Gastenboek


Info:
Webmaster


STEMRECHT

In 1893 werd het algemeen meervoudig stemrecht voor mannen ingevoerd. Vrouwen hadden nog geen stemrecht. Iedere man vanaf vijfentwintig jaar kreeg een stem. Maar sommige mannen kregen twee of drie stemmen: als gezinshoofd, als cijnsbetaler, als houder van een diploma hoger onderwijs, of wegens bekwaamheid. Zo steeg het aantal kiesgerechtigden van bijna 137.000 tot meer dan 1.370.000. Bijna 300.000 onder hen hadden twee stemmen en 223.000 hadden er drie, zodat meer dan twee miljoen stemmen konden worden uitgebracht. Tegelijk werd de kiesplicht ingevoerd.

Voor het eerst konden nu ook weinig kapitaalkrachtige arbeiders, boeren, middenstanders en intellectuelen hun stem uitbrengen. De euforie was groot en de verwachtingen waren hooggespannen. De kleine man zou zijn zeg krijgen in het Parlement en meteen de bewindvoerders verplichten tot een socialer en rechtvaardiger beleid. Meer zelfs: sommigen droomden van regeringsverantwoordelijkheid en een drastische hervorming van de Staat.

Bij de eerste parlementsverkiezingen in het kader van het algemeen meervoudig stemrecht, in oktober 1894, veroverden de Belgische socialisten achtentwintig kamerzetels. Vooral in de grote Waalse industriële centra kregen ze vaste voet. Nog in 1894 werd een Ministerie van Nijverheid en Arbeid opgericht. Toch drong vrij snel het besef door dat de socialistische vertegenwoordiging in de Kamer een minderheid was die er niet in slaagde belangrijke sociale wetten af te dwingen. Van katholieke zijde trachtte men voor alles de eenheid van de Katholieke partij te bewaren en sterk te staan tegen iedere aanval van buitenaf. Om de talrijke nieuwe kiezers te paaien of voor de partij te winnen, werden enkele eisen in de programma's ingeschreven en kregen enkele kandidaten uit de lagere klassen een plaats op de verkiezingslijst. Dat gebeurde vaak na heel wat discussies en ruzies. Maar in Ninove-Aalst, het kiesdistrict van partijvoorzitter Charles Woeste, kwam men niet tot een compromis.