Website Onthaasten Onthaasten  








Citaten
Hij die gelooft, haast niet
Vandaag is het de beste dag in mijn leven.
Gedichten
Avondliedeke : 't Goed in 't eigen hart te kijken
Blijf kalm temidden van het lawaai
Boerke Naas : Wie heeft er ooit het lied gehoord ?
Boy Kollee
Hij die gelooft, haast niet
Indien ik je dragen kon
Let it be
Mens durf te leven
Nederlands : De plek voor gedichten, netgedichten, speedsonnetten, netcitaten enz.
De zachte kant van het InternetTender Feelings : Gedichten, gedachten en bedenkingen.
Wacht niet om gelukkig te zijn
Humor
Belgie land van
Fun Huis
Liedjes
L'amour ca fait chanter la vie : Een prachtig lied van Jean Vallée
LoetseBollekeZoetse : Boterkoekske, ...
Vlaanderen zingt : Een pak liedjesteksten van Vlaamse zangers
Onthaasten
Geluk.pagina
Onthaasten.pagina
Onthaasten-extra.pagina
Wijsheid.pagina
Lokeren, stad van rooster en rape

Ik ben zoals ik ben. Dat mag gezien worden.

Over 15,000 Quotations and Famous Quotes !     Spreuken, Oneliners, Doordenkers !
Citaten en woordspelingen, meer dan 6000 citaten aforismen definities.     Meer dan 8000 citaten aforismen woordspelingen wijsheden oneliners quotes definities.
De dagelijkse gedachte     Gedachten-Gedichten
  Zomerzon
De zomerzon klimt traag omhoog,
langs stralend blauwe hemelboog.
Strooit gul haar licht op meer en strand
en zindert boven stad en land.
Op akkers ziet men wuivend graan,
goudgeel gerijpt in rijen staan.
De zonnebloem haar kelk gericht,
naar warm, weldadig zonlicht.
Gezinnen trekken naar het strand,
met parasol en zonnebrand.
Een vader graaft zich in het zweet,
terwijl het kind z'n ijsje eet.
Dit weer is waarvan elk geniet,
met water dat verkoeling biedt.
De zomerzon straalt warmte,
die elk mens vervult met energie.
Tot 's avonds laat is het nog zwoel,
en liggend in m'n luie stoel,
Denk ik bij 't laatste glaasje wijn:
kon het maar altijd zomer zijn!
(Jan Wolters)

Eenzaam
Veel mensen zijn eenzaam. 
Daar is niets op tegen, het mag. 
Maar kom je ze tegen, 
zeg dan op z'n minst even: 
Dag.
(Toon Hermans)

Zuiddorpe Verdomme
Zuiddorpe Verdomme
Waarom verzwijgt gij
En vertelt gij niet
Dat mijn opa en oma
Sterven van verdriet.
Zuiddorpe Verdomme
Mijn mama in de hemel wuift
Als de wind uit 't zuiden zingt
Naar haar pa en haar ma
Op zoek naar een glimp.
Zuiddorpe Verdomme
Ik ben je kleine prins
Wat jij me ontvreemd
Is weg voor altijd
Zuiddorpe keert om de tijd.

DE ZOTTE KEUNINK
't Is jaren geleden waar da'k ga van zingen
van voor juldern tijd, je ziet 't is heel oud
er leefde een keunink met zijn keuninginne
in een kastele van marmer en goud

En rond da kasteel daar weunden de mensch'n
al even arme maar ze waren kontent
een bete van 't brood en nen slok uit de beke
ze waren dat heel nunder leven al gewend

En met op zijn kop een krone vol perels
stond de keunink te kijken over 't land
hij zuchtte verdrietig, de tranen in zijn ogen
maar keunink, maar keunink, wat is 't er an d'hand

En de keunink verdeelde zijn geld aan de mensch'n
en voor zijn krone wierd er gelot
en nu was 't er leute en iedereen was rijke
want de keunink is goed, want de keunink is zot

Maar achter een weke begon de miserie
elk schraapte en schartte z'n geld bie mekaar
ze deden commerc'en in kroegen en cafeetjes
ze verkochten under vrouwe met kop en haar

En z'hadden nu een sleutel en een slot op de deure
ze liepen gewapend een mes op den buik
't waren al goe burgers bie klaar lichte dage
maar al bandieten en dieven in den duik

Maar ver in de vreemde daar zwierf nu de keunink
een mantel op z'n schoer'n en een stok in zijn hand
content lijk een kind met nen slok uit de beke
en met zijn blote voeten in 't zand.

WILLEM VERMANDERE

De mens is een zoeker
die meestal niet ver genoeg durft gaan
en soms valse goden volgt

De mens is een zoeker
die zijn leven lang langs vele wegen
omwegen en kronkelwegen
zoekt naar een tafel met wat brood en wijn
een hart en zachte handen

De mens is een zoeker
die bewust of onbewust speurt
naar de bedding van de grote stroom
die voert naar de definitieve haven
waar hij voor altijd geborgen is

De mens zoekt
naar 't verloren paradijs
dat hem in het hart geschreven staat
Bond zonder Naam

Nu zal het wel gauw gaan sneeuwen,
dan worden de wegen wit.
Dan rijden de drie kamelen,
waarop elk een koning zit.
Door een woestijn van eeuwen,
vol boosheid en gevit.

De herders liggen bij nachte,
te waken op het veld.
Bij hun schaapjes met witte vachten,
een engel heeft het hun verteld.
Dat Jezus niet langer kon wachten,
want de wereld moet hersteld.

Wat herders en koningen hopen,
het maakt geen verschil:
'Men kan het geluk niet kopen,
maar voor goede mensen een goede wil'
Gaat de hemel eenvoudig open,
en dan wordt alles stil.

Alleen wie het kwade begeren,
die mogen niet binnen gaan.
De hemel is daar voor wie leren
de goedheid te verstaan.
Die de mensen door ons ontberen,
als wij hebben kwaad gedaan.

Door een woestijn van eeuwen,
vol boosheid en gevit.
Rijden de drie kamelen,
waarop elk een koning zit.
Nu zal het wel gauw gaan sneeuwen,
en dan wordt de wereld wit.

(Anton van Duinkerken),


Voor een vriend
nu 't rouwrumoer rondom jou is verstomd
de stoet voorbij is, de schuifelende voeten
nu voel ik dat er 'n diepe stilte komt
en in die stilte zal ik je opnieuw ontmoeten
en telkens weer zal ik je tegenkomen
we zeggen veel te gauw: het is voorbij
Hij heeft alleen je lichaam weggenomen
niet wie je was en ook niet wat je zei
ik zal nog altijd grapjes met je maken
we zullen samen door het stille landschap gaan
nu je mijn handen niet meer aan kunt raken
raak je mijn hart nog duidelijker aan.

Toon Hermans

De Akelei
Toen hij het kleine plantje vond,
boog hij aandachtig naar de grond
en dan, om wortels en om mos
groef hij de fijne aarde los,
voorzichtig - dat zijn hand niets schond.

Behoedzaam rondom aangevat
droeg hij het langs het slingerpad
van bos en akker voor zich uit,
en schoof het thuis in 't licht der ruit
zoals hij het gevonden had.

Dan, fluitende en welgezind
mengde hij zoekend eerst de tint;
diepblauw en zwart ineengevloeid,
met enk'le druppels rood doorgloeid,
dat het tot purper samenbindt.

En uur aan uur trok stil voorbij;
zó diep verzonken werkte hij,
dat het hem soms was of zijn hand
de vezels tastte van de plant-
zo glanzend kwam de omtrek vrij.

Totdat het gaaf te prijken stond:
de wortels scheem'rend afgerond,
het uitgesprongen groene blad
scherp in zijn karteling gevat
tegen de lichte achtergrond;

de bloemkroon purper violet,
de hokjes om het hart gebed
en boven de geknikte steel
de honingsporen, het juweel
vijfvlakkig: kantig neergezet.

In 't vallend donker toefde hij
nog dralend bij zijn akelei;
dan, in het laatste licht van 't raam
schreef hij de letters van zijn naam
en 't jaartal glimlachend erbij.

Die rust en stilte wens ik mij.

In 1504 schilderde Albrecht Dürer zijn door Ida Gerhardt beroemd geworden Akelei.
Zij schreef het bovenstaand gedicht erbij.

Doe gewoon
Als verdriet niet gehuild mag worden
verdrink je in verdriet.
Als woede niet gelucht mag worden
stik je in woede .
Als angst niet geleefd mag worden
sterf je van de angst.
Als je je hoofd niet mag laten hangen
breek je jezelf op.
Als je nooit eens uit mag glijden
ga je je wel heel krampachtig bewegen.
Als je niet meer mag lachen
om jezelf en anderen
wordt het een hele saaie boel.
En als je nooit eens gek mag doen
dan hadden we nu nooit gevlogen.
Doe gewoon of doe gewoon
't is aan jou waar je het accent legt
't is aan jou hoe je je leven inhoud geeft
(L. Koornstra)

Wees gerust
Wees gerust
je weet het van tevoren
blijheid wordt
uit droefenis geboren
en uit het zand
ontspringt de held're bron
in elke regendruppel
zit 'n vonkje zon.
(Toon Hermans)

 

Ik drink op mensen
die bergen verzetten,
die door blijven gaan met hun kop in de wind.
Ik drink op mensen
die risico’s nemen,
die vol blijven houden met het geloof van een kind.
Ik drink op de mensen
die dingen beginnen
waar niemand van weet wat de afloop zal zijn.
Ik drink op de mensen
die met vallen en opstaan
niet willen weten van water in wijn.
Ik drink op de mensen
die blijven vertrouwen,
die van tevoren niet vragen voor hoeveel en waarom.
Ik drink op de mensen
die door blijven duwen:
van doe het maar wel en kijk maar niet om.
Ik drink op het beste
van vandaag en van morgen.
Ik drink op het mooiste waar ik van hou.
Ik drink op het maximum
wat er nog in zit,
in vandaag en in morgen, in mij en in jou.
(Paul Van Vliet)

 

Verlaat zo nu en dan
je huis, je zekerheid

Verlaat ook af en toe je huid
ontsnap aan soaps en sleur
en kruip in de huid van een ander

Zo zie je wie je zelf niet bent
maar ei zo na had kunnen zijn:
analfabeet, gevangene, verslaafd
of tot ziekte veroordeeld

We kiezen er niet altijd voor
en staan dan als bedelaar
alleen en hulpeloos

Tot iemand zich verplaatst
in wat zijn eigen lot had kunnen zijn en
woorden biedt van troost
een schouder om op uit te rusten
of gewoon de warmte van aanwezigheid
Guy van Hoof

Avondliedeke

't Is goed in 't eigen hert te kijken
Nog even vóór het slapen gaan,
Of ik van dageraad tot avond
Geen enkel hert heb zeer gedaan

Of ik geen ogen heb doen schreien,
Geen weemoed op een wezen lei;
Of ik aan liefdeloze mensen
Een woordeke van liefde zei.

En vind ik in het huis mijns herten,
Dat ik één droefenis genas,
Dat ik mijn armen heb gewonden
Rondom één hoofd, dat eenzaam was...;

Dan voel ik op mijn jonge lippen,
Die goedheid lijk een avondzoen...
't Is goed in 't eigen hert te kijken
En zó z'n ogen toe te doen.

Alice Nahon

De liefde liegt

De liefde liegt
De liefde bijt
De liefde klauwt
Sloopt en verbouwt
En wrijft meedogenloos het zout
In wonden van al jaren oud

De liefde dramt
De liefde zeurt
De liefde jankt
De liefde scheurt
De liefde stinkt, de liefde meurt
De liefde vlekt ook en besmeurt

De liefde schreeuwt
In elk hart
De liefde duwt
De liefde tart
Maakt je bang of maakt je zwart
Benauwd, benepen en verward

De liefde is toch iets om echt te haten
De liefde slaat en schopt en doet zo’n pijn
Over de liefde valt toch niet te praten
Het is een beest zo vol venijn
Hij rukt gezinnen uit elkaar
En hij maakt je stekeblind
Vreet je op met huid en haar
En hij vervreemdt je van je kind
De liefde liegt je alles voor
De liefde schildert alles mooi
De liefde lacht om je gemodder
De liefde minacht je geklooi

De liefde fluistert in je oor:
Ga toch met d‘r mee
En je hebt het amper door
Zogenaamd één koppie thee
Maar het worden negen borrels
Een diner, een kroegentocht
De liefde sleurt je door de stad
De liefde liegt je door de bocht

De liefde dat is een tiran
Maar dan in schaapskleren gehuld
Ik weet er alles, alles van
Hij heeft me zo vaak omgeluld
Ik schaam me echt diep donker rood
Dat ik toch weer ben mee gegaan
Terwijl ik wist dat ik aan ’t eind
In de kou zou blijven staan

De liefde heeft me veel geleerd
Ik wil de liefde niet meer zien
Ik ben voor eeuwig gebrouilleerd
Al zeker een minuut of tien

Straks ga ik toch de stad weer in
En zie een prachtig meisje staan
En ik bel naar mijn gezin:
Ik kom er aan, ik kom er aan…

(Youp van 't Hek)

 

Laatst bijgewerkt op 04/11/2008

=