Om hun onderhandelingspositie met de conservatieve katholieken te versterken, stichtte een groep sociaal bewuste werkers, de 'roelanders' onder wie Pieter Daens en AIoïs De Backen op 15 april 1893 in Okegem bij Ninove de Christene Volkspartij. Het was de meesten onder hen niet te doen om een scheurlijst. Nog in de zomer van 1894 kwam Pieter Daens er voor uit dat hij in de Katholieke partij wilde blijven, maar dat hij ze van binnenuit - o.a. door een democratische poll -wilde hervormen. Maar al in de herfst van 1894 bleek die droom niet haalbaar. Woeste wees elke overeenkomst met de Aalsterse democraten af, en priester Adolf Daens werd lijsttrekker van een dissidente partij.
Die omstandigheden maakten dat de voorzitter van de conservatieve Katholieke partij tegen een priester in het strijdperk moest treden. De heftige campagne voor en tegen priester Daens en zijn aanhangers, en de gedeeltelijke herstemming op 9 december 1894 - omdat in Aalst bij de verkiezingen van oktober gefraudeerd was - trokken de aandacht op Aalst. Daar werd een conflict uitgevochten waarbij heel België zich betrokken voelde. En na het daensistische succes - priester Daens werd eind 1894 tot volksvertegenwoordiger verkozen -breidde de politieke dissidentie zich over heel Vlaanderen uit. De volgelingen schaarden zich rond de groene vlag van de democraten, en Adolf Daens werd het symbool van de beweging.