Kabouter Patjoepelke
Aan de rivier met de duizend kronkels liggen mooie witte zandheuvels.
Dat zijn de Molsbergen.
Zo te zien zijn het rustige heuvels, begroeid met sparren, brem en
braamstruiken.
Dus helemaal niks bijzonders.
Maar pas op!
Want in de buik van die heuvels woelt en wemelt een heel wereldje!
Daar wonen kabouters.
Daar woont de stam van de Vlasbaardjes!
Zij kregen die naam omdat hun baard lang en wit is als gesponnen vlas, en hun
ogen zijn blauw als de vlasbloempjes.
Het zijn heel vriendelijke kabouters.
Ze staan altijd klaar om te helpen, zowel mensen als dieren.
Het zijn echte klusjesmannen, maar ze werken niet voor geld.
Alleen omdat ze houden van al wat leeft, en voor hun eigen plezier.
Maar de mollen zijn hun lievelingen.
In de malse weiden waar de rivier doorheen kronkelt, wroeten en wriemelen
duidenden mollen.
Als er eentje ziek is, of gewond, wordt hij naar de Vlasbaardjes gedragen, en
die genezen hem dan. ...
door Yvonne Waegemans (wordt vervolgd in het boek Patjoepelke.)