?
hoelang dan nog zul jij, Catilina, misbruik maken van ons geduld?

Sententia ("gedachte") - Spreekwoord of op een spreekwoord lijkende kernachtige gedachte met
meestal een ethische inhoud: niemand is in alle opzichten vrij

litterarum radices amarae, fructus dulces sunt
de wortels van de wetenschap zijn bitter, de vruchten zoet

Trikolon (Grieks trikwlon, drieledige zin of zinsdeel) - De opeenvolging van drie begrippen in 'stijgende' (soms ook 'dalende') lijn, wat betreft sterkte van hun betekenis of wat betreft hun lengte: dief, rover, schurk! sufferd, lelijke zwamneus, doorgedraaide mislukte oliebol!

Te Deum laudamus,
Te Dominum confitemur,
Te aeternum Patrem omnis terra veneratur
U, God, prijzen wij,
in U, God, belijden wij,
U, God, aanbidt heel de aarde als eeuwige Vader

Vergelijking (similitudo) - Twee begrippen worden met elkaar in verband gebracht op grond van een
bepaalde (onvermoede) overeenkomst: hij krijgt een kleur als een boei; hij is zo sterk als een os; hij is zo mak als een lammetje.

ut pictura poesis
de dichtkunst is als een schilderij

ut remiges sine gubernatore, sic milites sine imperatore nihil valere 
zoals roeiers (dat zijn) zonder stuurman, zo zijn soldaten zonder aanvoerder niets waard

© http://www.grundel.nl