Onze voorouders o a: als leenman op Diepensteyn en °ca 1215, Henricus  Meert(e) te Brussel

 

 

 

Domein Baceroth met zijn Bacerothen

is onze leefomgeving met als achterland het hertogdom Brabant en ruimer de Nederlanden en Europa

Vooraf ook iets over de naam

Baceroth betekende zoveel als; een terrein van goede kwaliteit na het rooien van het bos aldaar.

Het domein strekte zich uit langs de Schelde, van Vlassenbroek over Baasrode, de Oude Briel (Buggenhout), Sint-Amands tot Mariekerke. 

Den Ouden Briel omvatte de heerlijkheid Cuytelgem binnen Brabant. De heer (dominicus) was de edele van het dorp waarvan hij de naam droeg. Dank aan zijn status (gezag over gronden, mensen, uitoefening van rechtspraak....)  werd hij door zijn tijdgenoten als edel beschouwd. Adeldom had met ridderschap niets van doen, een edele kon zich wel tot ridder laten slaan. Een ridder kon niet van adel worden, zonder het verwerven van een heerlijkheid, eventueel via huwelijk. In oorsprong was de adel een juridische klasse, zonder enige binding met de ridderschap. 

Dit gebied maakte deel uit van de Nederlanden en lag aan de Schelde. Samen met Maas en Rijn nam deze laatste een belangrijke plaats in, in Europa tijdens de hoge middeleeuwen. De Nederlanden vormden ook cultureel een buffer tussen Engeland, Frankrijk en Duitsland.

Het Karolingische rijk raakte versnipperd door zijn omvang en gebrek aan middelen, wat tot feodaliteit leidde. Het verdelen naar oudgermaans recht, van het rijk onder de zonen, was eveneens nefast.

******

Enkele bronnen met hun verwijzingen

- De geschiedenis van Baasrode door G. Boeykens (1)

- Oude Brabantse geslachten door meerdere auteurs (2)

- De geschiedenis van de landbouw door P. Lindemans  (3)

- De stad en de heerlijkheid van Dendermonde door A. De Vlaminck (4)

- De geschiedenis van de Steenovens te Sint-Amands

  door Filip Hooghe, Marc Peelman en Luc Rochtus  (5)

- Geschiedenis van de Nederlanden 

  door J. C. H. Blom en E. Lamberts  (6)

- 2 000 jaar geschiedenis van de Lage Landen

   door Jaap Ter Haar  (7)

- De geschiedenis van Europa door Henri Pirenne  (8)

- Woordenboek der Nderlansche taal (WNT)  (9)

- Bronnen  Verdoodt & De Kinder

- Er zijn uiteraard nog tal van andere werken beschikbaar....waaronder:

> Brussel een Brabantse stad zie op  http://www.paulderidder.be/lezingen.htm

> Landbouw in vroegere tijden zie op http://users.skynet.be/zoekheteensop/landbouw.htm

en Baceroth onze woonomgeving in beeld

******

Inleidingen (1)

Ter inleiding door F. Prims uit de geschiedenis van Baasrode . (1)

Ter inleiding Uit de geschiedenis van Baasrode door  G. Boeykens (1)

 

1 - Wat vooraf ging aan de 10e eeuw (6)

Ca 30 000 jaar geleden waren er blijkbaar geen rivieren in Vlaanderen en was Gent het diepste punt er liep vanaf daar het water naar de zee. Ca 5 000 jaar V. C. vestigden zich de eerste landbouwers in onze streken tijdens de Steentijd. Rond 2200 V. C. kenden wij de Bronstijd. Vanaf ca 800 V. C. tot Ca 50 kenden wij de IJzertijd.

Niets lijkt wat het was, of mogelijk toch .....erfopvolging en/of oorlog.

De Schelde was in vroegere tijden een echte levensader. Er werd wel eens om gevochten. Getuige hiervan waren het groot aantal metalen voorwerpen, gevonden bij het baggeren, ter hoogte van Moerzeke-Kastel. Deze dateerden uit de Bronstijd, van ca  2 000 tot 750 V. C.  

Onze gewesten werden pas bij de geschiedschrijving betrokken, bij de komst van de Romeinen uit het zuiden en de Germanen uit het oosten.

In de Gallo-Romeinse tijd leek het midden van Baceroth (Baasrode en Sint-Amands) voor het grootste deel uit bos te bestaan.

De Romeinen waren wel in dit gebied, maar zij bouwden geen nederzettingen, ondanks de nabijheid van de Schelde.  

De Salische Franken vestigden zich na 358 in onze streken. Uit hun noordelijke stammen ontstond het vorstenhuis der Merovingen met als centrum Doornik(een oude Vlaamse stad).

Hun aanwezigheid bleek uit vondsten van materiaal op de Broek- en Schuurkouter te Baasrode. Er waren meerdere kouters in de ruimere omgeving, dit wees op een zeker agrarisch belang.  

Het ontbossen gebeurde op grote schaal na 400 met een piek rond 1000 om te eindigen na 1300. De houtbriel, haven of aanlegplaats is daar zeker niet vreemd aan. Samen met de aanlegplaatsen Cuytelgem op de Schelde en Heisterghem te Opstal, (op de Brabantse beek tussen Opwijk en Buggenhout ?), wees dit op een vorm van kolonisatie. (5)

Na het Romeinse keizerrijk bouwden de Merovingen een sterk koninkrijk met als hoofdstad Parijs. De Karolingen verplaatsten het centrum naar Aken.

De Karolinger Pepijn De Korte (°ca 715 en + ca 768) was de opvolger der Merovingers, zoon van Karel Martel, vader van Karel de Grote en grootvader van  Lodewijk de Vrome (°ca 778 en + ca 840). Deze laatsten  volgden een unificatiepolitiek naar Romeins model en betrachtten de kerstening. 

Den Ouden Briel was reeds in 751 binnen de Brabant gouw gelegen. Kuitelgem was dan het oudst bekende centrum van het Karolingische domein Baceroth.  

Na het verdrag van Verdun in 843, ligt onze leefomgeving in het Middenrijk binnen Lotharingen. 

In de 9e eeuw kwam er een verbond tussen de kerk en de Frankische koningen en een verdere kerstening.

Baceroth behoorde tot het bisdom Kamerijk en omvatte volgende Bacherothen (deelparochies):

- Vlassenbroek (Sint-Gertrudis) onder toezicht van het Kapittel van Dendermonde

- Op baserode of Baasrode (Sint-Ursmarus) onder toezicht van de abdij van Affligem

- De Oude Briel (wanneer deelparochie ?) onder de heerlijkheid Cuytelghem, was een Brabantse wig die toegang gaf tot de Schelde en reeds in gebruik was bij de Franken als aanlegplaats. (5)

- Neder baserode, vormde een personaat (5) met:

  - Sint-Amands (Sint-Amandus)

  - en Mariekerke. (Sinte-Marie)  

**********

Personaat  (9)

De waardigheid of het ambt van een persoon, die het beneficie van een pastoorschap bezit, dat hij niet zelf behoeft waar te nemen, maar aan een ander kan opdragen.

Titel van geestelijken.

Iemand die in het bezit is van een kerkelijk beneficie, dat recht geeft op de daaraan verbonden inkomsten en waaraan wel de daarbij behorende plichten verbonden zijn, doch met de vergunning om deze plichten te doen waarnemen door een ander, die echter noch op den titel van persoon, noch op de inkomsten der prebende enige aanspraak heeft, maar door de bezitter wordt bezoldigd.

Inzonderheid als titel van pastoors welke het recht hadden zich door een vicaris te doen vervangen en de inkomsten voor zich te behouden. Vandaar dat in latere tijd ook pastoors die dit recht niet hadden meermalen (ten onrechte)persoon worden genoemd en de naam ook ter aanwijzing van de gewone parochiepriester (parochus, curio, curatus) wordt gebruikt.

Daar de collatie van het personaat dikwijls erfelijk was, heet de persoon ook wel erfachtig pastoor of erfpastoor.

Thans alleen  nog gebruikt als historische term.

*******

De eerste vermelding Baceroth (villa) is te vinden in een schenkingsakte (oorkonde) in 821 van Lodewijk de Vrome.  Men schreef naast Baceroth, in de rand Bassarode. Dit wijst op een reeds bestaande toestand, mogelijk reeds ca 751 als Frankische nederzetting. (5)

In 830 was Baceroda een mogelijke plaatsnaam van Baasrode of Baestroey…

In 899 was Baceroth  een Karolingische villa(villae), blijkens de aankoop van zalm en steur voor de abdij op de feestdag van de H. Cyricus, zijnde een oud gebruik.

Het Karolingische rijk raakte versnipperd door zijn omvang en gebrek aan middelen, wat tot feodaliteit leidde. Het verdelen naar oudgermaans recht, van het rijk onder de zonen, was eveneens nefast.

De villa de Baceroth omvatte 49 hoeves (manso/mansi) binnen de Brabant gouw, gelegen in de omgeving van: Baasrode, Dikkele, Ninove en Sirault (omgeving Bergen). Een Mansus of grote hoeve omvatte gemiddeld 12 bunder of 48 dagwand of ca 16 Ha. Ze omvatten elk een dorp en een dorpsgebied of zo u wil een semi-agglomeratie. De 49 mansi  omvatten ca 576 bunder of ca 770 Ha. Deze hoeves waren evenwel maar middelgroot in vergelijking met de Karolingische domeinen uit de omgeving, zoals: Merchtem, Buggenhout, Puurs en Bornem. Deze vormden wel een administrative eenheid, maar geen dominiale.  

Een villa was een dominiaal bezit met 1 eigenaar, de abdij. Een villae (Karolingische villa) had meerdere eigenaars en was verdeeld in: een keizerlijke reserve, naast grond en hoeves die toebehoorden aan abdijen, kerken, bisdommen en leken. In 899 was Baceroth  een Karolingische villa(villae), blijkens de aankoop van zalm en steur voor de abdij op de H. Cyricus, zijnde een oud gebruik. De Karolingische villa (villae) omvatte in beginsel reeds het dorp, met ruim verspreid in het dorpsgebied:

Kerk

Kerkhof

Hofstede

Hoeves

Molens en ovens

Moestuinen en boomgaarden  

De invallen van de Noormannen brachten heel wat ellende mede in onze streken. Het verbond tussen de Franse Koning en de Duitse keizer, tegen de Noormannen kwam later te vervallen. 

2 - De 10e - was de ijzeren eeuw  (6)

Vanaf de 10e eeuw breidden de graven van Vlaanderen hun gebied en macht gevoelig uit.

De Vlaandrengouw rond Brugge refereerde niet naar het machtige graafschap Vlaanderen. Adellijke families vestigden hun macht via openbare functies. De groeiende macht van de graven van Vlaanderen paste in dat patroon.

Boudewijn met de ijzeren arm (863-879), de eerste graaf legde de basis van zijn macht door de dochter van Karel de Kale te schaken. Dit was een beproefde taktiek voor sociale promotie. Hij bestuurde naast Brugge ook de streek rond Gent en had toezicht op Lodewijk de stamelaar. Zijn zoon Boudewijn II (879-918) rondde de overgang af, van ambtenaar naar territoriaal vorst. 

In 952 herstelde Arnulf I Van Vlaanderen (918-965), de abdij van Pevele (Saint-Amands-les-Eaux) en schonk ze goederen uit zijn grafelijk domein. Het werd een grafelijke abdij. Hij bereikte de Somme en de stad Amiens. Daar botste hij op Rolo de Vikingenleider in het hertogdom Normandia gesticht in 911.

Verdere uitbreiding kon enkel naar het oosten, over de Schelde, in het Duitse rijk. Hier kende men stamhertogdommen gebaseerd op etnische samenhorigheid.

Arnulf I van Vlaanderen overleed in 965. Hierna oefende keizer Otto II macht uit in het Waasland, via zijn vazallen in Friesland. Het Land van Dendermone en -Bornem werden waarschijnlijk gevormd door De Duitse keizer Otto II en vervolgens geschonken aan de Fries Arnulf II (van Gent). 

In 919 kreeg Hendrik van Saksen koninklijke waardigheid. zijn nakomelingen zijn Otto I, II en III (936-1002) streefden naar de herinrichting van het Heilig Roomse Rijk. Hierbij bestuurden bisschoppen wereldlijke territoria, om de feodale erfelijkheid te omzeilen. De Duitse koningen verwaarloosden hun gebieden ten noorden van de Alpen. Arnulf I van Vlaanderen overleed in 965. Hierna oefende keizer Otto II macht uit in het Waasland, via zijn vazallen in Friesland. Het Land van Dendermone en -Bornem werden waarschijnlijk gevormd door De Duitse keizer Otto II en vervolgens geschonken aan de Fries Arnulf II (van Gent). 

In Frankrijk lieten de koningen hun gezag gelden over een gebied binnen de grenzen van 843 (verdrag van Verdun). Lotharingen kende de etnishe identiteit niet en een koninkrijk aan het einde van de 9e eeuw lukte evenmin. Otto I benoemde zijn broer Brun, aartsbisschop van Keulen, werd hertog van Lotharingen in 953. Na diens dood werd het gebied verdeeld in Opper-(Lorraine) en Neder-Lotharingen (Nederlanden behalve het gebied ten westen van de Schelde)....

3 - In de 11e - tot 13e eeuw ontstonden de landheerlijkheden  (6)

Vanaf de 11e eeuw, kenden wij hier heel wat wijzigingen aan de graafschappen, hun lenen en domeinen.  Onze streken ondergingen een ware metemorfose. Soms met de hulp van de steden vestigden lokale edelen een centraal gezag in een groter gebied. Zij werden landsheren met ondergeschikte landmannen.... en vormden geconfronteerd met adel de stedelijke elite, met ambachten en handelaren. Deze ontwikkeling ging ten koste van het bos en woeste gronden met een piek ca 1 000 via een as van het zuidwesten naar het noorden. Dit ging langs Vlaanderen, Henegouwen, Brabant en verder oostwaarts.

Door het ontstaan van Rijks-Vlaanderen werd de graaf van Vlaanderen naast leenman van Kroon-Vlaanderen onder de Franse koning, ook leenman van de Duitse keizer. (5)

Dit laatste omvatte: Vier Ambachten, Land van Bornem, - Dendermonde en - Aalst.

Het paste in de verdelingspolitiek van - en de controle over het Domein Baceroth.

Het gezag werd uitgevoerd te:  

- Vlassenbroek en Baasrode door de HH van Dendermonde

- Buggenhout-Oude Briel (met het Cuytelghemhof naar de Auwenbriel), een Brabantse heerlijkheid, door de HH Van Grimbergen later Berthout) en de Schriekbossen door de graaf van Aarschot die een schenking deed aan de abdij van Affligem ca 1125, in de omgeving van Buggenhout-centrum(ca Heuvel (Steentje), Hanestraat, Affligemstraat en Kruisveld).

De Oude Briel (Middelnederlands voor plein of markt, later dries of weide) te Buggenhout, omvatte de heerlijkheid Kuitelgem. Dit omvatte aan de Schelde ca 10 bunder of 13,3 Ha goede grond en vormde vroeger mogelijk een geheel met het Hof te Reuseghem in Sint-Amands. Het was ook gelegen dicht bij en met toegang tot de Schelde (ca 1050 ?) en de heirbanen met de verbinding:

       > Dender & Schelde via Lebbeke

       > Asse, Merchtem, Buggenhout en verder via Henegouwen.  

   De naamgeving Heir- of Heerbaan stamt hier meestal uit de Middeleeuwen.

- Sint-Amands door de HH van Grimbergen(Brabant) en Dendermonde, verder nog de abdij Sint-Amands

- Mariekerke door de HH Van Bornem

De Steenovens (Sint-Amands) waren gemachtigd om belastingen te innen voor Buggenhout ten voordele van de HH van Grimbergen, in de Brabantse Oude Briel. Evenzo in het Kruisveld te Sint-Amands. Dit wijst op de eenheid van de vroegere heerlijkheid Cuytelghem, zoals  P. Servaes +(Ter Palen) vroeger reeds opmerkte.

Boudewijn V was graaf van Vlaanderen. Sinds 1034 was hij leenman van de Duitse keizer Koenraad II en in 1047 maakte hij zich meester van o.a.het Land van Aalst(deel van het markgraafschap Ename) en Zeeland-bewesten-Schelde (ten westen van de Oosterschelde). Dit laatste ging pas in de 12e eeuw als leen over naar Holland.

Boudewijn VI werd in 1056 leenman (veroveraar) van het Land van Aalst, de burcht van Gent en de vier ambachten. De buit werd verdeeld onder de burggraven van Gent. Zo kwam het Waasland onder Boudewijn I van Aalst (°1056 en +1082) deze laatste werd leenman van de Graaf van Vlaanderen. Met Robrecht De Fries als graaf Van Vlaanderen, komt het land van Waas terug bij Vlaanderen (1071-1082)

Waarschijnlijk behoorde het Land van Dendermonde tot het Land van Aalst (niet vermeld in de lenen van 1049). Er is ook de leenhulde in 1334 door Ingelram van Amboise en Maria Van Vlaanderen over hun Land van Dendermonde voor de mannen van het leenhof van het Land van Aalst. Het land van Aalst (graafschap) kwam in 1301 van Brabant terug bij Vlaanderen (Jan De Proost °voor 1300 en schepen van Aalst). (4)(5)

Zowel het Land van Bornem als dat van Dendermonde, waren vrijheerlijkheden die deel uitmaakten van Rijks-Vlaanderen. (5)

Rond 1200, na het huwelijk van Maria van Dendermonde x Willem II van Bethune, werden deze laatste heer en meester van het Land van Dendermonde. Mathilde van Bethune huwde met Gwijde van Dampierre ca 1250 en zo kwam het in grafelijke handen. Willem van Vlaanderen, broer van Robert, verwierf het in 1305. Diens nazaten behielden het tot Lodewijk van Male het verwierf in 1355. Tot de Franse revolutie blijft het in handen van de graven van Vlaanderen.

In de 11e eeuw kregen de graven van Ardennen of Moezelgraven, de titel van hertog van Neder-Lotharigen, onder hen Godfried van Bouillon. Later ging de titel over op de graven van Limburg, vervolgens op de graven van Leuven; alias de hertogen van Brabant. 

Sociaal was er een ware revolutie. De bevolking nam toe en de landbouw werd rendabeler. De invoering van het drieslagstelsel (basis van de 3-jarige pacht of een veelvoud) moest hogere opbrengsten genereren.  Het paard werd naast rijdier, ook gebruikt als trekdier. De keerploeg en andere werktuigen, waaronder de eg, waren een ware vooruitgang. De verhouding zaaigraan/oogst ging van 1:2,5 (9e eeuw te Rijsel) naar 1:14 in de 12e eeuw. Grote hongersnoden waren er wel nog ca 1124 en ca 1197 omdat opeenvolgende jaren van misoogsten de voorraden uitputte. 

Het Karolingisch domein met zijn afhankelijke hoeven van ca 12 bunder(16 Ha) en eenheid van bewoning(1 familie) kwam door genealogisch toeval in gevaar vanaf de 9e eeuw en werd later onhoudbaar.  De grootgrondbezitters werden heren.....met hun heerlijkheden.

Een aantal steden konden maar ca 700 jaar geleden ontstaan en ontwikkelen door een overschot, aan bevolking voor de landbouw en ook een overschot aan voedsel met het ontstaan van markten tot gevolg. Men verhandelde graan, wijn, vis en uiteraard zout. Tol op water- en andere wegen was een oud overheidsrecht. Men vestigde zich bij kruispunten van water- en andere wegen met alle voordelen. De hanze of het recht om handel te drijven met een stad ontwikkelde zich, zo kennen we Gent  als hanze voor de handel met het Rijnland. Brugge regelde de handel met Engeland en Schotland. De grootschaligheid van de textielsector met invoer, verwerken en uitvoer gaf aanleiding tot het ontstaan van handelskapitalisme.  De jaarmarkten  met de jaarmarktbrief en later de wisselbrief ontstonden in die periode als uitvloeisel, van een systeem van internationale contacten, met o.a. Sint-Lieven en Opdorp in volgorde van ouderdom. Een brood werd tot dan betaald met een zilveren muntje of penning als standaard. De grote internatonale handel vergde een zwaardere munt, de grote, voorkomend in een aantal oude documenten, was 12 penning waard. Heden doorkruisen nog een aantal hoofdwegen de dorpen met alle gevolgen..... Stadsrechten waren vaak een kopie van die van Leuven,met zijn dochtersteden die te rade moesten bij de moedestad voor ingewikkelde vonnissen. De godsoordelen maakten plaats voor getuigenverhoor en vervolging van ambtswege. De overheid sprak recht via de landsheren en de steden hadden de schepenbank. 

Sinds de Karolingen leefden de kloosterlingen volgens de regel van Benidictus, er was echter geen structuur die de kloosters verbond en inmenging van buiten was het gevolg. Verval van het centraal gezag gaf lagere overheden kansen, ook bij het betrachten van private kerkelijke instellingen. Uit de vroege middeleeuwen kenden wij reeds de gedwongen bekeringen die uiteraard oppervlakkig waren, ondanks geweld en dreigen met de verdoemenis. Het christedom evolueerde naar een functionele godsdienst met eigen theologie en moraal. Heidense praktijken werden door de kerk geassimileerd en leefden lang verder als bijgeloof. Er was ook het indringen van religie in de gedachtenwereld, wat verband hield met het professioneel peil van de clerus. De gregoriaanse hervorming, genoemd naar paus Gregorius VII , kreeg door die aanstelling een flinke zet. Het politiek-kerkelijk aspect ervan, de investituurstrijd tegen de keizer van het Roomse Rijk, was er een deel van. Het concordaat van Worms in 1122 maakte er na een halve eeuw een einde aan. Van de wederinvoering van de antieke regel, dat bisschoppen door clerus en volk moesten worden verkozen, kwam evenmin iets terecht. Het recht op tienden voor de kerk werd eveneens hersteld. Het latijn als kunstmatig aangeleerde taal, werd niet alleen door de clerus gebruikt. Deze laatsten schreven ook de burgerlijke oorkonden. Praktisch werden onze gewesten drie talen gebruikt, te weten: Nederlands, Fries en Frans. De volkstaal werd niet of nauwelijks opgetekend, handelaren begrepen elkaar van Lübeck tot Brugge....

4 - Een politieke unie van de 14e tot de 16e eeuw  (6)

De Nederlanden hadden toen reeds een centrale betekenis voor de Europese geschiedenis. Opvallend waren de regionale verschuivingen die voortdurend de aanpassing aan nieuwe behoeften te zien gaven, zowel op economisch als cultureel gebied. Staatkundig kwamen de initiatieven van buiten onze gewesten.....

Overbevolking dreigde reeds in de 14e eeuw. De pas ontgonnen gebieden raakte uitgeput, hoge graanprijzen en hongersnood waren het gevolg. Ongeveer om de 10jaar dook de pest op en werd een derde tot de helft van de Europese bevolking uitgeroeid. Tot overmaat van ramp werd doorlopend oorlog gevoerd tussen de jonge staten in Europa. Hoge belastingen werden geheven, het geld ontwaardde en de handelsstromen droogden op. De kerk had de pausen van Avignon....

De Guldensporenslag in 1302, was maar één van de vele conflicten in die periode, de afstand van Frans-Vlaanderen in 1305 (en een fikse geldboete) was een zeer grote vernedering voor Vlaanderen... 

Hadden de patriciërs zich reeds door hun voorkeur van de Franse taal onderscheiden van het gewone volk, dan dreef de Franse bezettingsmacht de tegenstellingen pas echt op de spits. Brugge en Kortrijk werden bezet vanaf 1297. Rond 1300 was een Franse bezettingsmacht gelegerd in het ganse Graafschap. Op 1 april 1302 voerden de Gentse schepenen een afgeschafte verbruiksbelasting (ongeld) opnieuw in. De ambachtslieden uit de textiel legden het werk neer. Gewapende patriciërs dreven hen naar hun werkplaats. De leiders van de ambachtslieden gaven hun ordewoord nog door in de loop van de dag. Deze mobilisatie op eigen gezag was een daad van opstand. Ca tienduizend textielarbeiders, beschermd door hun maliënkolder en helm en gewapend met hun goedendag, verzamelden zich op de Vrijdagmarkt van Gent. Na belegering van het Gravensteen, gaven de patriciërs zich over en beloofden trouw aan het gewone volk. De Franse gouverneur trok zijn troepen terug  rond Brugge. Op 17 mei trok een grote Franse legermacht Brugge binnen en de klauwaards hergroepeerden zich. De volgende ochtend bij het luiden van de kerkelijke metten verrasten zij ruim 120 Fransen, tientallen Henegouwse edelen en patriciërs met een Frans accent in hun slaap. Op 11 juli 1302,  leverden nabij Kortrijk, een keur van Franse ridders slag met een allegaartje van grafelijke legertjes en ca 10 000 man voetvolk uit Brugge en het ommeland. De periode 1297-1302 was niets minder dan een sociale en politieke revolutie....

In het hertogdom Brabant was de toestand enigszins verschillend. Plaatselijke heren hadden delen van het grondgebied en steden onder hun gezag. Onder de minderjarige Jan III werd de Raad van Kortenberg opgericht in 1312. Dit controlelichaam waakte over de hertogelijke financiën. Bij elke inhuldiging werd een aangepaste versie van de overeenkomst opgenomen.

De drie leden van Vlaanderen, Gent Brugge en Ieper, vormden samen een overlegcollege. In 1337 was de 100 jarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland uitgebroken. Graaf Lodewijk van Nevers ontvluchtte zijn land. De drie grote steden hadden de feitelijke macht en hun beleid getuigde van regelrecht imperialisme tegenover de kleinere steden en de omving binnen hun kwartier. In die periode waren er in Brabant ook Leuven, Brussel en daarnaast Antwerpen als de drie groten. Door bemiddeling van hertog Jan III van Brabant ontscheepte koning Edward III van Engeland op 22 juli 1338 te Antwerpen. Hier bleef zijn hoofdkwartier tot einde 1339 in de oorlog tegen Frankrijk. Jacob van Artevelde trad op als volkstribuun, en regelde het dat Edward III in 1340 op de Vrijdagmarkt gehuldigd werd als koning van Frankrijk. Een bestand ging in op 25 september 1340 en werd meermaals verlengd. In juni 1347 ontving hertog Jan III voor zijn bemiddeling bij de overeenkomst van Saint-Quentin, voor zijn oudste zoon Hendrik de heerlijkheid Mechelen. Lodewijk van Male huwt een dochter van Jan III en zou Mechelen en Antwerpen erven, de Brabantse opvolgingsoorlog begint na de dood van Jan III.

Het land van Aalst (graafschap) kwam in 1301 van Brabant terug bij Vlaanderen (Jan De Proost °voor 1300 en schepen van Aalst). In 1348 werd Lodewijk van Male ingehaald te Aalst. De andere steden erkenden hem later en er kwam rust. Het Brugse Vrije (Ommeland) werd de vierde grote stadstaat. Stad en platte land waren geen gescheiden werelden. 

De productie van allerlei goederen, uit de landbouw en textiel brachtten ontwikkeling van handel en nijverheid in de omgeving van de steden. Rivieren en wegen voldeden niet meer. De internationale handel over zee floreerde, dankzij het gebruik van galeien tussen Genua, Pisa, Venetië en Brugge, Southampton. De landroute over de Alpen en langs de jaarmarkten in de Champagne boette hierdoor in aan belang. In onze gebieden verkommerde eveneens de jaarmarktencyclus en werd Brugge een wereldmarkt. De liggig dicht bij de zee was ook een voordeel voor Antwerepen. Baceroth was de achterhaven (te bereiken binnen één getijde) van Antwerpen en een knooppunt van belangrijke heirbanen, zoals: 

> Dender & Schelde via Lebbeke, Wieze en Aalst (Oude Heirbaan). De Dendermondse is jonger en sluit aan op de Bornemweg, (met mogelijk een zijtak naar het kasteel aldaar) tussen Schelde en Rupel.

> Nabij de Larendries te Sint-Amands sluit een West-Brabantse route aan vanuit  Asse over Merchtem. Het huidige centrum van Sint-Amands met de kerk, heeft zich na 1266 bij het verwerven van zijn vrijheid, ontwikkeld naast het oude Reyseghem en vlak aan de kade, met kaaihoofd en tolheffingen ten voordele van de pastoor. Het veer naar Kastel was van belang voor de zout- en turfhandel van Hulst naar Bavai. Op de Kerkhofdries was er een openbare waterput. Na 1400 bouwde men pas langs de Kerkstraat.   

Ondanks het voorkomen van pest en het uitroeien van ongeveer een derde van de bevolking, nam de handel toe. De overlevenden hadden meer ruimte en middelen om dure produkten te kopen. De arbeid werd duurder, de een zijn dood was werkelijk de ander zijn brood.  De onzekerheid van het bestaan (hedonisme) was mogelijk een psychologische reden. Landbouw en visserij verwerkten en verkochten allerlei afgeleide produkten, waaronder zuivel, kazen, haring en uiteraard zout. Dit laatste kende eveneens een evolutie, het Atlantische zout diende geraffineerd te worden in de bestaande ziederijen, omdat het te grof was.  

Na 1400 kwam er een Bourgondisch overwicht met Filips de Goede. Brabant behield inheemse ambtenaren, Vlaanderen en Holand kregen respectievelijk  Boourgondiërs en Vlamingen. Rond 1433 richtte men drie rekenkamers in. Een eerste te Dijon voor de landen van derwaerts over, te weten het hertogdomen het vrijgraafschap Bourgondië en zijn aanpalende heerlijkheden. Een tweede te Rijsel (uitsluitend in het Frans) voor Vlaanderen, Artesië, Henegouwen en Picardië. Een derde te Brussel voor Brabant, Limburg en later Luxemburg. In 1435 rondde men de eerste fase af, van de vorming van de Bourgondische Nederlanden. In 1447 werd nog een rekenkamer in Den Haag ingericht voor Holland en Zeeland. Verder hadden plaatselijke rekenplichtigen hun eigen systeem, onduidelijkheid troef...Ongeveer de helft ging naar de centrale schatkist. De Grote Raad werd het hoogste rechtscollege met een openbare aanklager in 1449, maar geen vaste zetel evnmin als het hertogelijk hof. De bevolking van de Nederlanden werd geschat op ca 2 500 000 (zonder Picardië)met een verdeling van 27 % in Vlaaneren, 16 % in Brabant en 10 % in Holland. Grootscheepse massaspektakels maakten de meeste indruk bij een breder publiek.

Ruim een eeuw regeerden de Habsburgers over de Nederlanden en Franche-Comté (1477-1588), beginnend met Maximiliaan van Oosterijk (Habsburg) door zijn huwelijk met Maria van bourgondië. In 1529 doet Parijs afstand van het voeren van processen in Vlaanderen en Artesië. In 1559 werd de indeling van de bisdommen in de Nederlanden aangepastaan de staatsgrenzen. Het was verder onduidelijk waar het aantal van XVII Provinciën precies op sloeg, In de Nederlanden behoorden vier hertogdommen, zeven graafschappen en tien heerlijkheden tot de Bourgondische Kring. Antwerpen lag toen in Brabant met de gehele Nederlanden en de Duitse Hanze als achterland. De stad groeide sterk en had ca 1568 meer dan 100 000 inwoners, dankzij handel en nijverheid tijdens de vier perioden (Brabantse jaarmarkten) van vier tot zes weken met een vrijhandelsregime. Schuldbekentenissen werden overdraagbaar, wissels werden onder de nominale prijs voor de vervaldag uitbetaald en tegen een premie (disconto) kon men voorschotten krijgen. Ca 2 500 schepen verwerkten 250 000 ton goederen, het viervoud van Londen. In Vlaanderen heerstte protectionisme en Brugge betaalde de rekening.  

De laatste dertig jaar van de 16e eeuw waren een regelrechte ramp. Tijdens de Beeldenstorm van 1566 tot 1588, had zich een radicalisering en polarisering voorgedaan. Een scheiding tussen Noord en Zuid, lag zeker niet in de lijn der verwachtingen. De tegenstelling tussen de kerngewesten, de verstedelijkte kustprovincies en de periferie van Groningen van Luxemburg tot Artesië waren doorslaggevend. De repressie van de inquisitie in Vlaanderen kende een hoogtepunt ca 1560-1665. De economie onderging meerdere schokken, zoals de Spaanse staatsschuld die binnen 12 jaar van 2 naar 7 miljoen gulden opliep. Een moratorium voor rentebetalingen op staatsschulden werd in 1557 afgekondigd met een resem bankroeten tot gevolg. Het niet meer stapelen van Engels laken te Antwerpen veroorzaakte massale werkloosheid, ook bij de afwerkers van het ruwe laken en de doorverkopers. De strenge winter van 1564-1565 veroorzaakte een misoogst, dewelke een derde cschok veroorzaakte. Tegen deze achtergrond kan men het verbond der Edelen zien, met hun smeekbede om de plakkaten tegen de ketterij te verzachten. Op 10 augustus 1566 begon de Beeldenstorm in Steenvoorde als symbolische schok..... en Alva kwam. In 1568 betekende een inval in Brabant door Oranje, het begin van de Tachtigjarige Oorlog. De Pacificatie van Gent op 28 oktober 1576 op Brabants initiatief en ondertekend op 8 november eerstvolgend vormde de grondslag voor een vredesregeling. Op 4 november kenden wij de Spaanse Furie te Antwerpen, met duizende slachtoffers. Meerdere overeenkomsten werden niet nageleefd. Parma was een stateeg en hongerde de steden uit. Gent viel in 1584, Brussel in 1585 en Antwerpen na een belegering van zeven maanden op 17 augustus. Naar schatting 200 000 Zuidnederlanders vluchtten binnen de twee jaar, wat een aderlating voor Vlaanderen en Brabant en een verrijking voor Holland.  

5 - In de Zuidelijke Nederlanden werd de centralisatie voortgezet.  (6)

De val van Antwerpen in 1585 was het hoogtepunt voor landvoogd Alexander Farnese, hertog van Parma, met de sluiting van de Schelde tot gevolg. Het veroveren van het Noorden lukte hem niet. In 1598 bij de akte van afstand van de Nederlanden, kwamen de aartshertogen Albrecht en Isabella naar onze streken,onder strikte voorwaarden en met behoud van Spaanse troepen onder leiding van Spinola. Op 9 april 1609 werd te Antwerpen het Twaalfjarig bestand gesloten. De Verenigde Provinciën werden vrije landen. De verspaansing van de Zuidelijke Nederlanden was het middel om het versterken van het absolutisme, als doel te bereiken. Jean Richardot hielp als voorzitter van de Geheime Raad en fervent voorstander van het vorstelijk absolutisme een aardig handje via een soort machtsgreep. Het verdrag van Munster op 30 januari 1648 bevestigde de onafhankelijkheid van het Noorden, met inbegrip van het noorden van Vlaanderen en Brabant en de sluiting van de Schelde. Oorlog honger en pest waren de drie kwalen van de tweede helft van de 17e eeuw en hadden een duidelijk verband.

 Sinds ca 1600 herstelde Antwerpen zich. De emigranten vestigden zich ook in Duitse en Italiaanse steden. Er bleef een netwerk bestaan, met een wisselmarkt en een beurs zonder dat de goederen de Antwerpse kaden passeerden. Het drukkersbedrijf Moretus als opvolger van Platijn, verspreidde boeken over religie in alle gebieden van de katholieke koningen en de Spaanse kolonies. Het raffineren van suiker en zout evenals koperverwerking waren belangrijk. Het zware Vlaamse en Brabantse laken werd verdongen door dat van Verviers en omgeving. Linnen handhaafde zich wel, eerder dan wol. Voor brede lagen van de bevolking echter werden de levensvoorwaarden slechter. Er werden Bergen van Barmhartigheid opgericht die leenden tegen pandgeving (en een gematigd tarief). Anderzjds reed de boer met de kar naar het veld met het geweer over de schouder. Economisch was er onvrijwillige werkloosheid, dat begrip ontging echter de overheden en noemde mensen zonder werk: Leegloper, luiaard of bedelaar. Tuchthuizen en dwangarbeid tussen 1600 en 1650 waren weinig doeltreffend. Leren lezen en voor de allerbesten  leren schrijven en rekenen was ondergeschikt aan godsdienstonderricht. Zij die moesten werken tijdens de week, konden zondagles volgen. De jezuïeten waren de vurigste ijveraars binnen de religieuzeorden en waren ook aanwezig via missies en in het leger als almoezenier. De pastoor hield de registers bij van doop, huwelijk en overlijden sinds het Concilie van Trente. 

In 1667 werden Duinkerke, Artesië, Rijsel en Dowaai bij Frankrijk gevoegd. De opvolging van de Spaanse troon in 1700 leverde problemen op. In 1713 schonk Lodewijk XIV al zijn bezittingen in de Spaanse Nederlanden aan de Verenigde Provinciën, als onderdeel van de buffer tegen Frankrijk. In 1748 kenden wij de vrede van Aken, die de Verdragen van Westfalen bevestigde en vielen de Zuidelijke Nederlanden onder Oostenrijk, bij het einde van de Oostenrijkse Successieoorlog. De Schelde bleef echter gesloten. De landbouw kende in Vlaanderen percelen van 1 tot 5 Ha met een hoge opbrengst. De bemesting was overvloedig en werd nog aangevuld met stadsmest en turfas. het drieslagstelsel werd verlaten. Het inkomen moest echter worden aangevuld met weven en spinnen. Bij kleine boeren was de koe ook trekdier en soms gehuurd met een veepacht. De aardappel was bedoeld als veevoeder, maar bracht naast spelt en boekweit wel soelaas voor de armen bij een graancrisis. Van 1771 tot 1778 werd het grondgebied opgemeten in opdracht van Ferraris. Ca 1780 kon 39 % van de mannen en 63 % van de vrouwen geen handtekening plaatsen. Inventarisering bij overlijden vermelde zelden boeken. 

6 - Revoluties en schermutselingen in Noord en Zuid tussen 1780 en 1830.  (6)

In 1781 kwam Jozef II op bezoek. Men dacht eraan om de Zuidelijke Nederlanden te ruilen voor Beieren, het barrièretraktaat werd opgezegd en de Schelde bleef gesloten. In 1783 startte men de opheffing van contemplatieve kloosters, om met de opbrengst de hervorming van het parochiewezen te financieren. Bij decreet van 11 december 1786 kwam er volledige vrijhandel voor graan. Begin 1787 ging reeds een zekere dreigig uit, als gevolg van drastische hervormingen, waaronder een edict dat een volledig burgerlijke huwelijkswetgeving invoerde, in een materie waarde Kerk bijna exclusieve jurisdictie bezat. De druppel die de emmer deed overlopen was de oprichting van een Seminarie-generaal te Leuven. Burgerlijk trachtte men alle bestaande rechtbanken af te schaffen. Tallozen verloren hun functie en er braken rellen uit. In de steden richtte men burgerkorpsen op die opereerden als patriotische vrijkorpsen naar Noordnederlands voorbeeld. In 1789 volgden een aantal hervormingen en schermutselingen mekaar snel op. De Brabantse Omwenteling in 1789 was geen revolutie van onder op, maar een compromis tussen o.a. de clerus en de lokale machthebbers, ook de Franse Revolutie begon als een revolte van notabelen. De Verenigde Nederlandse Staten in 1790 waren een kort leven beschoren als gevolg van de internationale context. Eind 1792 was er een poging de Zuidelijke Nderderlanden te doen opgaan in de Franse Republiek. In maart 1793 werden de Fransen verslagen te Neerwinden. Een Oosterijkse restauratie volgde. In 1794 werd het land onder de voet gelopen door de Fransen en een jaar later werd ook Luxemburg ingelijfd. Velen waaronder vooral de bezittende klasse, dachten/hoopten dat inlijving de plunderingen zouden stoppen....en men ging de aansluiting zelf bepleiten bij de Conventie in Parijs..... De aanhechting van de Oostebrijkse Nederlanden bij de Franse Republiek volgde dan bij decreet van 1 oktober 1795.  De burgerlijke stand, in vervanging van de parochieregisters, werd ingevoerd op 17 juni 1796. In het najaar van 1796, werden alle kloosters en abdijen opgeheven. Het grootste deel ervan werd openbaar verkocht (zwart goed). De abdij van Affligem verging het niet anders.... Op 25 oktober 1797 werd de universiteit van Leuven opgeheven. Het hoogtepunt van ongenoegen werd bereikt op 5 september 1798 met de conscriptie van jonge mannen tussen 20 en 25 jaar. De opstanden die volgden kennen wij als de Boerenkrijg (brigands) in Klein-Brabant en omgeving. Deze actie bouwde verder op meer dan 10 jaar ervaring met de Patriottenkorpsen uit 1787 en de Brabantse Omwenteling. OP 9 november 1797was er een staatsgreep in Frankrijk, Bonaparte trok snel de macht naar zich. Het verdrag van Amiens op 25 maart 1802 bevestigde de definitieve inlijving van de Zuidnederlandse gewesten (het Noorden wordt in 1806 ingelijfd). Onze streken werden een randgebied van de sterkste natie van Europa, met Bonaparte als keizer sinds 1804. In 1805 begon een lange reeks Napoliontische oorlogen. De systematische verfgransingspolitiek zette vooral kwaad bloed bij de lagere klasse. Alle openbare akten moesten in het frans gesteld worden om rechtsgeldig te zijn. In 1810 mocht in Antwerpen niets in het frans gedrukt worden. In 1813 verdween de Nederlandse vertaling uit het Bulletin des lois en hierbij ook de volkstaal, volledig uit het openbaar leven... In 1813/14  leden de keizerlijke legers de ene nederlaag na de andere en ontruimden de Fransen geleidelijk onze gewesten. 

OP 31 juli 1814 doet Willem van Oranje zijn intrede te Brussel als soeverein  van het Verenigd Koninkrijk. Beslissend was de houding van Engeland, dat de Lage Landen beschouwde als zijn invloedssfeer op het vasteland. De Nederlanden zouden bijdragen aan de beveiliging van de Franse noordgrens. Op 16 maart 1815 riep Willem zich uit tot koning der Nederlanden, amper 14 dagen na de ontscheping van Napoleon in Zuid-Frankrijk. Op zondag 18 augustus 1815 werd de beslissende slag bij Waterloo uitgevochten. Rubensschilderijen keerden terug naar Antwerpen. De Société Générale was als bankinstelling een succes zo bleek in 1830/31. Ca 1817 werden universiteiten opgericht te Gent, Leuven en Luik. Op 15 september 1819 werd het taalbesluit uitgevaardigd, dat na 3 jaar in Oost- en West-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg enkel het Nederlands de bestuurstaal was. In 1822 volgden Leuven en Brussel. Willem had de verfransing na 20 jaar vooral te Brussel erg onerschat, zie ook op http://www.paulderidder.be/taalgebruik.htm. In 1830 leek hij ook nog besluiteloos en richtte zich tot de mogendheden die destijds het Verenigd Koninkrijk hadden opgericht. Deze laatsten besloten op 20 december 1830 tot de indépendance future de la Belgique. Dat dit een duurzame oplossing werd, verwachtte eigenlijk niemand, maar een Europese oorlog vermijden, was het doel. Frankrijk wenste inlijving, Engeland en Pruisen wensten het herstel van het Verenigd Koninkrijk. Oosterijk en Rusland leken minder direct betrokken. Een Tiendaagse Veldtocht door Willem I kwam als mosterd na de maaltijd. In 1839 werd het eindverdrag getekend.  

 

         

 

 

[ Start  ]  [ Nieuws ]  [ Zoekpagina ]  [ Inhoud ] [ Uw mening ]

Plaats voor auteursgegevens.
Copyright © 1999  Verdoodt - De Kinder. Alle rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 10/03/2008

Genealogie en de wet op de persoonlijke levenssfeer, synthese- en informatienota van de commissie

Indien u meent, dat op grond van de wet op de privacy gegevens dienen te worden verwijderd, gelieve dit te melden via E-mail  verdoodt.dekinder@pandora.be