Op zondag 4 april 2010 vieren we Pasen.
Het paasfeest vindt zijn oorsprong in de Joodse religie. De Christelijke godsdienst heeft Pasen en bijhorende feesten (zoals Pinksteren) overgenomen omdat belangrijke data uit het leven van Christus, zoals beschreven in de Bijbel, met de Joodse feesten samenvielen.
Terwijl Pasen voor de Joden de uittocht van het Joodse volk uit Egypte herdenkt (Pesah), is Pasen voor de Christenen het feest van de verrijzenis. De data vallen echter niet samen.
Hieronder gaan we dieper in op het onstaan en de betekennis van het paasfeest.
Wanneer is het Pasen?
De berekening van Pasen was in de eerste eeuwen van het Christendom niet eenduidig. Pas in de achtste eeuw kwamen er algemene regels, gebaseerd op hetgeen in het jaar 325 op het Concilie van Nicea was voorgesteld. Een eenvoudige formulering voor de paasregel is de volgende: Pasen valt op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente. Een volle maan op de eerste dag van de lente telt ook, maar indien de eerste volle maan van de lente op een zondag valt, wordt Pasen de volgende zondag gevierd.
De twee astronomische elementen, het begin van de lente en de volle maan, kunnen alleen met de moderne astronomische storingstheorie zeer precies bepaald worden. Zo ontstond de regel van het kerkelijke Pasen (het ecclesiastische Pasen). Hierin begint de lente altijd op 21 maart en wordt de volle maan berekend aan de hand van een regel die zegt dat de maanfasen zich om de 19 jaar perfect herhalen wat betreft de data in de loop van het jaar. De Griek Metoon had dit in de 5de eeuw voor Christus al ontdekt en daarom wordt die periode de Metonische cyclus genoemd. Op een paar uur na klopt deze regel ook.
Zo kan men formules en/of tabellen voor de paasdata opstellen. Pasen kan dus niet vroeger vallen dan 22 maart en niet later dan 25 april. In het laatste geval is er een volle maan op 20 maart zodat de eerste volle maan van de lente pas op 18 april valt en, wanneer dit een zondag is, wordt Pasen pas op 25 april gevierd. Dit was het geval in 1943 en komt er terug in 2038. Een vroege Pasen op 22 maart was er bijvoorbeeld in 1818, maar komt pas weer in 2285. De paasdata voor de jaren 2000-2025 zijn gegeven in de bijgevoegde tabel (de complete lijst van 1583 tot 3000 is hier te vinden. Wie vanaf Pasen wil terugrekenen naar Aswoensdag, moet er rekening mee houden dat in de zogenaamde veertigdagentijd (de vasten) de zondagen niet meetellen als vastendagen en men bijgevolg 46 dagen moet terugtellen. Pinksteren, dat oorspronkelijk 50 dagen na Pasen viel, wordt nu door de Christenen op de zevende zondag na Pasen gevierd.
Hier vindt u een lijst met de data van Aswoensdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren voor de periode 1583 tot 2600.
Christendom
In de christelijke traditie is Pasen het belangrijkste liturgische feest. Met Pasen, of het paasfeest, herdenken Christenen het lijden en de kruisdood van Jezus Christus en vieren zij zijn opstanding, ook wel 'verrijzenis' genoemd, uit de dood.
Met de christelijke viering wordt evenals met de joodse viering, de uittocht herdacht, zij het metaforisch vanuit het werk van God in en door de persoon Jezus Christus, voor christenen de Zoon van God, de beloofde Messias, de Verlosser. Hij wordt in het Nieuwe Testament het paaslam genoemd, dat zichzelf vrijwillig liet offeren voor de verzoening van God met de mensen. Dit duidt op de symbolische betekenis van het offerlam, wat volgens de Mozaïsche voorschriften (Oude Testament, Pentateuch) en de tradities van de joodse godsdienst geofferd moest worden ter vergeving van zonden. Met de voorstelling van Jezus als het eeuwige paaslam werd in geestelijke zin een 'nieuw verbond' tussen God en mens aangeboden, gebaseerd op de genade, waarmee het oude verbond, gebaseerd op de wet, buiten werking kon worden gesteld. Wie in Hem gelooft, hoeft volgens de christelijke traditie niet meer 'onder de wet' te leven, maar valt 'onder de genade'.
Met het paasfeest wordt ook uitgezien naar de verwachte wederkomst van Jezus Christus op aarde.
Ontwikkeling van het christelijke paasfeest
Pesach
De oorsprong van het christelijke paasfeest ligt in de joodse traditie. Het
joodse Pesach (in de christelijk liturgie Pascha) is nauw verbonden met de
uittocht uit Egypte, de Exodus. De viering en herdenking hiervan werd volgens
het bijbelboek Exodus de avond voor de uittocht ingesteld en is de eeuwen
door in verschillende vormen bewaard gebleven. Inherent is de gedenking van
de grote daden van God aan het volk Israël. Hierin ligt het idee van
'bevrijding' besloten. Dit geldt ook voor het christelijke paasfeest, zij
het vanuit een andere invalshoek.
Jezus' tijd
In de tijd van Jezus was het Pascha, naast het pinksterfeest en het Loofhuttenfeest
een van de drie belangrijke pelgrimsfeesten. Het was nauw verbonden met het
Massotfeest; beide werden in feite als één feest gevierd. Van
heinde en ver kwamen de mensen naar de tempel in Jeruzalem. De betekenis was
nog altijd: herdenking van de bevrijding uit Egypte en hoop op de komende
verlossing door de beloofde Messias.
Zeer waarschijnlijk was het 'laatste avondmaal' van Jezus en zijn volgelingen, de discipelen, een Pesachviering. Het voldeed volgens de evangelieverhalen in elk geval aan belangrijke voorschriften en tradities van het Pesach. Men trof de voorgeschreven voorbereidingen de avond ervoor, de viering vond plaats in Jeruzalem na 19.00 uur, er werd wijn gedronken, brood gegeten en een loflied gezongen, het Hallel. De vereiste kruiden en woord 'ongezuurd' (brood) worden niet genoemd, maar dat kan komen doordat de evangelieschrijvers niet per se volledig pretendeerden te zijn en men zich bij de verslagen kennelijk concentreerde op wat men voor de eerste christenen van die tijd van belang vond.
De eerste christenen
Ook de eerste christenen, waarvan de meesten Joden waren, bleven aan de joodse
feesten deelnemen, ook aan het Pesach. Gaandeweg werd het voor de christenen
een tijd van vooral vasten ter herdenking van Christus' lijden, en een nachtwake.
Later is een scheiding tussen de feesten gekomen, alleen al door het instellen
van verschillende data voor Pesach en Pasen (zie onder).
313 t/m de Middeleeuwen
Na 313, het jaar van de zg. 'kerkvrede', kreeg het paasfeest een ander aanzien.
Toen werd het liturgische Triduum Sacrum';' ingevoerd:
- Witte Donderdag (instelling van de Eucharistie en het priesterschap, begin
van het lijden van Christus)
- Goede Vrijdag (lijden en sterven)
- Stille Zaterdag of Paaszaterdag (grafrust)
- Paaszondag (opstanding)
Na de Middeleeuwen
Paaszondag in Portugal: de "compasso" gaat met een kruis, versierd
met bloemen, de katholieke huizen van het dorp langsVan de Middeleeuwen tot
halverwege de 20e eeuw werd de paaszondag min of meer apart gezien van de
overige paasdagen. Het Tweede Vaticaans Concilie herstelde de liturgische
eenheid van het Triduum. Ook hersteld is de Paaswake, die in de nacht van
zaterdag op zondag gehouden wordt. Deze was in de reformatorische traditie
vrijwel onbekend, maar wordt de laatste decennia her en der gevierd, ook in
evangelische- en Pinksterkringen.
De Rooms-katholieke Kerk kent de traditie van de Kruisweg, een uitbeelding van de lijdensgang van Christus. Tijdens de paasdagen worden, met name in de rooms-katholieke streken, passiespelen uitgevoerd. Het bijwonen van uitvoeringen van passiemuziek van met name Bach is bij gelovigen, en overigens ook bij niet-gelovigen, een populaire vorm van paasviering.
Ook het Carnaval, Aswoensdag, de Vastentijd en Palmpasen zijn vanouds voorbereidingen voor de paasviering. In het Twentse stadje Ootmarsum wordt Pasen uitbundig gevierd met een optocht met zang door de "poaskearls", het zgn. "Vlöggeln".
Seculier
Paaseieren illustreren hoe voorchristelijke, heidense elementen opduiken in
de christelijke riten. In Praag bijvoorbeeld, worden paaseieren opgehangen
in de bomen. Het is een overblijfsel van de heilige-boom cultus. Zowel het
ei als de paashaas symboliseren vruchtbaarheid en nieuw leven.De seculiere
paasviering komt onder andere tot uiting in de paashaas en paaseieren, een
symbool van nieuw leven. De seculiere viering toont zo de oorsprong van lentefeest.
De aanloop naar Pasen!
Palmzondag
Volgens het Christelijk geloof is het de zondag voor Pasen Palmzondag. Op
deze dag wordt de grote schoonmaak gehouden, alles moet namelijk voor Pasen
op zijn 'paasbest' zijn. Ook trekken kinderen al vanaf de 17e eeuw op palmzondag
met een palmstok steden en dorpen in. Een palmstok is een kruis of stok die
versierd is met vruchten, snoepgoed, suikereitjes en bovenop een broodhaantje.
De kinderen zingen liedjes en brengen paaseitjes of andere kleine cadeautjes
langs bij bejaarden. Hiervoor krijgen ze meestal iets lekkers of geld terug.
In de kerk wordt op palmzondag de hoogmis gevierd. Tijdens de hoogmis gaan
geestelijken in de kerk in een plechtige optocht de kerk uit. Tijdens het
zingen van lied voor Jezus sluiten ze de deuren. Dan klopt de subdiaken (een
van de geestelijken) op de deuren met de stok van het processiekruis met daarop
een palmtak. De koster opent de deuren en de geestelijken gaan de kerk weer
in.
Witte Donderdag
De donderdag voor Pasen is de dag van het Laatste Avondmaal. Tijdens het avondmaal
voorspelde Jezus zijn twaalf discipelen dat hij verraden zou worden door Judas.
De paus spreekt op deze dag zijn urbi et orbi uit, boetelingen worden weer
tot de kerk toegelaten en gevangen krijgen kwijtschelding van hun straf. Vanaf
dat moment tot Paaszondag blijven de kerkklokken stil. In de Katholieke kerk
wordt het kruis met een wit doek afgedekt.
Goede Vrijdag
Op goede vrijdag herdenken de christenen het lijden van Jezus en zijn opoffering
voor de mensheid. Op deze dag wordt er streng gevast en verzamelt men zich
om drie uur in de kerk.
Paaszaterdag
Op Paaszaterdag (stille of heilige zaterdag) om 12 uur 's middags eindigt
de (40 dagen lange) vastenperiode, die begonnen is op aswoensdag, de dag na
carnaval. Christenen herdenken dan de wederopstanding van Jezus. Eeuwenlang
konden mensen op paaszaterdag wijwater krijgen. Met dit wijwater werden de
huizen die op palmzondag schoongemaakt waren, gezegend. Meestal was het wijwater
gratis, maar soms gaf men in ruil hiervoor gekookte eieren die aan de armen
konden worden uitgedeeld.
Paaszondag
Voor veel gezinnen begint paaszondag met het verstoppen en zoeken van paaseieren.
Daarna wordt er een uitgebreid paasontbijt gehouden, waarbij veel eiergerechten
en een paasstol gegeten worden.
Paasei
Een paasei is een beschilderd of beplakt ei of chocolade ei, dat met Pasen wordt verstopt. Volgens de katholieke traditie worden deze eieren door de klokken van Rome geworpen. Alle klokken zijn immers op Witte Donderdag naar Rome vertrokken om op Paaszondag de meegebrachte eieren uit te werpen.
De protestantse traditie wil dat de paashaas ze verstopt heeft. Deze traditie is oorspronkelijk bekend in de Angelsaksische wereld, alhoewel ze ook al tientallen jaren gebruik is in de Lage Landen. De traditie komt voort uit pre-christelijke lenterituelen, waarin eieren en hazen een belangrijke rol in speelden als vruchtbaarheidssymbolen.
In het joodse feest Pesach, waarin de uittocht uit Egypte wordt herdacht, wordt een hardgekookt of gebraden ei neergelegd op de schotel die op de sederavond wordt gegeten, samen met de botjes van een lam. Dit staat symbool voor het offer dat de joden de avond voor de uittocht brachten.
Ook in Slavische landen zoals Polen zijn eieren bekend als vruchtbaarheidssymbolen
gebruikt tijdens lente-rituelen. Een traditie bekend staande als pisanki creëert
veelgekleurde eieren. Fabergé creëerde uitbundige, met juwelen
versierde paaseieren voor de Russische tsaren.