Ovidius’ Metamorphoses – nawerking in de Europese cultuurgeschiedenis

 

Bron : C. Hupperts – E. Jans, Synopsis – De klassieke cultuur en haar doorwerking, 1999 A. Mens e.a., Phoenix 4 - auteurs, 2000


Voor Ovidius zijn gedaanteveranderingen enerzijds veranderingen in de natuur van mensen en dingen. Het zijn lichamelijke veranderingen, wat erop wijst dat het lichamelijke, het erotische, in Ovidius’ Metamorphoses centraal staat.
Anderzijds zijn de gedaanteveranderingen voor Ovidius ook uitdrukkingen van beloning of straf. De mens die respect betoont zal door de goden beloond worden met een ‘positieve’ gedaanteverandering, maar wie zondigt aan hoogmoed (‘hybris’) zal daarentegen door de goden worden gestraft. Icarus, die in zijn hoogmoed de zon te dicht nadert, krijgt van de goden zelfs de doodstraf…

Deze twee elementen in de verhalen van Ovidius (het lichamelijke enerzijds, de idee beloning versus straf anderzijds) werden al gesmaakt tijdens het leven van de auteur. Ovidius was zodanig populair bij zijn tijdgenoten dat hij aan het einde van de Metamorphoses zijn eigen roemrijke onsterfelijkheid voorspelde !

In de middeleeuwen verliep het contact met Griekse mythen uitsluitend via Romeinse auteurs omdat de Griekse taal in de westerse middeleeuwen zo goed als onbekend was. Toch is Ovidius in de vroege middeleeuwen niet populair : het erotische en speelse karakter van zijn dichtwerken wordt verworpen.

De late middeleeuwen daarentegen gaan Ovidius’ dichtwerken waarderen als voorbeelden van moraliteit : de mythen zullen nu allegorisch verklaard worden als uitingen van de nooit eindigende strijd tussen goed en kwaad.
De spanning die hierdoor ontstaat tussen het erotische en het morele wordt zeer goed aangevoeld door de 13de eeuwse Italiaanse dichter Dante Alighieri (‘Divina Commedia’) die veel elementen aan Ovidius ontleent. Ook de 14de eeuwse vroeg-humanisten Francesco Petrarca (‘Canzoni’) en Giovanni Boccaccio (‘Il Decamerone’) bewonderen de verteltrant van Ovidius en zijn hem schatplichtig.

In renaissance en barok worden Ovidius’ Metamorphoses de schildersbijbel genoemd omdat het nu de beeldende kunstenaars zijn die zich op dat werk inspireren. De Metamorphoses worden nu ook in het Nederlands vertaald : in de 16de eeuw verschijnt in Antwerpen een eerste proza-vertaling, in de 17de eeuw maakt Joost van den Vondel de eerste vertaling in dichtvorm van ons taalgebied.

Tot op de dag van vandaag is een mythe zoals bvb. de val van Icarus een inspiratiebron gebleven voor beeldende kunstenaars, schrijvers, musici enz…