JAPAN: WOORDVERKLARING


A

Ainu:    oorspronkelijke bevolking van Noord-Japan, nu een belangrijke minderheidsgroep in japan
Amaterasu-Omikami:  zonnegodin van Japan
Amida:    Boeddha van het Westelijk Paradijs

B

bakufu:    militair bewind
bento:    lunchbox, in plastic of hout verpakte lunch
biwa:    Japanse luit
bonsai:    dwergboompje in pot
bosatsu:    boeddhistische heilige
bugaku:    oude dansvorm
bunraku:   poppenspel
burakumin:   onreine
bushido:   de weg van de krijger
butoh:    moderne dansvorm
butsudari:   boeddhistisch huisaltaar
 

C

chanoyu:   theeceremonie
 

D

daiko:    trommel
daikon:    Japanse rammenas
daimyo:    leenheer
daishido:   hal gewijd aan de stichter (boeddh.)
Daruma:   stichter van het zen-boeddhisme
Dengyo-Daishi:   erenaam van priester Saicho
depato:    warenhuis
dera:    tempel
dori:    straat
dotaku:    ritueel instrument
 

E

Edo:    oude naam van Tokio
edokko:    inwoner van Edo
eki:    station
ema:    votiefschildering

 

F

fusuma:    schuifdeur
 

G

gagaku:    oude hofmuziek
gaijin:    vreemdeling
gawa:    rivier
geisha:    vrouwelijke entertainer
geta:    hoge sandaal
gigaku:    oude dansvorm
gohei:    symbolische offerande (shinto)
goma:    boeddhistische vuurceremonie
 

H

haiku:    dichtvorm (bestaande uit verzen met achtereenvolgens 5-7-5 lettergrepen)
hanamichi:   plankier in kabukitheater
haniwa:    aardewerk graffiguur
harakiri:   rituele zelfdoding
henro:    pelgrim
hondo:    hoofdgebouw van boeddhistische tempel
honzon:    boeddhabeeld in een tempel
 

I

ikebana:   Japanse bloemschikkunst
Inari:    vos, boodschapper van de rijstgod
Izanagi / Izanami:  goden die Japan zouden hebben geschapen
 

J

ji:    tempel
jinja:    schrijn
jizo:    beschermheilige van kinderen en reizigers
jo:    kasteel
jodo:    boeddhistische sekte
jodo-shin:   boeddhistische sekte
judo:    Japanse vechtsport
 

K

kabuki:    spektakeltoneel
kagura:    sacrale dans
kakemono:   rolschildering
kami:    geest
kamikaze:   "goddelijke wind"; zelfmoordcommando in Wereldoorlog II
Kannon:   god(in) van barmhartigheid
karaoke:   beurtzang in een bar
karate:    Japanse vechtsport
kendo:    Japanse schermsport
kimono:   traditioneel kledingstuk, meestal uit zijde en dus onvoorstelbaar duur
kippu:   ticket
kitsune:    vos die zich in een mens kan veranderen
Kobo-Daishi:   erenaam van priester
Kukai kodo:   leerhuis in boeddhistische tempel
kofun:    grafheuvel
kondo:    hondo, hoofdgebouw van boeddhistische tempel
koro:    tempelbel; wierookbrander
koto:    Japanse harp
kura:    stenen pakhuis
kyogen:    klucht
kyozo:    bergplaats van soetra
kyudo:    boogschieten
 

M

maiko:    geisha in opleiding
mandala:   uitbeelding van het boeddhistisch pantheon en de kosmos
mandoria:   amandelvormige achtergrond van een beeld
matsuri:    festival
meishi:    visitekaartje
miko:    meisje verbonden aan shintoschrijn
mikoshi:   draagbare schrijn
mingei:    volkskunst
minshuku:   "bed and breakfast"
moedra:    handhouding
mon:    poort; familiewapen
 

N

nakodo:    huwelijksmakelaar
netsuke:    gordelknoop
ninja:    volledig in het zwart geklede huurmoordenaar
nio:    tempelwachter
no(h):    oude toneelvorm
 

O

obi:    gordel bij kimono
ofuro:    publiek bad
omiai:    via makelaar tot stand gekomen huwelijk
onnagata:   mannelijke vertolker van vrouwenrollen
onsen:    hete bron, badplaats met warmwaterbronnen
origami:   Japanse kunst van papiervouwen
ozeki:    sumokampioen
 

P

pachinko:   Japans pinballspel
pagode:    reliekschrijn
 

R

romaji:    Latijns schrift
ronin:    samoerai zonder heer
ryokan:    Japans hotel
 

S

sakaki:    heilige boom (shinto)
sake:   rijstwijn
sakura:    kersenbloesem
samisen:   driesnarig tokkel instrument
samoerai:   krijger
san:    eretitel
sararimen:   salary man
senryu:    dichtvorm
seppuku:   rituele zelfdoding
shimenawa:   koord van stro
shin:    nieuw
shingon:   boeddhistische sekte
shinkansen:   hogesnelheidstrein
shinto:    Japanse religie
shitei seki:  voorbehouden plaats
shite:    hoofdrolspeler in no-drama
shogun:    feitelijk staatshoofd
shoro:    klokkenstoel
soetra:    religieuze tekst
soka gakkai:   boeddhistische sekte
soto:    boeddhistische sekte
sumimasen:   sorry, excuseert u mij
sumo:    Japans worstelen
sushi:    visgerecht, meestal rauwe vis geserveerd op een "rolletje" rijst (buitengewoon lekker)
 

T

tabi:    witte schoensokken
tanuki:    das (dier)
tatami:    rijststromat
tendai:    boeddhistische sekte
tenno:    keizer
tetsubin:   ijzeren theeketel
to:    pagode
tokonoma:   nis in kamer
torii:    poort van shintoschrijn
tsuba:    zwaardstootplaat
 

U

ukiyo-e:    Japanse houtsnede
 

Y

yakuza:    Japanse maffia
yama:    berg
yamabushi:   boeddhistische kluizenaar
Yamato:   oorspronkelijke naam voor Japan
yayoi:    prehistorische periode
yen:    Japanse munt
yokozuna:  hoogste sumokampioen
yukata:    katoenen kimono
 

Z

zazen:    zittende meditatie
zen:    boeddhistische sekte